Dieren

Fossiel van kuikentje dat naast dinosauriërs leefde gevonden

Het 99 miljoen jaar oude vogeltje uit het Krijt is het best bewaarde specimen van zijn soort.donderdag 9 november 2017

Door Kristin Romey
bekijk galerij

In een stukje barnsteen van 99 miljoen jaar oud zijn de resten van een kuiken uit het tijdperk van de dinosauriërs ontdekt, zo schrijven wetenschappers die verslag doen van hun vondst in het vakblad Gondwana Research.

Het kuiken behoort tot de belangrijke vogelgroep genaamd Enantiornithes, die aan het einde van het Krijt, ongeveer 65 miljoen jaar geleden, samen met de dinosauriërs uitstierf. De ontdekking, mede mogelijk gemaakt door de financiële steun van de Expeditions Council van de National Geographic Society, biedt cruciale nieuwe inzichten in deze oeroude getande vogels en in hun verschillen met moderne vogels.

Het is ook het meest volledige fossiel dat tot nu toe in Birmees barnsteen is gevonden. Barnsteen uit Myanmar (Birma) wordt gedolven in de Hukawng-vallei in het noorden van het land. De versteende hars bevat mogelijk de grootste variëteit aan flora en fauna uit het Krijt, de periode tussen 145,5 en 65,5 miljoen jaar geleden.

Op basis van zijn ruipatroon konden de onderzoekers vaststellen dat het kuiken enkele dagen of weken oud was toen het door kleverige boomhars werd omhuld en voor eeuwig voor het nageslacht werd vastgelegd. Bijna de helft van de vogel is bewaard gebleven in het bijna negen centimeter grote stuk barnsteen, met inbegrip van de kop, de vleugels, de huid, veren en een pootje met een klauw die duidelijk met het blote oog is te onderscheiden. Het 99 miljoen jaar oude verenkleed vertoont kleuren die variëren van wit en bruin tot donkergrijs. De wetenschappers hebben het Enantiornithes-kuiken de bijnaam ‘Belone’ gegeven, naar de Birmese naam voor de amberkleurige kleine veldleeuwerik.

Het kuiken behoorde tot een oeroude groep van getande vogels genaamd Enantiornithes, die samen met de dinosauriërs uitstierf. Deze reconstructie illustreert de houding waarin het kuiken in het barnsteen is geconserveerd.

De vondst werd bekendgemaakt door enkele van de wetenschappers die afgelopen december ook de gevederde staart van een vleesetende dinosauriër in barnsteen ontdekten. Uit de structuur van de dinosauriërveren blijkt dat dit dier niet kon vliegen. Maar een eerdere vondst van Enantiornithes-vleugels in barnsteen onthulde een verenstructuur die opmerkelijk veel overeenkomsten vertoont met de vluchtveren van moderne vogels.

In dit specimen zagen de wetenschappers dat het Enantiornithes-kuiken weliswaar al over een volledig stel vluchtveren op zijn vleugels beschikte, maar dat het overige verenkleed weinig ontwikkeld was en meer leek op de veren van vleesetende dinosauriërs, die een duidelijk afgetekende centrale schacht of rachis missen.

De aanwezigheid van vluchtveren op zo’n jonge vogel versterkt het idee dat Enantiornithes uit het ei kropen met het vermogen om te vliegen, waardoor ze minder afhankelijk waren van de zorg van hun ouders dan de meeste moderne vogels.

Maar die onafhankelijkheid had zijn prijs. De onderzoekers wijzen erop dat deze oeroude vogels door hun trage groeitempo gedurende een langere periode kwetsbaar bleven, zoals ook blijkt uit het grote aantal jonge Enantiornithes dat in fossiele lagen is gevonden. (Er zijn geen fossiele resten van enige andere vogelgroep uit het Krijt ontdekt).

De botten, huid en zachte weefsels van het kuiken zijn allemaal in de barnsteen ingesloten, wat wetenschappers unieke informatie oplevert over een uitgestorven groep oeroude vogels.

Dit fossiel werd in 2014 in Myanmar gekocht door Guang Chen, directeur van het Hupoge Amber Museum in de Chinese stad Tengchong, nadat hij had gehoord van een barnsteenfossiel met daarin een “vreemde” hagedissenklauw. Chen bracht het stuk barnsteen naar collega-teamleider Lida Xing van de China University of Geosciences, die de klauw identificeerde als het pootje van een vogel uit de Enantiornithes-groep. Uit nadere scans van het specimen bleek hoe opmerkelijk goed het kuiken in dikke lagen barnsteen met verkoolde plantenresten en belletjes gevuld met klei was geconserveerd.

“Voordat we de CT-scans uitvoerden dacht ik dat we gewoon een paar pootjes en wat veren hadden gevonden. Daarna kwam een grote, grote verrassing,” zegt Xing.

“De verrassing ging verder toen we de rangschikking van de veren onderzochten en ons realiseerden dat er doorschijnende huidlagen waren die veel van de lichaamsdelen die op de CT-scans te zien waren, met elkaar verbonden,” vult collega-teamleider Ryan McKellar van het Royal Saskatchewan Museum aan.

‘Belone’ wordt momenteel tentoongesteld in het Hopoge Amber Museum en zal tussen 24 juni en eind juli 2017 op een speciale expositie in het Shanghai Museum of Natural History te zien zijn.

Lees meer