Tanzania

Tanzania: Het wilde paradijs

Fotograaf Martin van Lokven treedt in Tanzania in de voetsporen van zijn held, fotograaf en filmer Hugo van Lawick. donderdag, 9 november

Door Martin van Lokven
Foto's Van Martin van Lokven

Ik ben verliefd. Verliefd op Ndutu in Tanzania. Het is hier dat ik mijn vrouw ten huwelijk heb gevraagd. In het Ndutu van mijn held, baron Hugo van Lawick, de wereldberoemde fotograaf en filmer. Twee meren, een moeras, acacia’s en daaromheen een grote open vlakte, net onder het beroemde nationaal park Serengeti. Van­ uit zijn hier gelegen Camp Ndutu maakte Van Lawick beroemde  films als Savage Paradise: The Predators of Serengeti, Serengeti Symphony en The Leopard Son. De laatste titel – een bio­scoopfilm over de geboorte en de eerste jaren van een luipaard – bevat een werkelijk briljant opening shot: een stilstaand beeld van in de wind wuivende bloeiende grashalmen, waar het opgeheven puntje van een luipaardstaart van rechts het beeld binnenwandelt en links er weer uit! Wat een magistrale scène.

‘Hier heeft zijn tent gestaan, precies op deze plek, vanaf 1971, bijna dertig jaar lang. Daar stonden de tenten van zijn medewerkers en daar de auto’s. Dit was zijn kamp, Camp Ndutu.’ Aadje Geertsema, gedeeld eigenaar van de nabijgelegen Ndutu Safari Lodge, wijst op de open plek om ons heen. We staan bij het graf van Hugo, met daarop een plaquette: ‘Hugo van Lawick 1937­ 2002’. Vanaf zijn graf hebben we een fantastisch uitzicht over de omgeving van Ndutu, zo herkenbaar uit Hugo’s films.

Later bij het knapperende kampvuur van de lodge, wijst Geert­sema mij op een foto. ‘1969­1970. Hugo, Jane en Grub’ staat eron­ der. Ik zie Jane Goodall – de beroemde chimpansee­onderzoeker, natuurbeschermer en toenmalige echtgenote van Hugo van La­wick – met Hugo en Grub, hun zoon, afgebeeld voor het toen nog Ndutu Tented Camp. Op de foto ernaast, Grub met George Dove, de toenmalige eigenaar die zo ongeloofijk veel voor Hugo en Jane heeft gedaan. Het was ook in die dagen dat Geertsema een jaar lang als Hugo’s camera-assistente werkte.

Gelegen in het zuidoostelijke deel van het Serengeti-ecosysteem, bij het Ndutumeer en omringd door fraaie parasolacacia’s, ligt de huidige gastvrije en gezellige lodge in een oase van rust en vrede, ver van de grote toeristenstroom. En dat terwijl in de periode januari-april het gebied dankzij de aanwezigheid van ruim een miljoen gnoes en alle activiteit van roofdieren the place to be is. Regen transformeert binnen die periode de droge vlakten tot een groen tapijt van vers kort gras – en in die weelde van voedsel brengen de meeste gnoes hun kalfjes ter wereld.

Van Lawick maakte begin jaren ’60 kennis met Ndutu toen hij een  lm maakte over de antropologen en paleontologen Louis en Mary Leakey tijdens hun opgravingen in Olduvai, een kloof tussen Ndutu en Ngorongoro. Daarop volgde in 1962 vanuit de National Geographic Society de opdracht om Jane Goodall bij haar onderzoek naar chimpansees in Tanzania te filmen en fotograferen. In de daaropvolgende vijf jaren werkten zij samen voor diverse publicaties en films, trouwde hij met Jane en kreeg het duo een zoon, Grub. Samen streken zij neer in Ndutu en daar zou hij ook niet meer weggaan, ook niet na de scheiding van Jane in 1974.

Voor ik ga slapen verwonder ik mij nog eens over Van Lawicks foto’s in het boek met de toepasselijke titel Last Days in Eden.

In de periode januari-april is dit gebied dankzij de aanwezigheid van ruim een miljoen gnoes en alle activiteiten van roofdieren the place to be.

