Wat gaat er in dieren om? Net als wij voelen ze verdriet en willen plezier maken.

Ratten laten sympathie blijken, orka’s rouwen om hun doden en apen protesteren tegen onrecht. Wetenschappers ontdekken dat ook andere soorten over een complex gevoelsleven beschikken.

Door Yudhijit Bhattacharjee
Gepubliceerd 22 sep. 2022 15:15 CEST
Cat green eyes

Dit is Ed, een Canadese sfinx. Hij is nieuwsgierig, extrovert, aanhankelijk en zeer gevoelig voor menselijke emoties. Ook vindt hij het fijn om te praten. Als je zijn naam zegt, begint hij te snorren. Op deze foto maken zijn naar voren gerichte oren duidelijk dat hij alert is, en zijn verkleinde pupillen dat hij ontspannen is.

Foto door VINCENT LAGRANGE

Al acht jaar woon ik samen met mijn hond Charlie, een bloedhond die pijnlijk tekortschiet in het volgen van reuksporen. Telkens wanneer ik thuiskom, begroet hij me uitzinnig van vreugde, zelfs als ik even naar de supermarkt ben geweest. Als ik lach, hoor ik in de andere kamer zijn kwispelende staart op de vloer roffelen – zelfs als hij me niet kan zien, weerspiegelt hij mijn vrolijkheid.

Maar ondanks deze band zit ik vaak naast hem op de bank, knuffel hem eens goed en vraag mijn vrouw dan: ‘Denk je dat-ie van me houdt?’ ‘O ja, zeker!’ antwoordt ze dan met een lichte zweem van wanhoop in haar stem, wat heel lief van haar is omdat ik die vraag zo vaak stel.

De routine is bij ons thuis bijna een ritueel geworden. Ik vraag me af wat Charlie van dit alles vindt. En als ik hem op de veranda in de zon zie liggen, komt een nog diepere vraag in me op: in hoeverre denken dieren zoals wij? Hebben ze dezelfde soort gedachten en herinneringen als mensen?

Wij mensen beschouwen onszelf als uitzonderlijke wezens, die fundamenteel verschillen van andere dieren. Maar in de laatste vijftig jaar hebben wetenschappers steeds meer bewijzen vergaard die op de intelligentie van talloze niet-menselijke diersoorten wijzen. Zo breken wipsnavelkraaien kleine takjes af om er insectenlarven mee uit boomstammen te vissen. Octopussen lossen puzzels op en schermen de ingang van hun leger af door er stenen voor te leggen. Er bestaat dus geen twijfel meer over de indrukwekkende cognitieve vermogens van veel diersoorten. Maar gaat het daarbij om méér dan instinctieve processen die louter berusten op de drang tot overleving en voortplanting?

Om de octopus Heidi goed te kunnen observeren, nam zeebioloog David Scheel haar mee naar huis, waar Scheel met zijn vrouw en dochter woont. Wanneer Scheel van zijn ochtendthee nipte, strekte Heidi zich als in een yoga-oefening uit in haar aquarium. Als het gezin tv keek, keek Heidi mee. En wanneer ze thuiskwamen, zwom ze opgewonden heen en weer. ‘Ze was blij om ons te zien,’ zegt Scheel. ‘Of leek dat althans te zijn.’

Foto door QUINTON SMITH, PASSION PLANET

Uit steeds meer wetenschappelijk onderzoek naar diergedrag – en ook uit een groeiend aantal niet-wetenschappelijke waarnemingen in het wild – blijkt inmiddels dat veel soorten meer met mensen gemeen hebben dat tot nu toe werd aangenomen. Neem de orka die haar dode kalf wekenlang voor zich uit bleef duwen of olifanten die uitgebreid om hun doden rouwen. Dolfijnen spelen puur voor hun plezier. Zeekatten verraden verschillende persoonlijkheden. Raven lijken te reageren op de emotionele staat van soortgenoten. Veel primaten bouwen innige vriendschappen op. En bij soorten als orka’s en olifanten delen de oudere dieren hun levenservaring met jongere generaties. Veel andere diersoorten, waaronder ratten, zijn in staat om sympathie en vriendelijkheid jegens soortgenoten te tonen. (Ontdek meer over de verborgen wereld van walvisculturen.)

Het idee dat dieren beschikken over een ontwikkeld zelfbewustzijn en dat soms zeer verrassende soorten een complex gevoelsleven hebben, is in zekere zin een Copernicaanse revolutie in ons perspectief op de andere wezens die op aarde leven. Tot zo’n dertig jaar geleden werd het gevoelsleven van dieren niet gezien als een onderwerp dat het waard was om wetenschappelijk onderzocht te worden. ‘En emoties bij dieren – nou ja, dat was iets voor romantici,’ herinnert Frans de Waal zich, een etholoog van de Emory University die zijn carrière heeft gewijd aan het onderzoek naar primatengedrag. De Waal was een van de eersten die erop wezen dat dieren een vorm van zelfbewustzijn bezitten. Volgens hem begonnen natuurwetenschappers een paar decennia geleden te erkennen dat bepaalde soorten van zichzelf bewust waren, maar ze zeiden er meteen bij dat dat bewustzijn niet was te vergelijken met dat van de mens en dus niet veel om het lijf had.

