Genieten in Vorarlberg

The Sound of Salzburg

Vijftig jaar na de première van een van de beroemdste films aller tijden is het tijd voor een bezoek aan het vredige decor: Salzburg. donderdag, 9 november

Door Olga van Ditzhuijzen

‘The hills are aliiiiiive...’ Ja hoor, ze zingt het echt, Julie Andrews in die dirndl op een alpenwei. Bergen kómen niet tot leven met muziek, nee, ze léven, en ze klinken als muziek. Vreemd, want wij horen niks. Alleen een sfeer van eeuwige onbeweeglijkheid, stoïcijnse sereniteit van het hooggebergte. Je zou om minder lyrisch worden, maar muziek, nee. Zelfs op deze lentedag zingt er geen vogeltje. Misschien moeten we beter luisteren om hier zoals Andrews een klaterend beekje, een biddende leeuwerik en opfladderende watervogels te horen. Of zélf muziek maken, en tegen de steile bergwanden roepen, de echo seconden later terug horen komen, te zingen tegen de wind: ‘…with the sound of muuuuuuuusic!’

Als detectives trekken we deze week door Salzburg, op zoek naar de idyllische filmlocaties van de hitmusical The Sound of Music, een stapel filmstills onder handbereik. Precies vijftig jaar oud is de film nu, en nog altijd trekken jaarlijks 300.000 toeristen speciaal naar de Oostenrijkse stad om met eigen ogen de sprookjesachtige setting van hun lievelingsfilm te zien. Touroperators bieden vier uur durende excursies aan langs de filmlocaties, brochures inventariseren cruciale opnameplekken en speciale reisgidsjes lepelen tientallen weetjes op over acteurs, mythes en misverstanden.

Nu zijn we even ontsnapt aan het toeristisch gewoel en zitten we in een alpenwei, even ten zuiden van Salzburg. Hier werd ook een scène opgenomen, die waar Fräulein Maria de in gordijnstof gestoken kinderen inwijdt in de beginselen van de zangkunst. ‘Doe, a deer, a female deer.’ Wat volgt is een extatische tocht door Salzburg en omgeving, waar de filmpersonages terwijl ze luidkeels zingen, dansen en hollen, een onbetaalbaar overzicht geven van bijna alle bezienswaardigheden van de stad.

Ouverture 

Maar goed, let’s start at the very beginning. De Hollywoodproductie The Sound of Music is een van de succesvolste blockbusters ‘aller tijden’. Met vijf Oscars en een opbrengst van meer dan twee miljard euro mag de film zich scharen in het rijtje van Gone With The Wind, Star Wars en Titanic. De romantische beelden van Salzburg staan bij miljarden fans op het netvlies gegrift, en de soundtrack wordt wereldwijd meegebruld in sing-along bioscoopvoorstellingen. Het verhaal draait om de gewezen non Maria, die door de rijke baron Von Trapp wordt ingehuurd als gouvernante voor zijn zeven kinderen, die geen moeder meer hebben. Maria brengt haar gitaar mee, betovert zowel de kinderen als hun strenge vader, en uiteindelijk trouwt de zeekapitein buiten dienst met deze ontwapenende spring in ’t veld. Net als het sprookje te saai dreigt te worden, breekt de Tweede Wereldoorlog uit en is het gezin genoodzaakt te vluchten. Zingend, uiteraard, trekken ze te voet over de bergen naar Zwitserland om ten slotte in Amerika een succesvolle carrière op te bouwen als de Von Trapp Family Singers.

Tot zover de Hollywoodversie van het verhaal.

De Von Trapps bestaan inderdaad, en de nog in leven zijnde kinderen runnen een gigantische Oostenrijkse lodge in de Amerikaanse staat Vermont. Maar daar kwamen ze niet per benenwagen, en al helemaal niet over de bergen. Dat was ook wel een praktische zet: de Zwitserse grens is nog een kleine 400 kilometer lopen, en dan moet je ook nog langs Hitlers Beierse vakantiechalet Berchtes-gaden, oftewel het Arendsnest... In werkelijkheid vertrok de familie vanaf het treinstationnetje achter hun huis, in de Salzburgse buitenwijk Aigen, om via Italië naar New York af te reizen. De oorspronkelijke villa van baron Von Trapp diende niet als filmlocatie, maar is sinds een paar jaar open als bed & breakfast – ons hoofdkwartier voor de komende week. In haar memoires, die later de basis vormden van respectievelijk de Duitse succesfilm Die Trapp-Familie (1956), Broadway-musical The Sound of Music (1959) en de uiteindelijke Hollywoodproductie, die vijftig jaar geleden in première ging, beschrijft Maria hoe ze aankomt bij de villa, met leren flaphoed en kleren van de armen. Net als in de film. 

