Verenigde Staten

Grand Canyon: Een tocht over de woeste Colorado

Hoe breng je mannen tot elkaar? Zet ze in dory en laat ze de woeste Colorado afgaan. Hun zintuigen werden geprikkeld tot het uiterste. Pete McBride nam zijn broer mee. donderdag, 9 november 2017

Door Pete McBride

Gehurkt in een dory stort ik me in een van de beruchte stroomversnellingen van ’s werelds grootste canyon – en word ik verrast door alles wat ik hoor. Niet alleen het gebulder van het water weerkaatst van de granieten rotswanden om ons heen, maar ook de minder harde klanken: het gesteun van de houten romp, het geknars van de riemen, de roep van een winterkoninkje in een naburige canyon. Misschien zijn het mijn zintuigen, gescherpt door de adrenaline die door mijn aderen jaagt, of misschien komt het door het slapen onder het stille uitspansel van sterren aan de oevers van de Colorado. Wat het ook is, ik hoor alles spookachtig helder. Het is dag elf van mijn vijftien dagen durende boottocht met familieleden door de anderhalve kilometer diepe Grand Canyon in Arizona, en we staan op het punt de Lava Falls te nemen – ‘Het is alsof je van de trap wordt gesmeten terwijl iemand een brandspuit zo breed als een rivier op je richt,’ zo omschrijft onze kapitein deze ervaring. Ik vraag me serieus af of het wel zo verstandig is geweest om voor dory’s te kiezen – laagliggende boten die in kalm water als kurken ronddobberen, maar in stroomversnellingen in een oogwenk kunnen omslaan. Ik grijp me vast aan het sloepboord van de Okeechobee, onze dory. In de 35 jaar dat dit houten bootje de Colorado heeft bevaren, is het minstens vijfmaal herbouwd.

Naast me in de gerepareerde boeg hurkt mijn oudere broer Johno, die verslaafd is aan actie – hij coachte de Amerikaanse olympische skiploeg – en geen dag zonder avontuur kan. Maar nu zie ik hem toch nerveus kijken. Terwijl we controleren of onze zwemvesten en helmen goed vastzitten, wisselen we een broederlijke blik. 

You got it, Moqui!’ schreeuwt Johno tegen de ervaren gids die achter ons aan de riemen zit. ‘Jij bent de koning!’ Het is een eretitel die Moqui – oftewel Mark Johnson – tientallen jaren geleden verdiende. Maar nu heeft de koning de ‘lavastorm’ vóór ons in zijn haarscherpe vizier: we vallen over een glasachtige groene tong, waarna een golf zich achterover krult en op ons stort. We joelen. De sloep ligt lang genoeg stil om naar de zijkant te worden geduwd. Gelukkig staat Moqui bekend om zijn woeste ‘Moqui-slagen’, de abrupte rukken aan de riemen waarmee hij zich altijd uit de kaken van de rivier weet te bevrijden. Hij zal onze koersafwijking corrigeren. Maar we blijven naar links afdrijven. Ik kijk over m’n schouder naar onze kapitein, die het enige stel riemen van de dory bemant. Wat ik zie, doet me huiveren: zijn linkerhand is leeg, geen riem te zien. Rondom buldert het witte water. Plan A, de route rechts van het midden van de rivier, is met de riem overboord geslagen. We moeten het doen met Plan B – overleven.

Mijn broer en ik groeiden op langs en op de Colorado; ’s zomers zwommen en visten we er, ’s winters skieden we over het sneeuwpak dat de zijrivieren met smeltwater voedde. Zes jaar geleden volgde ik de rivier voor mijn boek The Colorado River: Flowing Through Conflict – vanaf zijn oorsprong in de Rockies tot aan de delta aan de Golf van Californië. Ik zag hoe de rivier werd leeggezogen door droogte en bevolkingsgroei. De Colorado bereikt de Golf niet langer – te veel rietjes slurpen uit hetzelfde glas. Mijn verbazing over de gedaanteverandering van deze magnifieke levensader – volgens sommigen een van de meest geliefde en bevochten waterwegen ter wereld – deed in mij het verlangen ontbranden om hem beter te leren kennen en te beschermen. De loop van de Colorado heeft mijn levensloop bepaald – de geologische term is ‘stroomonthoofding’, waarbij een waterweg met een groter verhang het stroomgebied van een naburige waterweg met een kleiner verhang naar zich toetrekt en overneemt... 

