Dieren

Rapport over afname dierenpopulaties vaak verkeerd geïnterpreteerd

Uit nieuw onderzoek blijkt dat getelde dierenpopulaties in de laatste veertig jaar met gemiddeld ruim vijftig procent zijn geslonken. maandag 5 november 2018

Door Elizabeth Anne Brown
Terwijl de kleine orang-oetan Aurora zich in de Houston Zoo aan haar adoptiemoeder Cheyenne vastklampt, worden honderden van haar wilde neefjes op Borneo door stropers van hun ouders beroofd. Deze tragedie is niet slechts een voetnoot bij de wereldwijde teruggang in dierenpopulaties, zoals vastgelegd in het Living Planet Report, dat vorige week door het WNF werd gepubliceerd.

In het Living Planet Report dat vorige week door het Wereld Natuur Fonds (WNF) werd uitgebracht, wordt de rampzalige en wereldwijde achteruitgang van dierenpopulaties beschreven. Maar het rapport werd door veel media verkeerd begrepen en leidde tot krantenkoppen waarin werd gesuggereerd dat zestig procent van alle dieren op aarde in de afgelopen veertig jaar zijn verdwenen. De werkelijkheid ligt wat genuanceerder, hoewel ze nog altijd alarmerend is.

In het tweejaarlijkse rapport worden wereldwijde trends beschreven die in de Living Planet Index worden bijgehouden. De index fungeert als een soort ‘beurskoers’ waaraan biologen de diversiteit en populatiegrootte van diersoorten kunnen aflezen. Als de wereldwijde score gelijk blijft of toeneemt, gaat het over het algemeen goed met de populaties, terwijl dalende cijfers op een wereldomspannend probleem wijzen.

De Living Planet Index is nu in een plotselinge duikvlucht beland, want ze is sinds 1970 met zestig procent gedaald – een oogwenk in het tijdsbestek van de evolutie. En we hebben er allemaal mee te maken.

Zestig procent van wat?

In de Living Planet Index (LPI) worden gegevens over duizenden diersoorten in zeer verschillende habitats en met uiteenlopende beschermingsstatussen gecombineerd. Het is dus geen ‘volkstelling’, waarbij bijvoorbeeld de dwergspitsmuis (waarvan er meer dan genoeg zijn) hetzelfde gewicht krijgt als de bijna uitgestorven Sumatraanse neushoorn.

In de LPI wordt rekening gehouden met het feit dat het verlies van één neushoorn weliswaar een miniem verschil is, maar op de totale populatie van deze dieren een zeer ernstige achteruitgang. Sommige populaties die in de index zijn geteld, zijn veel meer dan zestig procent in aantallen achteruitgegaan, andere veel minder dan zestig procent. Maar het gemiddelde dat in de LPI wordt aangegeven, duidt op een wereldwijde en rampzalige trend.

Anders gezegd: in het rapport wordt duidelijk gemaakt dat populaties van gewervelde dieren gemiddeld met zestig procent in aantallen achteruit zijn gegaan. Maar dat wil niet zeggen, zoals in het rapport duidelijk wordt gemaakt, dat de mens zestig procent van alle dieren heeft uitgeroeid.

Laten we bijvoorbeeld uitgaan van een fictieve fauna van 50 tijgers, 200 valken en 10.000 eekhoorns. Stel dat de eerste populatie met 90 procent is afgenomen en dat er dus nog maar 5 tijgers over zijn. De tweede populatie is met tachtig procent afgenomen, tot 40 valken. En het aantal eekhoorns is teruggevallen tot 9000 – een afname van 10 procent. Voor deze drie fictieve populaties betekent dat gemiddeld een afname van 60 procent, maar een absolute afname van slechts 12 procent van het totale aantal afzonderlijke dieren.

Laten we een ander voorbeeld nemen, van één enkele soort: stel dat de wolvenpopulaties in de wereld met gemiddeld zestig procent afnemen. Dat betekent niet dat we zestig procent van het totale aantal wolven in de wereld zijn kwijtgeraakt. Het betekent dat sommige populaties er vreselijk op zijn achteruitgegaan of lokaal misschien zijn uitgestorven, terwijl andere populaties veel minder in aantallen zijn afgenomen. Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat niet alle roedels dezelfde omvang hebben. Een plaatselijke uitsterving in de wildernis van Idaho kan betekenen dat er slechts vier wolven zijn verdwenen, maar omdat afzonderlijke populaties de soort als geheel weerbaarder maken, is dat verlies voor biologen toch belangrijk om mee te wegen.

bekijk galerij

Gezonde ecosystemen

Al tientallen jaren lang worstelen economen en ecologen met de vraag hoe de waarde van de flora en fauna in bepaalde ecosystemen kan worden uitgedrukt – de ‘goederen en diensten’ die de natuur levert, van de bestuiving van gewassen door bijen tot het filteren van water door schelpdieren. Het Living Planet Reportschat de waarde van die ‘dienstverlening’ door de natuur op 125 biljoen dollar per jaar, een paar biljoen dollar minder dan het wereldwijde bbp.