Een Japanse makaak staart naar zijn reflectie in de achteruitkijkspiegel van een brommer. Net als mensapen lijken ook kleinere apensoorten zichzelf in een spiegel te kunnen herkennen. Wetenschappers gebruiken de zogenaamde ‘spiegeltest’ om vast te stellen of dieren over een vorm van zelfbewustzijn beschikken. Bij mensen ontwikkelt deze eigenschap zich pa na anderhalf jaar of zelfs later. 

Foto door Jasper Doest

Inmiddels zijn sommige gedragswetenschappers ervan overtuigd dat de ‘geestelijke processen van dieren evenzo complex zijn als die van mensen,’ zegt De Waal. ‘Het verschil is dat wij ze in taal kunnen uitdrukken, dat we over onze gevoelens kunnen praten.’ Als dit nieuwe inzicht algemeen aanvaard zou worden, zou dat kunnen leiden tot een fundamentele herwaardering van de wijze waarop wij als mensen met andere soorten omgaan. ‘Als je gevoelens bij dieren erkent, met inbegrip van een gevoel van zelfbewustzijn bij insecten, worden ze moreel relevant,’ aldus De Waal. ‘Ze zijn niet hetzelfde als stenen. Het zijn zelfbewuste wezens.’

Maar de wetenschappelijke zoektocht naar een beter inzicht in het gevoelsleven van dieren is nog maar pas begonnen en het is ook een omstreden vakgebied. Volgens sommige wetenschappers is het vrijwel onmogelijk om te weten wat er in dieren omgaat. ‘Als je een bepaald dier subjectieve gevoelens toeschrijft, op basis van het gedrag van dat dier, dan is dat geen wetenschap. Het is gewoon giswerk,’ zegt David J. Anderson, een neurobioloog van het California Institute of Technology die onderzoek doet naar emotionele gedragingen bij muizen, fruitvliegjes en kwallen. Onderzoekers die gevoelens als verdriet en empathie bij dieren bestuderen, moeten zich verweren tegen het verwijt dat ze hun onderzoekobjecten mogelijk ‘antropomorfiseren’, oftewel dat ze typisch menselijke trekjes op deze dieren projecteren. 

Om dichterbij de waarheid te komen, zouden de conclusies die uit diergedrag worden getrokken aan grondige tests moeten worden onderworpen, zegt David Scheel, een zeebioloog van de Alaska Pacific University die octopussen bestudeert. ‘Als je naar de vele aanwijzingen kijkt die in de loop der eeuwen zijn verzameld, is het idee dat honden zich aan specifieke personen kunnen hechten heel erg duidelijk. Maar dan gaat het om huisdieren. Kan een vos hetzelfde doen? Heeft een wolf dezelfde emotionele bandbreedte? Voelt een orka zich op dat niveau met de leden van zijn troep verbonden? Kan een dolfijn bevriend raken met een groep vissen of met een menselijke duiker? Bij dit soort vragen worden we voortdurend verward door onze eigen intuïtie. Sommigen hebben het gevoel dat het allemaal onzin is, dat het in elk geval niet om vriendschap gaat. Anderen denken dat het belachelijk is het gevoelsleven van dieren te ontkennen.’

In het schijnsel van een lichtring fotograferen ethologen van Scotland’s Rural College (SRUC) een zeug. De foto’s worden met behulp van een algoritme door experts van de University of the West of England geanalyseerd op subtiele gezichtsuitdrukkingen. ‘We zijn nu in het stadium waarin we de emotionele toestand van een varken aan zijn gezicht kunnen aflezen, wat een vrij opmerkelijke prestatie is,’ zegt Emma Baxter, onderzoekster van het SRUC.

Als antropomorfisering tegen de natuurwetenschappelijke methode indruist, dan ben ik daar zeker schuldig aan. Ik vind het heerlijk om video’s te bekijken waarop is te zien hoe dieren allerlei gedragingen vertonen die wijzen op een breed scala van emoties waarmee wij ons kunnen identificeren. Een waterbuffel in een dierentuin die veel moeite doet om een schildpad om te draaien die hulpeloos op zijn rugschild ligt en vervolgens het gejuich van de bezoekers met een zekere flair in ontvangst neemt. Een panda die een besneeuwde helling af skiet en daarna rustig naar boven sjokt om het nóg eens te doen. Een aap aan de oever van een kanaal die een banaan schilt en met een gaap van ontsteltenis ziet hoe de lekkernij in het water plonst. Met een stompzinnige grijns op m’n gezicht laat ik zulke video’s voortdurend aan mijn vrouw zien. Het idee dat het leven om ons heen weleens zou kunnen zinderen van de gevoelens, maakt me gelukkig.

Dit soort overpeinzingen zijn uiteraard allesbehalve wetenschappelijk, maar wat wetenschappers wél erkennen is dat het niet alleen de mens is die gedurende zijn evolutie een gevoelsleven heeft ontwikkeld. Op een basaal niveau zijn emoties innerlijke gemoedstoestanden die een dier ertoe brengen om zich op een bepaalde manier te gedragen. We zien honger of dorst misschien niet als gevoelens, maar ze lijken op emoties in de zin dat ze innerlijke drijfveren voor bepaalde gedragingen zijn. Scheel omschrijft ze als primaire emoties. ‘Als je moet plassen, sta je op een luie zaterdagochtend op en loop je naar de wc, want je hebt geen keus. Het is een dwingende noodzaak,’ zegt hij.

