Zwitserland

4 redenen om Graubünden in de zomer te bezoeken

Spitse granietmassieven, gelauwerde wijnen, schattige spoorlijntjes, knusse stadjes en uitdagende wandelroutes: Graubünden, waar 150 jaar geleden het wintertoerisme werd geboren, is een museum van de Zwitserse natuur en cultuur. donderdag, 9 november

Door Marianne Wilschut

1. Tektonik Arena Sardona

VENSTER VOOR DE ZON

Twee keer per jaar verzamelen astronomen zich rond zonsopgang in Elm in het Sernfdal om zich te vergapen aan een prachtig natuurfenomeen: het zonneraam. Vlak voor het begin van de astronomische lente en herfst vallen de stralen van de zon hier bij mooi weer door een groot gat in de Tschingelhörner precies op de kerktoren van het schattige dorpje. Soms is zelfs de maan door dit venster in de imposante kartelvormige bergwand te zien.

Volgens de legende is het 22 bij 19 meter grote gat ontstaan tijdens het gevecht tussen Sint Maarten en een slechte reus, vandaar de naam Martinsloch. Geologen hebben een andere verklaring. De Tschingelhörner, die als een soort ruggenwervels in het landschap uitsteken, maken deel uit van de Tektonik Arena Sardona. Dit gebergte tussen het Vorderrheindal, het Sernfdal en de Walensee is geologisch wereldwijd uniek omdat hier het proces van het ontstaan van de bergen bijzonder goed zichtbaar is. Het is een spectaculair voorbeeld van hoe oudere gesteentelagen over jongere zijn geschoven door de botsing van de continentale platen. Het meer dan 300 vierkante kilometer grote gebied werd daarom in 2008 door de Unesco uitgeroepen tot werelderfgoed.

Het gebied dat op de grens van de kantons Graubünden, St. Gallen en Glarus ligt, biedt spectaculaire uitzichten, onder andere op bekende bergtoppen van meer dan 3000 meter hoog als de Piz Sardona, de Ringelspitz en de Pizol. Vanuit Cassons kunt u op een heldere dag meer dan 500 bergtoppen tellen. Op de wandelroute van Cassons naar het bovengelegen Segnesboden is het Martinsloch goed zichtbaar. De meerdaagse Sardona-werelderfgoedroute voert dwars langs plekken waar de scheiding tussen het oude verrucanogesteente en het ‘jonge’ flyschgesteente goed te zien is.

2. Weinwanderweg

SLAPEN IN EEN WIJNVAT

Wie door het Rijndal rijdt, kan niet om de kleinschalige wijngaarden van Graubünden heen. In dorpen als Maienfeld, Jenins, Fläsch en Malans worden typische streekdruiven als de blauburgunder, pinot noir en rivaner door kleine wijnboeren geteeld. Mede dankzij de warme föhn die door het Rijndal blaast en de kalkrijke gronden, oogsten de hier geproduceerde wijnen bij internationale proeverijen steevast veel lof.

Toch zijn deze Zwitserse toppers over de grens niet zo bekend. Het merendeel van de wijnen van de Bündner Herrschaft wordt namelijk door de Zwitsers zelf gedronken. Bekende wijnboeren als Markus Lampert en Thomas Dontasch verkopen hun wijnen op hun domein of leveren die aan plaatselijke restaurants. Reden te meer een wijnroute uit te stippelen door dit Bourgogne van Zwitserland. De wijnwandelweg voert bijvoorbeeld dwars door de wijngaarden. Neem onderweg een kijkje bij een van de vele torkels, zoals wijnkelders genoemd worden, of bezoek in het najaar een wijnfeest. Maar het heuvelachtige gebied leent zich ook goed voor wijntochten op de mountainbike of e-bike.

De leukste manier om de wijnbouw van dichtbij mee te maken, is door te overnachten in een wijnvat. In Maienfeld en Jenins zijn midden in de wijngaarden vaten waar ooit 8000 liter wijn in zat, ingericht als knusse slaapkamertjes. Hierin ontwaakt u ’s ochtends met uitzicht op de wijngaarden en bergen. Uiteraard staat een lokale fles wijn bij aankomst klaar.

3. Viamala-kloof

OPENLUCHTMUSEUM

Klauteren langs adembenemende afgronden, via een bruisende waterval naar beneden glijden om dan een duik te nemen in het ijskoude azuurblauwe water van de Achter-Rijn: canyoning door de verborgen wereld van de Viamala-kloof is een onvergetelijke ervaring.

Deze prachtige kloof met zijn spectaculaire rotsformaties en Gaudi-achtige kolkgaten staat tegenwoordig bekend als een museum van de natuur. Vroeger had het smalle pad dat door de kloof voert, juist een slechte reputatie. Wie zich hier met zijn muildier op het smalle Romeinse pad langs de steile rotsen waagde, kon immers belaagd worden door neerstortend water en steenslag. Viamala betekent niet voor niets slechte weg in het Reto-Romaans.

Rotstekeningen uit de Bronstijd en oude burchten duiden erop dat men het er al eeuwenlang toch maar op waagde dit beruchte deel van de handelsroute tussen Chur en de Splügen- of San Bernardinopas te nemen. Het was immers een belangrijke verbindingsroute. Goethe maakte er zelfs schetsen van toen hij in mei 1788 via de Viamala naar Italië reisde.

Tegenwoordig is de 60 meter lange houten hangbrug over de Traversinasteg een plek waar veel selfies worden genomen. Het is een van de drie bruggen die de kloof overspannen, waaronder ook een oude brug uit 1739. Vanaf de 321 treden tellende trap uit 1903 naar de waterval beneden, is die stenen brug te zien. Voor wie de trap te pittig is, kan ook vanuit het in 2014 geopende moderne bezoekerscentrum van de hand van de architecten Ivano Iseppi en Stefan Kurath genieten van het prachtige uitzicht over de steile diepte. 

4. Chur

KUNSTSCHATTEN

Paragliden, winkelen, een museum bezoeken of een biertje drinken in een surrealistische bar: in Chur kan het allemaal. Dit knusse historische stadje dat bijna helemaal omsloten wordt door de Alpen, trekt al duizenden jaren bezoekers. Zo huisden de Kelten, Romeinen, Ostrogoten en Franken ooit in de stad.

De hoofdstad van Graubünden is de oudste stad van Zwitserland en het knooppunt van alle belangrijke treinverbindingen van de Räthische Bahn. Ook de beroemde Glacier Express en de Bernina Express stoppen er. Vanaf het station voeren speciale voetstappen in het trottoir de bezoeker naar de bezienswaardigheden in het oude centrum. De oude bisschopsstad telt uiteraard enkele prachtige kerken en een groot bisschoppelijk paleis. De 15de-eeuwse St. Martinskirche is vanwege de moderne glas-in-loodramen van Alberto Giacometti zeker een bezoekje waard.

In de Giger-bar aan de Comercialstrasse is het interieur van de in Chur geboren grafische artiest H.R. Giger, de bedenker van het monster in de film Alien en vele surrealistische platenhoezen. Wie deze met schedels en skeletten gedecoreerde ruimte iets te veel van het goede vindt, kan zijn toevlucht zoeken in de met hout en tapijten gevulde Hofkellerei naast het Räthische Museum, de oudste herberg van de stad. Huisberg Brambrüesch is ’s zomers een goede uitvalsbasis om te mountainbiken of paragliden. Elk jaar wordt in augustus op de Brambrüesch het Alpenbaardtreffen georganiseerd: de verkiezing van de meest ongekunstelde baard van Europa.

Lees meer