Hoewel deze cijfers omstreden zijn omdat er verschillend wordt gedacht over de wijze van waardebepaling, moet zelfs Wall Street toegeven dat de natuur veel zware taken voor de mens verricht. Dierlijke bestuivers zijn verantwoordelijk voor de bevruchting van een derde van alle voedselgewassen en we zijn afhankelijk van herkauwers voor het recyclen van de bodem. Vogels, vleermuizen en reptielen houden het aantal ziekteverwekkende muggen onder controle, terwijl medisch onderzoekers naar zeldzame wezens in de tropische regenwouden speuren om nieuwe behandelingen tegen kanker te ontdekken.

Door het bestaan van zeer complexe en vertakte voedselketens kan het verdwijnen van één dierenpopulatie vérstrekkende en onverwachte gevolgen hebben.

Tellingen

Bioloog Brian McGill van de University of Maine is gefrustreerd over de vergelijking tussen het inschatten van de biodiversiteit en andere metingen in de natuur, zoals weersvoorspellingen. “Alleen al in de VS besteedt de National Weather Service miljarden dollars aan het opstellen van betrouwbare weersvoorspellingen – door investeringen in grondstations, oceaanboeien, radiografische weerballonnen en satellieten om de beste metingen over de actuele stand van het weer te kunnen doen,” zegt hij. “Voor de biodiversiteit bestaat zoiets niet.”

Hoewel het WNF in zijn Living Planet-rapporten 4005 soorten gewervelde dieren in 16.705 afzonderlijke populaties bijhoudt, vallen die cijfers in het niet bij het totale aantal van 63.000 beschreven soorten gewervelde dieren – en dat terwijl wetenschappers denken dat dit slechts een fractie is van wat er op aarde rondloopt.

Deze populaties zijn strategisch verspreid over continenten en biomen en dienen als referentiepunten voor alle soorten waarvan er géén gegevens zijn. Het is erg lastig om precieze tellingen te verrichten van kleinere dieren als bijvoorbeeld mieren, maar door het aantal vogels en zoogdieren te tellen dat zich in een plaatselijk ecosysteem met mieren voedt, kunnen wetenschappers toch een goed beeld krijgen van de gezondheid van dat systeem.

Ecosystemen die het meest worden bedreigd, zijn volgens het rapport zoetwatergebieden en tropische habitats. Beide hebben in het verleden altijd gefungeerd als hotspots van biodiversiteit, met een ongebruikelijk hoge concentratie van verschillende soorten. Maar door exploitatie, klimaatverandering en vervuiling zijn veel van deze ooit zo rijke habitats nu vrijwel verdwenen.

Lees meer over het Photo Ark project op natgeo.nl/photo-ark

De gemiddelde score in de Living Planet Index voor zoetwaterpopulaties is met maar liefst 83 procent gedaald, wat betekent dat populaties van zoetwaterdieren gemiddeld met dit percentage in aantal zijn afgenomen. En de LPI voor de neotropische regio – het Caribisch gebied, Midden- en Zuid-Amerika en stukjes van Florida en Texas – is zelfs met 89 procent afgenomen.

Ecosysteembeleid

Om het tij van deze sterke afname te keren, zal er wereldwijd samengewerkt moeten worden, dus zijn wetenschappers gealarmeerd over het feit dat sommige landen zich uit internationale milieuakkoorden terugtrekken.

De regering-Trump is nog steeds bezig met het terugdraaien van elementen uit de Endangered Species Act, de wet op bedreigde diersoorten die aan het Amerikaanse milieubeleid ten grondslag ligt. En eerder heeft de Chinese regering de handel in neushoornhoorn en tijgerbotten gelegaliseerd, tot ontsteltenis van natuurbeschermers.

Op een moment dat de aanstaande president van Brazilië, Jair Bolsonaro, van plan is het Amazonegebied te ontwikkelen om de Braziliaanse economie te stimuleren, wordt in het Global Risk Report van het World Economic Forum benadrukt dat “het verlies aan biologische diversiteit en de ineenstorting van ecosystemen” tot de tien belangrijkste economische dreigingen van 2018 behoren.

Zoals de ecoloog E.O. Wilson uit Alabama in zijn boek The Future of Lifeschrijft: “Misschien is de tijd gekomen om niet langer van een ‘milieuvriendelijke’ visie te spreken, alsof het om iets gaat dat buiten de gebruikelijke activiteiten van de mens valt, maar moeten we het voortaan hebben over een ‘realiteitsvriendelijke’ visie.” Het behoud van wilde dieren is niet langer een apart streven. Het is een algemeen menselijk streven.

Lees ook: Door de mens sterven zoogdieren sneller uit dan ooit tevoren

Lees ook: China legaliseert neushoornhoorn en tijgerbotten voor medicinale doeleinden

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer