Dieren

Indianenstammen willen ‘spirit bear’ tegen jagers beschermen

De oorspronkelijke volken van het gebied (de ‘First Nations’) doen een beroep op hun erfgoed om in het Great Bear Rainforest van British Columbia (Canada) de jacht op deze dieren te verbieden en het berentoerisme te stimuleren. woensdag, 1 november 2017

Door Krista Langlois

Er gaan verhalen over witte beren die diep in het gematigde regenwoud aan de kust van de Canadese provincie British Columbia zouden leven. Oude verhalen, die duizenden jaren lang van generatie op generatie zijn overgeleverd – sinds de laatste ijstijd de planeet in zijn greep had en gletsjers zich tot aan de rand van dit regenwoud uitstrekten.

In een van die verhalen, verteld door de indianenstam Kitasoo/Xai’Xais, wordt beschreven hoe de ijsmassa zich begon terug te trekken en Raven, schepper van alle dingen, een dier creëerde dat hem zou herinneren aan het ijs en de sneeuw: de witte ‘spirit bear’. Het is een verhaal dat niet alleen getuigt van de band van de oorspronkelijke indianenstammen, de First Nations, met de wilde dieren van deze regio, maar ook van hun diepe verbondenheid met het Great Bear Rainforest, een gebied zo groot als Zwitserland en het stamland van zo’n 20.000 indianen.

Maar in de jaren tachtig van de vorige eeuw, in de tijd dat Doug Neasloss, het huidige gekozen stamhoofd van de Kitasoo/Xai’Xais, opgroeide, werd hem het verhaal van de spirit bear nooit verteld. Tientallen jaren lang had hij zelfs nog nooit gehoord van deze witte verwanten van de zwarte beer, want de verhalen werden geheim gehouden. De stamoudsten vreesden dat als de wereld achter het bestaan van de spirit bear zou komen, deze dieren net als de zwarte beer en grizzlybeer het slachtoffer zou worden van vallenzetters en jagers.

Toen Neasloss eind jaren negentig als plaatselijke wildgids ging werken en zijn baas hem vroeg om op zoek te gaan naar de witte beer, was hij dan ook sceptisch. Jullie hebben ze niet helemaal op een rijtje, dacht hij, want er bestaat helemaal niet zoiets als een ‘witte beer’.

Toch deed Neasloss wat hem werd gevraagd en ging hij op zoek in het woud. Hij deed net de rits van zijn broek open om te gaan plassen toen zo’n tien meter vóór hem een spookachtige verschijning door het bos stapte en zich neervlijde op een bed van mos. Het was een witte beer die, ongestoord door de aanwezigheid van Neasloss, op de zalm begon te kauwen die hij in een naburige beek had gevangen. Door de wolken brak een zonnestraal. “Het was magisch,” vertelt hij.

De ‘spirit bear’ oftewel Kermode-beer behoort tot de zeldzaamste berensoorten ter wereld en komt alleen voor op de afgelegen archipel voor de centrale kust van de Canadese provincie British Columbia. Deze ondersoort van de zwarte beer wordt met een witte vacht geboren als twee ouders met een donkere vacht beide een zeldzame genetische mutatie bij zich dragen. De regering van British Columbia schat dat er in de provincie zo’n vierhonderd spirit bears leven, waarop niet gejaagd mag worden. 

Het is niet overdreven te zeggen dat de ontmoeting tussen Neasloss en de beer het lot van zijn gemeenschap mede heeft bepaald. Destijds had zijn geboorteplaats Klemtu te maken met een werkloosheid van tachtig procent en een hele reeks sociale problemen. Het dorp – op een eilandje dat alleen per vliegtuig en boot was te bereiken – was ook tientallen jaren na de sluiting van de plaatselijke vis-in-blik-fabriek nog niet overeind gekrabbeld, terwijl houtkapbedrijven plaatselijke functionarissen onder druk zetten om het omringende regenwoud te vellen en zo banen te creëren.

Maar Neasloss had een ander idee. Hij meende dat het woud voor de Kitasoo/Xai’Xais meer waard zou zijn als het intact bleef en de beren die er leefden – grizzlyberen, zwarte beren en Kermode-beren – niet door trofeeënjagers zouden worden afgeschoten. Als Klemtu zou kunnen inspelen op de populariteit van de beren bij bezoekers en zou investeren in de opbouw van ecotoerisme, dan zou het dorp zich misschien kunnen herstellen zonder dat het zijn natuurlijke hulpbronnen hoefde op te offeren. Het was de moeite van het proberen waard.

