Dieren

Een poging ’s werelds meest verhandelde zoogdier te redden

Zes dierentuinen en één non-profitorganisatie hebben de handen ineengeslagen om schubdieren te gaan fokken voordat het te laat is. Maar critici vrezen dat de gepantserde Afrikaanse dieren waarschijnlijk in gevangenschap zullen overlijden.donderdag 9 november 2017

Door Jani Actman
Dit schubdier in de Brookfield Zoo van Chicago behoort tot de 45 exemplaren die vorig jaar vanuit Togo naar de VS werden vervoerd om een fokprogramma op te zetten.

Wie in de afgelopen jaren wilde zien hoe een geschubd wezen ter grootte van een huiskat met een lange, smalle tong mieren opslurpte, moest naar de dierentuin van San Diego in Californië gaan. ‘Baba’ het schubdier arriveerde daar in 2007, nadat wildinspecteurs het dier in een illegale scheepslading hadden aangetroffen.

In de dierentuin leefde Baba nog tot vorig jaar, toen hij stierf nadat opzichters hadden gemerkt dat hij zich vreemd gedroeg, aldus The San Diego Tribune. Het blijkt erg moeilijk te zijn om schubdieren in gevangenschap te laten opgroeien en vaak overlijden de dieren vroegtijdig.

Dat heeft zes dierentuinen en één non-profitorganisatie – Pangolin Conservation in Florida – er in het afgelopen jaar niet van weerhouden om in alle stilte zo’n 45 schubdieren uit Afrika te halen. De instellingen zeggen dat ze dit doen om het schubdier te redden, want het gaat slecht met het dier in het wild. Hun benadering heeft nu een debat losgemaakt over de rol van dierentuinen bij het redden van soorten die met uitsterving worden bedreigd.

“We dachten een kans te hebben om iets te doen en dus hebben we deze stap gezet,” zegt Bill Zeigler, onderdirecteur dierenprogramma’s van de Chicago Zoological Society, die de Brookfield Zoo beheert. In de dierentuin leven nu vier babyschubdieren en negen volwassen schubdieren, waarvan er slechts één aan het publiek wordt getoond. “Het tonen van deze dieren zal niet voor veel inkomsten en bezoekers zorgen,” zegt Zeigler. “Het was voor ons belangrijker om bezoekers te laten weten wat er met het schubdier aan de hand is.”

Indonesische politiemannen onderschepten in 2016 deze illegale scheepslading van schubdierschubben, die waarschijnlijk bestemd waren voor gebruik in traditionele huismiddeltjes.

Dit is wat er met het schubdier aan de hand is: alle acht soorten – vier in Afrika en vier in Azië – worden nu met uitsterving bedreigd. Wildexperts denken dat het gepantserde wezen het meest verhandelde zoogdier ter wereld is. In hun hele verspreidingsgebied wordt er op ze gejaagd vanwege hun bush meat en stropers doden ze om aan de vraag naar schubben uit Vietnam en China te voldoen, waar ze worden gebruikt in traditionele huismiddeltjes. Afgelopen mei namen douanebeambten in Hongkong ruim zeven ton aan schubben in beslag. De sinistere lading zat in een container die uit Afrika kwam.

Behalve een breder publiek over de weinig bekende dieren voor te lichten, willen de dierentuinen ook meer te weten komen over schubdieren, door middel van eigen onderzoek en het financieren van veldonderzoek in Afrika. Ook willen ze een houdbare populatie van genetisch diverse schubdieren opbouwen die in het wild kan worden uitgezet.

“We wilden niet in dezelfde situatie terechtkomen als die van de Californische bruinvis, waarover we helemaal niets weten,” zegt Lewis Greene van de dierentuin van Columbus, Ohio, verwijzend naar de Californische bruinvis die in de zee tussen Baja California en het vasteland van Mexico verstrikt raakt in netten waarmee illegaal op een vis genaamd totoaba wordt gevist. Geschat wordt dat er nog maar dertig vaquita’s rondzwemmen. “Als we meer over het schubdier zouden weten, zouden we in het geval van een crisis zoals die van de vaquita over de kennis beschikken om een reservepopulatie achter de hand te hebben.”

“Er is geen enkele reden om ze in het wild te vangen en naar Noord-Amerika te brengen, behalve dan voor de uitbreiding van de collecties van dierentuinen”

door Jeff Flocken

‘De meesten gaan dood’

Maar sommige natuurbeschermers en organisaties voor dierenwelzijn die hard werken aan het redden van het schubdier, steunen het nieuwe fokprogramma niet, omdat ze vinden dat de dieren bij uitstek ongeschikt zijn om in gevangenschap gehouden te worden.

“Als het over olifanten en dolfijnen gaat, gaat het altijd over hun welbevinden in dierentuinen,” zegt Jeff Flocken, regiodirecteur Noord-Amerika van het International Fund for Animal Welfare. “In het geval van schubdieren gaat het niet eens over dierenwelzijn – het gaat erom dat de meesten doodgaan,” zegt hij.

En hij vult aan: “Er is geen enkele reden om ze in het wild te vangen en naar Noord-Amerika te brengen, behalve dan voor de uitbreiding van de collecties van dierentuinen.”

De gemiddelde levensverwachting voor schubdieren in gevangenschap bedraagt minder dan vijf jaar, aldus de blog van Elly Pepper, van de Natural Resources Defense Council. In het wild kunnen schubdieren waarschijnlijk tientallen jaren oud worden, maar hun precieze levensverwachting is niet bekend, zegt Lisa Hywood, oprichter van de Tikki Hywood Trust, een in Zimbabwe gevestigde non-profitorganisatie die schubdieren redt, rehabiliteert en weer in het wild uitzet.

