Canada

Canada is jarig: Dromen in Banff

Het is tijd om de gelukzaligheid van de Rocky Mountains te ervaren. Laat je verrassen in het Canadese Banff. Een natuurgebied waarvan je hart sneller gaat kloppen. donderdag, 9 november 2017

Door Norie Quintos
Foto's Van Jenn Ackerman en Tim Gruber

Overal zie je de bladeren: rode op witte T-shirts, witte op rode T-shirts. Gezeefdrukt op linten, met krijt op trottoirs gekalkt, op gezichten geschilderd, gedrukt in halsbanden van honden. 

Het is 1 juli in Banff, Alberta, en de inwoners vieren Canada Day terwijl het land zich opmaakt voor het écht grote feest in 2017, de 150ste verjaardag. Eetstalletjes verkopen draadjesvlees van de bizon, vruchtensappen en groentensamosa’s. Artiesten zijn uitgedost in kostuums uit vele landen. In allerlei talen wordt gezongen van wereldwijde liefde en saamhorigheid. Iemand geeft me een Canadees vlaggetje van papier en samen lopen we naar de route van de optocht, op Banff Avenue. We komen uit de VS of China of India, kennen slechts twee woorden van het nationale volkslied en weten die op de juiste momenten fraai mee te zingen: ‘O, Canada’. 

Ik maak mijn blik van het rood en wit los, kijk omhoog en zie blauw en groen. Banff is niet zomaar een stadje. Het ligt in het hart van Canada’s eerste en wellicht mooiste nationale park: zo’n 6500 vierkante kilometer aan Rocky Mountain-pracht, gekleed in dennen- en sparrenwouden en versierd met gletsjers die blauw water in heldere ijsmeren gieten – een ruimte die groot en ontzagwekkend genoeg is om een enorme populatie ‘megafauna’ te onderhouden, van wolven, wapiti’s en elanden tot poema’s, zwarte beren en grizzly’s. Ik bedenk me dat de mensen in Canada vriendelijk zijn, maar dat het de natuur is die bij deze optocht voorop loopt. 

Een paar maanden geleden had ik een paniekaanval. Hartkloppingen, druk op de borst, koude handen. Mijn dokter zei dat mijn cortisolspiegel te hoog was. Hij schreef vitaminen tegen deze hormonale kaping voor en adviseerde me ‘te mediteren en pure chocolade te eten’. Dus verorberde ik, naast het innemen van kalmerende middelen, dagelijks een stuk pure chocola en luisterde naar een playlist met de nieuwste spirituele muziek van moderne popgoeroes. Was er iemand in mijn omgeving overleden? Herleefde ik een of ander jeugdtrauma? Had mijn man me verlaten voor zijn secretaresse? Nee. Nee. En..., ja, maar dat was twintig jaar geleden. Dus wat was er aan de hand? Iets pijnlijk eenvoudigs: de kinderen zijn de deur uit en ik sta voor een nieuw hoofdstuk in mijn leven. 

De diagnose was duidelijk, de remedie heel wat minder. Ons lichaam heeft zo z’n eigen ideeën. Het voelde alsof ik van de kust was vertrokken maar de overkant nog niet had bereikt. Dus ging ik ervandoor, naar Canada, als een voortvluchtige op leeftijd. 

Ik ben niet ongelukkig. Sterker nog, ik had lange tijd uitgezien naar deze periode, wanneer de kinderen eindelijk gingen studeren. Maar ik zit met een knagende vraag: wat ga ik in hemelsnaam doen?

Op dit moment wil ik in Banff zijn. In de natuur verkeren, trekken, nieuwe vrienden maken en proberen te ontsnappen aan het spinnenweb van gedachten waarin ik in mijn thuiskantoor buiten Washington, D.C. was verstrikt. Deze uithoek van de Rockies lijkt precies op wat ik me, op aandringen van mijn meditatie-podcasts, voor de geest moest halen – behalve dat ik nu m’n ogen niet dicht hoef te doen. Ik kan ze gewoon openhouden.

Op een ochtend sluit ik me aan bij m’n nieuwe vriendinnen in Banff, Sally en Alison. Ze laten elke dag hun honden uit op een wandeling naar de 1676 meter hoge Tunnel Mountain, aan de oostkant van het stadje. We praten over koetjes en kalfjes, drie vrouwen van in de 50 in yogabroeken. Vanaf een uitkijkplek zien we de torentjes en dakkapellen van een sprookjeskasteel op een heuvel, oftewel het oudste en beroemdste hotel van de streek: het Fairmont Banff Springs. Vlak bij de top beroeren Sally en Alison de stam van een zilverspar, gepolijst door eerdere handen. Ze doen dat voor vrienden die ziek zijn, voor lang geleden gestorven huisdieren, voor gevallenen. Ik raak hem ook aan, ‘voor zusterschap’, zeg ik. 

