Jaar zonder toerisme is ramp voor Thailands tamme olifanten

Na ruim een jaar zonder inkomsten uit het toerisme en een groeiend aantal COVID-19-gevallen lopen de tamme olifanten van Thailand steeds meer gevaar.

Drie olifanten zwerven rond in het nieuwe en uitgestrekte olifantenverblijf van het Maesa Elephant Camp in Chiang Mai, Thailand. Oorspronkelijk was het kamp een traditioneel park waar toeristen op olifanten konden rijden, maar tijdens de pandemie is het veranderd in een diervriendelijker attractie. Maar het verzorgen van de olifanten zonder enige inkomsten uit het toerisme heeft eigenaresse Anchalee Kalmapijit opgezadeld met een enorme berg schulden.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic
Foto's Van Amanda Mustard
Gepubliceerd 15 jun. 2021 13:33 CEST, Geüpdatet 15 jun. 2021 14:38 CEST

“Te koop: 11 slimme olifanten. 3 miljoen baht per stuk,” zo luidde de advertentie die de Sriracha Tiger Zoo in Chon Buri, Thailand, op 29 mei op Facebook plaatste. Dat is een kleine 80.000 euro per stuk.

De dierentuin verdient zijn geld aan toeristen die kaartjes kopen om een ritje op een olifant te maken en shows met de dieren bij te wonen, maar nu Thailand vanwege het coronavirus sinds maart 2020 voor de meeste bezoekers uit het buitenland is gesloten (of een verplichte quarantaine eist voor degenen die toch komen), kampt het land met een financiële crisis. In een post over het olifantenprobleem die de dierentuin op 28 mei op Facebook plaatste, stond te lezen dat “we de dieren op dit moment moeten verkopen om de wonden die door COVID zijn aangericht, te herstellen.”

Hetzelfde gebeurt overal in het land. In Thailand leven zo’n 3800 olifanten in gevangenschap, waarvan vele in olifantenkampen, dierentuinen en opvangcentra. Sommige kampen huren hun olifanten van individuele eigenaren en hebben de dieren en hun verzorgers (mahouts) naar huis gestuurd, omdat ze niet langer de kosten voor hun onderhoud kunnen dragen. Andere kampen hebben hun olifanten nog aangehouden, maar hebben grote moeite om ze te voeren en goed te verzorgen, waardoor veel van de dikhuiden nu geïsoleerd en hongerig zijn. In de hele sector doen mensen er alles aan om te overleven.

Ondanks het gebrek aan toeristen proberen de mahouts van Elephants’ Home and Nature in Kanchanaburi samen met hun zes olifanten aan het normale dagritme vast te houden, waaronder een dagelijks bad in de rivier de Kwai.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

Op foto’s van vóór de pandemie die in Elephants’ Home and Nature zijn opgehangen, is te zien hoe toeristen de olifanten van het kamp omhelzen en knuffelen. Omdat er het afgelopen jaar door de pandemie maar weinig bezoekers zijn gekomen, heeft het kamp grote moeite om het voer voor de olifanten te betalen.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

Winchai Permsap (51), een mahout van Elephants’ Home and Nature, voert het babyolifantje Doh Doh. Het kost het kamp zo’n 240 euro per week om zijn zes olifanten en meerdere reddingshonden te voeren.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

Tong Pornpitcha Kaewtrakulpong, eigenaresse van Elephants’ Home and Nature, bidt dagelijks met boeddhistische monniken. Ze vraagt volgelingen op Facebook vaak om donaties om voer voor de olifanten te kopen. Het merendeel van haar kostbaarheden heeft ze al verkocht om de dieren te kunnen blijven voeren.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

Edwin Wiek is oprichter van de Wildlife Friends Foundation Thailand, een opvangcentrum waar zo’n 850 geredde dieren leven, waaronder 29 olifanten. Ondanks het verlies van de meeste inkomsten heeft de stichting zes ontheemde olifanten opgenomen. “Het is bijna onmogelijk om deze plek op een haalbare wijze te runnen,” zegt Wiek. “Telkens als er donaties binnenkomen, vieren we dat. Elke duizend dollar betekent weer een dag extra.”