- donald culross peattie, the road of a naturalist, 1941 

En zo beginnen we op een ochtend in mei samen met andere avonturiers in vijf dory’s en drie bagagesloepen aan onze tocht vanaf Lees Ferry, het beginpunt van de meeste Colorado-expedities. Een paar kilometer stroomopwaarts verrijst de Glen Canyon Dam; we zien de stuwdam niet, maar we merken wel zijn aanwezigheid. Rondom ons glinsteren onnatuurlijk heldere waterpoelen, waaruit al het rode sediment (die herinnert aan de Rockies) is gefilterd. ‘Te dik om te drinken, te dun om te ploegen,’ zeiden ze over deze rivier voordat menselijk ingrijpen het water veranderde van een slibrijk rood in een groene slang. Twee weken en 446 kilometer lang zal deze rivier ons pad zijn, ons drinkwater, ons huis.

Onze rivierkaravaan dobbert stroomafwaarts tussen de gepolijste wanden van de meanderende Marble Canyon, die wordt beschouwd als de officieuze toegangspoort tot de Grand Canyon. Johno voelt zich inmiddels op z’n gemak in onze dory en lijkt mijn pleidooi voor een houten sloep geaccepteerd te hebben. 

‘Waarom in een dory?’ had hij gevraagd toen ik een boottocht samen met hem en zijn vrouw Sunni had voorgesteld. ‘Waarom niet een veilig rubbervlot?’ 

‘Als je op een warme lentedag over een landweg wilt rijden, wat zou je dan kiezen: een volle bus die weinig haltes aandoet, een ruime maar trage truck of een klassieke sportwagen? Als je veiligheid en tijdwinst wilt, lever je stijl in. En als je stijl wilt, geef je praktisch comfort op. Een dory is cool én redelijk praktisch – en veiligheid hangt af van degene die aan de riemen zit.’ 

Bovendien, zo ging ik verder, stralen deze sloepen het gevoel uit dat John Wesley Powell op zijn tocht over de Colorado in 1869 ervoer, toen hij de nog nooit verkende waterweg als eerste in een houten boot afzakte en de rivier ook als een van de eersten in kaart bracht. 

‘Welke watervallen er zijn, weten wij niet,’ schreef Powell in zijn dagboek. ‘Welke rotsen de stroom belagen, weten wij niet; welke muren boven de rivier uitrijzen, weten wij niet.’ En hoewel de rivier tegenwoordig volledig in kaart is gebracht, voel ik me een beetje zoals hij. 

Terwijl we afdalen langs de veertig lagen van sedimentair gesteente in de canyon, waarbij elke laag een tijdperk vertegenwoordigt, stel ik me voor dat ik me details uit de geologieles kan herinneren. Maar ik kan het niet bijhouden – deze plek heeft gewoon te veel tijdperken, lagen en namen (Kaibab, Supai...). De Grand Canyon is overweldigend in schaal, in kleur en in pure kracht die alles tot nietigheid reduceert, behalve de ziel. 

Gelukkig blijken onze gidsen varende encyclopedieën te zijn. Van de vijf mannen hebben er drie de status van ‘legende’ bij O.A.R.S., de outfitter die al sinds 1969 boottochten op de rivier verzorgt. Een van hen, Andre Potochnik, is afgestudeerd geoloog en was lid van de recreatiecommissie van het Amerikaanse agentschap voor waterbeheer, die de uiteenlopende belangen rond de rivier afweegt. Het agentschap is de op één na grootste producent van hydroelektriciteit in de VS en beheert het debiet van de Colorado. Sommigen zien waterkracht als de economische motor van de rivier. Anderen zien een ongebreidelde rivier, die miljarden aan toerisme-inkomsten zou opbrengen, als de economische drijfveer. In zijn dertien jaar als lid van de commissie ontwikkelde Potochnik zich van ‘stuwdamhater’ tot iemand met een gematigder standpunt. 

