Portugal

48 uur in Lissabon

Lange wandelingen door pittoreske kronkelstraatjes vol waslijnen, koffie met heerlijke zoetigheden en veel oogstrelende historische panden. En hadden we al gezegd dat alles ook nog eens uiterst betaalbaar is? Een ware stedentrip-aanrader, dat Lissabon. donderdag, 9 november

Door Charlotte Bouman
Foto's Van Charlotte Bouman

Dag 1

Ochtend: Historische highlights 
De gemiddelde Portugees schijnt er zo’n vijf per dag te drinken. Dus doe net als een local en begin de dag met een zogenaamde bica. Met zijn dubbele espresso-formaat een gegarandeerd caffeïne-shot. Je drinkt ze in de vele pastelaria’s vaak samen met de typisch Lissabonese pastéi de nata, een custardcakeje (maar daarover later meer). Als je een bica in Café A Brasileira drinkt (Rua Garret 120), pak je gelijk een stukje Lissabon-historie mee. Dit statige café is namelijk sinds 1905 een waar koffie-instituut in de stad, te herkennen aan het standbeeld voor de deur van dichter Fernando Pessoa, die er een graag geziene gast was. Het prachtige interieur ademt nog steeds de sfeer van de belle époque. 

Je kan je natuurlijk vóór vertrek helemaal inlezen over de historie van Lissabon, maar in de stad zelf is ook een heel goed alternatief voor wie niet zo van huiswerk houdt. Aan het Praça do Comércio-plein, met zijn uitzicht op de Taag-rivier zit namelijk het Lisboa Story Center. In dit sympathieke, interactieve ‘museum’ zie je in ongeveer een uur de hele geschiedenis van de stad. Sla vooral hun ‘aardbevingskamer’ niet over. 

Rond het Praça do Comércio-plein vind je ook vele winkeltjes die al van generatie op generatie meegaan, zoals Conserveira de Lisboa. Hier verkopen ze kleurrijke blikjes met visconserven. Bijna zonde om deze prachtige souvenirs open te maken (Rua dos Bacalhoeiros, 34).

Middag: De hoogte in
Een wandeltocht door de oude wijk Baixa brengt je naar het Praça do Martim Moniz. Op dit plein begint tramlijn 28, een lijn waarvan de piepkleine gele trams meerdere toeristische highlights passeren. Het scheelt ook nog eens heel wat steile heuvels beklimmen. Enkeltjes zijn in de tram zelf te koop (à €2,85), maar als je ze van tevoren in een postkantoor haalt, betaal je slechts de helft. En dagkaart kost vooraf €6 en deze zijn niet in de trams te koop. Hoe charmant de tram en het uitzicht - zeker vanaf een raamplek - ook is, vergeet hier niet op je bezittingen te letten. Deze lijn is namelijk ook zeer populair onder zakkenrollers. 

De tram stopt dichtbij het Castelo de São Jorge. Vanuit deze imposante, voormalige burcht heb je misschien wel het beste uitzicht over de stad en de Taag-rivier.  Zorg overigens dat je schoenen met niet te gladde zolen draagt tijdens je Lissabon-trip. Op de spekgladde stenen die overal in de stad liggen, is het makkelijk uitglijden. En ruwe zolen maken de wandeling terug naar beneden vanaf het kasteel door het heuvelachtige Baixa dan toch net een tikje minder spannend. 

We gaan wederom omhoog, maar deze keer met de Santa Justa-lift (Rua do Ouro, 1150-060). Deze historische lift brengt je naar het 45 meter hoger gelegen Carmo-plein. Een enkeltje omhoog (of omlaag) kost rond de drie euro, maar is gratis met een OV-dagkaart. 

Avond: Drank, diner en wellicht gezang
Bijna aangrenzend ligt de wijk Bairro Alto. Een wijk zoals je je voorstelt bij de stad, vol sfeervolle kronkelstraatjes met statige huizen, inclusief tientallen waslijnen. Een ideale plek voor wat vakantiekiekjes. In Bairro Alto is het tot diep in de nacht goed toeven in de vele restaurants en (fado)bars. Een prachtige aanrader is bijvoorbeeld Pavilhão Chinês (Rua Dom Pedro V, 89). Een bar die meer een museum lijkt. Terwijl je je cocktail drinkt, heb je uitzicht op de vele vitrinekasten vol oud speelgoed en antieke spullen die elk stukje muur in de bar lijken te bedekken. Qua restaurant is Cantinho do Avillez in de buurt van het Chiado-plein zeker een aanrader. Eigenaar en (lokale) culinaire ster José Avillez heeft verderop in de buurt ook zijn sterrentent Belcanto, maar in zijn ‘kantine’ is alles een stuk betaalbaarder. En misschien wel even lekker (Rua Dos Duques de Braganca, 7. Reserveren wordt aangeraden). 