Volgens Wiek is de situatie vooral ernstig in het zuiden van Thailand, waar de economie op het toerisme is ingesteld. “Als ik een bezoek breng aan kampen die tijdelijk zijn gesloten en daar de fysieke en mentale staat van de olifanten observeer, denk ik soms dat ze dood nog beter af zouden zijn,” zegt hij. “Het is erg zwaar om hun wiegende koppen en het agressieve gedrag te zien. Ze lijden echt honger.”

Het olifantentoerisme is al sinds lange tijd een belangrijke inkomstenbron voor Thailand. Bezoekers uit de hele wereld betalen tussen de 15 en 120 euro voor een ritje op een olifant of een show waarbij de dikhuiden kunstjes uithalen. Door de toenemende vraag naar diervriendelijker ervaringen door toeristen en kritiek op de wrede africhtmethoden en de ondermaatse verzorging van olifanten in traditionele kampen, is een deel van de sector de laatste jaren overgestapt naar opvangcentra waar olifanten in een natuurlijker omgeving leven.

De familie van mahout Visanchon Yongram bezit vier olifanten, die tot aan het begin van de pandemie in de toerismesector werkzaam waren. Nadat de olifantenkampen hun deuren moesten sluiten, brachten de familieleden drie van de dieren terug naar hun dorp in Surin. Daar leven ze nu op een stukje land achter de woning van de familie. Hun vierde olifant, een kalfje, is nog in het kamp in Ayutthaya, bij Bangkok.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

Het is onduidelijk hoeveel inkomsten het olifantentoerisme opbrengt. Maar het feit dat een kamp in normale tijden zo’n tachtigduizend euro voor een jonge, getrainde olifant wil betalen, wijst erop hoe winstgevend olifantenritjes, shows en andere activiteiten met deze dieren kunnen zijn.

Het prijskaartje van de olifanten in de Sriracha Tiger Zoo is niet erg realistisch, zegt Wiek. “Dat gaat niet gebeuren.” Showolifanten zijn vanwege de pandemie nog maar een derde waard van wat ze vóór de uitbraak opleverden. “Je gaat geen geld investeren als je niet weet of jouw bedrijf over een halfjaar of jaar weer opgestart kan worden.”

De Thaise regering heeft plannen bekendgemaakt om het toeristeneiland Phuket, in het zuiden van Thailand, in juli weer open te stellen voor bezoekers. Het streven is om dat beleid in oktober naar andere toeristische hotspots te hebben uitgebreid. Maar momenteel zijn die plannen onzeker, want het land bevindt zich in het midden van zijn tot nu toe zwaarste golf van COVID-19-gevallen, met zo’n vierduizend nieuwe besmettingen per dag.

‘Ik moet blijven vechten’

Anchalee Kalmapijit moest eind 2019 een belangrijke beslissing nemen: in het Maesa Elephant Camp, een toeristenkamp in Chiang Mai met 73 olifanten dat zij dat jaar van haar vader had geërfd, wilde ze stoppen met olifantenritjes en -optredens.

De sluiting als gevolg van de pandemie kwam voor haar op een gunstig moment: het gaf haar de tijd om de overstap te maken naar het diervriendelijke park dat zij voor ogen had. Op 20 maart 2020, de dag dat de Thaise regering opdracht gaf om alle niet-essentiële bedrijven te sluiten, vertelde ze haar personeel om alle zitjes die op de rug van de olifanten gegespt konden worden, weg te gooien. Bij afwezigheid van toeristen besteedde ze de maanden daarna aan het voorbereiden van de olifanten op hun overgang naar het ruime gebied van 36 hectare waar ze vrij kunnen rondzwerven. Ongeveer een derde van de dikhuiden zijn al naar het nieuwe verblijf overgeplaatst en de resterende olifanten worden er geregeld samen met hun mahouts uitgelaten. Ze zegt dat ze toeristen nooit meer ritjes op olifanten of olifantenshows zal aanbieden.