‘Het agentschap had begrip voor ons, dus stelde ik mijn houding bij.’ Op onze tocht praat hij over de wetenschap van gesteenten totdat de rivier – of het bier – droogvalt. En dezer dagen raakt het bier minder snel op dan het rivierwater. 

Gids Lars Haarr praat over de ecologie van de canyon en over de constellaties aan de nachtelijke sterrenhemel van dit natuurlijke planetarium, dat tot nu gevrijwaard is gebleven van lichtvervuiling. Dan is er nog expeditieleider Eric Sjoden, een kalme grootvader uit Montana die een andere, op water gerichte taal lijkt te spreken. Hoe hoger de golven, hoe minder hij roeit, alsof hij zijn sloep met pure wilskracht rond de rotsen manoeuvreert.

De stoerste gids zal de enige vrouw blijken te zijn. Chelsea Arndt behoort tot een groeiende groep vrouwelijke gidsen op de Colorado. De in Wyoming opgegroeide Arndt kwam direct na haar middelbare school naar de canyon en werd – letterlijk per ongeluk – gids. Zonder enige ervaring moest ze het van een gewonde sloepvaarder overnemen. ‘Het was een puinhoop, maar ik leerde snel,’ zegt ze in een slepend Wyoming-accent.

De achttien leden van onze groep roteren tussen de gidsen op de boten, zodat mijn clubje – ik, mijn vriendin Nicole, Johno en Sunni – na een tijdje in Arndts boot Roaring Springs belanden. In het wildwaterwereldje hebben dory’s zo hun mystiek. Meestal gemaakt van een of andere mix van polyurethaanschuim, multiplex en glasvezel lijken ze geen partij te zijn voor de kantige rotsen van veel stroomversnellingen. 

‘Dory’s zijn leuk, snel en soms heftig,’ zegt Arndt. ‘Als ik er een bestuur, heb ik al mijn aandacht nodig. Ik moet precies weten waar de boot heen kan of niet heen kan, zonder een krasje in de verf te krijgen.’ Iedere gids herinnert zich botsingen en kenteringen. Een expeditie zonder zulke incidenten? ‘Dat noemen we een golden run.’ En dat is waar iedereen in de groep op hoopt, een gouden reeks... Behalve mijn broer, die blijft vragen wanneer we de hogere stroomversnellingen gaan nemen. Later, zeg ik hem, later. 

Wat hij niet weet is dat we te laat leven voor de monsterlijke stroomversnellingen die John Wesley Powell moest overwinnen, dat de rivier slechts een schaduw is van wat hij ooit was. In 1983 begon een recordhoeveelheid sneeuw in Colorado te smelten, vulde Lake Powell en bedreigde de Glen Canyon Dam. Wanhopig openden de damingenieurs de uitwateringssluizen, waardoor een zondvloed van 28 miljoen liter water per seconde werd losgelaten. Tegenwoordig bedraagt het debiet tijdens de gemiddelde boottocht tussen de 220.000 en 420.000 liter per seconde. 

‘GOOOOOD MOOORNING Graand Caaaanyon! Koffie en thee in vleugel zeven!’ buldert Haarr, onze getatoeëerde gids, op dag drie. Het is vijf uur ’s ochtends, denk ik. Mijn horloge zit ergens in m’n waterdichte plunjezak, dus mijn biologische klok loopt op riviertijd: zonsopgang, zonsondergang en lunch, wanneer mijn maag rommelt. 

Elke ochtend staat het water laag, waardoor onze bootjes hoog op de oever liggen. Halverwege de ochtend begint het water te wassen, dankzij de hydroelektrische cyclus. Terwijl de temperatuur in de stad Phoenix omhoog schiet, piekt het stroomverbruik van de airconditioners, wordt er meer waterkracht gevraagd en zetten de dambeheerders de sluizen open. (In het weekend daalt het stroomverbruik omdat de kantoren gesloten zijn.) 