Ik had een kort en ongelukkig huwelijk en daarna een lange en ongelukkige scheiding. Een slepend conflict, met gevechten om de voogdij over onze twee zonen, tranen en therapieën. Ik ben verbluft als ik mensen dat zonder familie en vrienden zie doen, maar ik had beide. Terugkijkend op die onrustige jaren, besef ik dat ik een jaloersmakend helder doel voor ogen had: het welzijn van mijn zonen – de rest was bijzaak. Nu mis ik die helderheid, die me zo veel richting gaf. 

Na de wandeling spreek ik in het Banff Center – een ‘cultuurbroedplaats’ aan de voet van de Tunnel Mountain – met Alexia McKinnon, die cursussen in indiaans leiderschap geeft. Als telg van de First Nations-stam van de Champagne en Aishihik, in de provincie Yukon, legt ze uit dat de Tunnel Mountain ook ‘Berg van de Slapende Buffel’ wordt genoemd. ‘Volgens de ouderlingen is het een plek van genezing, met name voor vrouwen’. Werkelijk? De berg die ik zojuist met de meisjes heb beklommen en waar ik op een boom heb afgeklopt? Die berg? ‘Je moet de energie hebben gevoeld,’ zegt ze. 

Het stadje Banfop de samenloop van drie valleien en een rivier, was voor inheemse stammen, waaronder de Stoney-Nakoda, Blackfoot en Tsuut’ina, ooit een plek voor bijeenkomsten en ruilhandel. Hun invloed doet zich nog steeds gelden. Als ik McKinnon vraag welke wijsheid de ouderlingen tegenwoordig aanreiken, glimlacht ze. ‘Ze vragen ons elke dag bewust te zijn. Naar onze voorouders te luisteren, naar de bomen die ons lucht geven, de rotsen die het water verschonen, de dieren die ons voedsel geven. Ze houden ons voor dat we deel uitmaken van een continuüm. Wij zijn hier om eer te betonen aan degenen die ons vóór gingen en te spreken namens de mensen die na ons komen.’ Ze vertelt dat de berg een lied heeft en ‘dat ik door dat lied naar de berg ben geroepen’. 

Ik word door Canada geroepen. Al voor de tweede keer deze zomer ben ik de noordgrens van de VS overgestoken, eerst naar Quebec, nu naar Banff. Dit land maakt me helder. Van de bergen in de Rockies en de prairies van Manitoba tot de oceaan rond Newfoundland voelt het buurland ruimtelijker aan, opener, minder op zichzelf gericht. Voor deze Amerikaan is Canada het land dat wij zouden kunnen zijn als we ons wat vaker in de buitenlucht zouden wagen.

Mijn iPhone doet het niet en mijn Fitbit-camera is onbereikbaar, weggestopt in de zadeltas. Ik ben nog niet halverwege een tweedaagse paardrij- en kampeertour door de dichte wouden rond Lake Louise, waar we de paden van de vroege pioniers en hun First Nations-gidsen volgen. Mijn vingers hebben behoefte aan toetsen en swipeschermpjes. Overal waar ik kijk, zie ik perfecte momentopnamen voor Instagram: dennenwouden, gletsjermeren, besneeuwde bergpassen, oprijzende pieken... 

De cowboy die ons groepje van vier leidt, is Paul Peyto. Hij is geboren in Banff en runt samen met zijn vrouw Sue de Timberline Tours. Peyto komt uit een goed nest: zijn oudoom Bill Peyto was een van de eerste parkopzichters van het Banff National Park, dat in 1885 ontstond. Als dank voor zijn werk werden een meer, een gletsjer, een berg, een beek en een café naar hem vernoemd. 

