Dieren

Door de mens sterven zoogdieren sneller uit dan ooit tevoren

Na de laatste massa-extinctie op aarde, tientallen miljoenen jaren geleden, hebben zoogdieren de wereld veroverd. Maar één zoogdier dreigt die ontwikkeling nu teniet te doen: de mens.vrijdag 19 oktober 2018

Door Christie Wilcox
Rode panda’s vertegenwoordigen unieke evolutionaire geschiedenis van 31 miljoen jaar – een erfgoed dat nu wordt bedreigd.

Er wordt vaak gezegd dat uitstervingen eerder regel dan uitzondering zijn – per slot van rekening zijn 99,9 procent van alle soorten die ooit op aarde hebben geleefd, uitgestorven. In zekere zin is uitsterving dus normaal. Het leven op aarde heeft vijf massa-extincties doorstaan waarbij enorme aantallen soorten in relatief korte perioden verdwenen. Maar na elk van deze episodes herstelde het leven zich uiteindelijk weer.

In die laatste zin draait het om het woord ‘uiteindelijk’. Veel wetenschappers menen dat we ons in het midden van de zesde massa-extinctie bevinden, waarin soorten honderdmaal sneller uitsterven dan in voorgaande perioden. En volgens nieuw onderzoek zullen zoogdieren miljoenen jaren nodig hebben om zich te herstellen van de uitstervingen die door de mens worden veroorzaakt.

Massale uitsterving

“Hoe je het ook bekijkt, het zal heel veel tijd kosten voordat zoogdieren zich hebben hersteld,” zegt Matt Davis, paleontoloog aan het Centre for Biodiversity in A Changing World (BIOCHANGE) van de Universiteit van Aarhus in Denemarken en hoofdauteur van een nieuwe studie, die deze week in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciencesverscheen.

Samen met de ecologen Søren Faurby en Jens-Christian Svenning en met ondersteuning van de Carlsberg Foundation heeft Davis geprobeerd precies te berekenen hoeveel evolutionaire geschiedenis in de zoogdierlijn verloren is gegaan sinds de opkomst van de moderne mens gedurende de laatste 130.000 jaar. Daarbij keek het team niet alleen naar het aantal zoogdiersoorten dat in deze periode is uitgestorven (zo’n driehonderd om precies te zijn), maar bepaalde het ook de fylogenetische diversiteit van deze soorten, oftewel de lengte van hun onafhankelijke evolutionaire ontwikkeling ten opzichte van andere soorten.

bekijk galerij

Als we het leven op aarde met behulp van een stamboom uittekenen, dan is de fylogenetische diversiteit van een soort of groep van soorten te herkennen aan de lengte van hun tak. Hoe langer de tak, des te meer heeft de soort zich sinds zijn afsplitsing van een gemeenschappelijke voorouder verder ontwikkeld. Volgens de modellen van het team is in de laatste paar honderdduizend jaar zo’n tweeënhalf miljard jaar aan evolutionaire geschiedenis verloren gegaan.

“Door het uitsterven van zóveel megafauna zijn we een heel stuk functionele ruimte en enkele van de langste takken van de evolutionaire stamboom kwijtgeraakt,” legt Davis uit. “Dit soort patronen zijn niet gebruikelijk bij de uitstervingen die in opeenvolgende lagen fossielen zijn aangetroffen, dus het gaat om onbekend terrein.”

Gezien het huidige tempo van uitstervingen berekenden de auteurs dat de aarde de komende vijftig jaar nog meer zoogdieren zal verliezen en dat het daarna drie tot vijf miljoen jaar zal duren voordat we weer het huidige niveau aan biodiversiteit zullen bereiken. Als we zouden willen terugkeren naar het niveau van diversiteit aan zoogdieren dat vóór de komst van de moderne mens bestond, zal dat vijf tot zeven miljoen jaar duren. Omdat de evolutie van dieren met een grote lichaamsomvang trager verloopt dan die van kleine dieren, zal het nog langer duren voordat het verlies aan diversiteit van reuzen als mammoets – die tussen de 2000 en 50.000 jaar geleden uitstierven – ongedaan is gemaakt. En volgens Svenning gaat het daarbij om “de meest gunstige scenario’s.”

Gewicht in de schaal

“Studies als deze zijn altijd een beetje ‘losse flodder’-werk, omdat er zoveel variabelen zijn, maar de auteurs hebben toch bewonderenswaardig werk verricht,” zegt evolutionair ecoloog Will Pearse van de Utah State University, die niet bij het nieuwe onderzoek was betrokken. De bevindingen zijn voor hem niet zo verrassend, maar hij is er niettemin door geschokt en zegt dat hij “huiverde” toen hij het gedeelte over de lange hersteltijden las. “Deze studie laat zien dat we op het punt staan zulke grote hoeveelheden biodiversiteit kwijt te raken dat het misschien niet meer mogelijk is om die diversiteit binnen de levensduur van onze eigen soort te herstellen,” zegt hij. “Als dat geen reden tot zorg is, dan weet ik het ook niet meer.”

Ook evolutionair bioloog Arne Mooers van de Simon Fraser University in Canada vond het artikel weinig verrassend maar wel ontnuchterend. Hij vraagt zich af welke uitwerking de bevindingen op toekomstig beleid voor natuurbehoud zullen hebben. “Dat is de hamvraag, want dit raakt de kern van wat natuurbeschermers feitelijk proberen te beschermen,” zegt Mooers.

De ernstig met uitsterven bedreigde indri heeft zich gedurende negentien miljoen jaar onafhankelijk van andere makisoorten ontwikkeld. Als deze primaten in de komende vijftig jaar zullen uitsterven, zoals wordt verwacht, gaat een flink stuk evolutionaire geschiedenis verloren.

Het is nog onduidelijk hoe op dit gebied de kloof tussen onderzoek en beleid overbrugd moet worden. “Tot dusver is fylogenetische diversiteit vooral een academische kwestie geweest en wordt dit criterium door natuurbeschermers in het veld amper gebruikt,” zegt Davis. Hij vindt dat dat moet veranderen. “Fylogenetische diversiteit is niet het enige meetbare criterium dat we zouden moeten toepassen, maar wel een criterium dat we veel vaker zouden moeten gebruiken.”

Maar de hoeveelheid tijd en geld is beperkt, dus studies als deze roepen onvermijdelijk de vraag op hoe deze middelen aangewend moeten worden, zegt Christopher Lean, een wetenschapsfilosoof van de Australian National University die geen deel uitmaakte van het onderzoeksteam. Volgens hem is het artikel “fundamenteel” voor de wetenschap van het natuurbehoud, omdat het benadrukt hoe belangrijk het behoud van evolutionaire diversiteit is.

“We zien momenteel in een verwoestend tempo afstammingslijnen verdwijnen die een unieke evolutionaire geschiedenis hebben,” zegt hij. “Wanneer we afzonderlijke soorten kwijtraken, raken we ook evolutionair erfgoed en de unieke mogelijkheden binnen dat erfgoed kwijt.”

Pearse ziet niet hoe deze bevindingen de praktijk van het natuurbehoud zouden kunnen beïnvloeden, maar vindt wel dat het onderzoek de urgentie en omvang van die taak onderstreept. “Het meest trieste is voor mij de grote hoeveelheid geschiedenis die we kwijtraken,” zegt hij. “Wanneer we een soort uitroeien, ontnemen we onze kinderen miljoenen jaren van unieke, ononderbroken geschiedenis.”

Volgens hem zijn we veel zorgvuldiger als het gaat om het behoud van historisch erfgoed van de mensheid. “Stonehenge is ongeveer vijfduizend jaar oud en zoiets zouden we nooit vernietigen, maar vijfduizend jaar is helemaal niets vergeleken met zelfs de kortste twijgen aan de stamboom van zoogdieren, die we zomaar laten afbreken.”

Bekijk de fotoserie: Deze diersoorten bestaan binnenkort misschien niet meer

Lees ook: Zo doen we iets aan dalende biodiversiteit

Lees ook: 12 diersoorten op de rand van uitsterven

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer