In 1997 vielen de poorten van het ‘Italiaanse Alcatraz’ voor het laatst in het slot. Sindsdien heeft de natuur het eiland langzaam terugveroverd. Waar ooit maffiabazen achter de verlaten gevangenismuren zaten opgesloten, grazen nu vrij rondlopende albino-ezels en krijgt de wildernis opnieuw de overhand. Waar vind je dit bijzondere eiland?

Een quarantaine-eiland

Het is een ongewoon warme dag in februari wanneer ik Cala Reale nader, de onbewoonde nederzetting in het noorden van Asinara, een eiland ter noordwesten van Sardinië. Tegen de met struikgewas begroeide heuvels steken twee gebouwen af die de moderne geschiedenis van het eiland hebben bepaald: Palazzo Cala Reale, de voormalige zomerresidentie van het Italiaanse koningshuis (nu het hoofdkwartier van het nationaal park), en het verlaten Stazione Sanitaria Marittima, ooit een quarantainelocatie.

in asinara staat het palazzo cala reale, de voormalige zomerresidentie van het italiaanse koningshuis.
Angelo Andreas Zinna/Alamy
In Asinara staat het Palazzo Cala Reale, de voormalige zomerresidentie van het Italiaanse koningshuis.

Beide werden na 1885 gebouwd, in een periode die de identiteit van het eiland voorgoed zou veranderen. Vanwege de groeiende handel in het Middellandse Zeegebied besloot de Italiaanse regering een afgelegen quarantainelocatie op te richten. Hier konden schepen uit andere continenten aanmeren om de verspreiding van besmettelijke ziekten te helpen voorkomen.

Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!

Om dit mogelijk te maken, zetten de autoriteiten de bevolking van Asinara – ongeveer vijfhonderd mensen van Sardijnse en Ligurische afkomst – uit hun huizen. ‘Mijn grootouders behoorden tot de gezinnen die uit hun huizen werden gezet om plaats te maken voor de eerste quarantainelocatie in Italië,’ zegt freediver Alessandro Masala, die nu als een van de weinige mensen het grootste deel van het jaar op Asinara doorbrengt en daar het duikcentrum Cala d’Oliva runt.

Van quarantaine-locatie tot concentratiekamp

Aan het begin van de twintigste eeuw werkten ongeveer tweehonderd gevangenen op het door de zon verschroeide land van Asinara. Dit aantal nam in 1915 exponentieel toe, toen het eiland 24.000 Oostenrijks-Hongaarse krijgsgevangenen ontving.

Asinara was hier allerminst op voorbereid. Een enorme cholera-uitbraak veranderde het eiland al snel in een gevreesd epicentrum van de epidemie. Ongeveer zevenduizend gevangenen stierven binnen enkele maanden, waarna hun lichamen wekenlang onbegraven bleven vanwege een gebrek aan graafgereedschap.

Op een steenworp afstand van de haven van Cala Reale staat nog steeds de door de gevangenen gebouwde kapel, met glas-in-loodramen die zijn beschilderd door de kunstenaar István Szász. Iets meer dan een kilometer naar het westen, langs de weg die naar Tumbarino loopt, herbergt het monumentale Oostenrijks-Hongaarse ossuarium de stoffelijke resten van krijgsgevangenen die uit massagraven zijn opgegraven.

De omvorming van Asinara tot een concentratiekamp voor gevangenen uit de Eerste Wereldoorlog luidde een tijdperk van geweld in dat nog decennia na de oorlog zou voortduren.

Gevangenis met maximale beveiliging

In de naoorlogse periode ontstonden er discussies om van Asinara een nationaal park te maken, maar al snel stond een andere nationale noodsituatie dat in de weg. Vanaf 1971 hervatte de staat het isolatiebeleid om de invloed van de groeiende maffiagroeperingen in te dammen. Alle communicatiekanalen met de buitenwereld werden afgesneden, waardoor criminele organisaties geen contact meer konden onderhouden met hun netwerk.

In de hele geschiedenis van Asinara slaagde slechts één gevangene, Matteo Boe, erin te ontsnappen uit de zwaarbeveiligde gevangenis op het eiland. Hij deed dit in 1986 door op een speedboot te springen die door zijn medeplichtigen naar de kust werd gevaren.

De terugkeer van de natuur naar Asinara

De gevangenis sloot in 1997 haar deuren, waardoor Asinara kon uitgroeien tot een nationaal park. De beperkte toegang tot de gevangenis zorgde onbedoeld voor een grote biodiversiteit, vrij van massatoerisme en industriële visserij.

albino ezels in asinara in italië
maurosanna/Adobe
In Asinara leeft een zeldzaam ras van albino-ezels dat inheems is op het eiland en met uitsterven wordt bedreigd.

‘Ik werd vanaf het begin halsoverkop verliefd op deze plek,’ zegt Masala. ‘Op een diepte van slechts tien meter vind je een ongelooflijk aantal vissen. Als we gaan snorkelen, kunnen we vanaf het oppervlak alles zien: barracuda’s, zeebrasems en tandbaarzen. En dan heb ik het nog niet eens over de rijkdom van de zeebodem; de flora is werkelijk adembenemend.’

Tijdens een van deze duiken in 2023 herontdekte Masala een scheepswrak. De Sogliola werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Italiaanse Koninklijke Marine ingezet voor het vervoer van militaire voertuigen. In 1943 werd het schip onderschept door de geallieerden en tot zinken gebracht door een Britse onderzeeër. ‘Het scheepswrak laat precies zien hoe de natuur haar ruimte heeft teruggewonnen. Er is een prachtige dualiteit: onaangetast door de mens, werkte het scheepswrak als een magneet en ontwikkelde zich tot iets dat volledig tot leven is gekomen,’ zegt Masala.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Willeke van Doorn

Willeke van Doorn studeerde journalistiek, reisde een tijdje de wereld rond en kwam uiteindelijk via de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland bij de redacties van Quest en National Geographic. Ze is nieuwsgierig naar de wereld, gaat het liefst elke maand even op reis en neemt dan ook altijd haar hardloopschoenen mee.