Achter een hoge betonnen buitenmuur leidt de oprit van spierwitte kiezelsteentjes naar een lichtgeel gepleisterd minipaleis. Twee stijve buxusboompjes bewaken het bordesje bij de ingang. Op het terras in de achtertuin plof ik naast fotograaf Sascha Schalkwijk, die in deze groene oase de laatste zonnestralen probeert te vangen. Achter ons, in de hoekkamer met erker op de tweede verdieping, kwam postulante Maria Augusta Kutschera in 1926 te wonen, om les te geven aan het bedlegerige dochtertje van de kapitein.

A problem like Maria 

Maria schrijft dat ze troost vond in het uitzicht op ‘het vertrouwde profiel van de Untersberg, zoals ik die ook vanuit de Nonnberg (haar klooster – red.) elke dag had gezien.’ Ook wij zien vanaf het terras, als je op een stoel gaat staan, de herkenbare scheve bergtop. Hier buiten het centrum strekt Salzburg zich uit in een vallei, en vind je plotseling boerderijen, veehouderijen en akkers met graan – op nog geen vijf minuten van het stadshart. Wie zich opgesloten voelt tussen de bergen, kan met een kabelbaan de Untersberg op. Eindelijk uitzicht – nou ja, op nog meer bergen.

Aan de muur van onze hotelkamers hangen ingelijste fotokopieën van het familiealbum van de Von Trapps, en elke kamer draagt de naam van het gezinslid dat er sliep. Van de imposante trap naar de eerste verdieping zie je zo zeven kindertjes van de leuning naar beneden glijden. Na het vertrek van het gezin nam ironisch genoeg nog een ander interessant figuur zijn intrek in dit pand: meneer Heinrich Himmler zelve, de aanvoerder van de SS. Binnen deze vier muren zou hij de holocaust hebben bedacht – een groter contrast met de onschuldige musical is niet voor te stellen.

’s Avonds hebben we een afspraak met Ines Wizany, manager van Salzburgs toeristenbureau. Net als veel Salzburgers vindt ze het jammer dat we ons op filmlocaties van The Sound of Music willen concentreren. Tot een paar jaar geleden was de film zelfs amper bekend in Oostenrijk en Duitsland, niet in de laatste plaats vanwege de voorstelling van Oostenrijkers die de Anschluss met blijdschap begroetten. Daarnaast wordt de Oostenrijkse cultuur en de omgeving met te veel clichés weergegeven, vindt ze. Maar vooruit, de film vormt wel een gratis city marketing die haar bureau met geen mogelijkheid zelf had kunnen financieren. Zelf zag Wizany de film pas voor het eerst toen ze als tiener met een uitwisselingsproject in Amerika belandde. ‘Kom je uit Salzburg?!’ riepen haar kamergenoten ongelovig uit, en plantten haar voor de videorecorder. Voor het eerst zag Wizany de suikerzoete beelden van haar eigen geboortestad, door de bril van Hollywood.

Het zijn vooral bezoekers uit Angelsaksische landen die hunkeren naar de romantische plekken uit de film, vertelt de directeur van Panorama-tours Stefan Herzl een paar dagen later. En, ook opvallend: steeds meer Indiërs. ‘De musical en het melodrama pasen goed in hun Bollywoodcultuur,’ verklaart Herzl. De directeur van de ‘Sound of Music Tour’ ziet een trend ontstaan van toeristen die op zoek gaan naar de plek van hun dromen: en die is veelal bepaald door films en tv-series. ‘Na het succes van Crocodile Dundee werd Australië een trekpleister, Lord of the Rings gaf Nieuw-Zeeland- een boost, en wij profiteren van The Sound of Music.’ 

16 going on 17

Met de Nederlandse gids Sandor (Wizany’s echtgenoot) maken we een wandeling langs allerlei aan de film gerelateerde bezienswaardigheden: het smeedijzeren Jugendstil-bruggetje Mozartsteg over de rivier Salzach; de tuinen van Schloss Mirabell met de stenen discuswerpers en de klimopboog; het Nonnberg-klooster waar de kinderen Maria komen zoeken. Nog steeds wonen hier zwijgende vrouwen achter de middeleeuwse muren, aan de rand van de oude binnenstad. Vanaf de kloosterpoort heb je een weids uitzicht over de lager gelegen Salzburger buitenwijken en verre bergketens. 

