Geschiedenis en Cultuur

Bibliotheek van Alexandrië : verdwenen kennis

De teloorgang van de beroemdste bibliotheek uit de geschiedenis blijft met raadselen omgeven. Gingen de duizenden boekrollen bij één brand verloren? Of is er sprake van een langjarige systematische vernietiging?Thursday, June 14, 2018

Door David Hernández de la Fuente
Deze 19de-eeuwse ingekleurde ets verbeeldt de brand die in 48 v.C. een deel van de bibliotheek heeft verwoest tijdens de Romeinse burgeroorlog. Veel van de geschriften waren uiterst brandbaar, vergelijkbaar met het document rechtsonder, dat in de 4de eeuw v.C. werd geschreven door Timotheus van Milete.

Het is nauwelijks voorstelbaar: een universele bibliotheek met daarin alle boeken die ooit zijn geschreven. Eindeloze schappen met geschriften over alle mogelijke onderwerpen, in alle talen van de wereld. Een gebouw dat alle kennis herbergt die de mens heeft vergaard, een plek waar antwoorden op alle vragen zijn te vinden. Nu, in het computertijdperk, denken we hierbij algauw aan het wereldwijde web, aan Wikipedia. In de Klassieke Oudheid was dit de bibliotheek van Alexandrië.

In 331 v.C. stichtte Alexander de Grote zijn nieuwe hoofdstad in Egypte: Alexandrië. Na zijn dood kwam de macht in Egypte in handen van de Ptolemaeën, een dynastie van Macedonische afkomst. Al snel richtten zij het Mouseion van Alexandrië op, een centrum voor kennis en onderzoek. Daarnaast stichtten ze, vanuit een ambitieuze en filantropische doelstelling, de bibliotheek van Alexandrië. Hierin wilden ze alle beschikbare kennis, uit alle tijden en alle landen, onder één dak samenbrengen en voor toekomstige generaties behouden.

Op deze gravure uit 1876 is te zien hoe mensen boekrollen op planken leggen. De bibliotheek was echter meer dan een bewaarplaats: het was een cultureel en weten-schappelijk centrum met verblijfsruimten en studielokalen.

Met deze koninklijke steun werd in de loop van tientallen jaren met de grootste zorg een bijzondere collectie bijeengebracht. Hierbij werd de hulp ingeroepen van enkele van de grootste Griekse denkers: de filosoof en staatsman Demetrius van Phalerum en de dichters Callimachus van Cyrene en Apollonios van Rhodos. Zij spanden zich tot het uiterste in om werkelijk alle kennis te verzamelen, ook die van buiten de Griekse wereld. Daar hoorden ook de belangrijkste werken van niet-hellenistische volken bij, zoals teksten over joodse en Egyptische tradities en de zoroastrische gezangen uit het oude Perzië.

Halverwege de 3de eeuw v.C. bevatte de bibliotheek naar verluidt 490.000 boeken; tweehonderd jaar later was dit aantal volgens de Romeinse schrijver Aulus Gellius opgelopen tot 700.000. Later werden deze aantallen in twijfel getrokken en aangepast. Volgens voorzichtiger berekeningen zou de laatste nul weggelaten moeten worden. Maar wat het precieze aantal ook was, vaststaat dat het om een imposante collectie ging. En met de teloorgang van de bibliotheek ging ook een ongelooflijke hoeveelheid kennis voorgoed verloren. Wat we precies missen, zullen we nooit te weten komen, aangezien het merendeel van de werken onvervangbaar was.

Historici proberen al eeuwenlang tevergeefs te achterhalen op welk moment de bibliotheek van Alexandrië verloren ging. Dit komt waarschijnlijk doordat er simpelweg geen sprake is van één dramatisch moment. Waarschijnlijk was er sprake van een reeks van gebeurtenissen, die in de loop van de tijd en door mythevorming zo vervormd zijn geraakt dat de ware toedracht alleen door bestudering van uiteenlopende historische bronnen kan worden ontrafeld.

In 331 v.C. stichtte Alexander de Grote Alexandrië als de nieuwe hoofdstad van Egypte. De architect, Dinocrates, ontwierp de stad in de vorm van een Griekse mantel. De stad had een strak stratenpatroon met veel tuinen en lange, brede lanen. Alexandrië stond bekend om zijn vuurtoren, op Pharos, maar ook om de bibliotheek en het Mouseion, beide gevestigd in het koninklijk paleis.

De eerste ramp deed zich vermoedelijk voor in 48 v.C., het jaar waarin er een machtsstrijd ontbrandde om de Egyptische troon. De Romeinse generaal Julius Caesar was in Alexandrië om Cleopatra VII te steunen, die het opnam tegen haar zuster en rivale Arsinoë IV.

Soldaten uit het kamp van Arsinoë belegerden Caesar, die zich had verschanst in het versterkte paleis van de stad, waar zich vrijwel zeker ook de bibliotheek bevond. Caesar was bezig zo’n veertigduizend boekrollen naar Rome over te brengen, maar toen er in het strijdgewoel brand ontstond in een wapenarsenaal gingen ook de pakhuizen langs de kade waar ze zolang waren opgeslagen in vlammen op. Dit voorval geldt als de eerste grote klap die de bibliotheek te verduren kreeg.

Deze tekst bevat enkele fragmenten uit de oorspronkelijke reportage. Het hele verhaal is te lezen in het tweede nummer van Historia 2018.