Veel sociale media zijn gebouwd op hetzelfde principe: hoe meer informatie mensen met elkaar delen, hoe beter ze geïnformeerd raken. Als iedereen zijn eigen kennis en ervaringen toevoegt, ontstaat vanzelf een completer beeld van de werkelijkheid. Maar klopt die aanname eigenlijk wel?

Dat vroegen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen zich af. In een nieuw onderzoek, gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS), simuleerden zij of een onbeperkte uitwisseling van informatie groepen inderdaad dichter bij de waarheid brengt. De uitkomst bleek verrassend: bij onbeperkte informatie-uitwisseling kunnen groepen juist verder uit elkaar én verder van de waarheid raken.

Waarom meer informatie ons niet altijd dichter bij de waarheid brengt

Socioloog Jonas Stein van de Rijksuniversiteit Groningen onderzoekt al langer hoe polarisatie online ontstaat. Volgens hem speelt de manier waarop mensen elkaar op internet vinden daarin een belangrijke rol. ‘Via internet kun je eenvoudig mensen vinden die precies dezelfde overtuigingen hebben. Ook als die groep in de fysieke wereld nauwelijks zou bestaan.’

Volgens Stein richten onderzoekers zich daarbij meestal op hoé verdeeld mensen raken, maar niet op een minstens zo belangrijke vraag: hoe dicht liggen de overtuigingen van die groepen eigenlijk nog bij de waarheid?

Om die vraag te beantwoorden ontwikkelden Stein en zijn collega’s een computersimulatie. In deze simulatie kon het onderzoeksteam precies volgen hoe overtuigingen zich ontwikkelen wanneer mensen informatie met elkaar uitwisselen.

De uitkomst was opvallend. Onder bepaalde omstandigheden leidde meer uitwisseling van informatie niet tot een beter gezamenlijk beeld van de werkelijkheid. Sterker nog: groepen met een onjuiste overtuiging raakten daar juist steeds zekerder van.

Zelfs zonder leugens kunnen groepen uit elkaar groeien

Voor het onderzoek gebruikten de onderzoekers geen echte proefpersonen, maar zogeheten agents. Deze agents zijn gesimuleerde personen, allemaal met een bepaalde, onvolledige overtuiging over de wereld. Dat kan over allerlei vragen gaan waarop mensen verschillende overtuigingen hebben, bijvoorbeeld over de effectiviteit van vaccins, de gevolgen van klimaatbeleid of andere maatschappelijke discussies.

De agents zijn sterk vereenvoudigde versies van mensen. Op één belangrijk punt wijken ze bovendien af van echte mensen: ze verwerken informatie volledig rationeel. ‘We noemen het idealized agents,’ legt Stein uit. ‘Dat wil zeggen dat ze nieuwe informatie verwerken volgens Bayesiaanse regels; ze zijn volledig eerlijk en delen alleen hun beste bewijs.’

Dat is volgens Stein een bewuste keuze. Wanneer je een simulatiemodel maakt, is het van belang zo weinig mogelijk ruis in te bouwen. Je wilt heel specifieke aspecten onderzoeken. Door factoren als leugens, desinformatie en cognitieve vooroordelen weg te laten, konden de onderzoekers testen of onbeperkte informatie-uitwisseling op zichzelf al tot problemen kan leiden.

‘We wilden weten of het probleem ook ontstaat wanneer niemand iets fout doet’, zegt Stein. ‘Als dit al gebeurt onder ideale omstandigheden, is het goed mogelijk dat zulke effecten in de echte wereld nog sterker zijn.’

Wanneer meer informatie juist tot polarisatie leidt

Volgens Stein laat de simulatie zien dat twee omstandigheden samen genoeg kunnen zijn om het effect te laten ontstaan. De eerste is een hoge communicatiecapaciteit: agents kunnen tijdens iedere ontmoeting veel informatie met elkaar uitwisselen. ‘Ze hebben bijvoorbeeld de capaciteit om tien argumenten met elkaar uit te wisselen, in plaats van maar drie.’

De tweede is homofilie: de neiging van gelijkgestemden om vaker met elkaar in contact te komen. In de simulatie betekent dit dat agents een grotere kans hebben elkaar te treffen wanneer hun overtuigingen op elkaar lijken. In verschillende mate komt zo’n patroon ook voor op veel online platforms, waar gebruikers relatief gemakkelijk anderen met vergelijkbare opvattingen kunnen vinden.

Als deze twee factoren tegelijkertijd optreden, kunnen ze een verrassend effect hebben. Wanneer mensen vooral met gelijkgestemden praten én daarbij veel informatie uitwisselen, versterken ze voortdurend elkaars bestaande overtuigingen. Doordat ze nauwelijks nog in aanraking komen met mensen die anders denken, groeien de verschillende groepen steeds verder uit elkaar.

Wanneer de communicatiecapaciteit lager is, en mensen dus minder informatie met elkaar kunnen uitwisselen, verloopt dit proces een stuk trager. ‘In dat geval krijgt informatie van mensen met andere overtuigingen alsnog de kans om mensen te bereiken.’

Wat zegt een simulatie over de echte wereld?

Stein benadrukt dat het hier om een simulatieonderzoek gaat. ‘De simulatie laat zien wat zou kúnnen gebeuren. We moeten altijd voorzichtig zijn voordat we zeggen dat onze resultaten de volledige werkelijkheid laten zien, want de realiteit is altijd veel complexer dan je model.’

Tegelijkertijd onderstreept hij dat zijn onderzoek niet bewijst dat minder informatie altijd beter is. ‘Wel laat het model zien dat meer informatie-uitwisseling ongewenste effecten kan hebben wanneer mensen vooral informatie uitwisselen met anderen die ongeveer hetzelfde denken.’

Juist dat speelt in verschillende mate ook op online platforms: gebruikers kunnen daar eenvoudig anderen met vergelijkbare opvattingen vinden.

Kan contact met andersdenkenden helpen?

Volgens Stein ligt een mogelijke oplossing voor polarisatie niet zozeer in minder informatie, maar in de mensen waarmee sociale media ons in contact leggen. ‘Een mogelijke maatregel zou kunnen zijn dat online platforms gebruikers vaker kunnen verbinden met mensen die andere opvattingen hebben, in plaats van aanbevelingen te baseren op overeenkomsten.’

Ook kunnen mensen deze stap zelf zetten. ‘Als je polarisatie wilt verminderen, moet je niet bang zijn om te praten met mensen die enigszins andere opvattingen hebben dan jij.’

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Jim Pouli
Jim Pouli
Editor

Jim is editor voor National Geographic. Hij studeerde sociale geografie, en specialiseerde zich in duurzaamheid en groene steden. Schrijven is zijn passie; hij ziet in elk verhaal – hoe klein ook – een kans om de wereld beter te begrijpen. In zijn vrije tijd bezoekt hij graag concerten en filmhuizen, of gaat hij hardlopen.