Een schaap denkt na welke van de twee nummers hij heeft leren herkennen en nu moet uitkiezen. Schapen zijn goed in deze test. Ze herinneren zich ook gezichten, een voortgeschreden sociale vaardigheid. Volgens onderzoekster Jenny Morton van de University of Cambridge zijn schapen weliswaar echte kuddedieren, maar zijn ze ook in hun eentje gemakkelijk in de omgang. ‘Ze vertrouwen hun verzorgers,’ zegt zij. ‘En vertrouwen vereist emotionele intelligentie.’

Dwingende maar onzichtbare primaire emoties, zoals angst, leiden tot bepaalde handelingen. En hoewel andere gevoelens, waaronder liefde en verdriet, wat diepgaander lijken te zijn, verschillen ze in wezen niet veel van primaire emoties. ‘Al ons wetenschappelijke en filosofische werk wijst momenteel op het idee dat elke emotie die je zoal kunt bedenken, hoe hooggestemd en nobel ook, berust op deze primaire emoties.’ Als dat inderdaad het geval is, is het niet moeilijk om te erkennen dat de meest uiteenlopende diersoorten – van vliegen tot chimpansees – emoties hebben, zij het dat ze bij sommige soorten primair van aard zijn en bij andere een meer voortgeschreden vorm aannemen. 

De raven bekeken me achterdochtig en huppelden weg als ik het gaas van hun kooi te dicht naderde. Het gefilterde zonlicht dat in hun verblijf viel, weerkaatste van hun zijdezachte maar inktzwarte veren en accentueerde hun prachtige glans. Ik was helemaal vanuit de VS naar Wenen gevlogen om deze raven te bezoeken, omdat Thomas Bugnyar, gedragswetenschapper en cognitief bioloog aan de Universität Wien, een opmerkelijke ontdekking met betrekking tot hun gedrag had gedaan. Na ongeveer tien minuten leken de vogels zich te ontspannen. Eéntje schuifelde langzaam naderbij om me eens goed te bekijken, waarbij hij z’n kop scheef hield en me afwisselend met zijn linker- en rechteroog opnam.

Knopfi, een Australische herdershond die aan de Universität Wien wordt onderzocht, leerde om roerloos stil te liggen in een MRI-scanner. Door het brein van de hond te observeren hebben wetenschappers hersenactiviteit in gedeelten van het hondenbrein ontdekt die sterk doen denken aan die van mensen. Zo zorgden prijzende woorden voor meer activiteit in de ‘beloningscentra’ van het brein, terwijl video’s van verzorgers regio’s stimuleerden die verantwoordelijk zijn voor gehechtheid.

Foto door Jasper Doest

Kraaien (Corvidae), de vogelfamilie waartoe raven behoren, staan bekend om hun hoge intelligentie. Wetenschappers hebben aangetoond dat ze werktuigen gebruiken, problemen kunnen oplossen en vooruit kunnen plannen. Tijdens mijn bezoek zag ik hoe een kraai een lekkernij probeerde te verstoppen. Eerst bedekte hij het hapje met een steen en liep weg. Een paar minuten later kwam hij ogenschijnlijk ontevreden terug, pakte het hapje met z’n snavel op, huppelde naar een andere plek en begroef het in de grond.

Raven beschikken over indrukwekkende cognitieve vaardigheden, maar ze kunnen ook gedrag vertonen dat nog op een ander facet van hun intelligentie wijst: empathie. Toen Bugnyar jaren geleden voor zijn promotieonderzoek het gedrag van raven bestudeerde, merkte hij iets bijzonders op nadat twee vogels met elkaar hadden geruzied: de raaf die het onderspit had gedolven, leek door een derde kraai te worden getroost. Toen ik Bugnyar op zijn werk bezocht, beschreef hij mij – onder de starende blik van een opgezette raaf die op een tak prijkt, een huwelijkscadeau – een typisch voorbeeld van dit gedrag.

‘Twee raven hebben ruzie met elkaar. Het slachtoffer wordt een paar minuten lang achtervolgd en trekt zich uiteindelijk in een hoekje terug, waar hij nog wat natrilt,’ vertelde hij me. ‘Alle andere raven zijn zeer opgefokt en fladderen met luid gekras rond. Dan vliegt een van de raven over het slachtoffer heen, dus niet recht op hem af maar langs hem heen. Hij laat een vriendschappelijk gekras horen en huppelt steeds verder naar het slachtoffer toe totdat hij vlakbij hem staat. Als het slachtoffer wegloopt, geeft de troostende vogel niet op. Na een paar minuten zie je dat hij het verenkleed van het slachtoffer verzorgt.’