‘Did you hear the lion roar last night, salva?’ Het is tien voor zes en nog donker als ik de volgende ochtend met een kop dampende koffie in de hand Salvatory in de lodge tegenkom, mijn chauffeur en gids. Hij is vriendelijk, professioneel en is behept met een enorme kennis en ervaring. Ook heeft hij ooit nog voor Van Lawick gereden. ‘I even heard two! Where are you headed this morning?’ Todd Gustafson, een boomlange Amerikaanse fotograaf, legt zijn 600mm telelens even neer en komt bij ons staan. Net als ik is hij hier elk jaar weer. Deelnemers van zijn groep, die hij begeleidt als fotograaf/reisleider, zijn met koffie en thee neergestreken in een van de zithoeken, net als veel andere gasten. Een typische ochtend in de lodge. We praten wat over de afgelopen dagen en vertrekken dan voor de game drive.

‘Leeuwen!’ wordt er gebruld. We rijden nog geen vijf minuten of we zien al enkele exemplaren. Bij het Ndutumeer ligt in een plas water het overblijfsel van een eerder die nacht gedode zebra, met ernaast een leeuw. Zes andere leeuwen keren zich af van de crime scene waar, jawel, ook welpjes rondlopen. ‘Martin, what shall I do?’ Salvatory lijkt achter de snel verdwijnende volgegeten welpjes aan te willen gaan, maar ik blijf liever bij wat nog rest van de zebra en de nog etende leeuw. We parkeren de Landcruiser dichter bij het tafereel en dat blijkt een goede beslissing. Luttele minuten later kleurt de opkomende zon deze jonge koning der dieren – met één poot nog op het eten, in de richting kijkend van zijn weglopende groepsgenoten – prachtig goudgeel.

Wat een geluk!

Na dit goede begin rijden we door naar het grote moeras. Onderweg zien we overal groepjes gnoes en zebra’s. De regen heeft de wonderbaarlijke trek van de grote kuddes naar Ndutu geleid – zoals de neerslag ze later dit jaar ook weer over de beroemde Mararivier in het noorden van Tanzania en zuiden van Kenia zal dwingen, waar ze massaal tussen de krokodillen de oversteek zullen maken. De trek van ruim anderhalf miljoen gnoes, 500.000 thomson gazellen, 200.000 zebra’s en 18.000 elandantilopen in het Serengeti-ecosysteem is een spektakel van ongekende omvang. De voorhoede is hier in Ndutu aangekomen.

Even later rijden we vanuit de laagte van het moeras tussen acacia’s door naar de open vlakte. Hier zijn de groepen gnoes en zebra’s groter. Het is op deze vlakten waar de gnoe kalfjes worden geboren. Maar het is ook een favoriet jachtgebied van Afrika’s snelste jagers. Na een half uur off road zoeken valt de scherpe blik van Salvatory op een beweging in wat hogere vegetatie.

‘Cheeta!’ Achter de jachtluipaard aan bewegen drie pluizige ‘knuffels’ met hoge aaibaarheidsfactor, spelend met elkaar en met moeders staart. We volgen ze op gepaste afstand, als er vanuit de verte een stuk of wat gnoes – met pas geboren kalfjes – dichterbij komt. Even later zijn we getuige van een jacht die helaas voor de cheeta en haar jongen niet succesvol is.

Later op de middag, als we weer tussen de acacia’s rijden, zien we van dichtbij secretarisvogels, scharrelaars, grondneushoornvogels en een python boven in een struikje. Dan stopt Salvatory en pakt zijn verrekijker.

‘Chui!’ Luipaard!

Een groot mannetje ligt in een acacia, een vers gevangen gnoekalf hangt naast hem. We blijven nog zeker een uur bij de luipaard en genieten van een lint van nog meer gnoes, de ondergaande zon, de ruimte en de rust voordat we terugrijden naar de lodge. Een onvergetelijke dag in dit wilde paradijs.