Eén beer in het bos is meer waard dan twee in de hand

In 1999 behoorde Neasloss tot de oprichters van de Spirit Bear Lodge, een boothuis met een rood dak dat aan de kade van Klemtu lag aangemeerd. Tegenwoordig biedt een nieuwe en luxueuze lodge onderdak aan bezoekers uit de hele wereld, die hier vooral komen om beren op de naburige eilanden te spotten en te fotograferen. De winst gaat in zijn geheel naar de indianenstam. Naar economische waarde is het ecotoerisme nu de tweede sector in Klemtu, en de werkloosheid is gedaald naar tien procent.

Mede door deze grote afhankelijkheid van het ecotoerisme en ook vanwege hun historische banden met dit gebied behoorden de Kitasoo/Xai’Xais tot de 27 First Nations die waren betrokken bij onderhandelingen met de Canadese regering om 85 procent van het Great Bear Rainforest permanent te beschermen. Dat overleg mondde in 2016 uit in wetgeving die een mijlpaal was voor activisten van de indianenstammen en internationale milieugroepen. 

Maar naar de mening van Neasloss had de wetgeving één duidelijke tekortkoming: ze maakte geen einde aan de trofeeënjacht op grizzlyberen en zwarte beren.

De Kitasoo/Xai’Xais en andere First Nations van de Canadese westkust hebben nooit verdragen gesloten waarin ze hun grondbezit opgaven, en in 2012 besloten ze om de trofeeënjacht op hun traditionele stamlanden te verbieden. Maar het is de regering van British Columbia die de jurisdictie over het grootste deel van het Great Bear Rainforest heeft, en ondanks het verbod van de indianenstammen bleef de provinciale regering vergunningen uitgeven voor de trofeeën- of pelsjacht op grizzlyberen en zwarte beren. Veel indianen zagen dit als een belediging aan het adres van hun soevereiniteit en waarden.

“Onze mensen geloven niet in het doden van dieren, tenzij dat voor het voedsel is,” zegt MaryAnn Enevoldsen, het gekozen stamhoofd van de Homalco Nation, die ruim driehonderd kilometer ten zuiden van Klemtu een observatieplek voor grizzlyberen beheert. “Daar kunnen we duizenden mensen laten zien hoe deze beren in hun natuurlijke omgeving leven, zonder dat de dieren worden geschaad of gestoord. Daarentegen is het ‘plezier’ om een beer te doden eenmalig en bevredigt slechts een paar mensen.”

Uit onderzoek van het Center for Responsible Travel (‘Centrum voor Verantwoord Reizen’) bleek dat bezoekers aan het Great Bear Rainforest in 2012 twaalfmaal zoveel geld hadden besteed aan het bekijken van de beren dan dat er aan de trofeeënjacht werd verdiend. En uit de ervaring van Doug Neasloss blijkt dat deze beide activiteiten niet naast elkaar kunnen bestaan. Enkele jaren geleden leidde hij een groepje toeristen door het doolhof van eilandjes bij Klemtu toen hij een donker en bewegingloos object in een riviermonding zag drijven. Hij dacht dat het een dode zeehond was, maar toen hij met zijn boot dichterbij kwam, bleek het het onthoofde karkas van een grizzlybeer te zijn. Zijn klanten waren geschokt. Neasloss zegt dat de jagers de beren schuwer maken, wat betekent dat toeristen ze minder vaak te zien krijgen.

Volgens het ministerie van natuur en milieu van de provincie British Columbia worden elk jaar ongeveer 250 van de in totaal 15.000 grizzly’s door jagers gedood, waarvan negen in het Great Bear Rainforest. Ook de jacht op de 100.000 zwarte beren in de provincie is toegestaan, maar daarvoor geldt geen jaarlijks quotum. Regeringsfunctionarissen beweren al jaren dat het aantal geschoten beren duurzaam is, maar enkele biologen in dienst van de First Nations betwijfelen de wetenschappelijke basis voor het regeringsbeleid.

Onder hen is ook William Housty, bioloog van de Heiltsuk Nation. Housty zegt dat de cijfers van de regering zijn gebaseerd op ruwe schattingen vanuit de lucht, aan de hand van een paar vluchten. Zijn eigen faculteit heeft een zes jaar durende inventarisatie op de grond uitgevoerd waarbij gebruik werd gemaakt van grizzly-DNA en daaruit bleek dat de berenpopulaties in het gebied zeer sterk uiteenliepen, vooral door de afname van de zalmtrek in de afgelopen jaren. (Een woordvoerder van de provinciale regering geeft toe dat de inventarisatie op basis van DNA-monsters de “gouden standaard” is en zegt dat haar ministerie de wetenschappelijke bijdrage van de First Nations naast de eigen schattingen verwelkomt.)