Een stadion voor optredens van olifanten in Ban Ta Klang, een stadje in Surin dat bekendstaat als het ‘Olifantendorp’, ligt er verlaten bij. Het plaatsje is een centrum van de Thaise handel in tamme olifanten en veel inwoners zijn betrokken bij het fokken en africhten van olifanten die later aan toeristenkampen in het hele land worden verkocht. Sinds de kampen vanwege de pandemie moesten sluiten, zijn tientallen olifanten naar Ban Ta Klang teruggestuurd.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

In het olifantenkamp Chok Chai staan schilderijen van olifanten op ezels. Vóór de pandemie was Chok Chai een traditioneel kamp, waar bezoekers ritjes op olifanten konden maken en de dieren optraden in shows met circusachtige trucjes, zoals schilderen. Er leven 56 olifanten, die ook in het kamp bleven nadat het door de pandemie de deuren moest sluiten. Twee ngo's, Trunk’s Up en Save Elephant Foundation, zamelden geld in voor het kamp, dat moeite heeft om het voedsel voor de dieren te bekostigen. In ruil daarvoor hebben de eigenaren van Chok Chai toegezegd dat ze zullen ophouden met het organiseren van shows en ritjes en de dieren in plaats daarvan een meer natuurlijke levensstijl zullen bieden en zich zullen houden aan strenge eisen van dierenwelzijn.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

Een jonge olifant trekt aan de korte ketting rond zijn poot in Chok Chai. Het dier brengt het grootste deel van de tijd door in dit betonnen onderkomen, dat typerend is voor veel van de traditionele kampen in Thailand. Normaalgesproken werkt in dergelijke kampen één mahout (olifantenmenner) per olifant, maar het kamp moest de meesten van hen ontslaan vanwege de gedaalde inkomsten uit het toerisme. Nu moeten vijftien veelal onervaren mahouts zorgen voor de 56 olifanten.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

Maar de financiële druk om tijdens een pandemie 73 olifanten te verzorgen is zeer hoog. Een olifant eet elke dag zo’n 136 kilo plantenmateriaal (vooral gras, maar ook vers fruit) en kost ongeveer dertien euro per dag. Om haar 73 olifanten te voeren geeft Kalmapijit elke maand een kleine 25.000 euro uit. Daarbij komen nog de kosten voor medicijnen, vitaminen en het salaris voor de 142 personeelsleden, waaronder 120 mahouts, dierenartsen en klusjesmensen. In april 2020 vertelde ze National Geographic: “Als de coronavirus-pandemie een jaar aanhoudt, heb ik geen geld meer. Maar ik moet blijven vechten.”

Een jaar later is ze nog altijd aan het vechten. De reserves van een half miljoen euro van het kamp zijn op en Kalmapijit heeft meerdere bankleningen moeten afsluiten. “Ik heb sinds het begin van de coronavirus-pandemie ruim 45 miljoen Thaise baht [ongeveer een miljoen euro] moeten lenen,” zegt zij. “En ik weet dat het niet genoeg zal zijn. Ik weet niet hoe dit zal aflopen.”

Het kamp ontvangt inmiddels weer een handvol Thaise bezoekers, vooral in het weekend, maar volgens haar is dat “niet genoeg om de olifanten te verzorgen.” Zoals veel olifantenkampen in Thailand verkoopt ook Kalmapijit nu allerlei producten online, zoals T-shirts, biologische koffie en souvenirs. Ze maakt reclame voor fruitmanden à dertien euro, met een tros bananen, suikerriet, mango’s en ananassen, waarmee het dieet van de olifanten aangevuld kan worden. Ook biedt ze donateurs de gelegenheid aan om een olifant te ‘adopteren’ door maandelijks aan de kosten voor de verzorging van het dier bij te dragen.

Nationale crisis

“De situatie voor de olifanten is zeer ernstig,” zegt Lek Saengduean Chailert, eigenaresse van het Elephant Nature Park, een bekend opvangcentrum in Chiang Mai waar 103 olifanten leven. Chailert leidt ook de Save Elephant Foundation, een ngo die in het begin van de pandemie veel donaties ontving. Maar inmiddels is die geldstroom verpieterd, omdat veel mensen nu zelf in financiële problemen verkeren. Haar stichting werkt samen met Trunk’s Up, een andere ngo, voor het financieren van een voedselbank voor olifanten, die 1800 olifanten in kampen verspreid over het hele land van gratis voer voorziet.