‘Martin, do you want some more cake?’ De picknickmanden die we elke ochtend meekrijgen zijn heel luxe. Vandaag zijn we een ‘dagje uit’ in de beroemde Serengeti – ‘Siringet’ is het Masaï - woord voor eindeloze vlakte – en ik kijk uit over een zee van wuivende lange gele grassen, tot over de horizon. Masaï wonen niet meer in het nationaal park Serengeti, een natuurgebied dat ongeveer een derde van Nederland beslaat. Met de oprichting van het park zijn zij naar de NCA verplaatst, waar zij nu hun vee hoe- den. Maar gnoes zijn er ook niet, die bevinden zich juist allemaal in Ndutu, waar het gras nu ook echt groener is. We zien wel olifanten, gira en, topi’s en hartebeesten.

Mijn laatste ochtend in Ndutu luister ik naar koerende duifjes, roepende parelhoenders en het gekwetter van badderende dwergpapegaaien. Voor mij op tafel staan een kop koffie en wat verse broodjes. Ik heb een rustig ontbijt verkozen boven de ochtendsafari. Met Aadje Geertsema heb ik een tafel met uitzicht op de drink- en badderbak voor de vogels, waar het een komen en gaan is van felgroene dwergpapegaaien, iriserend blauw-oranje glansspreeuwen, blauwe prachtvinkjes en ingetogen grijsbruin gekleurde duifjes. Ik maak snel een paar foto’s en denk: ‘Zou Hugo bij zijn kamp ook een drink- en badderbak voor vogels hebben gehad?’

Het afscheid van Ndutu, Geertsema en de staf van de lodge valt mij zwaar. Maar ik kom weer terug, beloof ik mezelf. Zoals zo velen die in deze ‘Secret Serengeti’ zijn geweest. Op weg naar Ngorongoro passeren we de Olduvaikloof en gaan we even bij het plaatselijke museumpje langs. Nog steeds maakt het afgietsel van de beroemde Laetoli-voetsporen iets bij mij los. De eerste keer dat ik de 3,6 miljoen jaar oude in vulkanische as achtergebleven voetafdrukken van drie – recent onderzoek wijst zelfs op vier – mensachtigen zag, werd ik overmand door emotie. Hier hadden onze voorouders gelopen! Weliswaar leken ze niet op de moderne mens, maar dit was wel verre familie van ons. En met niet meer dan een steen of tak om zich te kunnen verdedigen, hadden ze voorzichtig en op hun hoede tussen leeuwen, luipaarden, hyena’s, olifanten en buffels gelopen.

Op de rand van de Ngorongorokrater, die op Unesco’s werelderfgoedlijst voorkomt, staan we even stil bij het graf van twee andere helden uit mijn jeugd, Bernhard en Michael Grzimek. Bernhard was een dierentuindirecteur, zoöloog, schrijver van natuurboeken, filmer en een drijvende kracht achter de Zoologische Gesellschaft Frankfurt, een groep onderzoekers die ook nu nog actief zijn in de Serengeti. Met zijn zoon Michael heeft hij de Serengeti in de jaren ’50 wereldwijd bekendheid gegeven door het boek en de film Serengeti Shall Not Die. Zonder hen was er wellicht geen nationaal park Serengeti geweest. Michael verongelukte in zijn vliegtuigje in 1959 terwijl hij aan het  filmen was, na een botsing met een gier. Na zijn dood in Duitsland werd de as van Bernhard begraven naast zijn zoon op de rand van de krater.

Met een doorsnede van circa 25 kilometer, een hoogte van 2400 meter en een diepte van 600 meter is de beroemde Ngorongoro-krater de grootste caldera ter wereld. Ooit zat er een tot 4500-5800 meter hoge vulkaankegel boven op wat nu de krater is, voordat deze er met een enorme explosie af werd geblazen. Onvoorstelbaar wat een natuurgeweld dat geweest moet zijn. De hoge wand vormt nu de natuurlijke afsluiting van een waar paradijs met wel 30.000 gnoes, zebra’s, buffels en andere grazers – maar ook met de hoogste dichtheid leeuwen en hyena’s van heel Afrika. Een paar jaar geleden telde ik in één oogopslag zeventien hyena’s en dertien leeuwen. Ngorongoro is ook een laatste toevluchtsoord voor de zwarte neushoorn in Tanzania. Er leven er zo’n 30, onder constante en intensieve bewaking door rangers in posten op de kraterrand.

We genieten van een luipaard, gnoes, de ondergaande zon, de ruimte en de rust voordat we terugrijden naar de lodge.

