Oceanen zijn een belangrijke klimaatbuffer, maar de zeebodem staat wereldwijd onder druk. In Nederland is meer dan negentig procent van het zeegras verdwenen, terwijl deze planten van groot belang zijn voor vissen, biodiversiteit en het klimaat. Is het mogelijk om dit ecosysteem terug te brengen? In de Oosterschelde proberen onderzoekers daar een antwoord op te vinden. De eerste resultaten zijn hoopgevend.
Bewoners van het zeegrasveld
‘Kijk, daar zwemt een gestippelde dieseltreinworm.’ Sea Ranger Nathalie de Bruin zit gehurkt op de drassige zeebodem en wijst naar een flinterdun sliertje dat door het water schiet en alleen voor het geoefende oog zichtbaar is. ‘Deze zien we niet zo vaak, want meestal zitten ze in de bodem.’
Ze blijft het wezentje met haar vinger volgen tot het in de modder verdwijnt. Even later meldt zich een tweede bewoner van het zeegrasveld ter hoogte van Oude Tonge in de Oosterschelde. Op het groene blad van een van de zeegrasplantjes is een kleine anemoon zichtbaar.
Zo op het eerste gezicht lijkt het veld uitgestorven, maar wie beter weet – en vooral beter kijkt – ontdekt tussen de sprieten en in de modder een wereld vol leven.
Hotspot van biodiversiteit
‘Zeegras is net zo belangrijk als koraalriffen, maar veel minder bekend,’ vertelt Laura Govers, adjunct-hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij doet al jaren onderzoek naar zeegras, kustecosystemen en natuurherstel, en noemt het zeegras een ‘hotspot voor biodiversiteit’.
‘Het fungeert als kraamkamer voor jonge vissen en is het leefgebied van tal van kleine zeedieren, zoals zeenaaktslakken, jonge snotolven en heremietkreeften. Daarnaast slaat zeegras koolstof op in de bodem en beschermt het de kust, omdat de planten golven en stroming afremmen.’
Zeegras in Nederland
In de Nederlandse kustwateren komen van oorsprong twee soorten zeegras voor: groot zeegras (Zostera marina L.) en klein zeegras (Zostera noltii Hornem). Het is een van de weinige bloeiende planten die volledig onder water in zee leeft, en dat maakt de plant bijzonder.
Sinds 1984 wordt de verspreiding van zeegras in Nederland structureel in kaart gebracht. Vroeger kwam het volop voor in de Zuiderzee, Waddenzee en het Deltagebied, maar volgens Govers is inmiddels meer dan negentig procent van het zeegras verdwenen.
Het zeegras verdween niet door één oorzaak. Ziekte tastte de planten aan, terwijl de Afsluitdijk en de Deltawerken de kustwateren ingrijpend veranderden. Ook speelde de slechte waterkwaliteit een rol.
De omstandigheden voor natuurlijk herstel zijn nog altijd niet ideaal: de kustwateren staan onder druk door overbevissing, baggerwerkzaamheden, vervuiling en klimaatverandering. Dat maakt de vraag des te urgenter hoe je een vrijwel verdwenen ecosysteem terugbrengt.
Herstel van zeegras is mogelijk
Het goede nieuws: uit verschillende projecten in onder andere de Waddenzee en langs de Franse kust is gebleken dat het mogelijk is om zeegras terug te brengen. Sinds 2023 werken de Sea Ranger Service, een organisatie voor maritiem natuurherstel, de Rijksuniversiteit Groningen en Rijkswaterstaat daarom aan zeegrasherstel in de Oosterschelde.
Het project krijgt daarbij ondersteuning van Nestlé Purina als onderdeel van zijn bredere programma voor herstel van oceanen. Tegen 2030 wil het bedrijf in totaal 1500 hectare aan mariene habitat herstellen, ruim tweeduizend voetbalvelden.
