De wereld volgens Witte

Kaikoura: Wildlifehoofdstad van Nieuw-Zeeland

Walvissen, albatrossen en duizenden dolfijnen. Reisjournalist Veerle Witte ontdekt de wildlifehoofdstad van Nieuw-Zeeland. Dit is 'De wereld volgens Witte'. vrijdag, 30 maart 2018

Door Veerle Witte
Foto's Van Robin Visser

Honderden, misschien wel duizenden, bonte dolfijnen springen rond onze boot. Dusky dolphins, noemen ze deze kleine dolfijn hier, die onder andere voorkomt voor de kust van Nieuw-Zeeland en zuidelijk Australië. Het is een van de speelste en sociaalste soorten ter wereld. Ik zit achterop de boot in een dik wetsuit en met een snorkel op, te wachten op het signaal dat ik mag springen. De motoren slaan af. Tuuuuutttt. Een harde toeter en weg zijn we.

Ik zing liedjes in mijn snorkel, afgewisseld met willekeurige harde geluiden. Daar komen de nieuwsgierige dolfijnen op af. Van alle kanten schieten ze langs me. Allemaal maken ze even oogcontact, kijken wie of wat ik ben. Sommige blijven hangen en zwemmen rondjes om me heen. Ik doe mee, maar hou de razendsnelle beesten lang niet bij. Zodra de dolfijnen het wel gezien hebben, zwemmen ze weer verder. Buiten adem klim ik weer op de boot om de dieren even verderop salto’s en backflips te zien maken.

Nergens ter wereld komen dolfijnen, potvissen en bultruggen zo dicht langs de kust als in Kaikoura, een dorp op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland, ingeklemd tussen de twee bergketens Kaikoura Ranges en de Grote Oceaan. “Dat heeft te maken met de Hikurangi-trog die langs de kust loopt. Slechts tachtig kilometer uit de kust bereikt deze al een diepte van 3.000 meter,” vertelt Lynette Buurman, eigenaresse van Encounter Kaikoura, het bedrijf dat toeristen op verantwoorde wijze meeneemt om met dolfijnen te zwemmen. “Daarbij komt dat een subtropische en Arctische stroom plankton en voedselrijk water omhoog brengen uit de diepte. Daarom vind je hier zoveel diepzeedieren vlak langs de kust.”

Maar niet alleen dolfijnen en walvissen leven hier in enorme aantallen. Het is ook de beste plek ter wereld om zeegaande vogels te spotten. Maar liefst tien soorten albatrossen leggen lange afstanden af om hier te komen voeden. Tijdens een albatrossafari trekken we om kwart over zeven ’s ochtends de zee op om de enorme vogels te zien. De zon piept boven de horizon uit. Een koningsalbatros met een vleugelspanwijdte van zo’n drie meter komt aanvliegen en landt net achter onze boot.

Ook de Bullersalbatros, met donkere kringen rond zijn ogen, en de grote albatros sluiten zich aan om te kijken of er iets te halen valt. Ze zijn gewend te voeden achter vissersboten. Andere vogels die we spotten zijn pijlstormvogels en macronectes. ‘De zeegier,’ volgens schipper Gary. ‘Dat is de laatste vogel die je tegen wil komen als je in je zwemvest op zee dobbert,’ lacht hij. ‘Dan komt hij checken of jij zijn volgende maaltje bent.’

Op de laatste dag in Kaikoura wandel ik de Peninsula Walkway, met hoge bergtoppen aan de ene zijde en zonnende zeehonden op witte zandstranden aan de andere. De walvissen komen in Kaikoura zo dicht langs de kust dat je ze vanaf het pad op de kliffen met een beetje geluk kunt zien. Vandaag niet, helaas. Maar wat wildlife-encounters betreft heb ik niks te klagen in deze wildlifehoofdstad van Nieuw-Zeeland.

Veerle Witte is de digital nomad van National Geographic Traveler. Tijdens haar wereldreis,  publiceert zij iedere zaterdag een nieuw verhaal over haar avonturen in de rubriek ‘De wereld volgens Witte’. Waar is zij nu? Volg haar reis op de voet via Instagram, waar je ook vragen en tips kan sturen.