De waterfonteinen bij Schloss Hellbrunn mogen ook niet ontbreken: aartsbisschop Markus Sittikus bouwde dat landgoed en liet in de stoelen rond de stenen eettafel in het park fonteinen aanbrengen om zijn gasten op een natte broek te trakteren. Renaissance-slapstick. Leuk. In dit park bevindt zich een van de Sound of Music-topattracties: de ‘kaziebo’, zoals iedereen op z’n Hollywoods uitspreekt. Het prieeltje van film-Liesl en haar Duitse liefje Franz stond werkelijk in de gefilmde tuin van Schloss Leopoldskron, maar is verplaatst naar dit openbare park, als bedevaartsoord voor filmfans. Toen die steeds hun enkels bleken te breken bij het naspelen van dansscènes op de smalle bankjes (overigens net als de actrice zelf, tijdens de opnamen), is de deur op slot gegaan. 

We wandelen verder en komen via het indrukwekkende vestingcomplex Festung Hohensalzburg bij de oude stadsmuren, hoog boven de stad. Op de vesting is een fijn caféterras met opnieuw een ongelooflijk uitzicht, er zijn winkels en kerken en zelfs huizen van particulieren. Met een kabeltreintje bespaar je jezelf de wandeling omhoog, en die vertrekt pal naast Stiftskirche Sankt Peter: de kerk van een klooster dat al in 696 werd gesticht. De uit de berg gehouwen nissen op het kerkhof, met gietijzeren hekken ervoor, inspireerden de decorbouwer in Hollywood tot de kloosterbegraafplaats waar de familie Von Trapp zich in de film voor de nazi’s probeerde te verschuilen. In een van die nissen vind je het graf van pater Wasny, de muzikale geestelijke die jarenlang de familie heeft begeleid als dirigent en manager. Om onduidelijke redenen is hij in de film als de gehaaide oom Max Detweiler neergezet.

Hij haalt de familie over op te treden tijdens de Salzburger Festspiele, in het bunkerachtige theatercomplex aan de voet van de vesting. Op het plein ertegenover zit de Salzburgse beau monde op de terrassen. Nooit lijkt hier een vuiltje aan de lucht, en die onbekommerdheid straalt af op de hele stad: de piekfijn gerenoveerde monumenten schitteren in de zon, nergens is een spoor van graffiti of zwerfvuil, de paardenkoetsjes ratelen volgens plan over de kinderkopjes en zelfs de toeristen lijken netter gekleed dan waar dan ook. We worden bijna wantrouwend als we opvallend veel shoppers in klederdracht zien: nu wordt het echt bijna de Efteling.

Schnitzel with noodels

Dit is geen filmset, maar gewoon de zaterdagmarkt op de Universitäts Platz. De ‘Tracht’-speciaalzaken met peperdure dirndls en lederhosen zijn niet bedoeld voor toeristen; klederdracht is weer ‘in’, begrijpen we, en op vrije dagen is dit een doodnormale dresscode – ook als je abrikozen koopt op de markt. Dit is de plek waar Maria in The Sound of Music de kinderen een picknickmand laat vullen. Ze koopt appels en jongleert tevergeefs met tomaten. Die scène spelen toeristen niet na, zegt een marktvrouw opgelucht. Ze heeft aardbeien en asperges in de aanbieding, maar we kopen een verse mierikswortel – die raspen Salzburgers over hun gebraden worst. 

Volgens gids Sandor moeten we Salzburger Nockerl proberen, en wel in café Mozart, gelegen op de eerste verdieping aan de drukke winkelstraat Getreidegasse. ‘Ik kom hier dagelijks,’ zegt Sandor. Dit is een van de typisch Oostenrijkse koffiehuizen waar mensen urenlang de krant lezen of zakenrelaties ontmoeten achter een kop koffie. De specialiteit is een driepuntige meringue, die drijft in vanillesaus en jam. ‘Het zijn de drie bergen rond Salzburg,’ verklaart Sandor: Mönchsberg, Kapuzinerberg en Rainberg.

Of Maria dit dessert graag at, is onbekend. Vast staat dat liedjesschrijvers Rodgers en Hammerstein het niet noemden – wat ze wel noemden, slaat volgens Oostenrijkers de plank mis. Sandor, verontwaardigd: ‘Schnitzel with noodels... Dat eet niemand! Wiener Schnitzel eet je met Kartoffeln, niet met Nudeln!’ Overigens hadden de Von Trappjes in werkelijkheid een stuk ingetogener repertoire: serieuze psalmen, volksliederen en koorstukken van antieke componisten. En nee, ‘Edelweiss’ uit de film is géén folkloristisch volkslied: ook al wordt de premier van Oostenrijk op staatsbezoek menigmaal getrakteerd op dit Broadway-product.

