Een pad door een alpenweide, een rij treden op een helling, een staalkabel langs een steile wand: voor veel bergsporters lijken ze vanzelfsprekend, maar dat zijn ze allesbehalve. Achter elke begaanbare route gaat veel werk schuil. Voor alpenverenigingen is het een voortdurende uitdaging om hun bergpaden veilig te houden. Sinds kort krijgen ze echter hulp uit onverwachte hoek.
Nederlanders melden zich massaal om mee te werken aan het herstel en onderhoud van wandelroutes – onder wie ikzelf. Vanuit de Wangenitzseehütte, gelegen op 2.508 meter, trek ik samen met vijf andere vrijwilligers het Nationaal Park Hohe Tauern in. Gewapend met een pikhouweel, boormachine en slijptol herstellen we deze week zofveel mogelijk wandelroutes in de Oostenrijkse regio Osttirol.
Een bergpad is nooit af
Onze inzet blijkt hoognodig. In het hooggebergte is het weer verraderlijk. Regen spoelt grond weg, sneeuw en lawines verplaatsen stenen en rotsblokken, en steeds meer wandelaars belasten dezelfde smalle stroken. Een slecht onderhouden route is niet alleen vervelend, maar kan ook levensgevaarlijk zijn.
We egaliseren stukken pad, leggen treden aan en vullen die met stenen en aarde. Elders trekken we staalkabels strak, bevestigen we beugels en herstellen we passages voor bergwandelaars en klettersteiggebruikers. Aan het einde van de dag keren we terug met modder aan onze schoenen en spierpijn in onze armen. Onze beloning is een ijskoude duik in de Wangenitzsee – vanwege de waterschaarste ook onze dagelijkse douche.
Van financiële naar fysieke bijdrage
De aanleiding voor deze werkvakantie ligt bij het Gegenrecht, een afspraak tussen Europese bergsportverenigingen. Leden van de NKBV (de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging) kunnen daardoor met korting in aangesloten berghutten overnachten en gebruikmaken van de wandel- en klimroutes.
De NKBV draagt jaarlijks financieel bij aan het bijbehorende fonds, maar was ook op zoek naar manieren om leden fysiek iets te laten betekenen voor het landschap waar zij zo graag komen.
‘De bergen geven ons veel; we vonden het hoog tijd om iets concreets terug te doen,’ zegt Esmee Leentjens, projectmanager van de vrijwilligersreizen bij de NKBV, wanneer we samen in het winterraum vlak bij de berghut zitten. Dit kleine huisje doet buiten het zomerseizoen dienst als noodonderkomen of eenvoudig verblijf voor wintersporters, wandelaars en klimmers.
Deze week is het ons onderkomen, omdat de Wangenitzseehütte voor het hele zomerseizoen – van medio juni tot eind september – is volgeboekt. De accommodatie ligt aan de Wiener Höhenweg, een populaire meerdaagse wandelroute door de Oostenrijkse Alpen.
Nederlandse hulp hard nodig
Het idee voor de vrijwilligersmissies werd vorig jaar getest tijdens een pilot met Nederlandse Alpenstudentenverenigingen. De resultaten waren zo positief dat het project dit seizoen is uitgebreid naar vijf hutten en werd opengesteld voor alle NKBV-leden. Er kwamen honderden aanmeldingen binnen, veel meer dan er plaatsen waren. Volgend jaar wil de vereniging het project daarom uitbreiden naar vijftien tot twintig reizen, voorlopig vooral in Oostenrijk.
Dat het project juist daar voet aan de grond krijgt, is geen toeval. De Oostenrijkse Alpenvereniging bestaat uit lokale afdelingen die de berghutten en -paden beheren, waardoor de lijnen kort zijn. Bovendien is de opgave groot en het budget beperkt. Alle hulp is daarom meer dan welkom.
‘Een kans om van de bergen te genieten’
In het district Lienz, waar ik aan de slag ben, gaat het om drie hutten en honderden kilometers aan routes die continu onderhouden moeten worden. Manuel Mascher, voorzitter van de lokale afdeling, pikt me op wanneer ik na mijn verblijf terugkeer in het dal. In de auto vertelt hij dat het ondanks oproepen via sociale media en de radio niet lukt om lokale vrijwilligers voor de herstelwerkzaamheden te vinden.
‘Oostenrijkers zien de bergen als een vanzelfsprekendheid,’ verklaart hij. ‘In hun schaarse vakantiedagen gaan ze liever iets anders doen, bijvoorbeeld naar de Middellandse Zee. Nederlanders zien zo’n week juist als een kans om van de bergen te genieten en er tegelijkertijd iets voor terug te doen.’