In 1540, toen deze rivier wild en ongerept was, tuurde de Spanjaard García López de Cárdenas vanaf de South Rim richting de Grand Canyon en was hij de eerste die zijn blik liet gaan over dit afwateringssysteem, zó groot dat de Montes Vascos van zijn geboortestreek er volledig in zouden passen. Ik moet hieraan denken als we op een middag langs een van de canyonwanden omhoog klauteren, richting de samenloop van de kalkrijke en doorschijnend blauwe Little Colorado en de eigenlijke Colorado. De samenloop is een toevluchtsoord voor de karperachtige Gila cypha, een van de vier bedreigde vissoorten die hier kampen met het koude water dat door de dam wordt geproduceerd en met steeds talrijker uitheemse soorten als de forel. 

Een recente ontwikkeling zou dit oeroude ecosysteem nog meer onder druk kunnen zetten. Een geplande gondelbaan van ruim twee kilometer lang – de Grand Canyon Escalade – moet zo’n tienduizend bezoekers per dag naar de samenloop van de twee rivieren brengen. Dat zou leiden tot de bouw van hotels, winkeltjes en andere bedrijfjes op de canyonrand. Rond het Grand Canyon National Park leven elf indianenstammen, waarvan de meerderheid deze samenloop als een heilige plek beschouwt en tegen het project is. Anderen hopen dat de tandradbaan de Navajogemeenschap een economische boost zal geven. 

‘Kunnen jullie je voorstellen dat hier duizenden mensen rondlopen?’ vraagt Potochnik terwijl we de samenloop passeren. We schudden ons hoofd. 

Dag vijf, riviermijl 68: de smalle, diepe canyon gaapt plotseling open. Voor het eerst zien we tegelijkertijd de ruim anderhalve kilometer hoog oprijzende noordelijke en zuidelijke rand van de Grand Canyon. Zo’n 250 meter boven ons ontwaar ik iets wat lijkt op een stel rotsformaties. Ik kan de verleiding van een snelle verkenning niet weerstaan en drie kwartier later sta ik voor indiaanse ruïnes die 900 jaar van stormen en andere natuurverschijnselen moeten hebben doorstaan. Ooit bewoonden de Pueblo-indianen bijna de gehele canyon, waarna ze om onbekende redenen vertrokken. (Sommigen menen dat het de droogte was.) Terwijl ik bedenk hoe zwaar het moet zijn geweest om op deze kurkdroge plek gewassen te verbouwen, verliest mijn aandacht zich in de immense stilte. 

Dag zeven ontwaakt met een canyon die baadt in het zonlicht. Alles lijkt kalm. Dan hoor ik: ‘Stevige, stampende wildwaterdag vandaag.’ Moqui komt tevoorschijn, onder zijn shorts draagt hij een pyjama. 

‘Van plan een dutje te doen, later?’ vraag ik hem. 

‘Op stevige waterdagen haal ik de pyjama erbij,’ grijnst hij met ogen die glinsteren van opwinding. 
We komen bijeen om te worden bijgepraat over de veiligheid. Gids Sjoden zegt laconiek: ‘We zullen in deep schist terechtkomen.’ Een paar rivierkilometers verder heeft een geologische afwijking of breuk in de sedimentlaag de 1,6 miljard jaar oude, diepe granieten schist naar de oppervlakte geduwd en daar voor wildwaterspektakel gezorgd (of voor deep schist, als je het verprutst).

‘Blijf in de boot om hem rechtop te houden,’ raadt Sjoden aan. ‘Als je eruit wordt gespoeld, houd je de benen stroomafwaarts en blijf je aan de dory hangen, zodat-ie niet omslaat. Als hij wél omslaat, zullen we proberen hem nogmaals om te kiepen.’ 

Onze sloepen stuiteren als badeendjes langs de schistlagen van de stroomversnellingen Granite, Hermit en Crystal. We raken doorweekt, maar niemand maakt een fout: de dory’s lijken zichzelf op magische wijze te corrigeren. 