Dag 2

Ochtend: De kunst ligt op straat 
Wie ook maar even in Lissabon en dan vooral de wijk Bairro Alto is, kan het haast niet ontgaan: street art is hier letterlijk en figuurlijk groot. En wordt zelfs door de overheid gestimuleerd. Wat begon met een paar panelen door aangetrokken kunstenaars voor het GAU-project (Galeria Arte Urbana) op de kruising Calçada da Glória en Largo da Oliveirinha in de wijk Bairro Alto, is nu de hele wijk/stad versierd. Op www.lisbontrail.com vind je interessante kunstroutes langs de belangrijkste werken. Of boek een (privé) kunsttour. 

Middag: Op ontdekkingstocht 
Vanaf station Cais du Sodre brengt de trein je in nog geen kwartier naar Belém, een (buiten)wijk die erg belangrijk is geweest voor de historie van Portugal, maar ook de hele wereld. En dat zie je al snel wanneer je de kustlijn (langs de haventjes) verder volgt, richting het imposante Padrão dos Descobrimentos-monument. Hierop staan 33 personen die een grote rol speelden bij de (vele) ontdekkingsreizen vanuit Portugal op wat lijkt een enorm schip. Bijna vooraan staat bijvoorbeeld Vasco de Gama, die de handelsroute naar India ontdekte. Vanaf de bovenkant van het monument (te bereiken per trap of lift) heb je een indrukwekkend uitzicht, o.a. op de Torre de Belém, een voormalige verdedigingstoren. 

Een korte wandeling door het aangrenzende park en langs het burchtachtige Centro Cultural de Belém brengt je naar misschien wel een van de mooiste plekken van de stad, en zeker de meest rustgevende: het Jerónimos-klooster (zie hoofdfoto). Bijna recht voor de deur is een drukke doorgaande weg, maar binnen in dit Unesco Werelderfgoed-gebouw lijken alle stadsgeluiden plotseling te verdwijnen. Een prachtige plek om even je voeten te laten bijkomen in de serene rust. In het kerkgedeelte is het graf van ontdekkingsreiziger Vasco de Gama te vinden.

Een paar deuren verderop is misschien wel de bekendste pastelaria van het land te vinden: Pastéis de Belém (Rua de Belém 84-92). Laat je zeker niet afschrikken door de vaak lange rij bij de ingang. Loop naar achteren in de zaak en je ontdekt letterlijk zaal, na zaal, na zaal. Allen met even prachtige azul-tegeltjes bedekte muren. De koffie is hier (zoals overal in de stad) goed, maar het draait hier toch echt om de pastéis de Belém, een bladerdeeg-custardgebakje dat je rijkelijk bestrooit met kaneel en poedersuiker. Het wordt hier al sinds 1837 gemaakt volgens een uiterst geheim familierecept. Grote kans dat je er meer dan één bestelt. Geen probleem, ze bakken hier zo’n tienduizend taartjes per dag! 

Avond: Aan de waterkant 
Het is best een stuk teruglopen richting stadscentrum, maar tot de ‘tweelingzus van de Golden Gate-brug’, de Ponte 25 de Abril is zeker haalbaar, mochten je voeten het nog houden. Rondom deze brug vind je de Docas, een verzameling van (hippe) restaurants en bars, gevestigd in voormalige pakhuizen aan het water. Probeer hier zeker hét gerecht van Lissabon, de bacalhau (kabeljauw). Naar verluidt zijn er in de stad 365 manieren om deze te bereiden, voor elke dag van het jaar een. 
Het nachtleven is ook in de Docas bruisend, maar ga je toch liever terug naar de stad? Het Alcantara-treinstation is dichtbij. Anders zijn de in Lissabon zeer betaalbare taxi’s een goede optie terug. Maar wedden dat je nog blijft voor een drankje (of twee)? 

Lees meer