De volgende ochtend gebaart Peyto me op de kampeerplek om naar zijn ‘weerstation’ te komen kijken: een gat in de bomen waardoorheen hij goed zicht heeft op de beek onder ons en op de Molar Mountain in de verte (die inderdaad als een molar, een kies, oogt). Als er storm op komst is, dan ziet hij die aankomen. We nippen aan filterkoffie. Kekke schuim-art kun je hier vergeten. Peyto heeft geen kinderen maar weet wat de jeugd van tegenwoordig plaagt. ‘Wij waren altijd buiten, altijd aan het werk, altijd met iets bezig – vissen, trekken, paardrijden, skiën in de winter.... De kids van nu willen helemaal niets meer; daarom zijn ze allemaal niet breder dan vier handvaten. En al die knopjes en ringetjes en tatoeages die ze hebben... Dan schud ik gewoon m’n hoofd.’ Hij zou zijn eigen TED-talk kunnen geven: ga naar buiten, ga dingen doen. Het is de simpele versie van het ‘woudbad’ en de ‘digitale ontgifting’ die opvoedingsexperts dezer dagen aanbevelen om het gebrek aan buitenlucht en het materialisme van onze cultuur tegen te gaan.

Na de paardrijtour boek ik een kamer in de Num-Ti-Jah Lodge, een herberg van hout en steen aan de blauwe tong van Bow Lake. Het werd in de jaren ’40 van de vorige eeuw gebouwd door Jimmy Simpson, een andere pionier en bergavonturier, en is nu eigendom van Tim Whyte, die me ondanks een paar beginnende spetters meeneemt op een wandeling naar de Bow Glacier Falls, aan de overzijde van het meer. De spetters veranderen al snel in flinke neerslag, met bliksem en dan donder. ‘Ik ben hier dol op,’ zegt Whyte. ‘Ik moet dit vaker doen.’ Twintig jaar geleden, na een aanval van schildklierkanker, gaf hij zijn topbaan op om herbergier te worden. Het werk was zwaarder, maar hij genoot ervan. ‘Iedereen moet af en toe bij zichzelf te rade gaan en zich afvragen: doe ik wat ik zou willen doen?’ Wandelen door een regenstorm – is dat wat ik wil? Yes.

Ik kan niet wachten om een beer te zien. Het liefst in gezelschap van Amar Anthwal, parkopzichter van de Cave and Basin National Historic Site, een park rond een reeks heetwaterbronnen aan de rand van het stadje. Het populaire park wordt afgeschermd door de Sulfur Mountain en ligt tegen een wildcorridor aan, dus is het een goede plek om ’s werelds grootste alleseter te spotten. Maar Anthwal neemt me mee om slakken te bekijken. Ze zijn niet groter dan een erwt, ze zijn bedreigd en je vindt ze nergens anders op aarde dan in het zwavelhoudende water van deze bronnen. 

‘Kijk, daar heb je er een,’ zegt hij, wijzend op donker, slijmerige hoekje van een poel. ‘Het is mijn taak om zowel de beren als de slakken te beschermen. We zijn als mensen heel ver gekomen, dat we beide dingen in dit park doen.’ Ik snap het. Je kunt niet alleen knuffeldieren redden. Maar mijn evolutie is wat achtergebleven, want ik ben niet enthousiast over de groene klodders. 

Tijdens de aanleg van de transcontinentale spoorweg, eind 19de eeuw, ontdekten arbeiders de warme bronnen, die al lang bekend waren bij de First Nations-stammen. Om ze te beschermen werd in 1885 een natuurpark ingesteld. Daarna kwam een pr-man op het idee er sjieke berghotels te bouwen en reizigers aan te sporen de trein naar het westen te nemen. Dat was het begin van het toerisme én het parkstelsel in Canada. Destijds waren natuurgebieden er meer voor het toerisme dan voor het natuurbehoud. De First Nations-stammen werden verdreven, de jacht op groot wild werd gepromoot, in meren werden uitheemse vissen uitgezet ten behoeven van sportvissers, en de bronnen werden ‘uitgebreid’ met zwembaden en badhuizen. Tegenwoordig wordt in het Banff National Park voorrang gegeven aan milieubescherming en het herstellen van het onrecht dat de eerste bewoners is aangedaan. Via wildviaducten en -tunnels kan de fauna nu zowel de Trans-Canada Highway als de Icefields Parkway veilig passeren. Beelden van verborgen camera’s op YouTube laten zien dat het verkeer op deze wildbanen vrij druk is.

