In Zeeuws-Vlaanderen, op een steenworp afstand van de grens met België, ligt de grootste brakwaterschor van Europa: het Verdronken Land van Saeftinghe. Wegen vind je er niet, wandelkaarten zijn er al snel achterhaald en het water kan binnen enkele uren meerdere meters stijgen. Saeftinghe oogt als een van de laatste echte wildernissen van Nederland. Maar tijdens een tocht van vijftien kilometer door slikken, schorren en diepe kreken blijkt ook iets anders: vrijwel overal zijn de sporen van de mens zichtbaar.
Grootste getijdenverschil van Nederland
Samen met twee gidsen van natuurbeschermingsorganisatie het Zeeuwse Landschap en fotograaf Kevin van Huët baan ik me vandaag dwars door het estuarium een weg naar de oever van de Westerschelde, een excursie die begint op de dijk die het natuurgebied omringt.
Voor ons strekken slikken, schorren en brede rietvelden zich uit, doorsneden met diepe kreken die met ieder getij van vorm veranderen. Wandelpaden en bewegwijzering zijn er niet. Wie niet weet waar hij loopt, kan binnen enkele uren worden verrast door opkomend water: met een gemiddelde van 4,80 meter vind je hier het grootste getijdenverschil van het land. Bij springtij kan dit oplopen tot ruim zeven meter.
Het is daarom ook beslist geen wandeling die je op Google Maps kunt uitstippelen. Bovendien is slechts een beperkt deel van het gebied zelfstandig toegankelijk. Wie Saeftinghe verder in wil, doet dat enkel onder begeleiding van een gids van Het Zeeuwse Landschap.
‘Ik heb een hekel aan natte voeten’
Onze gids Marc Buise blijkt een wandelende encyclopedie. Hij begeleidt hier al sinds 1972 excursies. In de ruim vijftig jaar daarna moet hij honderden, waarschijnlijk duizenden keren door Saeftinghe hebben gelopen. Dat betekent echter niet dat hij keer op keer dezelfde route bewandelt.
‘In enkele weken kunnen hoofdgeulen veranderen in bijgeulen en bijgeulen in hoofdgeulen,’ zegt hij. Juist die voortdurende verandering is een van de redenen waarom het natuurgebied hem na al die jaren nog steeds fascineert. Geen tocht is precies hetzelfde. Kreken worden breder of slibben dicht, oevers kalven af en elders wordt nieuw sediment afgezet.
Marc maakt er zelfs een spelletje van om steeds opnieuw een route te vinden waarmee hij zelfs bij hoogwater tot aan de Westerschelde kan komen – zónder dat het water in zijn laarzen loopt. ‘Ik heb een hekel aan natte voeten,’ zegt hij. ‘Vaak lukt het om ze droog te houden, soms niet. De route die vorige maand werkte, kan vandaag alweer onbegaanbaar zijn.’
Dat veranderlijke karakter is niet alleen interessant voor bezoekers, beaamt gids Christine van Esbroeck. Gidsen moeten regelmatig het gebied in om te zien hoe geulen, slikken en schorren zich hebben ontwikkeld. ‘Een wandelkaart van Saeftinghe zou in zekere zin al verouderd zijn voordat hij gedrukt is.’
Wisselwerking tussen mens en water
Het romantische idee van volledig ongerepte natuur kan ik lastig vasthouden als we over de slikken en tussen de schorren wandelen. Aan de horizon schuiven grote containerschepen op de Schelde voorbij.
Even verderop tekenen de koeltorens van de kerncentrale van spookdorp Doel zich af tegen de hemel. En daarachter torenen de vele industriële installaties van de Antwerpse haven boven de dijk uit. Het contrast met Saeftinghe kan bijna niet groter.
Maar schijn bedriegt. Want hoewel het getij hier de boventoon voert, gaat de natuur ook hier niet helemaal haar eigen gang. Het landschap is door een eeuwenlange wisselwerking tussen mens en water ontstaan.
Een verdwenen cultuurlandschap
Ooit liepen hier geen natuurliefhebbers door de modder, maar boeren over akkers. Vanaf de Middeleeuwen werden delen van het schorrengebied bedijkt en ingepolderd. Zo ontstond de heerlijkheid Saeftinghe, met verschillende nederzettingen en handelsactiviteiten.
Van die bewoonde wereld is nu vrijwel niets meer voor te stellen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werden in 1584 dijken doorgestoken door Staatse troepen, die daarmee probeerden de bevoorrading van het door Spaanse troepen belegerde Antwerpen te bemoeilijken. Het water stroomde opnieuw het land binnen. Delen werden later nog teruggewonnen, maar uiteindelijk kreeg de Schelde steeds meer ruimte.
De naam ‘Verdronken Land’ klinkt alsof hier een natuurramp plaatsvond waar mensen machteloos tegenover stonden. De werkelijkheid is anders: mensen hadden het gebied eerst op het water veroverd en hielpen het vervolgens zelf opnieuw onder water te zetten. Onder onze voeten ligt dus niet alleen modder, maar ook een verdwenen cultuurlandschap.