Lek Saengduean Chailert, oprichter en directeur van het Elephant Nature Park, staat bij twee geredde olifanten in haar reservaat. Dat heeft veel supporters, met name op sociale media, en zij en haar team zamelden tijdens de pandemie dan ook geld in voor voedsel en verzorging voor dieren in tientallen kampen in heel Thailand.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

Een medewerker van het Elephant Nature Park maakt een speciale ‘fruittaart’ voor olifanten ter ere van de verjaardag van een supporter. In ruil voor een donatie stelt het reservaat de lekkernij samen en stuurt de supporter een video van een olifant die ervan geniet. Het is een van de vele creatieve manieren die reservaten en kampen in het afgelopen jaar hebben bedacht om geld in te zamelen, om het wegvallen van de inkomsten uit toerisme te compenseren.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

Gluay Hom geniet van een verjaardagsfruittaart in het Elephant Nature Park. In 2019 schreef National Geographic over de gewonde en uitgehongerde Gluay Hom, die in een kamp in de buurt van Bangkok achter een podium aan een ketting stond. Nadat een petitie om hem te bevrijden na de publicatie van het verhaal 75.000 handtekeningen opleverde, zorgde Elephant Nature Park ervoor dat hij werd vrijgelaten. Hij maakt het nu goed een leeft in een ruime omheining in het reservaat.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

“Veel olifanten staan al een jaar lang aan de ketting,” zegt Chailert. Ze heeft 24 olifanten van noodlijdende kampen en individuele eigenaars aangekocht en biedt andere dikhuiden een tijdelijk onderdak.

“Ik word nu bijna elke dag door mensen gebeld,” die haar vragen om hun olifanten over te nemen, vertelt ze. “Maar ik kan me dat niet langer veroorloven, want om een olifant te redden, ook al is het tegen een lage aankoopprijs, moet ik daarna wel de verzorging van het dier bekostigen. Dat lukt momenteel niet. Ik zou willen dat het kon, maar het lukt niet. Ik wil niet dat ons hele bedrijf instort.”

Het leven in Chok Chai, een groot kamp in Chiang Mai dat met behulp van donaties van het publiek financieel wordt ondersteund door het team van Chailert, is zwaar voor het personeel en de olifanten. Normaliter heeft het kamp één mahout per olifant in dienst, die ervoor zorgt dat het dier zich voedt, rondloopt en baadt en die soms ook een page traint die aan hem is toegewezen. Maar de meeste mahouts zijn inmiddels ontslagen. In Chok Chai zijn nog maar vijftien mahouts in dienst om de 56 olifanten daar te verzorgen.

Sommige mahouts die hun eigen olifant bezitten, brengen hun dieren overal in het land mee naar boeddhistische tempels om er te bedelen.

Chailert pleit al jaren voor een einde aan het misbruik van olifanten voor ritjes en optredens, omdat het om onnatuurlijke handelingen gaat en deze activiteiten doorgaans alleen mogelijk zijn door de dieren met behulp van angst af te richten. Maar bedelen is volgens haar nog erger voor het welzijn van de olifanten. “Bij ritjes kunnen de olifanten nog altijd lopen; ze staan ze niet aan de ketting. Maar om bij een tempel te mogen staan, worden ze zeer strak aan het beton geketend. De hele dag,” zegt zij. Weliswaar kunnen de mahouts op deze manier geld inzamelen om hun dieren te voeren, maar volgens Chailert “lijden de olifanten er ongelooflijk onder.”

Het doet denken aan wat Wiek tijdens de pandemie in kampen in het hele land heeft geobserveerd, waar talloze olifanten de hele dag in de brandende zon aan de ketting staan.

“We hebben het over de slechte kanten van ritjes op olifanten,” zegt Wiek. “Zeker, dat is een vorm van uitbuiting en mishandeling, maar nu worden de olifanten helemaal niet bereden.” De dieren staan dag en nacht op één en dezelfde plek. De pootspieren van de olifanten verslappen, een proces dat nog wordt verergerd door slecht voer. Naarmate de dieren zwakker worden, worden ze ook vaker ziek. “Het ene lijden roept het andere op,” zegt Wiek.