Ook de bizon is terug: Parks Canada wil volgend jaar een kudde van dertig dieren herintroduceren. Belangrijk is dat de First Nations daar actief bij betrokken zijn. Volgens Karsten Heuer, die het bizonproject voor het park beheert, ‘is de bizon voor de culturen van de plains en de uitlopers van de Rockies wat de zalm is voor de culturen langs de kust en de kariboe voor die in het noorden’. Hun dagelijks leven was gericht op de trek en de cycli van de bizon, en daaruit ontstonden volledige religies. ‘De terugkeer van de bizon in Banff zal die culturen versterken. Het is een wederopleving.’ 
Heel mooi, maar waar is mijn beer? 
‘Heb geduld en let op.’ Anthwal klinkt als een van mijn meditatie-podcasts. ‘Het moeilijkste is om de natuur de tijd te geven. De natuur toont je niet alles in één keer. Maar ze geeft je genoeg.

Terug naar het begin. Ik kijk naar de Canada Day-parade, samen met Hernan Argana, zijn vrouw en twee dochters – enkelen van de tweeduizend immigranten uit landen als de Filipijnen (waar de Argana’s en ook mijn ouders vandaan komen) die de dobber vormen waarop de economie van de stad drijft. 

‘Ik houd van Canada,’ zegt Hernan. ‘De mensen hier zijn zo goed voor ons geweest. De lerares zag m’n kinderen in de kou naar school lopen en ging met ze naar de kringloopwinkel en daar kregen we alles wat we nodig hadden, gratis.’ De reis van dit gezin was zwaar. Hij werkte zeven jaar lang alleen in Banff om een permanente verblijfsstatus te krijgen en maakte het grootste deel van z’n inkomen over naar de Filipijnen, voor de hartoperatie van zijn jongste dochter. Het personeel van Western Union zagen hem wekelijks langskomen en organiseerde in het geheim een collecte voor de ziekenhuiskosten van zijn dochter. Vier jaar geleden werd het gezin herenigd in Canada. 

We kijken naar de optocht. De burgemeester, burgergroepen en muziekkorpsen marcheren voorbij, gevolgd door praalwagens die de etnische groepen in Banff en Canada in het zonnetje zetten: Filipino’s, Japanners, Polen, indianen, Chinezen, Schotten, Ieren. 20 procent van de Canadese bevolking is in het buitenland geboren. Ik denk aan het immigrantenverhaal van m’n eigen familie. In de jaren ’60 van de vorige eeuw kwamen mijn ouders in VS studeren en brachten later hun drie kinderen groot in Washington, D.C. Mijn zussen en ik, hun mannen en onze gemengde nakomelingen zijn een puur Amerikaanse smeltkroes. 

Dit land is niet mijn land, maar het is het product van dezelfde idealen. Met zijn uitgestrekte wildernis en kleine gebaren van vriendelijkheid blijkt Canada de perfecte plek om te ontsnappen, zonder mezelf te verliezen. Om vragen te stellen waarop ik het antwoord al weet. Mezelf ruimte te geven om te groeien. En te wachten op de beer.

Volg Norie Quintos op Instagram en Twitter: @noriecicerone. De fotografen Jenn Ackerman en Tim Gruber wonen in Minnesota; dit is hun eerste reportage voor Traveler.

Het beste van Banff

RELAXED RIJDEN - Banff Legacy Trail. Dit ruim 22 kilometer lange, verharde pad voor fietsers, wandelaars en skaters tussen Banff en het stadje Cranmore werd in 2010 aangelegd ter viering van de 125ste jaardag van het Banff National Park en loopt door een keur van lokale ecosystemen. 

FIER VERLEDEN - Whythe Museum of the Canadian Rockies. In dit museum, opgericht door een nazaat van Banff-pioniers en zijn vrouw uit Boston, ontdek je de cultuur en geschiedenis van de streek. Je vindt er de sneeuwbrillen die Bill Peyto maakte en met kralen bezette mocassins van de Stoney-Nakoda.

ZWEVEN EN ZIEN - Banff Gondola. Op de acht minuten durende kabelbaanrit naar de Sulphur Mountain geniet je van weidse uitzichten over zes bergketens. Kijk uit naar bergmarmotten, dikhoornschapen en ander wild. 

RUITERROUTES - Timberline Tours. Dit is een van de drie outfitters in Banff die paardrijtochten verzorgen – van uitstapjes van anderhalf uur tot tiendaagse tours door de wilde natuur. timberlinetours.ca 

CRUISE CONTROL - Bow Valley Parkway. Met zijn fraaie route is de Bow Valley Parkway een alternatief voor de Trans-Canadian Highway en voorziet automobilisten van panorama’s, leerzame borden en picknickplekken.

Lees meer