Toch heeft de regering van British Columbia na protesten van de bevolking aangekondigd de trofeeënjacht op grizzly’s in het Great Bear Rainforest vanaf 30 november te zullen verbieden. Neasloss en anderen menen dat dit goed nieuws is voor de First Nations van de westkust, maar het betekent niet het einde van de strijd om de beren in het Great Bear Rainforest te beschermen.

Er zijn bijvoorbeeld nog veel te weinig jachtopzieners om de wet te handhaven, wat betekent dat veel van dat werk op de schouders van de Coastal Guardian Watchmen rust, een netwerk van indianen die delen van het Great Bear Rainforest in de gaten houden die te afgelegen zijn om geregeld door federale of provinciale jachtopzieners te worden gecontroleerd. Zo schroeven de Kitasoo/Xai’Xais hun contingent van Coastal Guardian Watchmen op om in de laatste dagen dat de grizzly’s nog vogelvrij rondlopen, stropers af te schrikken. Alleen al het werk van dit contingent kost 210.000 dollar per jaar – een fractie van het geld dat volgens activisten nodig is voor het netwerk.

Zolang de regering van British Columbia de trofeeënjacht op zwarte beren niet verbiedt, heeft Neasloss nog werk te doen. Want het zijn de zwarte beren van dit gebied die de witte spirit bears verwekken. “Elke keer als er een vergunning voor het afschieten van een zwarte beer wordt uitgegeven, zou die beer het recessieve gen bij zich kunnen dragen waaruit een spirit bear voortkomt,” zegt hij. Op dit moment praat hij met regeringsfunctionarissen en andere indianenstammen om ze ervan te overtuigen dat ook de trofeeënjacht op zwarte beren in het Great Bear Rainforest verboden moet worden.

De eigen cultuur redden door beren te redden

Voor veel First Nations-volken gaat het bij een verbod op de trofeeënjacht niet alleen om het behoud van de wilde fauna of de opbrengsten uit het ‘berentoerisme’. Het gaat ook om culturele overleving. Zoals veel inheemse stammen werden ook de First Nations in het Great Bear Rainforest in de afgelopen twee eeuwen gemarginaliseerd. Tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw verbood de Canadese regering de traditionele religieuze ceremoniën genaamd potlatches, en de indianen werden voor hun gebruik van heilige regalia gestraft met het verbranden van deze voorwerpen. Duizenden kinderen werden naar ‘residentiële’ kostscholen van de overheid gestuurd, waar velen van hen werden misbruikt en gedwongen waren om hun cultuur af te zweren. De taal, gerechten, gebruiken, verhalen en rituelen van de inheemse bevolking gingen bijna geheel verloren.

Tegenwoordig herontdekken de First Nations van de gehele Canadese westkust hun cultuur, en het milieuvriendelijke ‘berentoerisme’ is daar een onderdeel van. Veel stammen herbouwen de ‘big houses’, de gemeenschapshuizen waarin ooit potlatches en andere ceremoniën werden gehouden, soms met geld dat met het ecotoerisme is verdiend.

Terwijl de Coastal Guardian Watchmen hun patrouilles lopen om de illegale jacht tegen te gaan, herontdekken ze ook de band met hun stamgebied. En nu de stamoudsten niet langer bang hoeven te zijn voor de komst van stropers, beginnen ze de heilige verhalen over de witte beren die ze zolang voor zich hebben gehouden, weer te vertellen.

Niet ver van de Spirit Bear Lodge staat het gemeenschapshuis van Klemtu, een enorme constructie van cederhout met een rookgat in het dak die in 2001 werd opgericht en nu in de mist tussen ceders en sparren over de zee uitkijkt. De 24-jarige Barry Edgar geeft me een rondleiding. Hij praat over de nieuwe online-database waarin opnamen van traditionele verhalen digitaal zijn opgeslagen, over een nieuwe generatie kinderen die de oude vertellingen aan de voet van de uit hout gesneden totempalen rond het gemeenschapshuis te horen krijgen en over de unieke band tussen de Kitasoo/Xai’Xais’ en de beren.

“Cultuur is als een bloem,” legt Edgar uit terwijl bezoekers foto’s maken van het fraaie houtsnijwerk. “Ze moet zonlicht krijgen om te bloeien. Het toerisme heeft ons geholpen om te overleven, omdat het ons dwong om dingen te herinneren.”

Krista Langlois is freelance journaliste en woont in het zuidwesten van Colorado; ze schrijft over wetenschap, het milieu en sociale rechtvaardigheid voor High Country News, Outside, het Adventure Journal en andere publicaties. Volg haar op Twitter.

Dit verhaal werd mede mogelijk gemaakt door steun van het Institute for Journalism and Natural Resources. Lees meer verhalen over wildcriminaliteit en -uitbuiting op Wildlife Watch van National Geographic. Stuur tips, commentaren en verhaalideeën naar ngwildlife@natgeo.com.

Lees meer