In een oceaan vol gevaren, is het handig als je jezelf kunt camoufleren. De everlipvis (Lachnolaimus maximus) is daar heel bedreven in. Deze vis baant zich een weg door de Atlantische Oceaan, van de Amerikaanse staat North-Carolina tot aan Brazilië. Hij kan vrijwel direct van kleur veranderen. Dan weer is hij wit, dan weer gespikkeld of roodbruin. Zo is hij moeilijk te zien tussen het koraal, het zand en de rotsen. Maar hoe werkt dat mechanisme?

De everlipvis kan ‘zien’ met zijn huid

Bioloog Lori Schweikert van de University of North Carolina Wilmington (VS) ving tijdens een van haar visuitjes een everlipvis. Toen ze de dode vis even later in een koelbox wilde leggen, zag ze dat de schubben van de vis dezelfde kleur hadden aangenomen als het dek van de boot. Blijkbaar hoeft de vis niet te leven om zichzelf aan te passen. Hoe kan dat? Dat wilde Schweikert ook weten.

Je zou denken dat de vis met zijn ogen de omgeving scant en op basis daarvan zijn uiterlijk afstemt. Maar als de vis dood is, kan hij ook niet zien. Daarvoor is een brein-oogverbinding nodig. Omdat haar vangst tóch van kleur veranderde, vermoedde Schweikert dat de everlipvis ook met zijn huid de omgeving kan detecteren, zonder daarvoor zijn brein te gebruiken.

Eerder had Schweikert al aangetoond dat de everlipvis over twee genen beschikt om het lichtgevoelige eiwit opsine te activeren. Daarvan bevindt zich er één in de huid en één in zijn ogen. Dat eiwit is noodzakelijk om goed te kunnen zien.

Hoe scant de huid van de everlipvis de omgeving?

In een onderzoek dat in augustus 2023 verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications toont Schweikert aan dat de everlipvis een tot nog toe onbekend celtype heeft, dat ook vol met opsine-eiwitten zit. Deze lichtgevoelige laag bevindt zich onder de zogeheten chromatoforen: pigmentcellen waarmee de everlipvis van kleur kan veranderen. Als het licht op de vis valt, bereikt dat eerst de pigmentcellen en dan de lichtgevoelige laag. Op die manier maakt hij als het ware een foto van zichzelf, van binnenuit. Zie het als een soort interne polaroid.

Schweikert benadrukt dat de huid van de everlipvis niet werkt zoals een oog. Hij kan er niet mee zien. Zijn lichtgevoelige cellen fungeren eerder als een soort sensorische feedback. De vis kan zijn eigen huid van binnenuit bekijken en tegelijkertijd met zijn ogen waarnemingen doen. Zo kan hij direct zien hoe de kleur overal op hun huid verandert.

Op deze manier weet de vis welke kleur hij op dat moment is. Zo’n mechanisme is voor een vis die ter bescherming van kleur verandert heel belangrijk. In de spiegel kijken of zijn nek draaien om te zien hoe hij erbij zwemt, kan hij immers niet.