De miljoenen bakstenen van Slot Mariënburg

Europa is bezaaid met middeleeuwse kastelen. Maar geen daarvan is zo groot als de bakstenen burcht in de Poolse stad Malbork: Slot Mariënburg. Digital nomad Kevin van Huët dwaalde door korenvelden en kasteelgangen.

In 1274 werd begonnen met de bouw van Slot Mariënburg, het grootste middeleeuwse kasteel van Europa.

Foto van Kevin van Huët
Gepubliceerd 13 okt. 2021 11:02 CEST

 

Het had niet veel gescheeld of Slot Mariënburg had helemaal niet meer bestaan. Het complex werd in de dertiende eeuw gebouwd als hoofdkwartier van de Duitse Orde, de belangrijkste geestelijke ridderorde in middeleeuws Europa. Eeuwenlang ontvingen ridders er staatshoofden uit heel Europa en wisten ze vijanden op afstand te houden. Slot Mariënburg leek een onneembare vesting.

Tot de Tweede Wereldoorlog. Malbork, zoals de vesting ook wel wordt genoemd, was destijds een belangrijk decor voor NSDAP-manifestaties. Geregeld kwamen de Hitlerjugend en de Bund Deutscher Mädel hier bijeen om de nationaalsocialistische inborst nog eens goed aan te wakkeren. De geallieerden bombardeerden het kasteel aan de Nogat vervolgens tot belangrijk symbolisch doelwit. En in hun opmars naar Berlijn voegden de Sovjettroepen begin 1945 uiteindelijk daad bij woord: Slot Mariënburg werd voor een groot deel in de as gelegd.

Het binnenplein van het Hochschloss, dat uit 4,5 miljoen bakstenen bestaat.

Foto van Kevin van Huët

Toen Malbork net als de rest van Pommeren na de oorlog definitief aan Polen werd overgedragen, kwam het nieuwe landsbestuur voor een duivels dilemma te staan: het Duitse erfgoed helemaal afbreken – een voorstel dat door de heersende anti-Duitse sentimenten veel bijval vond – of het kasteel toch herstellen.

Gelukkig werd besloten tot het laatste. En niet zonder resultaat: sinds 1997 prijkt Slot Mariënburg op de Unesco-werelderfgoedlijst. Vandaag de dag herinneren de verschillende lappen baksteen nog aan de enorme reddingsmissie die op poten werd gezet – de originele, middeleeuwse blokken zijn het donkerst van kleur, de gerenoveerde delen het lichtst. Een grote zwart-witfoto bij de ingang toont dat er van het naoorlogse Mariënburg niet veel meer over was dan een enorme berg stenen.

Aan de kleur van de stenen is goed te zien hoe zwaar Slot Mariënburg was beschadigd na de Tweede Wereldoorlog: de donkere stenen zijn het oudst, de lichtere zijn gebruikt bij de verschillende renovaties.

Foto van Kevin van Huët

Voordat ik de burcht daadwerkelijk bezoek, ligt het onderwerp al op tafel in een gesprek met Brygida. Nadat ze me aanwijst aan welke tafel de lunch zal worden geserveerd, probeert ze in woord uit te leggen dat de omvang van het kasteel eigenlijk niet met woorden valt uit te beschrijven. Als verre nazaat van Duits-Pruisische immigranten heeft het kasteel voor haar een bijzondere betekenis. Veel van de monumenten die herinnerden aan de geschiedenis van haar voorouders hebben de tand des tijds immers niet doorstaan.

De boerderij van Brygida is kleurrijk versierd.

Foto van Kevin van Huët

Toch is ze liever op haar eigen agrotoeristische boerderij dan in Malbork. In de glooiende heuvels en tussen de korenvelden runt ze een boerderij met wat dieren, een bed and breakfast en een toevluchtsoord ineen. Alleen in de keuken lijkt het leven niet tot stilstand te zijn gekomen. Daar zijn alle vrouwelijke leden van de familie druk in de weer om Pruisisch blauwe borden te vullen met een stevige lunch – paddenstoelensoep, gekookte aardappels en een variant op de Königsberger Klopse. Maar buiten de keukenmuren heerst in Klimbergowice, zoals het domein van Brygida heet, vooral rust. Malbork daarentegen, kan nogal overweldigend zijn, zegt ze.