 

Changa, een chimpansee in de Zoo Leipzig die door onderzoekers van het Max-Planck-Institut für evolutionäre Anthropologie wordt bestudeerd, inspecteert een warmtecamera. Als mensen gestresst zijn, wordt hun neus kouder. Wetenschappers observeerden dat chimpansees eveneens een koudere neus kregen als ze luisterden naar opnamen of keken naar video’s van vechtende soortgenoten. Ze reageerden hetzelfde als ze een mens zagen die gewond leek te zijn, wat erop duidt dat ze empathie kunnen voelen. 

Bugnyar legde 152 van dit soort voorvallen vast. Hij en zijn collega Orlaith Fraser ontdekten dat de troostende raven het slachtoffer doorgaans goed kenden. Eerder al hadden onderzoekers troostend gedrag bij chimpansees en bonobo’s vastgesteld, maar Bugnyars onderzoek was een van de eerste waarin het gedrag bij vogels werd geconstateerd.

Wetenschappers hebben het fenomeen gedetailleerder kunnen onderzoeken door te experimenteren met ratten. Een van die experimenten werd ontwikkeld door Inbal Ben-Ami Bartal, neurowetenschapper aan de Universiteit van Tel Aviv. Daarbij werd een rat in een transparante plastic buis met gaten gezet. In de wand van buis zat een luikje dat alleen van buitenaf kon worden geopend. De onderzoekers plaatsten de buis in een kooi met een andere rat, die vrij kon rondlopen. De rat in de buis begon te wriemelen om zichzelf uit zijn benarde positie te bevrijden. De paniek van het diertje was zichtbaar voor de andere rat, die om de buis heen begon te lopen, erin beet en het ding probeerde te ondergraven. Na een paar sessies kreeg de vrije rat door hoe hij het luikje moest openen. Als hij die truc eenmaal had geleerd, werd de opgesloten rat meteen door de vrije rat uit de plastic buis bevrijd.

Maar dit behulpzame gedrag hing wél af van de vraag of de vrije rat een zekere verwantschap met de opgesloten rat voelde. Een vrije rat die binnen een groep ratten van hetzelfde genetisch type was grootgebracht, bevrijdde de opgesloten rat, ook al was het een vreemde. Maar als de opgesloten rat tot een ander genetisch type behoorde, was de vrije rat niet onder de indruk van het geworstel van de opgesloten rat en deed verder niets. Als een rat van het ene genetische type werd grootgebracht met ratten van een ander type, bevrijdde hij alleen ratten van dat andere type, waaronder vreemdelingen, terwijl hij niet reageerde op de paniek van ratten van zijn eigen genetische type. ‘Dus gaat het niet alleen maar om biologische verwantschap,’ zegt Ben-Ami Bartal. ‘Het gaat om de liefde die je voelt voor degenen met wie je samenleeft. Het gaat erom dat je een familie hebt en weet wie jouw familie is.’

Raven beschikken over opmerkelijke cognitieve vaardigheden. Dankzij hun scherpe geheugen herinneren ze zich of een bepaald persoon vriendelijk of wreed is. Ze vertonen een complex scala van emotionele vaardigheden, zoals het troosten van soortgenoten die het onderspit hebben gedolven in een ruzie, en ze zijn zeer goed aangepast aan hun rol in sociale netwerken. Raven lijken ook in staat te zijn om in te schatten wat andere vogels weten, een zeer voortgeschreden vorm van cognitie.

Foto door TIM FLACH

Emotionele intelligentie – waaronder het vermogen om te reageren op het lijden van een medewezen – staat of valt met de capaciteit om emoties bij anderen te herkennen. Op een winderige ochtend stond ik op het Engelse platteland aan de rand van een modderig veld, waar psychologe Leanne Proops me liet zien hoe ze onderzoekt of ook paarden over deze capaciteit beschikken.

Het is duidelijk dat Proops, onderzoekster aan de University of Portsmouth, dol is op haar studieobjecten. Gedurende mijn hele bezoek reageerde ze met een brede glimlach als ik een paard zag en dan tegen haar zei dat het mij een lief dier leek. Telkens als ik dat zei, smolten haar ogen en antwoordde ze: ‘Zeker, ongelooflijk lief!’

We plaatsten twee planken schuin tegen een hek. Op elke plank was een levensgrote afbeelding van een paardenhoofd te zien, dat van voren was gefotografeerd. Op een van de foto’s stonden de oren van het paard rechtop, namen de neus en de mond van het dier een relaxte houding aan en straalden de ogen kalmte uit. Op de andere afbeelding keek het paard dreigend, met platgelegde oren, een strak gespannen kaak en wijd open neusgaten.

Eksters – die evenals raven deel uitmaken van de kraaienfamilie – behoren tot de weinige niet-zoogdieren die voor de ‘spiegeltest’ slagen. Als ze in een spiegel een markering op hun eigen verenkleed zien, proberen ze die te verwijderen, wat erop duidt dat ze zichzelf in hun spiegelbeeld herkennen. Vogel hebben kleine hersenen en geen hersenschors, maar dat wordt gecompenseerd door hun grotere dichtheid aan zenuwcellen.

Foto door TIM FLACH

Een studente van Proops leidde een roodbruin paard aan een teugel uit een stal: ons eerste onderzoeksobject. Ze liep er een paar minuten mee rond, waarna ze het paard naar de beide afbeeldingen voerde en de teugel afdeed. We wilden observeren hoe het paard op de beide foto’s zou reageren. Zou het dier meer interesse tonen in het blije paardengezicht of in het boze?