‘Willen jullie twee roeien?’ roept Haarr naar mij en Johno. Mijn grote broer gaat eerst, en binnen enkele minuten tollen we zijwaarts en dan achteruit. 

‘We gaan dóóód!’ schreeuwt Haarr. Het woord ‘dood’ galmt door de canyon. Les één: dory’s corrigeren zichzelf niet op magische wijze. Eén misslag en de rivier stuurt de sloep waarheen hij maar wil. Ik ga aan de riemen zitten. Na twintig slagen heb ik het te pakken. We ronden een bocht en glijden in de schaduw van de canyon. Dan hoor ik vóór me het gebulder van wildwater. Mijn hart bonst, m’n handen zweten. international 

‘Wil je de riemen terug?’ vraag ik Haarr.

‘Deze haal je wel. Satan’s Jaws, geen probleem!’ Heel grappig. Ik hanteer de riemen, die nu aanvoelen als eetstokjes, en probeer het water te ‘lezen’. Ik besluit om lijnen van belletjes te volgen die de stroming aangeven, maar de rivier verzet zich met elke slag. Ik corrigeer, vecht, corrigeer te veel. Mijn armen branden. 

‘Kom op, Pete!’ stookt mijn broer. ‘Hou ons recht. Hou ons in leven!’ We storten ons voorover in de stroomversnelling, zigzaggen door een reeks golven en komen weer te voorschijn. We leven nog. Wat ik niet weet, is dat Haarr de naam Satan’s Jaws voor de gelegenheid heeft bedacht. Met stevige riemslagen heb ik de sloep door een onbenoemd, onbeduidend kloofje gedwongen... 

Dag elf: de groep wordt bevangen door een nerveuze energie. Verderop horen we het gebrul van wat door de US Geological Survey ‘het ontzagwekkendste stuk wildwater in de Grand Canyon’ wordt genoemd. Lava Falls, een van de grootste stroomversnellingen op aarde. 

‘We moeten er op de perfecte waterstand aankomen,’ waarschuwt Sjoden, verwijzend naar de droogte in Amerika’s Zuidwesten die de waterhuishouding heeft veranderd. Het water staat uitzonderlijk laag, dus wachten we op de toevloed van de stuwdam. We leggen onze vloot op riviermijl 167 aan en gebruiken de pauze voor een wandeling door de National Canyon. Binnen seconden belanden we in een doolhof van wat Potochnik ‘Muav-kalksteen’ noemt. Na een tijdje versmalt de canyon zich tot een gang van watergepolijste steen. Dan wijst Johno op een poel van blauw water. We springen er vrolijk in en ons gelach weerkaatst van de rotswanden. 

Op de weg terug naar de sloep sla ik een hoek om en bots bijna op een man met een bundel planten in z’n armen. De ouderling van de Hualapai-stam zegt niets en tuurt alleen de canyon in. Achter hem volgen nog twee mannen met bundels bladeren. 

Elk jaar wordt een deel van de opbrengsten van de waterkrachtcentrale besteed aan spirituele reizen naar de canyon door leden van de plaatselijke Navajo-, Hopi-, Zuni- en Hualapai-stammen, die geloven dat enkele zijcanyons de plekken zijn waar ze zijn ontstaan en waarnaar ze ooit zullen terugkeren. Onze tocht blijkt samen te vallen met de spirituele reizen van Navajo-, Hopi- en Hualapai-leden. 

Ik stel me voor aan de mannen en de ouderling zegt: ‘We zegenen tabak voor onze ceremonies. In deze canyon vinden we de wilde soort. Hoe moeilijker de tabak is te vinden, des te beter voor de ceremonies.’ Hij zwijgt. Dan zegt hij: ‘Welkom bij de Hualapai.’ Ik wil nog meer vragen, over de canyon, zijn leven, hun wereld van geesten, maar zij zijn bezig aan een missie en onze groep keert terug naar de dory’s. ‘Bedankt dat we uw prachtige land mogen bezoeken,’ zeg ik. Hij kijkt me scherp aan en glimlacht. ‘Ik ben hier opgegroeid, op de rand,’ zegt hij, gebarend met zijn kin. ‘Ik ben eraan gewend dat jullie hier komen. Ik hoop alleen dat jullie het respecteren.’ 

Respect voor dit gebied is wat president Theodore Roosevelt in gedachten had toen hij in 1903 uitkeek vanaf de South Rim, waar tegenwoordig het bezoekerscentrum staat. ‘Houd het zoals het is,’ zei hij over de canyon. ‘De eeuwen hebben eraan gewerkt, de mens kan het slechts bederven.’ Zijn liefde voor ongerepte plekken zou ertoe leiden dat de canyon tot nationaal monument werd uitgeroepen, in 1919 werd het een nationaal park. Al met al zijn de woorden van Roosevelt niet in de wind geslagen: de Grand Canyon is nog altijd grotendeels onbedorven. Maar de stemmen vóór verdere ontwikkeling van het gebied zijn sinds de vorige eeuw niet zo luid geweest en de waterproblemen lijken onvermijdelijk. Als ik naar de rivier terug wandel, denk ik aan de woorden van Benjamin Franklin: ‘Wanneer de bronnen opdrogen, leren we de waarde van water kennen.’

Het water van de Lava Falls staat laag, maar is zeker niet te onderschatten, zoals we zullen merken – het is genoeg aangezweld om de rotstrap eronder te verbergen, die het water tot wildwater maakt. 

De eerste vier sloepen passeren de Falls zonder problemen. In onze dory verloopt alles goed – totdat alles misgaat en we die duikboot met één werkbare riem worden. We hebben geen tijd om de reserveriem los te maken, want we tollen zijwaarts en dan achteruit. We storten over een denderende waterval naar beneden en belanden in de gevreesde V-golf , twee wildwaterstromen die op elkaar beuken en een ziedende schuimkolk vormen, groot genoeg om het Monster van Loch Ness op te slokken. Wanneer de V-golf ons begint binnen te halen, roept Moqui luid (maar kalm): ‘Tijd voor Plan B!’ En daarna: ‘Iedereen klaar...? En... hiiiigh siiiide!’

In de achtersteven zien Sunni en Nicole een golf boven zich uittorenen en op zich afkomen. Als de golf ons raakt, werpen we ons naar de hoogste kant van de sloep, tegen de stroom in, om de krachten te compenseren. We worden bedolven onder het het water en duiken in een ijzige, smaragden duisternis. Alles gaat kopje onder: de dory, lichamen, zelfs het gebulder van de stroomversnelling. Alles wordt stil. Milliseconden voelen als minuten terwijl de sloep op z’n kant rolt. Onze Okeechobee verdwijnt tollend in de muil van de Lava Falls. Ergens zie ik een reusachtige grijns; Johno en ik zitten op de voorste rij van een broederlijk avontuur dat we al veel eerder hadden moeten ondernemen, in het hart van een rivier die de grootste van alle canyons – en onze jeugd – heeft helpen vormgeven. De V-golf laat onze dory vrij en we glijden zijwaarts in de laatste golf, een permanente tsunami genaamd ‘Big Kahuna’. Wanneer we op de watermuur botsen, slaan we om. Maar verrassend genoeg laat Big Kahuna onze sloep gaan. Johno en ik zitten stilletjes in de boeg, rechtop. We hebben het op de een of andere manier overleefd, zonder riem, geleid door de rivier de Colorado.

‘High fives!’ roept Moqui, en direct daarna: ‘En nu hozen, verdomme. We zijn er nog lang niet.’ In een chaos van armen, gelach en gehoos scheppen we het water uit de volgelopen Okeechobee en grijnzen. 

Die avond komt de ontspanning, als we gezeten rond een kampvuur op Tequila Beach beseffen dat onze run verrassend goed is geweest. Tequila en verhalen vloeien rijkelijk, en al snel is iedereen in onze groep – van 27 tot 78 jaar – het eens dat we meer tijd in de canyon moeten doorbrengen. We begrijpen nu dat iemand voor één boottochtje naar de Colorado komt en dan een heel leven blijft hangen: elke riviermijl heeft lagen van alledaagse sleur van ons afgespoeld, van dit groepje zielen, nu verrijkt met een nieuw gevoel van ontzag voor het meesterwerk van deze beeldhouwende rivier. En nu maar hopen dat we sterk genoeg zijn om het te houden zoals het is. 