‘Werk is er genoeg’
Bureaumedewerkster Anja Kofler is al druk bezig met de plannen voor volgend jaar. ‘We begonnen dit project zonder verwachtingen, maar de Nederlandse vrijwilligers werkten veel sneller en harder dan we ooit durfden te dromen,’ vertelt ze vanuit de bibliotheek in Lienz, waar ze achter de receptie zit. Haar werk voor de Alpenvereniging doet ze daar vrijwillig naast. ‘Deelnemers die dit jaar mee waren, kunnen volgend jaar mogelijk als groepsleider aan de slag. Zo kunnen we sneller uitbreiden. Werk is er genoeg.’
Behalve Esmee, Manuel en Anja zijn nog veel meer professionals en vrijwilligers bij het project betrokken. Een slimme samenwerking tussen verschillende organisaties maakt de missies mogelijk: de NKBV werft vrijwilligers en bekostigt vanuit een duurzaamheidsfonds de heen- en terugreis, Tourismusverband Osttirol regelt de eerste en laatste hotelovernachting in Lienz, de Oostenrijkse Alpenvereniging organiseert het verblijf in de berghutten en Alpine Plattform Lienz levert de kennis en het materiaal voor de werkzaamheden.
Op grote hoogte is alles complex
De noodzaak van het padenonderhoud groeit ondertussen verder. Klimaatverandering zorgt voor meer erosie en extremere weersomstandigheden, terwijl het hooggebergte door steeds meer mensen wordt bezocht. Ook de infrastructuur in het hooggebergte heeft daaronder te lijden.
Dat merken we rondom de Wangenitzseehütte. Manuel Mascher vertelt dat er boven de hut enkele jaren geleden nog een kleine gletsjer lag, die de hut van water voorzag. Inmiddels is de gletsjer verdwenen. De hut vangt regenwater op en beschikt over een reservoir, maar voor de toekomst is een andere oplossing nodig: de zomers worden steeds droger.
Verschillende ideeën hebben al de revue gepasseerd, maar lopen telkens tegen nieuwe obstakels aan. In een nationaal park, waar vrijwel alles per helikopter naar boven moet en voor het gebruik van materialen strenge regels gelden, is elke operatie al snel complex en dus kostbaar.
Een Nederlandse hut in Oostenrijk
Die zorg krijgt bij de Wangenitzseehütte een bijzondere historische lading. De huidige hut werd midden jaren zestig gebouwd door sectie Holland, destijds de Nederlandse afdeling van de Oostenrijkse Alpenvereniging en een voorloper van de NKBV.
In 2009 werd de hut overgedragen aan de sectie Lienz, omdat het beheer vanuit Nederland te omslachtig werd. Na de overdracht investeerde sectie Lienz onder meer in een goederenlift en zonnepanelen. Dankzij die zonnepanelen kan het water met zonne-energie worden verwarmd.
Piet Jan Koeleman, die deze week de werkzaamheden begeleidt, kan er honderduit over vertellen. Hij kwam ongeveer veertig jaar geleden voor het eerst met zijn ouders naar de regio. Vervolgens werd hij lid van de Oostenrijkse Alpenvereniging en raakte betrokken bij de sectie Lienz. ‘Nederlanders hebben toch altijd de drang om in de bergen iets te doen, iets te kunnen bijdragen,’ zegt hij. ‘Dat geldt zeker ook voor mij.’
De band tussen Nederland en de Alpen is dan ook nergens sterker dan op deze plek: Nederlanders bouwden hier ooit een hut, Oostenrijkers beheren haar nu en Nederlandse vrijwilligers keren terug om de omliggende paden te onderhouden.
Zes onbekenden in een berghut
In de trein terug naar Nederland probeer ik de vele indrukken van deze reis te verwerken. Een gevoel van eenzaamheid overvalt me. Overdag werkten we urenlang samen, ’s avonds aten we aan dezelfde tafel, speelden we spelletjes en bespraken we de dag. Zonder internet waren we volledig op elkaar aangewezen. Zo ontstond binnen enkele dagen een hechte groep: zes Nederlanders die elkaar bij aankomst niet kenden, maar samen hun sporen achterlieten in de Alpen.
Allemaal weten we nu hoeveel inspanning ervoor nodig is om een route zichtbaar en een pad begaanbaar te houden. De bergen veranderen voortdurend; vrijwilligers kunnen die beweging niet stoppen. Maar we kunnen er wel – schep voor schep en kabel voor kabel – voor zorgen dat wandelaars veilig en verantwoord door het gebied kunnen blijven trekken.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Ramon is freelance editor voor National Geographic. Al jong raakte hij gefascineerd door de wisselwerking tussen mens en omgeving, vooral op de meest afgelegen plekken ter wereld. Niet voor niets studeerde hij sociale geografie. Zijn favoriete uitdaging als redacteur is om complexe verhalen om te zetten in begrijpelijke teksten.






