Proops hield haar adem in. Het paard staarde een tijdje naar de beide afbeeldingen en galoppeerde vervolgens met zwiepende staart naar een hoek van het veld en keek uit over de grazige weide in de verte. Proops had me er al voor gewaarschuwd dat zoiets zou kunnen gebeuren. Deze grillige onderzoeksobjecten kunnen onderzoekers verwarren.

De studente leidde vervolgens een gevlekt grijswit paard met zachte, glanzende manen uit de stal. Dit paard was wat volgzamer. Het bleef een paar minuten naar de foto’s kijken, benaderde toen het blije paardengezicht en raakte de afbeelding met zijn neus aan.

Terwijl ik hun werk die dag volgde, onderwierpen Proops en haar collega’s in totaal 48 paarden aan de test. Sommige van de dieren hadden de keuze tussen foto’s van een blij en een boos paard, andere kregen een blij en een neutraal paardengezicht voorgeschoteld en weer andere konden kiezen tussen een neutraal en een boos gezicht. Paarden die werden geconfronteerd met een blij en een neutraal gezicht, lieten geen voorkeur blijken. Maar bijna altijd meden ze het boze paardengezicht als ze daarmee werden geconfronteerd, wat de onderzoekers ervan overtuigde dat de paarden gelaatsuitdrukkingen herkenden van soortgenoten die ze nooit eerder hadden ontmoet.

‘Ratten vertonen de fundamentele aspecten van empathie,’ zegt Inbal Ben-Ami Bartal, neurowetenschapper aan de Universiteit van Tel Aviv. In haar onderzoek zocht ze uit of de knaagdiertjes een andere rat uit een plastic buis zouden bevrijden en ontdekte ze dat alleen ratten uit de eigen sociale groep werden geholpen. Jonge ratten maakten geen onderscheid tussen leden van de eigen groep en vreemden.

Foto door Paolo Verzone

Tijdens een ander experiment van Proops kregen paarden een foto van hetzij een glimlachend hetzij een boos menselijk gezicht te zien. De foto werd ’s ochtends getoond, waarna de paarden ’s middags werden geconfronteerd met de persoon op de foto of met een heel ander iemand. De persoon nam met een neutrale gezichtsuitdrukking plaats op een stoel en liet zich bekijken door een paard. Als dat paard die ochtend de foto met het boze mensengezicht had gezien, vertoonde het bij het zien van dezelfde persoon tekenen van stress: het dier bekeek de persoon meer met zijn linker- dan met zijn rechteroog, een gedrag dat paarden vertonen als ze een mogelijke dreiging waarnemen. Ook legde het paard zijn oren plat en spande zijn neus en mond aan. Maar als het paard eerder een foto van een glimlachend mens had gezien of als de persoon in de middag heel iemand anders was dan degene op de foto, dan reageerde het doorgaans positief of neutraal. De bevindingen van deze test, die eveneens bij 48 paarden werd uitgevoerd, wijzen erop dat paarden waarschijnlijk over het subtiele vermogen beschikken om de emotionele staat van soortgenoten en ook van mensen te ‘lezen’. Uit hun gedrag blijkt dat ze wat betreft herkenning en herinnering over voortgeschreden vaardigheden beschikken. ‘Ze moesten de overstap maken van een foto naar een reële persoon. Ze moesten zich een specifiek gezicht en natuurlijk ook de specifieke emotie op dat gezicht herinneren,’ vat Proops de resultaten samen. Ik antwoordde: ‘Dat is verbluffend.’ ‘Zeker, zeker,’ zei Proops stralend. ‘Dat is zeker zo.’ 

Af en toe kreunt en schokt Charlie in zijn slaap. Ik stel me voor dat hij dan een nachtmerrie heeft en bang is, bijvoorbeeld voor een truck die op hem af raast. (In de buurt van grote, lawaaierige voertuigen wordt Charlie namelijk nerveus.) Maar terwijl ik mijn slapende hond aai en geruststel, blijf ik me afvragen waarover hij heeft gedroomd. Ik ben niet de enige die graag zou willen weten wat er in de kop van een dier omgaat.

Toen Christina Hunger vier jaar geleden een puppy mee naar huis bracht, zat ze met dezelfde vraag. Hunger werkt in Chicago als spraak- en taalpathologe ten behoeve van kinderen met een taalachterstand, waarbij ze een bijzonder communicatiemiddel gebruikt: een groot bord met knoppen waarmee van tevoren ingestelde woorden getoond kunnen worden. Ze vroeg zich af of ze haar jonge hondje Stella – een kruising tussen een Australische veedrijvershond en een Catahoula-luipaardhond – zou kunnen leren om met het drukken op deze knoppen woorden als ‘water’, ‘spelen’ en ‘buiten’ te produceren. Stella leerde snel, en na ongeveer een maand kon ze met behulp van de knoppen allerlei verlangens verwoorden. Toen Hunger op een dag bezig was met het begieten van de planten, rende Stella naar de andere kamer, drukte daar op de knop voor ‘water’ en kwam weer terug om Hunger tijdens haar bezigheid te observeren.