Hywood verzorgt schubdieren al sinds 1994 in haar centrum, waar de dieren in ‘semi-gevangenschap’ worden vastgehouden. Ze kunnen vrij rondlopen en op zoek gaan naar mieren, en zitten nooit in kooien. Zij zegt dat het sterftecijfer onder schubdieren in haar centrum ongeveer 25 procent bedraagt. “Ze raken erg snel gestresst, zijn zeer schuw en kunnen niet tegen harde geluiden en fel licht,” vertelt ze.

Gevreesd wordt dat schubdieren de meest verhandelde zoogdieren ter wereld zijn.

Twee van de schubdieren die naar de VS zijn overgebracht, hebben de reis dan ook niet overleefd en ten minste zeven exemplaren – twee in Brookfield, drie in de dierentuin van Columbus en twee in die van Pittsburgh in Pennsylvania – zijn sinds hun aankomst overleden, aldus medewerkers van de dierentuinen. De dierentuin van Memphis in Tennessee en de Gladys Porter Zoo in Brownsville (Texas) reageerden niet op verzoeken om meer informatie over het aantal schubdieren dat sinds het transport is gestorven.

Aan de andere kant zijn er in totaal zo’n tien schubdiertjes geboren. Volgens Zeigler gaat het goed met de schubdieren van Brookfield, maar “omdat we zo weinig over ze weten, is elke dag een nieuwe dag”. Zeigler erkent dat pogingen in het verleden om schubdieren in dierentuinen te houden en daar fokprogramma’s voor de lange termijn op te zetten, grotendeels zijn mislukt.

De reden daarvoor is dat de dieren al bij aankomst ongezond waren en het verkeerde voer kregen, aldus Justin Miller, oprichter van Pangolin Conservation en de man achter het plan om de schubdieren naar dierentuinen in de VS te halen.

Miller benadrukt dat het programma tot nu toe alle verwachtingen heeft overtroffen: “Critici zeiden ons dat we de dieren geen dieet konden voorschotelen waarmee ze in leven zouden blijven, maar dat is ons gelukt. Ze zeiden dat we ze niet tot paren zouden kunnen bewegen, en ook dat is ons gelukt.”

“In een ideale wereld zou ik liever zien dat ze aan de plaatselijke autoriteiten zouden zijn overhandigd en zouden zijn teruggebracht naar ongerepte en beschermde gebieden”

door Lisa Hywood

Van het wild naar gevangenschap

Miller bedacht zijn dierentuinplan ongeveer vijf jaar geleden, vertelt hij, toen hij merkte dat de illegale handel in Afrikaanse schubdieren leek te floreren. “Als je naar Afrika ging en de mensen naar schubdieren vroeg, was het altijd zo dat bushmeat-jagers de dieren voor ongeveer vijftien dollar aan de kant van de weg verkochten,” legt hij uit. “Binnen een jaar schoot de prijs omhoog naar tweehonderd dollar. Toen besefte ik dat er een probleem was dat heel erg groot zou worden.”

Maar toen Miller in de VS met mensen over het schubdier begon te praten, merkte hij dat ze vaak niet wisten waarover hij het had. Dus reisde hij drie jaar lang tussen de VS en Togo in West-Afrika heen en weer om boeren ervan te overtuigen de witbuikschubdieren die ze vonden – en wilden opeten – niet te doden, maar in te ruilen tegen kippen (Miller zegt dat hij niets voor de schubdieren heeft betaald en dat de dierentuinen alleen geld voor onderzoek en transport beschikbaar hebben gesteld). Hij verzorgde de dieren totdat ze weer gezond waren, verlaagde hun stressniveaus, ontwikkelde een dieet dat werkte en vervoerde ze daarna naar de VS.

Miller vindt dat het uiteindelijke doel – het schubdier van de ondergang te redden – een aantal overleden dieren op de korte termijn rechtvaardigt. Hij wijst op de cruciale rol die de dierentuin van San Diego in het herstel van de Californische condor heeft gespeeld, als voorbeeld van de wijze waarop dierentuinen kunnen bijdragen aan de redding van een soort. Condors waren in het wild uitgestorven, totdat in 1992 vogels die in deze dierentuin waren gefokt in hun inheemse Californische habitat werden uitgezet.

“Op korte termijn zijn er geen plannen om de schubdieren weer in het wild uit te zetten,” zegt Miller, “maar we beheren de populatie in gevangenschap op een manier die toestaat dat ze, indien nodig, in het wild kan worden uitgezet.” Wetenschappers bestuderen de genen van de schubdieren, zodat hun nakomelingen zo divers mogelijk zijn.

Lisa Hywood denkt echter dat het beter zou zijn als de dieren in hun eigen omgeving zouden blijven en de inspanningen meer gericht zouden zijn op het vergroten van de opvangcapaciteit van plaatselijke centra in Afrika.

“Opeens wordt hun wereld op z’n kop gezet,” zegt ze over de schubdieren in de dierentuin. “In een ideale wereld zou ik liever zien dat ze aan de plaatselijke autoriteiten zouden zijn overhandigd en zouden zijn teruggebracht naar ongerepte en beschermde gebieden.”

En ze voegt eraan toe: “Maar als we de vraag naar deze dieren niet kunnen stoppen, maakt het niet eens uit hoeveel dierentuinen de schubdieren gaan fokken – dan zullen we weinig bereiken.”

Lees ook: ‘Handel in neushoornhoorns terug in Zuid-Afrika’.

Lees meer