Dieren

Olifanten zitten gevangen door grootste vluchtelingenkamp ter wereld

In Bangladesh heeft de komst van Rohingya-vluchtelingen ongewild tot een andere groep ontheemden geleid.donderdag 29 november 2018

Door Natasha Daly
Foto's Van Ismail Ferdous

Duizenden jaren lang bewandelden de Aziatische olifanten die rond de stad Cox’s Bazar in het zuidwesten van Bangladesh leven telkens weer dezelfde paden door de bossen om van en naar het aangrenzende Myanmar te trekken.

Maar vorig jaar begonnen in dit gebied vluchtelingen te arriveren.

Tussen augustus en december 2017 kwam een stroom van zo’n zeshonderdduizend vluchtelingen van het islamitische Rohingya-volk op gang die vanuit Myanmar de grens met Bangladesh overstaken. Ze vluchtten voor verkrachting en moord, en voor wat door de VN werd omschreven als “een schoolvoorbeeld van etnische zuivering”. De verdrevenen werden opgevangen in kampen die pal op de acht belangrijkste trekroutes van deze migrerende olifanten liggen.

Een Rohingya-jongen draagt een grote tak van het bos naar het kamp. Het kappen van bomen in deze regio is zonder vergunning eigenlijk verboden, maar de bewoners van dit uitgestrekte netwerk van vluchtelingenkampen hebben elke dag 730 ton brandhout nodig om mee te koken.

“Er was geen tijd om de kampen zorgvuldig te plannen,” zegt Raquibul Amin, vertegenwoordiger van Bangladesh bij de International Union for Conservation of Nature (IUCN), de wereldwijde organisatie die de status van bedreigde diersoorten bijhoudt.

Toen de olifanten vorig jaar september naar Myanmar probeerden te trekken, stuitten ze op een zee van mensen – en op de tragische ironie dat de verdrijving van één groep ongewild tot de verdrijving van een andere groep heeft geleid.

Zowel de olifanten als de mensen raakten in paniek. De dikhuiden renden op zoek naar een uitweg in het wilde weg rond, terwijl mensen wanhopig een veilig heenkomen zochten om niet te worden vertrapt. Sommigen probeerden de olifanten te verjagen door afval naar hen te gooien, waardoor er nog meer paniek ontstond. Toen sloeg het noodlot toe.

Toen Amin half januari vanuit zijn standplaats Dhaka in het belangrijkste kamp, Kutupalong, arriveerde, trof hij er een huilende vrouw aan. “Mij werd verteld dat haar man rond één of twee uur ’s ochtends door een olifant was gedood.” De olifant was zo’n vijfhonderd meter naast een voormalige trekroute terechtgekomen en zocht naar een uitweg, zegt Amin. “Het toont aan hoe wanhopig de olifant was om de weg te vinden.”

In totaal werden tussen september 2017 en februari 2018 dertien mensen door olifanten vertrapt.

Vele maanden per jaar wordt het kamp geplaagd door moessonregens. Bulldozers rooien en egaliseren de beboste heuvels rond Kutupalong, in een poging om mensen naar hoger gelegen gebied te verhuizen.

Vanaf maart vielen er geen doden meer, grotendeels dankzij maatregelen van de IUCN en het kantoor van de Hoge Commissaris van de VN voor vluchtelingen (UNHCR). Beide organisaties werkten samen in een voorlichtingscampagne voor vluchtelingen die op of nabij de trekroutes wonen. De mensen werd geleerd hoe ze zich bij toekomstige ontmoetingen met olifanten moesten gedragen en kregen ook meer informatie over het gedrag van de olifanten zelf.

De organisaties hebben ook een taakgroep voor olifanten opgezet, bestaande uit 550 Rohingya-vluchtelingen die vlakbij de trekcorridors wonen. Zij bemannen om de beurt de 98 wachttorens rond het kamp en gebruiken ratels en flitslampen om naderende olifanten de andere kant op te sturen. De wachttorens worden dag en nacht bemand en de wachters worden voor hun werk betaald.

Dankzij het programma kon sinds maart 28 maal worden voorkomen dat olifanten het kamp binnendrongen.

Vluchtelingen leggen een weg van bakstenen aan in het vluchtelingenkamp van Balukhali, dat deel uitmaakt van het Kutupalong-netwerk.