In een aquarium in Hamada, Japan, blaast een witte dolfijn of beluga een ring van luchtbelletjes uit. Bekend is dat beluga’s speels zijn, en wetenschappers hebben waargenomen dat de dieren met hun bek en blaasgat verschillende soorten ringen van luchtbelletjes uitbliezen, waarbij ze feitelijk hun eigen vluchtige speelgoed creëerden. Als één dolfijn met zo’n spelletje begon, gingen soortgenoten vaak ook ringen uitblazen. Gedurende de evolutie heeft het spelen bij dieren zich mogelijk ontwikkeld als een manier om sociale banden te versterken en vaardigheden te trainen, maar experts denken dat dieren ook gewoon plezier willen maken.

Foto door Hiroya Minakuchi, Minden Pictures

‘Haar waterbak zat vol water. Ze hoefde niet te drinken. Wat ze deed, was het woord “water” op een nieuwe manier gebruiken,’ vertelt Hunger. Stella leek gewoon aan te geven wat ze had gezien.

Gefascineerd door de mogelijkheid meer inzicht te krijgen in het gevoelsleven van haar hond, leerde ze Stella enkele tientallen nieuwe woorden en uitdrukkingen, waaronder ‘hulp’, ‘tot later’, ‘nee’ en ‘hou van je’. Op een avond had Stella iets bijzonders te vertellen. ‘Ze liep naar de “eet”-knop en zei: “Eten”. Daarna liep ze dwars door ons appartement naar de “nee”-knop en zei: “Nee,”’ herinnert Hunger zich. ‘Dus ze combineerde de twee woorden om aan te geven dat ze nog niets had gegeten.’

Hunger zette de 48 knoppen vervolgens op één plek bij elkaar om het voor Stella gemakkelijk te maken meerdere woorden te gebruiken, waarna de communicatie van de hond explosief toenam. ‘Ze begon elke dag, en meerdere keren per dag, woorden in allerlei combinaties te gebruiken. Daarbij creëerde ze boodschappen die ik haar nooit had geleerd en die geheel en al aansloten op wat er op dat moment in de omgeving gebeurde,’ zegt Hunger. Hunger legde haar ervaringen met Stella vast in haar bestseller How Stella Learned to Talk.

Een geredde orang-oetan genaamd Anih strekt zijn hand uit naar Syahrul, een medewerker van de Borneo Orangutan Survival Foundation die Anih al jarenlang verzorgt. Volgens de fotograaf keek Anih toe hoe Syahrul grote moeite had om overeind te blijven in een modderige geul en reikte hem uiteindelijk de hand. De foto maakte furore op internet, maar medewerkers van de stichting waarschuwen voor antropomorfisering, waarbij typisch menselijk gedrag op dieren wordt geprojecteerd. Ze vermoeden dat Anih om voedsel vroeg.

Vorig voorjaar was Hunger op een dag aan het bellen toen Stella probeerde haar aandacht te trekken. De hond drukte de knoppen voor ‘kijken’, ‘kom’ en ‘spelen’ in. Maar Hunger was druk aan het telefoneren, dus probeerde Stella verschillende versies van dezelfde boodschap uit, waaronder de combinatie ‘willen. spelen. buiten’. Uiteindelijk drukte ze teleurgesteld de knoppen voor ‘hou van je’ en ‘nee’ in. Hunger was verbijsterd. ‘Ik had nooit verwacht dat ze de knop voor “hou van je” zou gebruiken om mij “hou van je – nee” te zeggen omdat ze boos op me was,’ vertelt ze. ‘Het is verbluffend om te zien hoeveel gedachten er in haar kopje omgaan.’

Stella is niet de enige hond die ons op deze manier een inkijkje in haar gevoelsleven gunt. In de afgelopen jaren hebben ook andere hondenbezitters communicatiemiddelen voor hun huisdieren gebruikt. De trend was voor Federico Rossano, expert in cognitie aan het Comparative Cognition Lab van de University of California in San Diego, aanleiding om een onderzoek op te zetten naar de ervaringen van ruim drieduizend honden- en kattenbezitters, die allemaal verslag deden van de wijze waarop hun huisdieren woordknoppen gebruikten om te communiceren.

Onderzoekers hebben talloze bewijzen verzameld die erop wijzen dat olifanten net als dolfijnen en walvissen om hun doden rouwen. Ze hebben waargenomen dat deze dieren na de dood van een verwante nog lang bij het kadaver blijven rondhangen in plaats van verder te trekken en weer te gaan foerageren. Ook zagen ze dat olifanten, zoals dit exemplaar in Botswana, de botten van overleden verwanten zachtjes met hun slurf beroeren. ‘Het was fascinerend en hartverscheurend om te zien hoezeer het op een rouwproces leek,’ zegt Beverly Joubert, fotografe en National Geographic-onderzoekster.

Foto door Beverly Joubert

Rossano heeft talloze berichten binnengekregen over honden die naar een gezinslid informeerden omdat die persoon een tijdje afwezig was geweest. Ook laten de dieren weten dat ze met specifieke kameraadjes wilden spelen door de woorden ‘park’ en de naam van de andere hond in te drukken. ‘Het is fascinerend hoe vaak we zien dat in gezinnen met twee huisdieren het ene dier hulp vraagt voor het andere dier,’ zegt hij. In een video die hij me liet zien, zag ik hoe de terriër Bastian zijn huisgenoot bekijkt, een oude kat met de naam Hallie die erbij gaat zitten omdat ze moeite heeft met lopen. Bastian loopt vervolgens naar de knoppen en drukt de woorden ‘bezorgd’ en ‘lopen’ in.