Aan het begin van de pandemie stuurden veel kampen hun olifanten en mahouts naar huis – vaak naar Surin, een regio in het oosten van Thailand waar veel olifanten worden gefokt en verhandeld, of naar bergdorpen in het noorden. Na jaren van afwezigheid ontdekken de mahouts dat het landschap daar inmiddels niet meer zo geschikt is voor het veilig houden van olifanten.

Chayanin “Charlie” Patchimtassanakal is een Karen-mahout en woont in een dorp met zijn twee olifanten in de heuvels in de buurt van Chiang Mai in Thailand. Hij werkt zowel in het traditionele olifantenkamp Mae Wang als in Chai Lai Orchid, een ecologisch toeristenverblijf. Patchimtassanakal is blij dat hij nog werk heeft in een tijd waarin zoveel mahouts werkeloos zijn.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

“Twintig jaar geleden waren er nog uitgestrekte wouden, maar nu is het allemaal akkerland. Er is niet veel land meer over voor de olifanten.” zegt Chailert. “Overal is het gevaarlijk voor de dieren. Ze kunnen het water niet drinken vanwege de landbouwbestrijdingsmiddelen. De eigenaars moeten ruimte voor de olifanten vinden en veel van die plekken zijn van de overheid.”

Volgens Sasi Jaroenpoj, een dierenarts van de Dienst voor Vee-ontwikkeling van het Thaise ministerie van Landbouw, dat in Thailand toeziet op olifanten in gevangenschap, heeft de overheid sinds juli 2020 290 ton hooi aan olifanten in 22 provincies geleverd. Dat zou voldoende zijn voor het voeren van een twaalftal olifanten gedurende 72 dagen. Maar Thailand telt bijna vierduizend olifanten in gevangenschap.

Volgens Wiek heeft hij van de overheid eenmaal vijf ton “oud en uitgedroogd gras” voor zijn 29 olifanten ontvangen. Dat is “niet eens genoeg om ze anderhalve dag te voeren.” Wiek is geschokt door de karige hulp van de Thaise overheid.

Volgens de Dienst voor Vee-ontwikkeling wordt er gewerkt aan een programma om eigenaren van olifanten in Surin en elders te helpen met het inzaaien van eigen graszaden, zodat ze hun dieren beter kunnen voeden.

Olifanten staan bij “The Chang” in het Maesa Elephant Camp in Chiang Mai, dat door eigenaar Anchalee Kalmapijit is omgebouwd tot een oase voor olifanten. Kalmapijit liet zich inspireren door de activiteiten van Chailert in het Elephant Nature Park en zag tijdens de pandemie haar kans schoon om haar kamp om te bouwen en te vernieuwen. Er worden geen olifantenritjes of -shows meer gehouden, maar het werd omgebouwd zodat de olifanten vrij kunnen rondlopen. Kalmapijit zegt dat ze hoopt dat de transformatie van haar kamp als voorbeeld kan dienen voor anderen in Thailand, om ook op een diervriendelijker bedrijfsmodel over te stappen.

Foto van Amanda Mustard, National Geographic

Chailert helpt kampen inmiddels al met het verbouwen van hun eigen grassen voor het broodnodige olifantenvoer. “Wanneer ik olifanten ga bekijken, kan ik heel vaak mijn tranen niet bedwingen. Het is echt hartverscheurend. Ik heb nog nooit zoveel gewicht op mijn hart gevoeld.”

Volgens Kalmapijit van het Maesa Elephant Camp is het ondanks alle problemen opbeurend om te zien hoe haar olifanten genieten van een natuurlijker dagbesteding. “Ze leven vredig, ze voelen zich vrijer en ze zijn relaxter,” zegt zij. “Ik wil niet dat het kamp ten onder gaat of verdwijnt. Daarom hou ik vol. En natuurlijk moet ik het geld op een of andere manier terugbetalen aan de bank, maar ik heb nog steeds hoop en kracht.

Wildlife Watch is een onderzoeksjournalistiek project van de National Geographic Society en National Geographic Partners, met speciale aandacht voor wildcriminaliteit en de uitbuiting van wilde dieren. Lees hier andere artikelen van Wildlife Watch en kom meer te weten over de missie van de National Geographic Society op nationalgeographic.org. Stuur tips, commentaren en verhaalideeën naar NGP.WildlifeWatch@natgeo.com.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.