Nog steeds een noodsituatie

De nieuwe aanpak is maar een tijdelijk oplossing, zegt Ehsanul Hoque, assistent-milieumedewerker voor de UNHCR in Bangladesh, die in het kamp werkt. “De olifanten proberen het kamp binnen te dringen, want er ligt voedsel opgeslagen en migratie zit deze dieren in het bloed.”

Er zijn twee problemen: niet alleen worden de trekroutes geblokkeerd door vluchtelingen en gebouwen, maar terwijl de kampen in omvang groeien wordt er meer en meer bos gekapt om brandhout te verzamelen en ruimte voor onderkomens te creëren, zodat de habitat van de olifanten steeds verder afneemt. Ongeveer 38 olifanten zitten nu vast in een steeds kleiner wordend stukje bos naast het grote Kutupalong-kamp.

“Door het kamp zelf krimpt deze olifantenhabitat elke dag een stukje,” zegt Amin van de IUCN.

Het gebied waar het Kutupalong-kamp is ingericht, was ooit een bos. Nu is het een uitgestrekt en dichtbebouwd stelsel van kampen en gebouwen. In het kamp staan ongeveer vijftigduizend provisorisch gebouwde hutten, die vaak onderdak bieden aan meerdere gezinnen.

Op korte termijn gaat het vooral om de veiligheid en het welzijn van mens en dier. De gestrande olifanten lopen het gevaar dat ze onvoldoende voedsel kunnen vinden. En hoewel de taakgroep tot dusver meer ongelukken heeft weten te voorkomen, is er nog altijd een groot risico op aanvaringen tussen mensen en olifanten.

Het vinden van een oplossing op de lange termijn is ingewikkelder, zegt Mohammed Abdul Aziz, professor in de zoölogie aan de Jahangirnagar University in Dhaka, die met de IUCN samenwerkt om de situatie te beoordelen. Zonder hun migratieroutes kunnen de olifanten volgens Aziz onderling gaan paren en daarmee de genenpoel van hun populatie beschadigen. Volgens hem kan dat tot de plaatselijke uitsterving van deze groep dieren leiden.

“Als ze op een kleine plek geïsoleerd blijven,” zegt Amin, “zullen ze hun genetische diversiteit kwijtraken, niet van vandaag op morgen, maar het zal gebeuren.”

Het probleem wordt nog verergerd door het feit dat de olifantenpopulatie in Bangladesh al ernstig wordt bedreigd door habitatverlies en voedseltekorten. De 38 olifanten die nu in het bos vastzitten, behoren tot de slechts 268 olifanten die in het hele land nog in het wild leven.

Deze olifantenwachttoren behoort tot de 98 torens die rond het kampstelsel zijn opgericht. Elke toren wordt dag en nacht bemand door twee leden van een olifantentaakgroep, bestaande uit 550 Rohingya-vluchtelingen. Het team heeft tot nu toe 28 olifanten ervan weerhouden om het kamp binnen te dringen door ze met lawaai en licht weg te jagen.

Ambitieus doel

Het doel is om de corridors weer toegankelijk te maken. Dat klinkt misschien niet zo ingewikkeld, maar in werkelijkheid gaat het om een ware logistieke nachtmerrie.

Het IUCN-team van Amin heeft onlangs een onderzoek afgerond waarin werd berekend hoeveel grondgebied er minimaal nodig is om een goed functionerende trekcorridor te heropenen. Zo’n corridor zou minstens een halve kilometer breed en drieënhalve kilometer lang moeten zijn.

Op die route wonen momenteel 24.000 huishoudens met in totaal 100.000 mensen, en daarnaast staan hier veel verschillende gebouwen, waaronder visakantoren en opslagruimten. Het verplaatsen van zoveel mensen zou betekenen dat nog meer bos gerooid moet worden om ze onderdak te bieden.

Mohammed Riaz (13) staat naast de tekening van olifanten die hij op de muur van zijn hut in het kamp heeft gemaakt. Zijn 12-jarige broertje Fayaz werd in februari op weg naar school door een olifant gedood.

Dan is er nog het feit dat men eigenlijk niet veel weet over deze specifieke olifantenpopulatie – hoe de dieren leven, wanneer ze precies migreren en zelfs waarom ze dat doen.

