Het afgelopen weekend organiseerde Vogelbescherming Nederland de jaarlijkse Nationale Tuinvogeltelling. Tijdens deze telling telden duizenden Nederlanders het aantal vogels dat in hun tuin of op het balkon zat. En voor het eerst in 23 jaar prijkt de huismus niet meer bovenaan de lijst: hij is dit jaar door de koolmees van zijn troon gestoten.

Duizenden tellers, bijna twee miljoen vogels

Aan de telling deden dit jaar bijna 140.000 vrijwilligers mee. Zij telden gedurende een halfuur alle vogels die gelijktijdig zichtbaar waren in hun tuin of op hun balkon. Die aanpak zorgt ervoor dat de resultaten onderling goed te vergelijken zijn.

Leestip: Deze uitgestorven dieren leefden ooit in Nederland

De Nationale Tuinvogeltelling wordt sinds 2003 jaarlijks georganiseerd. Het project geeft inzicht in het wintergedrag van vogels en laat zien hoe populaties door de jaren heen veranderen. In totaal werden dit jaar 1.898.147 vogels geteld.

Een historische wissel aan de top

Dat leverde een aantal bijzondere resultaten op. Waar de huismus sinds het begin van de telling steevast op nummer één stond, prijkt dit jaar de koolmees bovenaan de lijst. Met 273.142 waarnemingen is de koolmees aanzienlijk vaker geteld dan de huismus (257.870).

Het is de eerste keer dat deze twee soorten van plek wisselen. Waarom precies dit gebeurt, is nog niet met zekerheid vast te stellen, maar Vogelbescherming Nederland ziet wel een duidelijke trend.

Verstening van tuinen speelt een rol

Volgens Vogelbescherming Nederland hangt de verschuiving mogelijk samen met de verstening van Nederlandse tuinen. Steeds meer groen maakt plaats voor tegels, grind en kunstgras.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Huismussen zijn sterk afhankelijk van dichte begroeiing, rommelige hoekjes en struiken om te schuilen en voedsel te vinden. Koolmezen blijken zich beter aan te passen aan een versteende leefomgeving, mede doordat ze vaker gebruikmaken van nestkasten en uiteenlopende voedselbronnen.

Oude bekenden maken een comeback

Ondanks de verstening laat de telling niet alleen dalingen zien, maar ook herstel. Dat geldt bijvoorbeeld voor de spreeuw. Begin deze eeuw stond de zangvogel nog op de derde plek, maar verdween daarna geleidelijk uit de top tien. Dit jaar komt de spreeuw weer binnen op plaats acht, met 85.457 waarnemingen.

Leestip: Waarom het korhoen uit Nederland dreigt te verdwijnen, ondanks 40 jaar aan reddingspogingen

Ook andere soorten doen het opvallend goed: de merel (plek 4), halsbandparkiet (16) en grote bonte specht (17) zijn dit jaar vaker waargenomen dan vorig jaar. Deze soorten lijken zich relatief goed aan te passen aan een veranderend landschap, waarin steden, tuinen en parken een steeds belangrijkere rol spelen.

De Nationale Tuinvogeltelling laat zien hoe snel de samenstelling van vogelpopulaties kan veranderen. Wie vogels wil helpen, hoeft volgens Vogelbescherming niet ver te zoeken: meer groen, minder tegels, struiken laten staan en water aanbieden maken al een groot verschil.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!