Ik heb mijn Charlie niet voor dit onderzoek opgegeven, maar ik kan me voorstellen dat hij mij graag zou willen vertellen wat hij vindt van het feit dat ik hem vaak plaag met zijn tekortkomende vaardigheden als spoorzoeker: ‘Grappig. Nee.’

In de jaren tachtig was Diana Reiss, die begint te stralen als ze het over haar favoriete onderzoeksobjecten – zeedieren – heeft, in een groot aquarium bezig met het filmen van tuimelaars toen ze iets opmerkelijks ontdekte. Ze zag hoe een van de tuimelaars naar de bodem zwom en een ring van luchtbelletjes uit zijn blaasgat uitademde. Terwijl het zilveren ringetje naar de oppervlakte opsteeg, blies de tuimelaar een ander, wat kleiner ringetje uit, dat sneller opsteeg dan de eerste ring. Al snel kwamen de beide ringen samen en vormden één grotere ring van lucht, waarna de tuimelaar er als door een hoepel doorheen zwom. Reiss, die nu als psychologe is verbonden aan het Hunter College in New York, kon niet geloven wat ze zojuist had gezien. ‘Het was de eerste keer dat je kon waarnemen hoe een dier zijn eigen speelgoed maakte,’ zegt zij.

Voor de kust van de Canarische Eilanden trekt een Indische griend een dood kalf met zich mee, gedrag dat ook bij orka’s is waargenomen. Wetenschappers denken dat de walvissen op deze wijze rouwen. Asha de Vos, een zeebiologe uit Sri Lanka en National Geographic-onderzoekster, wijst erop dat grienden in familieclans leven. ‘Rouw is een weerspiegeling van de sterke sociale banden die deze dieren gedurende hun leven opbouwen,’ zegt zij.

Foto door Jordi Chias, Nature Picture Library

Wat Reiss had waargenomen, was geen toevalstreffer. Sindsdien hebben zij en anderen dolfijnen in aquaria vaak luchtringetjes zien blazen en er op talloze manieren mee zien spelen. In het wild spelen dolfijnen tikkertje met elkaar. De dolfijn is slechts één van vele soorten (naast honden en katten natuurlijk) die met elkaar spelen. Men heeft bavianen geobserveerd die koeien plagen door ze aan hun staart te trekken. Tijdens zijn observaties van olifanten in Afrika zag Richard Byrne, die onderzoek doet naar de evolutie van cognitie, vaak hoe jonge olifantjes achter dieren aanzaten die geen enkele bedreiging vormden, zoals wildebeesten en reigers. Volgens Gordon M. Burghardt, etholoog aan de University of Tennessee in Knoxville, hebben wetenschappers ook aanwijzingen vergaard voor speels gedrag bij vissen en reptielen. Hijzelf heeft waargenomen hoe kikkervisjes van de Vietnamese schuimnestboomkikker steeds opnieuw meeliftten op belletjes die uit de bodem van een watertank opstegen.

Bij het spelen verbruiken dieren energie en lopen ze zelfs het risico op verwondingen, maar toch dient dit gedrag niet altijd een direct doel. Dus waarom spelen dieren? Onderzoekers denken dat ze in de loop van hun evolutie speels gedrag hebben ontwikkeld omdat het de onderlinge band tussen leden van sociale groepen versterkt. Het helpt dieren ook om bepaalde vaardigheden te trainen, zoals rennen en springen, waardoor hun overlevingskansen toenemen. Dat is een verklaring voor het ontstaan van het spelen, maar door welke impulsen worden dieren aangezet tot spel? Volgens Vincent Janik, bioloog aan de University of St. Andrews in Schotland, is het ‘nastreven van plezier’ een plausibel antwoord op die vraag. ‘Waarom doet een dier iets? Nou, omdat het dat wil,’ zegt hij. Hoewel het spelen op het moment zelf geen direct doel dient, lijkt het erop dat dieren er plezier in scheppen en dat het hun gevoelsleven verrijkt.

Viktor, een bonobo in de Fort Worth Zoo in Texas, staat bekend om zijn omgang met bezoekers. Frans de Waal, expert in primatengedrag, denkt dat bonobo’s mogelijk over een nog sterker gevoel voor empathie beschikken dan mensen. Volgens hem zijn bij bonobo’s de hersenregio’s die reageren op het lijden van andere dieren groter dan bij mensen en zijn ook de reactiepaden waarmee de apen hun agressie controleren, sterker ontwikkeld.

Foto door Vincent J. Musi

Hoe rijk is het gevoelsleven van dieren die net als de mens in sociale groepen leven? Antropologe Sarah Brosnan van de Georgia State University in Atlanta voert experimenten uit om meer inzicht te krijgen in de gevoelens en gedachten van kapucijnaapjes. Ze leidde me rond in een onderzoekscentrum waar zes groepen kapucijnapen werden gehouden. Elke groep had zijn eigen buitenverblijf, waar de dieren overdag rondhingen, aten, elkaar verzorgden en speelden. Het was halverwege de middag en de verzorgers hadden zojuist het voer voor de apen over het terrein verspreid.