Pete McBride maakte ook een bekroonde documentaire over de rivier de Colorado: Delta Dawn.

Pete McBride deelt hier onder enkele tips.

Eropuit

Muilezels. De Colorado, de hoofdwaterweg van het Amerikaanse Zuidwesten, stroomt 2300 kilometer door de VS en het noordwesten van Mexico, waarna hij in de Golf van Californië uitmondt. Het mooiste gedeelte snijdt door (en vormde) de Grand Canyon. Geliefd zijn tochtjes per muilezel, langs de Rims en dieper de canyon in (niet gratis; reservering gewenst). 

Riviertochten. Talloze bedrijfjes verzorgen tochten met dory’s door het Grand Canyon National Park. De auteur maakte gebruik van O.A.R.S., een van de eersten die vaarten op dit stuk rivier mochten organiseren. Ze hebben ervaring sinds 1969. Andere toegestane operators zijn Arizona River Runners, Grand Canyon Expeditions en Grand Canyon Discovery. De volledige lijst is te vinden op de site van het park

Reisperiode. De rivier is bevaarbaar van april tot oktober. In de lente en herfst moeten vaarders voorbereid zijn op slecht weer, met sneeuw en harde wind. Temperaturen variëren van 10 tot 27 °C; ’s zomers kan het heet worden -40,5 °C is geen uitzondering in de canyon – en druk zijn op het water, waardoor boten gedeeld moeten worden. Vaarders die langer in de canyon willen verblijven, kunnen logeren in een van zes blokhutten, waaronder de 110-jaar oude El Tovar, in de South Rim-tak.

(tekst loopt door onder de foto)

Rijke geschiedenis: thuis van de Pueblo-indianen

De North en South Rim van de Grand Canyon fungeren als toegangspoorten tot het park, met bezoekerscentra, eethuisjes en hotels. In het park zijn de Rim Trails gemakkelijk te belopen. Het Yavapai Museum of Geology en het Tusayan Museum belichten de fascinerende geologie van de canyon en het mateloos interessante verleden van de Pueblo-indianen (foto). Vlak bij het Tusayan Museum ligt de Tusayan-ruïne, resten van een achthonderd jaar oude Pueblo-nederzetting.

Fototip: Hoe doe je dat?

‘Wildwatervaren levert fraaie actiefoto’s op,’ zegt journalist en fotograaf Pete McBride. ‘Ze zijn lastig te maken met een zware waterdichte camera, waarvoor je minstens één hand nodig hebt, dus gebruikte ik een GoPro, die ik op de boeg plaatste en instelde om op wilde momenten snelle fotoreeksen te maken. Zo’n actiecamera is draagbaar en compact, en je pete kunt er allerlei statieven en klemmen bij gebruiken.’ (zie foto hieronder; nb tekst loopt door onder de foto)

Lezen

The Emerald Mile: The Epic Story of the Fastest Ride in History Through the Heart of the Grand Canyon, van Kevin Fedarko (2013), beschrijft de snelste tocht stroomafwaarts ooit over de Colorado, die drie mannen in 1983 tijdens hoogwater maakten.
John Wesley Powells verslag van de eerste rivierexpeditie door de Grand Canyon, The Exploration of the Colorado River and Its Canyons, verscheen in 2003 als Penguin Classic.

Vegetatie

Het Grand Canyon National Park omvat vijf van de zeven vegetatiezones van Noord-Amerika – vergelijkbaar met een reis van Canada naar Mexico. 

Wildlife

Tot de 89 zoogdiersoorten in het park behoren de Kaibab-eekhoorn, die alleen op het Kaibab Plateau leeft. Ook inheems: de padhagedis Phrynosoma hernandesi, die een straaltje bloed uit zijn ogen spuit als hij wordt bedreigd.