Tot ver in de twintigste eeuw was het korhoen (Tetrao tetrix) geen zeldzaamheid in Nederland. Maar vanaf de jaren zestig raakte zijn leefgebied steeds verder aangetast. In de jaren tachtig was de vogel vrijwel overal verdwenen. Alleen op de Sallandse Heuvelrug hield één kleine populatie stand. Sindsdien proberen beleidsmakers, natuurbeheerders en wetenschappers het korhoen daar te redden. Tot nu toe zonder blijvend succes. Wat gaat er mis? En waarom blijft Nederland zich inzetten voor deze ene, kwetsbare populatie?

Van jachtwild tot zorgenkind

De huidige situatie staat in schril contrast met het verleden. In 1881 werden korhoenders nog verkocht op de Amsterdamse markt. Tot in de jaren vijftig waren de populaties groot genoeg om op te jagen; het laatste schot viel in 1958.

Daarna ging het snel bergafwaarts. Ontginning, bosaanplant, landbouwintensivering en milieuvervuiling maakten grote delen van het oorspronkelijke leefgebied ongeschikt. Alleen op de Sallandse Heuvelrug hield een kleine populatie stand.

Stikstof: al veertig jaar een struikelblok

Ook daar waren de problemen al vroeg zichtbaar. In 1987 meldde het Algemeen Dagblad dat zure regen, zwaveldioxide en stikstofoxiden de heide aantastten. Vooral ammoniakuitstoot van veehouderijen in de omgeving bleek funest. Stikstof maakt de bodem zuurder, met grote gevolgen voor insecten.

Leestip: De bidsprinkhaan vestigt zich in Nederland. Kan het insect kwaad?

Dat raakt het korhoen in het hart van zijn levenscyclus. Kuikens leven uitsluitend van insecten. Als die verdwijnen, is voortplanting onmogelijk. Bioloog Eduard Osieck van de Vogelbescherming waarschuwde al in 1988 in De Telegraaf: ‘Wat het korhoen betreft is de Sallandse Heuvelrug inderdaad Nederlands laatste hoop.’

De eerste reddingsplannen

Begin jaren negentig werd die waarschuwing serieus genomen. De toenmalige staatssecretaris van Natuurbeheer Dzsingisz Gábor stelde 2,5 miljoen gulden beschikbaar om in vijf jaar de heide te herstellen. Daarvoor werden bomen gekapt en broedgebieden tijdelijk afgesloten. Als de maatregelen effect zouden hebben, zou het korhoen ook op andere plekken worden uitgezet.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Maar in april 1994 sloeg het noodlot toe op de Sallandse Heuvelrug: 250 tot 300 hectare aan natuurgebied gaat in vlammen op door een natuurbrand. Dat verkleint het leefgebied van de vogel aanzienlijk.

Te weinig ruimte, te weinig voedsel

Ongeveer een halfjaar later besloot Natuurmonumenten 25 hectare bos te kappen op de Sallandse Heuvelrug, ter ondersteuning van het herstel van de heide. Dat was nodig omdat korhoenkuikens leven van insecten die voorkomen in oude heidevelden van minstens dertig centimeter hoog. Het volwassen korhoen heeft een vegetarisch dieet, maar had in 1994 al steeds meer moeite om voedsel te vinden.

Opzichter Herman Veerbeek van Natuurmonumenten vertelde daarover aan De Telegraaf: ‘Dat [voedsel] haalden ze in de aangrenzende landbouwgebieden. Maar daarmee was het afgelopen toen die steeds intensiever werden bewerkt en er steeds meer kunstmest werd gebruikt.’

Europese beschermingsplicht

In 1998 zette de toenmalige staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Geke Faber een cruciale stap. Ze liet de Sallandse Heuvelrug toewijzen aan een nieuw Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000.

Onderdeel daarvan is het zogeheten Birds Directive. Deze Europese wet stelt dat lidstaten de plicht hebben om het leefgebied van wilde, inheemse vogels te ‘behouden, onderhouden en herstellen’. Het korhoen is een van de drie vogels in het natuurgebied die onder deze wet valt, en waarvoor Nederland zich dus verplicht moet inspannen om hem niet te laten uitsterven.

Leestip: Deze vogel staat bekend als de gevaarlijkste ter wereld – is dat terecht?

Maar uit dit rapport blijkt dat alle reddingspogingen maar weinig effect hadden. In 1997 werden er nog 32 hanen geteld, en in 2002 was dit aantal gedaald naar acht. Van 2006 tot 2009 schommelde het aantal hanen tussen de 12 en 23.

Zweedse korhoenders als laatste reddingsboei

Omdat de populatie korhoenders geen herstel liet zien, werden er in 2013 voor het eerst korhoenders uit Zweden gehaald en uitgezet op de Sallandse Heuvelrug. Jaarlijkse kosten: circa 60.000 euro.

Uit een natuurdoelanalyse van Wageningen University & Research (2023) blijkt dat van de meeste bijplaatsingen de helft binnen zes maanden overlijdt. Het leefgebied is niet groot genoeg, noch van voldoende kwaliteit om de vogel in leven te houden.

Te veel verstoring, te weinig herstel

Dankzij de Zweedse korhoenders is de populatie nog niet uitgestorven, maar erg hoopgevend is de situatie niet. De bodem is nog steeds te zuur vanwege te hoge stikstofdeposities. Dat probleem staat al sinds de jaren tachtig op de kaart, maar er is te weinig gedaan om het op te lossen. Uit de jaarlijkse insectenmonitoring blijkt dat er bijgevolg te weinig insecten zijn om de kuikens in leven te houden.

Dat de vogel op het menu staat van de havik helpt ook niet, en de vele bezoekers op de wandelpaden evenmin. De verstoring door recreanten is groot, aldus de onderzoeken die worden aangehaald in de analyse van Wageningen University & Research. Ook die problemen moeten worden aangepakt als we het korhoen willen redden.

Een definitief afscheid?

Volgens de Wageningse onderzoekers is de populatie korhoenders pas duurzaam als hij uit zo’n vijfhonderd individuen bestaat. Momenteel zijn het er ongeveer 25, ondanks dat er sinds 2013 al 280 korhoenders zijn uitgezet in het gebied.

Eind 2026 wordt besloten of de bijplaatsing uit Zweden wordt voortgezet. Zo niet, dan valt het doek voor de Sallandse korhoenders definitief. Veertig jaar aan reddingspogingen ten spijt.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!