’s Avonds bezoeken we een Sound of Music-voorstelling in het marionettentheater, een Salzburgse traditie die ook in de film is verwerkt als de kinderen The Lonely Goatherd uitvoeren. In het theater worden al 100 jaar houten marionetten gesneden en aangekleed voor producties als Alice in Wonderland, Die Zauberflöte of Midzomernachtsdroom. Sinds een paar jaar wordt ook de Hollywoodhit vertolkt, met vijf verschillende Maria-poppen en in totaal 21 poppen voor de kinderen. Poppenspel blijkt een volwassen kunstvorm, met spectaculaire effecten: toeschouwers worden telkens op het verkeerde been gezet als een echte acteur als reus het miniatuurtoneel betreedt. Deze versie is op de oorspronkelijke Broadwaymusical gebaseerd, waarin de pragmatische oom Max en de barones het duet ‘No Way to Stop it’ zingen over de naderende Anschluss. ‘Dat vond Hollywood minder gezellig,’ oppert poppenspeler Philippe Brunner, ‘maar we willen die politieke werkelijkheid ook belichten.’

Do-re-mi

In de tuin van Schloss Leopoldskron is een trouwerij aan de gang. Ook hier dragen de bruiloftsgasten onveranderlijk dirndls en lederhosen, van wisselende schoonheid. Het 18de-eeuwse paleis ligt idyllisch aan een meertje, dat in The Sound of Music diende als achtertuin van de fictieve Von Trapps. Nu fungeert het landgoed al decennia als besloten conferentiecentrum voor Amerikaans-Europese betrekkingen. Groepjes fans verdringen zich aan de overkant van het meer, om van daaraf de schitterende façade van het landgoed te fotograferen – maar vooral het stenen tuinhek met de gespiegelde Pegasuspaarden, dat vaak te zien is in de film. 

De tip om in Schloss Leopoldskron te filmen zou afkomstig zijn van producent Wolfgang Reinhardt, die voor de oorspronkelijke Duitse verfilming de rechten verwierf. De onhandige onbesuisdheid van het personage Maria was ook in werkelijkheid haar handicap, en met in haar achterhoofd de schamele bankrekening en zich opstapelende schulden van het gezin verkoopt ze aan hem in 1956 al haar auteursrechten – voor een bedrag van 9000 dollar. 

Die bewuste filmproducent is de zoon van de beroemde Berlijnse- toneelregisseur Max Reinhardt, een van de oprichters van de Salzburger Festspiele die tussen 1918 en ’39 woonde in Schloss Leopoldskron. Naar eigen inzicht en creativiteit restaureerde hij het paleis volledig, om er vervolgens baanbrekende theatervoorstellingen te houden. Na zijn dood stelde zijn weduwe het pand in 1947 beschikbaar aan de Amerikaanse organisatie, die het net vorig jaar openstelde voor ‘gewone’ hotelgasten. En dat zijn wij! 

Een statiger verblijf kun je niet wensen, zo koninklijk aan het water, tussen het groen, met spectaculair uitzicht op de Untersberg. Nooit eerder zaten we in zo’n prachtige ontbijtzaal als de marmeren hal van dit aartsbisschoppelijk paleis. ’s Avonds drinken we Grüner Veltliner aan het meer, tot de zon achter de bergtoppen verdwijnt. Dit is met afstand de allerbeste plek in Salzburg. 

Terwijl de bruiloftsceremonie voortduurt, vraagt in de tuin een magere, sproetige man of we een foto van hem willen maken. Daar ja, bij het hek met de paarden. De zestiger komt uit Buenos Aires en vliegt over een paar uur terug naar huis. Stiekem wandelde hij het landgoed op, want hij is verliefd op Julie Andrews. ‘Hier stond ze,’ glundert hij. In gebroken Engels ratelt hij filmtrivia op, zoals: alleen de achterkant van Leopoldskron diende als filmset, de Venetiaanse balzaal werd in Hollywood nagebouwd, voor de feestscène. 

Wij willen nog één plek zien: de alpenwei waar Maria in de openingsscène de bergen bejubelt. Helaas, die is in Beieren. Dan kiezen we voor de alm waar Maria met gitaar de zeven kinderen Von Trapp het ‘do-re-mi’ leert. Die wei ligt bij het gehucht Werfen, op twintig minuten rijden van de stad. Half en half verwachtten we dat het adembenemende decor van deze scène een toeristische trekpleister is, met bussen Japanners die in dirndl-jurken poseren. Maar op het weiland zijn we helemaal alleen, op een handvol koeien na die nieuwsgierig aan de auto snuffelen. We controleren ons uitzicht met de filmfoto: ja, hier is het. En dan is het stil. The hills mogen dan alive zijn, gelukkig houden ze nu even hun mond. 
So long, farewell, Salzburg...