Na een experimentele fase op dertien testlocaties zijn twee plekken aangewezen om het herstel op grotere schaal voort te zetten. Een daarvan is de Plaat van Oude Tonge, een natuurgebied op de grens van Zuid-Holland en Zeeland. In totaal gaat het om acht hectare waarop zeegras is aangeplant en ingezaaid.
Onderzoekers maken daarbij gebruik van twee methodes: ze planten zoden uit die afkomstig zijn van een zogenoemde donorlocatie en spuiten met een kitspuit zeegraszaad in het sediment. In totaal zijn binnen het project meer dan 150.000 zeegraszaden gezaaid en ruim 13.500 zeegraszoden uitgeplant.
Veerkrachtig ecosysteem
‘Na het zaaien van de zaden vonden we na een paar maanden al kiemplantjes op het slik’, vertelt Maite Vogel van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze knielt in de modder en wijst naar de jonge planten tussen het slik. ‘Die kunnen binnen een paar maanden uitgroeien tot een bloeiende volwassen plant.’
Volgens Vogel vormen zeegrasvelden een netwerk van wortelstokken. De planten zijn met elkaar verbonden en beschermen zo de nieuwe scheuten. ‘Een paar losse scheuten zijn kwetsbaar. Als je eenmaal een heel veld hebt, is het ecosysteem veel veerkrachtiger,’ vertelt ze.
Samen met de Sea Rangers monitoren de onderzoekers elke maand hoe het zeegras zich herstelt. Ze kijken hoeveel scheuten aanslaan en welke diersoorten zich in het gras ophouden. Deze maandelijkse metingen geven een beeld van de omstandigheden in en rond het zeegrasveld.
Terwijl in de verte een regenwolk over de Oosterschelde schuift, legt Vogel een metalen frame met 25 vlakken op de modderige zeebodem. De vierkantjes verdelen het in overzichtelijke stukjes. Per vak schatten de Sea Rangers hoeveel zeegras er groeit. Ook zoeken ze naar sporen van wadpieren en bekijken ze wat zich op de bladeren heeft vastgezet.
Hoopvolle signalen
Op het uitgestrekte slik bij de Plaat van Oude Tonge is te zien dat het veld een zware zomer heeft gehad. Hier en daar staan na de zware, warme zomer nog maar enkele plukken groot zeegras overeind.
Het resultaat is hier vooralsnog bescheiden, maar op andere locaties zijn de resultaten juist hoopgevend. Een stukje verderop, in een beschermd deel van de Oosterschelde, slaan de getransplanteerde zoden goed aan. Ook in de Waddenzee en de Grevelingen hebben onderzoekers op grote schaal laten zien dat zeegrasherstel werkt.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
Dat verschil tussen locaties laat zien hoe ingewikkeld natuurherstel is. Volgens Govers is het vooral een kwestie van geduld. ‘Je kunt niet op basis van één jaar zeggen dat iets werkt. Een natuurlijk systeem kan alle kanten op bewegen. We zijn nog maar net begonnen. Er is nog veel onderzoek nodig om te weten wat de beste manier is om zeegras te herstellen.’
Toch ziet ze genoeg reden voor optimisme. ‘We hebben op verschillende plekken in Nederland en Frankrijk gezien dat herstel van zeegras werkt. Het feit dat er ook hier in Oude Tonge toch een paar planten zijn die de zomer hebben overleefd, is goed nieuws.’
Uiteindelijk willen de onderzoekers niet eindeloos blijven zaaien en transplanteren. Hun doel is dat de natuur het herstel overneemt. Govers: ‘Dat het zeegrasveld zichzelf in stand houdt, dát is voor mij succes.’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Stéphanie is freelance (reis)journalist en fotograaf. Ze schrijft voor National Geographic het liefst over onderwerpen waar ze ook in het dagelijks leven niet over uitgepraat raakt. Met ruim vijftig landen op de teller is reizen een van haar grote hobby's, maar eerlijk is eerlijk: in haar volkstuintje is ze minstens zo gelukkig als ver weg.
