De volgende ochtend staan we in de krater te kijken naar wat lijkt op een grote grijze steen, een paar honderd meter van de onverharde weg. Maar als de steen plotseling gaat staan, is duidelijk dat het hier gaat om een zwarte neushoorn – die net als de witte neushoorn grijs is maar de naam dankt aan de gewoonte om in de modder te rollen.

Vanuit zo’n tien andere jeeps links en rechts van ons klinken enthousiaste geluiden en klikkende camera’s. Tja, bij een neushoorn in de krater sta je zelden alleen. Neushoorns spreken tot de verbeelding en iedere toerist heeft toch wel de Big Five – neushoorn, olifant, buffel, leeuw en luipaard – op zijn wensenlijstje staan. Van neushoorn en luipaard is het nooit zeker dat je die zult zien, maar tijdens een meerdaagse safari door Ngorongoro, Serengeti en Ndutu kan deze wens heel goed gerealiseerd worden.

Voor onze lunch rijden we de tafelheuvel op, vanwaar we een prachtig zicht hebben op een vredig tafereel van grazende kuddes gnoes, zebra’s en bu els. Olifanten en struisvogels maken het beeld compleet. Niet ver van de heuvel liggen een paar hyena’s te eten. Nog iets verder de roedel leeuwen die we vroeg in de ochtend al direct waren tegengekomen. Een bijzondere ervaring.

Ik moet denken aan Hugo’s laatste film, zijn meesterwerk Serengeti Symphony uit 1999, een film geschikt voor kinderen waarin wel wordt gejaagd maar geen dieren worden gedood. Een ode aan zijn Hof van Eden, het wilde paradijs.

Fotograaf Martin van Lokven organiseert workshops en fotoreizen, ook naar het in deze reportage beschreven gebied (30 maart-9 april 2016). Dit is zijn eerste verhaal voor Traveler.

Tips

Fotograaf Martin van Lokven reisde meermalen naar Ndutu in Tanzania. Hier geeft hij enkele tips voor een safari door dit gebied.

Praktisch

Vlucht: Tanzania is vanaf Schiphol met een rechtstreekse vlucht van KLM op Kilimanjaro International Airport bij Arusha te bereiken (klm.nl). Ndutu is dan zo’n 6 uur rijden of nog eens 50 minuten vliegen. De route over de weg met een 4x4 gaat tot de toegangspoort van de Ngorongoro Conservation Area over een strakke geasfalteerde weg. Daarna wordt het avontuurlijker.

Reisperiode: Voor Ndutu is de beste tijd februari tot in mei. Afhankelijk van de regens vertoeven er dan zeker een miljoen gnoes om er te kalven op de vlakten tussen Ndutu en Ngorongoro. Vanaf maart neemt de kans op regen toe.

Visum: Voor Tanzania is een visum nodig. Dit is te verkrijgen bij de ambassade in Den Haag, maar ook bij aankomst op het vliegveld. Ndutu, Ngorongoro en de Serengeti zijn vanwege de hoge ligging zo goed als malariavrij. Het wordt natuurlijk wel geadviseerd een anti-malariamiddel in te nemen.

Op safari

Koning van de krater: Tanzania trekt jaarlijks meer dan een miljoen bezoekers, van wie het merendeel de natuurparken bezoekt. De Ngorongorokrater, die prijkt op Unesco’s werelderfgoedlijst, kent de hoogste dichtheid leeuwen van Afrika. De krater biedt het hele jaar door voldoende voedsel, dus de leeuwen zien geen reden te migreren. Deze koning der dieren is een dankbaar onderwerp voor fotografen, net als veel andere van de 25.000 grote zoogdieren die er leven.

Overnachten in een Sterrenlodge: De fraaie Ndutu Safari Lodge ligt op een steenworp van het voormalige Camp Ndutu van Hugo van Lawick, in wiens voetsporen ik voor deze reportage wilde treden. Het biedt rust en gezelligheid buiten de grote toeristenstroom. Uniek zijn de genetkatten die na het diner de gasten vermaken met hun aanwezigheid. Verwacht geen vijf sterren: bij het kampvuur zie je er miljoenen!