Wildlifetoerisme

Zijn honden slimmer dan katten? De wetenschap heeft het antwoord

Een team van onderzoekers heeft het aantal neuronen in de hersenen van honden en katten geteld en iets bijzonders ontdekt. maandag, 4 december 2017

Door Sarah Gibbens

Er lijkt nu een antwoord te zijn gekomen op een van de kwesties waarover het vaakst wordt gedebatteerd.

Het blijkt dat in de hersenschors van honden tweemaal zoveel neuronen aanwezig zijn dan in die van katten, wat erop wijst dat ze ook tweemaal zo intelligent zijn.

De ontdekking is voorlopig goedgekeurd voor publicatie en zal binnenkort in het tijdschrift Frontiers in Neuroanatomy verschijnen. Wetenschappers van zes verschillende universiteiten in de VS, Brazilië, Denemarken en Zuid-Afrika hebben aan het onderzoek meegewerkt.

Een van de auteurs van de studie is de vooraanstaande neuroloog Suzana Herculano-Houzel, die nu aan de Vanderbilt University is verbonden. In de afgelopen tien jaar heeft zij de cognitieve functies van mens en dier onderzocht. Om die vaardigheden zo precies mogelijk te meten begint ze met het tellen van het aantal neuronen, speciale zenuwcellen in de hersenen die signalen doorgeven.

“Je neemt de hersenen en maakt er een soort soep van,” zei ze zonder omhaal van woorden. Het is de eerste stap om de neuronen te tellen. Vervolgens kan ze het aantal celkernen van de in de vloeistof rondzwevende neuronen tellen en op basis daarvan het totaal aantal aanwezige neuronen schatten.

Waarom neuronen?

“Neuronen zijn de basisprocessoren,” zei Herculano-Houzel. “Hoe meer neuronen de hersenen bevatten, des te groter het cognitieve vermogen van het dier.”

Om haar informatieve ‘hersensoep’ te bereiden, gebruikte het team slechts het deel van het brein dat de hersenschors wordt genoemd, de gerimpelde buitenlaag die andere hersendelen bedekt. Terwijl in verschillende delen van de hersenen stimulansen van buiten worden verwerkt, bijvoorbeeld van het gezichtsvermogen en de tastzin, komen al deze signalen in de hersenschors samen om de basis te vormen voor processen als besluitvorming en probleemoplossing. “De hersenschors is het deel van de hersenen dat een dier complexiteit en flexibiliteit geeft,” zei Herculano-Houzel.

Om een idee te krijgen van het aantal neuronen in de hersenen van de gemiddelde hond en kat, gebruikte het team drie hersenen – één van een kat, één van een golden retriever en één van een hondje van een gemengd ras. Er werden twee hondenbreinen gebruikt omdat honden sterk in grootte verschillen.

In elk van de hondenbreinen troffen de onderzoekers ondanks het verschil in grootte ongeveer een half miljard neuronen aan, ruim tweemaal zoveel als de kleine 250 miljoen neuronen die in het kattenbrein werden geteld.

Op basis van het aantal neuronen denken de onderzoekers dat honden ongeveer even intelligent zijn als wasberen en leeuwen, terwijl huiskatten wat betreft intelligentie zijn te vergelijken met beren.

De hersenschors van de mens bevat verreweg het grootste aantal neuronen, namelijk zo’n zestien miljard per individu. Onder onze nauwe verwanten hebben orang-oetans en gorilla’s acht tot negen miljard neuronen, terwijl de hersenen van chimpansees tussen de zes en zeven miljard neuronen bevatten.

Een van de intelligentste dieren die door het team is onderzocht en die niet tot de primaten behoren, is de olifant, met 5,6 miljard neuronen. Herculano-Houzel zei dat de dikhuiden ook een bovengemiddeld aantal neuronen in hun cerebellum hebben, de ‘kleine hersenen’ die de motoriek aansturen, wat deels verklaard kan worden door de grote slurven die ze moeten hanteren.

De mate van intelligentie

Hoewel de onderzoekers wetenschappelijk gewicht aan het debat over de intelligentie van honden en katten hebben gegeven, maakt hun onderzoek deel uit van een breder project waarin neuronen als een meetbare eenheid voor intelligentie worden geteld.

In eerdere en soms controversiële studies waarin geprobeerd werd de mate van intelligentie te meten, werd uitgegaan van de omvang van de hersenen of de structurele complexiteit van het brein.

Sarah Benson-Amram, verbonden aan het laboratorium voor diergedrag en -cognitie van de University of Wyoming, zei dat zij en haar collega’s enig bewijs hebben gevonden voor het idee dat een grotere omvang van de hersenen bij vleeseters tot een hoger probleemoplossend vermogen leidt. Maar volgens haar is er weinig bewijs voor de stelling dat een groter brein in het algemeen tot meer intelligentie leidt.

“Er is zeker nog meer onderzoek op dit gebied nodig voordat we definitief kunnen zeggen hoe belangrijk de omvang van de hersenen is als maat voor de intelligentie bij dieren van verschillende groepen,” zei ze.

Herculano-Houzel zegt dat het tellen van neuronen slechts één manier is om intelligentie te meten, hoewel het volgens haar wel de meest nauwkeurige methode is.

“Het hoge aantal neuronen wordt niet verklaard door een groter lichaam,” legt ze uit. “Je hebt dieren met hersenen van ongeveer dezelfde grootte terwijl ze een totaal verschillend aantal neuronen hebben.”

Tot nu toe heeft het onderzoeksteam zich gericht op het bestuderen van vleesetende landdieren, maar ze hopen spoedig ook zeezoogdieren te kunnen onderzoeken.

Lees meer