Voordat er ook maar iets wordt ondernomen, moeten de betrokken organisaties volgens Hoque van de UNHCR eerst meer over de levenswijze van de dikhuiden te weten komen. De UNHCR en de IUCN willen daarvoor gaan samenwerken met de Asian Elephant Specialist Group, een aan de IUCN verbonden netwerk van specialisten dat zich richt op het bestuderen, bijhouden, beheren en beschermen van Aziatische olifanten. Ook heeft het netwerk enkele olifanten uitgerust met gps-halsbanden, zodat onderzoekers de trek van de dieren kunnen volgen en meer over hun gedrag te weten kunnen komen.

Maar ook als alles volgens plan verloopt – als het volgprogramma met gps-halsbanden een succes wordt, als er honderdduizend mensen met bijbehorende gebouwen naar een andere plek worden verplaatst zonder dat daarvoor bosgebied wordt verwoest en als de olifanten daadwerkelijk van de nieuwe corridor gebruik zullen maken – dan nog blijft de grens tussen Bangladesh en Myanmar een obstakel.

Om te verhinderen dat Rohingya-vluchtelingen weer naar hun geboortestreek terugkeren, heeft de regering van Myanmar grootschalige grensversterkingen opgeworpen en – minder zichtbaar maar veel gevaarlijker – landmijnen gelegd, aldus berichten in de media. Amin en zijn team hebben vernomen dat aan de Birmese kant van de grens al twee olifanten door landmijnen zijn gedood. “Dat betekent dat als we de corridor willen herstellen, we met de regering van Myanmar moeten gaan praten om de internationale grens weer open te stellen,” zegt Amin.

Het lot van de olifanten hangt deels af van een dooi in een geopolitieke en humanitaire crisis die uiterst complex en tragisch is en alleen met ongelooflijk veel samenwerking tussen regeringen kan worden opgelost, zegt Amin. Hij en het team van de UNHCR proberen vertegenwoordigers van beide regeringen rond de tafel te krijgen om alle opties te bespreken, maar hij is de eerste die toegeeft dat het een lange weg zal zijn.

Twee olifanten struinen door het Inani-bos, dat wordt omringd door vluchtelingenkampen. Terwijl de kampen in omvang groeien en het bos steeds kleiner wordt, dreigen olifanten steeds minder voedsel te kunnen vinden en stijgt het risico op inteelt.

Sprankje hoop

Intussen blijven Amin, Hoque en anderen doen wat ze kunnen. Na het succes met de groep olifantenwachters is de UNHCR begonnen met het uitdelen van kookbrandstof aan vluchtelingen, zodat ze niet langer bomen hoeven te kappen om brandhout te verzamelen. De bedoeling is dat eind volgend jaar alle huishoudens in het kamp genoeg brandstof hebben om mee te koken.

Hoewel de risico’s op lange termijn nog altijd groot zijn en er een enorme hoeveelheid diplomatie, samenwerking en financiële ondersteuning nodig zal zijn om die risico’s te verminderen, is Amin toch trots op wat meerdere groepen tot nu toe hebben bereikt. Hij is vooral tevreden over de olifantentaakgroep.

“Die 550 Rohingya-mannen die zijn getraind als olifantenwachters, vinden dat het systeem goed werkt,” zegt hij. “Ze vormen een broederschap.”

Door hun maatregelen om zowel mens als dier te beschermen hebben de olifantenwachters onbedoeld ook een ander sprankje hoop teweeggebracht. Samen vormen ze als het ware de ‘dierenbescherming’ van de vluchtelingenkampen rond Cox’s Bazar. In de omgeving van de kampen hebben ze al tientallen gevallen van het illegaal vangen van wilde dieren gerapporteerd aan de autoriteiten en ze geven voorlichting aan andere vluchtelingen over dierenwelzijn. Ze hebben een groepje gevangen spreeuwen en diverse apen, pythons en kleine zoogdieren gered en een paar doornschildpadden beschermd tegen mishandeling door kinderen.

Voor Amin is dat alles heel belangrijk. “Ze staan feitelijk voor het milieubewustzijn in het kamp,” zegt hij.

 

Lees ook: Eerste wilde Sumatraanse neushoorn gevangen in poging om soort te redden

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer