Dieren

De man die bij de hyena’s woont

De opmerkelijke relatie tussen mens en dier bestaat al vijftig jaar, dankzij een oude familietraditie. donderdag, 9 november 2017

Door Alexandra Genova
Foto's Van Brian Lehmann

De avond valt in de oude ommuurde stad Harar. De stilte wordt slechts af en toe doorbroken door een angstaanjagend gehuil. In het schemerdonker omsingelen vijf hongerige hyena’s een jongeman die op de grond gehurkt zit. In gretige verwachting trekken ze hun muilen in een getande grimas; hun vleermuisachtige oren kantelen naar voren en achteren. Het is etenstijd.

Hoewel gevlekte hyena’s overal ter wereld bekendstaan als nietsontziende aaseters, zijn de bewoners van dit Ethiopische stadje niet bang voor de dieren. De jongeman haalt een stuk vlees uit zijn emmer en houdt het bungelend in de lucht. In plaats van naar voren te springen en aan te vallen komt één hyena naar voren en pakt het vlees met de rust van een getrainde hond uit zijn hand.

Abbas Yusuf, de ‘Hyenaman’, leerde hoe hij deze wilde dieren moest voeren van zijn vader, Yusuf Mume Salleh, die restjes vlees naar de aaseters placht te gooien om ze bij zijn vee weg te lokken. Jaren later leeft deze traditie nog altijd voort en hoewel deze opmerkelijke verstandhouding een geliefde toeristenattractie is geworden, is het geen oppervlakkige band.

Fotograaf Brian Lehmann, die het fenomeen een tijdlang bestudeerde, raakte vooral gefascineerd door deze innige, bijna transcendentale band tussen mens en dier. “De relatie maakte diepe indruk op me,” vertelt Lehmann aan National Geographic. “Mensen in de hele wereld zijn doodsbang voor hyena’s omdat ze je letterlijk aan stukken scheuren en je binnen een paar minuten veranderen in een plas bloed op de grond. Behalve in dit ene stadje in Ethiopië. Een paar kilometer verderop werd een meisje in haar gezicht gebeten en naar de rivier gesleept (...), maar hier zijn de kinderen helemaal niet bang.”

De stad kent een lange geschiedenis van vreedzaam samenleven met hyena’s. Eeuwen geleden vielen de dieren de bewoners aan en doodden ze ze soms, zo vernam Lehmann van de plaatselijke bevolking. Ze bedachten een oplossing door gaten in de stadsmuur uit te hakken en er voedselresten doorheen te schuiven, “zodat ze dat voedsel zouden eten in plaats van de mensen”. Volgens de Harari zijn er al tweehonderd jaar geen aanvallen van hyena’s meer geweest.

Naast de royale giften van Yusuf doen de hyena’s zich ook tegoed op de vuilstortplaats van het stadje. De dieren spitsen de oren als ze op een vast tijdstip van de dag het gepiep en gesteun van de vuilniswagen horen en een sirene elke ochtend een verse lading smerige voedselresten aankondigt. Tegen het vallen van de avond roept een ander geluid ze op om te gaan eten: “Abbas stond dan op de heuvel, riep de dieren en lokte ze zijn huis binnen, zodat hij ze daar voor het oog van de toeristen kon voeren,” vertelt Lehmann. Hij had voor elke hyena een naam, hoewel sommige dieren daar beter op reageerden dan andere. En hij heeft zelfs een bijzonder soort dialect ontwikkeld om ze uit hun holen te lokken.

Lehmann is geen wildfotograaf, maar hij heeft eerder dieren in het wild bestudeerd en weet dat “je nu eenmaal dichtbij moet komen om het visueel indrukwekkend te maken.” In plaats van een cameraval te gebruiken, deed hij zijn voordeel met de relatie die Abbas met de hyena’s had. “Als ik in m’n eentje fotografeerde, kostte het me veel tijd om het vertrouwen van de dieren te winnen. Toen ik Abbas leerde kennen, kon ik doen wat ik wilde,” zegt hij.

Een opmerkelijk voorbeeld daarvan deed zich op een avond voor toen een hyena – waarmee Abbas een bijzondere band heeft – hem en Lehmann naar zijn hol voerde. “Op dat punt weet je niet wat er zal gebeuren. Is dit de plek waar hij mij zal doden?” vertelt Lehmann. “Maar dan besef je dat Abbas die ongelooflijke band met dit dier heeft.” Yusuf klom zelfs in een hol waarin welpjes lagen. “Je hoorde de andere hyena’s in de buurt rondrennen en ze hadden hem in een paar tellen kunnen doden, maar dat deden ze niet,” zegt hij. “Ze laten hem gewoon zijn gang gaan.”

Deze aparte traditie, die van generatie op generatie is overgedragen, overstijgt de natuurlijke orde en laat zien dat een diersoort die door de mens wordt gevreesd en in volksverhalen als monster wordt beschreven, verkeerd kan worden begrepen. Zoals Lehman het verwoordt: “Het zijn zonder twijfel lelijke beesten. Maar ze hebben ook iets moois in zich.”

Volg Alexandra Genova op Twitter @alexandraaa_cg.

Lees meer