De poort aan de Nogat naar Slot Mariënberg, met op de achtergrond het Hochschloss.

Foto van Kevin van Huët

Een uur later ontdek ik dat ze gelijk heeft. Europa’s grootste middeleeuwse kasteel is groter dan de foto’s bij dit stukje tekst doen vermoeden. Om toch een idee te krijgen: alleen al het zogenoemde Hochschloss bestaat uit zo’n 4,5 miljoen bakstenen. Het hele terrein beslaat ruim veertien hectare en strekt zich uit over een strook land van ruim een halve kilometer aan oever langs de Nogat. In hoogtijdagen woonden er zo’n drieduizend ridders, die wapengeweld niet schuwden wanneer weer eens een vijand dacht het fort in te kunnen nemen.

Inmiddels ligt de tijd waarin kanonnen je om de oren vlogen ver achter ons. Van de enige slagen die hier nog wel worden uitgevochten, staat de winnaar al vast: elk jaar in juli gaan re-enactors elkaar in Malbork te lijf om historische veldslagen na te spelen.

Hollandse sporen

In de zestiende eeuw kregen de Pruisen in Noord-Polen nieuwe buren: de mennonieten uit Nederland. Veel van deze doopgezinde christenen ontvluchtten de Lage Landen tijdens de Reformatie en streken via de tolerante handelsstad Gdańsk (Lees ook: Gdańsk, Gdynia en Sopot: de Driestad in Polen door de ogen van een kraanmachiniste) neer in Żuławy, een regio even ten noorden van Malbork. Niemand stond de vrome gelovigen hier in de weg om een teruggetrokken bestaan te leiden.

De mennonieten, ook wel Olędrzy (Hollanders) genoemd, woonden vaak typische vakwerkhuizen, zoals deze gerenoveerde woning in Marynowy.

Foto van Kevin van Huët

Tijdens het laatste deel van mijn rondrit door Pommeren ontdek ik dat ze weliswaar erg in zichzelf waren gekeerd, maar wel degelijk sporen in het landschap hebben nagelaten. Kort na hun aankomst gingen de Olędrzy, zoals de migranten uit Holland en Friesland werden genoemd, doen waar ze goed in waren: dijken bouwen en polders droogleggen. In mijn laatste kilometers door het Poolse landschap lijk ik in een soort Klein-Nederland te zijn beland; in Żuławy zullen veel Nederlanders zich snel thuis voelen.

De mennonieten woonden in typische vakwerkhuizen met een uitbouw op de eerste etage die wordt ondersteund door houten staanders. Anders dan de mennonieten zelf, is een aantal van hun huizen nog altijd in Żuławy te bewonderen.

Zo imposant als Slot Mariënburg waren hun onderkomens zeker niet. Ook de strijdlust van de ridders van de Duitse Orde was de mennonieten niet gegeven – dat ze weigerden de wapens op te pakken, was een van de reden om naar het buitenland te vertrekken. Maar op een subtiele manier hebben ze een aandeel gehad in de Pommerse geschiedenis. En anders dan na de Tweede Wereldoorlog, bestaat er geen twijfel over of die moet worden doorverteld.

Het vakwerkhuis in Marynowy is van buiten en van binnen fraai gerenoveerd.

Foto van Kevin van Huët

Tip: Slapen

Hotel en restaurant Willa Joker in Nowy Dwór Gdański is gelegen op een halfuur rijden van zowel Malbork als Gdańsk. Dankzij de centrale ligging in Żuławy is het de perfecte uitvalsbasis voor een bezoek aan Slot Mariënburg en de mennonitische vakwerkhuizen.

Meer informatie? Kijk hier

Voor meer informatie over Malbork en de mennonieten ga je naar zamek.malbork.pl

Meer lezen: Gdańsk, Gdynia en Sopot: de Driestad in Polen door de ogen van een kraanmachiniste

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.