Van bijna dood naar nieuw leven
Ook veel recenter was de menselijke invloed groot. Marc herinnert zich nog hoe anders Saeftinghe eruitzag toen hij hier in de jaren zeventig kwam. De waterkwaliteit van de Schelde was destijds erbarmelijk. Grote hoeveelheden industrieel afval en ongezuiverd rioolwater kwamen in het stroomgebied terecht. Daardoor was er in en rond Saeftinghe nauwelijks leven te vinden.
Sindsdien is de waterkwaliteit sterk verbeterd. Tegenwoordig vinden weer tal van vogels, vissen en andere dieren voedsel en rust in het estuarium. Marc stopt onderweg vaak om ze aan te wijzen: onder andere zulte zeeaster en echt lepelblad als flora, en de bonte strandloper en de bruine kiekendief als fauna.
Natuurgebied en economische slagader
Het herstel van de waterkwaliteit laat zien dat menselijk ingrijpen niet uitsluitend vernietigend hoeft te zijn, maar het betekent ook niet dat die invloed sindsdien verdwenen is. Hoe dichter we bij de Schelde komen, hoe duidelijker dat wordt. Op het water passeert een containerschip dat op weg is naar Antwerpen.
Achter ons liggen kilometers slik, riet en kreken; voor ons bevindt zich een van de belangrijkste scheepvaartroutes van West-Europa. De Westerschelde is tegelijkertijd natuurgebied en economische slagader.
Om Antwerpen toegankelijk te houden voor steeds grotere zeeschepen wordt de vaargeul al decennialang gebaggerd en verdiept. Zulke ingrepen beïnvloeden ook de stroming, sedimentatie en getijdynamiek in het estuarium. Het is daarom lastig een grens te trekken tussen ‘natuur’ en ‘mens’.
Eerst inpolderen, later ontpolderen
Nog duidelijker wordt die merkwaardige relatie even verderop, bij de aangrenzende Hedwigepolder. Eeuwenlang gold in Nederland één richting als vooruitgang: water werd land. Kwelders en schorren werden bedijkt, drooggelegd en geschikt gemaakt voor landbouw. Bij de Hedwigepolder gebeurde onlangs het tegenovergestelde.
Na jaren van politiek en juridisch conflict tussen Nederland en België werden de dijken in 2022 doorgestoken en kreeg het getij opnieuw toegang tot de polder. Waar mensen ooit land op het water veroverden, werd nu bewust land aan het water teruggegeven om estuariene natuur te laten ontstaan.
Het is bijna onmogelijk om een beter voorbeeld van Nederlandse natuur te bedenken. Zelfs het herstellen van ‘wilde’ natuur gebeurt hier met graafmachines, vergunningen, verdragen en politieke besluiten.
Met PFAS vervuilde schapen
Zelfs wanneer de natuur haar gang mag gaan, blijft de menselijke invloed aanwezig. Verspreid door Saeftinghe grazen schapen en runderen, die helpen voorkomen dat delen van het gebied volledig dichtgroeien en spelen daarmee een rol in het natuurbeheer.
Maar deze dieren vertellen ook een verhaal over de wereld buiten Saeftinghe. In hun lichamen zijn hoge concentraties PFAS aangetroffen, vertelt Marc. De moeilijk afbreekbare chemische stoffen zijn via het drinkwater in hen terechtgekomen. Daardoor kunnen ze niet meer op de gebruikelijke manier voor menselijke consumptie worden afgevoerd.
Het is een wrange tegenstelling. Dieren die worden ingezet om dit gebied zo natuurlijk mogelijk te beheren, dragen de chemische sporen van menselijke industrie in hun lichaam. Maar in plaats van te worden geslacht, kunnen ze nu wel door ouderdom (of ziekte) sterven.
Niet ongerept, wel onvoorspelbaar
Zes uur later en vijftien kilometer verder staan we weer op de dijk waar we de excursie begonnen. Voor ons was het de eerste tocht door het gebied, voor Marc een van velen. Maar na meer dan vijftig jaar heeft hij Saeftinghe nog altijd niet uitgespeeld.
Marc ziet als geen ander de schoonheid van het gebied. Niet omdat het helemaal onaangetast is, maar omdat het in een land van ruimtelijke ordening tenminste nog een beetje onvoorspelbaar is. Als het water over een paar uur terugkomt, begint Saeftinghe namelijk opnieuw van vorm te veranderen.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Ramon is freelance editor voor National Geographic. Al jong raakte hij gefascineerd door de wisselwerking tussen mens en omgeving, vooral op de meest afgelegen plekken ter wereld. Niet voor niets studeerde hij sociale geografie. Zijn favoriete uitdaging als redacteur is om complexe verhalen om te zetten in begrijpelijke teksten.