Van al het voedsel dat de kapucijnapen kregen aangeboden, waren de druiven het populairst. Brosnan maakte van dat gegeven gebruik om onderzoek te doen naar de emoties van de apen. Ze zette twee kapucijnaapjes gescheiden van elkaar in een met een hek omheind verblijf en speelde een spelletje dat de apen al snel onder de knie hadden. Daarbij moesten ze een ‘fiche’ – bijvoorbeeld een stukje hout – aan Brosnan overhandigen om een beloning te krijgen. Soms kregen de apen als beloning een stukje komkommer, waar de dieren op reageerden als kinderen die havermout voorgezet krijgen. Op andere momenten kreeg het ene kapucijnaapje een plakje komkommer maar het andere een druif. Bij een derde proefopstelling werd er slechts één aapje gebruikt, die door Brosnan werd beloond met komkommer. Telkens wanneer ze dat deed, liet ze een druif in het andere – lege – verblijf vallen.

Wanneer beide apen een stukje komkommer kregen, aten ze dat zonder morren op. Maar als een van beide een druif kreeg, was de ontvanger van het stukje komkommer zichtbaar verstoord. Hij liet zijn stukje komkommer vallen of smeet het naar Brosnan. De onrechtvaardigheid of ongelijkheid van de beloning was duidelijk niet te verdragen. In de test met slechts één aapje weigerde dat eenzame aapje aanvankelijk een stukje komkommer aan te nemen als hij in het aangrenzende – lege – verblijf steeds meer druiven zag neervallen. Maar na enige tijd begon hij de komkommer toch op te eten. ‘De apen lijken het verschil minder erg te vinden dan de ongelijkheid,’ zegt Brosnan. Uit haar onderzoek blijkt dat de verwachting van rechtvaardigheid – en de verontwaardiging over het uitblijven ervan – emoties zijn die waarschijnlijk niet alleen bij mensen voorkomen.

Sommige primaten lijken voortgeschreden genoeg te zijn om over een gevoel voor humor te beschikken. Onder wetenschappers heerst er consensus over het feit dat chimpansees en andere grotere mensapen kunnen lachen, doorgaans tijdens het spelen. Ook is waargenomen dat ze in andere contexten lachen. De Waal vertelt een verhaal van een collega, die een masker van een pantergezicht had opgezet en daarmee uit het struikgewas tegenover de gracht rond een chimpanseeverblijf was opgedoken. ‘De chimpansees waren heel erg boos en begonnen met van alles naar hem te gooien,’ zegt De Waal. Uiteindelijk zette de onderzoeker – die de chimpansees goed kende – het masker af en toonde zijn ware identiteit. ‘Toen begonnen een paar van de chimpansees – de ouderen – te lachen.’

Een ander voorbeeld kreeg ik van Marina Davila-Ross, psychologe aan de University of Portsmouth. Ze toonde me een video waarop een jonge chimpansee genaamd ‘Pia’ is te zien, die ze had gefilmd in een Duitse dierentuin. Davila-Ross legde vast hoe de chimpansee haar vader aan het haar trok, ogenschijnlijk in een poging om hem tot spelen aan te zetten. Toen de vader niet reageerde, ging Pia in het gras liggen. 

Kort daarna trok er zonder enige aanleiding een brede grijns over haar gezicht, waarna ze een gedrag vertoonde dat alle schijn had van een uitbundig schaterlachen. Ze gooide haar hoofd achterover en kruiste haar armen voor haar ogen, als een klein kind dat naar een heel grappige tekenfilm kijkt. 

Volgens de interpretatie van Davila-Ross, die ze in een recent onderzoeksartikel heeft uiteengezet, is het mogelijk dat Pia zo hartelijk moest lachen omdat ze terugdacht aan dat speelse momentje met haar vader. Die veronderstelling kan natuurlijk niet worden bewezen, maar haar spontane vrolijkheid wijst op een wisselwerking tussen herinnering en emotie die kan wijzen op een complexer geestesleven bij chimpansees dan we ons tot nu hadden voorgesteld. Toen ik de video bekeek, verscheen er ook op mijn gezicht meteen een brede grijns. Ik prentte mezelf in dat ik dit aan mijn vrouw moest laten zien.

Voordat Charlie in zijn leven kwam, genoot National Geographic-redacteur Yudhijit Bhattacharjee van het gezelschap van een schildpad, een stel papegaaien en een dobermann genaamd Lasso.

Dit verhaal verschijnt in de National Geographic van oktober 2022.
Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Dieren
Hoe deze katachtige met zijn goudkleurige ogen een succesverhaal werd voor soortbehoud
Dieren
Sommige honden zijn een genie - net als sommige mensen
Dieren
Zeebioloog zwemt naast Russische ‘spionagewalvis’
Dieren
Japanse makaken: van heilig dier tot bron van vermaak?
Dieren
Honden kunnen omgevingsgeluid negeren, net als mensen op een feestje

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.