Vietnam

Vietnam: de liefde van een fotograaf

De Amerikaanse fotograaf Catherine Karnow bereist de hele wereld, ook voor Traveler, maar heeft haar hart verloren aan Vietnam. In woord en beeld deelt ze haar liefde voor het land dat ze al sinds 1990 geregeld bezoekt. donderdag, 9 november

Door Myrthe Prins

Omdat ik opgroeide in Hongkong in de jaren zestig, maakte Vietnam al vanaf dat ik heel jong was deel uit van mijn jeugd. Hoewel ik niet zo goed begreep waarom, leek het een angstaanjagende plek waar bommen afgingen, als een soort storm vlakbij. Mijn vader, de geprezen journalist Stanley Karnow, deed verslag van de gebeurtenissen in Vietnam voor verschillende kranten en tijdschriften.

In maart 1990 ging hij samen met mijn moeder en een fotograaf naar Vietnam om een groot verhaal te schrijven over de befaamde militaire leider generaal Giáp voor The New York Times Magazine. Op dat moment begon ik me net te verdiepen in professionele fotografie. Na terugkeer zei mijn moeder op serieuze toon: jij had daar de fotograaf moeten zijn. Dat wakkerde een vuur in mij aan. Ik hoorde al mijn hele leven over dit land, waarover mijn vader het succesvolle Vietnam: A History had geschreven, maar was er zelf nog nooit geweest.

Een paar maanden later ontmoette ik in een tempel in Sydney in Australië een Vietnamese man met wie ik bevriend raakte. Hij vertelde me dat hij binnenkort voor het eerst zou terugkeren naar zijn thuisland nadat hij in de jaren zeventig was vertrokken, en hij vroeg me of ik hem wilde vergezellen. Dat zag ik als een ultieme kans: ik had de intentie al, maar nu ook de mogelijkheid in de vorm van die uitnodiging. Ik besloot dat dit het moment was om eindelijk invulling te geven aan mijn eerste grote fotoproject.

Mijn eerste reis naar Vietnam was fascinerend – binnen de eerste vijf minuten verloor ik mijn hart aan het land. Voor een fotograaf is het een geweldige plek, het land is zo fotogeniek. In de jaren negentig had je van die brede, lege straten en prachtige Franse architectuur. In de oude villa's herkende je de grandeur van de Franse tijd, aangetast door het verval van dat moment. Er woonde niet één gezin in zo'n gebouw, maar soms wel twintig. Overal hing was aan de lijnen en er werd op straat gekookt. Die gebouwen staan er tegenwoordig nog steeds, maar inmiddels zijn ze volledig opgeknapt.

Omdat ik Vietnam door de jaren heen heb zien ontwikkelen, zijn het juist de veranderingen die me het meest intrigeren, al is het maar een nieuw hoog gebouw in de stad. Wanneer gebieden een lange tijd afgesloten zijn geweest van de buitenwereld en dan eindelijk opengaan, is dat een ingrijpend moment. Er is een soort frisheid, veranderingen vinden plaats en er hangt energie in de lucht. In die tijd was Vietnam ontzettend aantrekkelijk voor een fotojournalist, omdat de deur nog maar op een kiertje openstond – tegenwoordig staat die deur wagenwijd open voor de buitenwereld.

Toch zijn er vandaag de dag nog genoeg momenten dat Vietnam me overdondert. Toen mijn Vietnamese grafisch ontwerper bijvoorbeeld een foto zag die ik had gemaakt op een filmset, zei hij: ‘Heb je enig idee hoe controversieel die film op dit moment is binnen de LGBT-gemeenschap?’ Dat een Vietnamees die nooit zijn land heeft verlaten de afkorting voor Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender in de mond neemt, is heel bijzonder. Zelfs al ontwikkelt Vietnam zich in hoog tempo, dat vond ik heel vooruitstrevend – dat had ik nog niet eerder gehoord. Misschien is het voor buitenstaanders niet zo heel bijzonder, maar als je regelmatig het land bezoekt en de veranderingen sinds 1990 hebt meegemaakt, dan is zo’n uitspraak verwonderlijk.

Mensen zijn vrijwel altijd het belangrijkste onderwerp in mijn foto’s. De lokale bevolking in Vietnam vond ik altijd al intrigerend, interessant en gastvrij. Ze zijn ook niet moeilijk te fotograferen, het is geen worsteling toestemming te krijgen. Ik vind de Vietnamezen ook heel mooie mensen. Als ze in de lens kijken, benemen ze je de adem met hun krachtige uitstraling. Dat is iets dat ik nooit heb meegemaakt in een gebied als – ik noem maar wat – Transsylvanië. Daarnaast heeft iedereen een fascinerend persoonlijk verhaal te vertellen. Soms hoor ik een herinnering aan hoe iemand vluchtte uit de ambassade op 30 april 1975 en valt mijn mond open van verwondering. Dan draai je je om en volgt er een soortgelijk verhaal, en dan nog een, en nog een.

Zo raakte ik in gesprek met een taxichauffeur.- Hij vertelde me dat zijn vader tijdens de oorlog Amerikaanse militairen vezorgde. De regering bestrafte hem door hem naar een heropvoedingskamp- te sturen. Het is verschrikkelijk dat zulke dingen gebeurden, dat kwam in die tijd veel voor. Toen kwam ik erachter dat zijn zoon – die mij naar het vliegveld bracht en die lang na het einde van de oorlog was geboren – taxichauffeur is geworden, omdat de regering hem nu een carrière ontzegt. Als Amerikaanse ontroert zo'n verhaal me mateloos. De oorlog is inmiddels veertig jaar geleden geëindigd, maar die gebeurtenissen hebben nog steeds een enorme impact. In die zin is de oorlog helemaal nog niet voorbij.

Gedurende de afgelopen 25 jaar waren er keer op keer momenten waarop ik als Amerikaanse vrouw – gedreven door pure liefde voor het land – contact legde met de ‘voormalige vijand’. Ik kan het nog steeds niet geloven als ik in Hanoi ben. Hanoi! Mijn hele jeugd was Hanoi de engste plek ter wereld, en nu ben ik er gewoon. Die omstandigheden maken elk bezoek aan Vietnam zo bijzonder: de relatie met de Verenigde Staten, mijn persoonlijke verleden, de oorlog. De ervaring van een bezoek aan Vietnam is daarom onbeschrijflijk intens, in velerlei opzicht: emotioneel, visueel, artistiek, intellectueel. Het lijkt alsof Vietnam op de een of andere manier mijn liefde voor fotografie nóg meer naar boven brengt.

Catherine Karnow is geboren en opgegroeid in Hongkong. In 1986 begon ze fulltime te fotograferen, vier jaar later reisde ze voor het eerst naar Vietnam. Ze fotografeerde uiteenlopende onderwerpen als aborigines in Australië, filmsterren in Mumbai en slachtoffers van Agent Orange in Vietnam. Haar werk verschijnt in talloze tijdschriften, zoals Traveler,National Geographic Magazine en Smithsonian. Ook verzorgt ze persoonlijke workshops fotografie in Umbrië en San Francisco.