Op zaterdagavond 31 januari 1953 ontstond een zware storm boven de Noordzee. In de daaropvolgende nacht braken tussen vier en zes uur op veel plaatsen de dijken door. Grote delen van Zuidwest-Nederland liepen onder water. De Watersnoodramp groeide uit tot de grootste natuurramp uit de Nederlandse geschiedenis. Hoe verliepen de eerste dagen na de ramp?
Storm, springtij en een dodelijke combinatie
De Watersnoodramp werd veroorzaakt door een zware storm uit noordwestelijke richting die samenviel met vloed en springtij – een zeer ongunstig samenspel van natuurverschijnselen. Het water in de trechtervormige zuidelijke Noordzee werd hierdoor tot extreme hoogte gestuwd.
Hoogste waterstand in honderd jaar
Bij Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden en Harlingen werd die nacht de hoogste waterstand in honderd jaar gemeten. Grote gebieden kwamen onder water te staan, waaronder volledige steden en dorpen. Vooral de noord- en oostkant van de Oosterschelde, de Grevelingen en het Hollandsch Diep werden zwaar getroffen.
Niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
1836 doden in Nederland
De Watersnoodramp maakte veel slachtoffers. Het aantal doden bedroeg 1836 in Nederland, 307 in het Verenigd Koninkrijk, 224 op zee en 28 in België. Ongeveer de helft van het aantal slachtoffers viel in de nacht van zaterdag op zondag.
De dag erna, op zondagmiddag, zorgde het getij in combinatie met harde wind ervoor dat velen alsnog de dood vonden. Veel huizen die de eerste vloed hadden doorstaan, met de bewoners op zolders of op de daken, bezweken alsnog onder de sterke stroming.
Veel dieren verdronken
Tijdens de watersnoodramp van 1953 verdronken ook ontzettend veel dieren, waaronder meer dan 47.000 stuks vee en 140.000 kippen.
Gelukkig werden er ook dieren gered, al zijn hiervan geen cijfers bekend. Ze werden naar tijdelijke opvangplaatsen gebracht, terwijl speciale ploegen de dode dieren uit de polders borgen.
Schade aan gebouwen en infrastructuur
Naast mens en dier bracht de vloed in Zuidwest-Nederland ook grote schade aan gebouwen en infrastructuur. De schade aan de dijken was binnen driekwart jaar na de natuurramp hersteld door de inzet van duizenden arbeiders en meer dan 4000 militairen, ook uit het buitenland.
Reddingsboten en vissersschepen
Ongeveer 100.000 mensen verloren huis en haard, en de evacuatie telde circa 72.000 mensen. Directe hulpverlening werd op en meteen na 1 februari onder andere geboden door reddingsboten van de KNRM. Ook de bemanningen van veel vissersschepen en particulieren met boten behoorden tot de eerste hulpverleners.
Lees ook over de Sint-Elisabethsvloed, de Allerheiligenvloed en de Sint-Luciavloed.
Ontwikkeling van de Deltawerken
Na de ramp besloot de Nederlandse regering een sterk verbeterde kustverdediging met zware stormvloedkeringen aan te leggen. Het leidde tot de ontwikkeling van de Deltawerken, waaraan decennialang is gebouwd. Ze werden een enorm succes op het gebied van veiligheid en techniek, en zetten de Nederlandse waterbouw wereldwijd op de kaart.
Toch moet er continu geïnvesteerd worden in kennis en aanpassing om Nederland ook in de toekomst veilig te houden. Het project werd meerdere keren 'compleet' verklaard: na oplevering van de Oosterscheldekering in 1986, na de Maeslantkering in 1997 en na de afronding van de verhoging van alle dijken tot deltahoogte in 2010.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!














