Dieren

China legt legale ivoorhandel aan banden

Twee jaar na de plechtige belofte aan de Verenigde Naties om zijn binnenlandse handel in ivoor te verbieden, worden ivoorsnijwerkplaatsen en -handelaren met een officiële vergunning in China gesloten.Wednesday, January 3, 2018

Door Rachael Bale
China is een van de grootste consumenten van ivoorproducten. Per 31 december 2017 is in China een vrijwel volledig verbod op de koop en verkoop van ivoor van kracht.

Per 31 december 2017 behoort de legale en officiële ivoorhandel in China tot het verleden. Alle ivoorsnijwerkplaatsen en -handelaren met een overheidslicentie worden gesloten, in overeenstemming met het baanbrekende besluit dat in 2015 gezamenlijk werd genomen door de Chinese president Xi Jinping en de toenmalige president van de VS, Barack Obama.

China en de VS kwamen destijds overeen om het verbod op ivoor ‘bijna-compleet’ te maken, waarmee de koop en verkoop van alle ivoor illegaal werd, op een beperkt aantal antieke en andere voorwerpen na. Het Amerikaanse ivoorverbod werd in juni 2016 van kracht, dat van China op 31 december 2017.

China wordt algemeen beschouwd als de grootste consument van zowel legaal als illegaal ivoor ter wereld en speelt daardoor een belangrijke rol in het afslachten door stropers van zo’n 30.000 Afrikaanse olifanten per jaar. Ivoor wordt verhandeld ten behoeve van kunstsnijwerk, prullaria, eetstokjes en andere voorwerpen.

Een handarbeider in Guangzhou snijdt ivoor in de figuur van een Chinese godheid (2009). Dit soort ivoorsnijwerkplaatsen en -handelshuizen met een officiële vergunning van de overheid werden eind 2017 gesloten.

“Het verbod van de Chinese regering op haar binnenlandse ivoorhandel is een duidelijke boodschap aan het bredere publiek in China dat het leven van olifanten belangrijker is dan de ivoorsnijtraditie,” schreef Gao Yufang, postdoctoraalstudent culturele antropologie en de biologie van het natuurbehoud aan de Yale University en National Geographic Explorer, in een e-mail. “Dit is een grote stap voorwaarts.”

Een internationaal verbod op de handel in ivoor werd al in 1990 van kracht, maar de binnenlandse ivoorhandel in China bleef legaal – en werd zelfs bevorderd. De legale aanvoer van ivoor was voornamelijk afkomstig uit de eenmalige verkoop van ivoor uit een handvol Afrikaanse landen in 2008. Maar de legale binnenlandse markt van China bleek een uitgelezen kans voor handelaren om hun illegaal verkregen ivoor tussen legale zendingen naar China te verbergen. Volgens talloze natuurbeschermers leidde deze eenmalige verkoop tot een spectaculaire toename van het aantal door stropers gedode olifanten.

Op een tentoonstelling in 2009 neemt een bezoeker een foto van een bewerkte olifantenslagtand. De Chinese regering bevorderde de ivoorsnijkunst als onderdeel van het Chinese erfgoed, maar het nieuwe verbod op de verkoop van ivoor ter bescherming van de olifant maakt duidelijk dat het land nu andere prioriteiten stelt, zeggen natuurbeschermers.

“Het is moeilijk te voorspellen in hoeverre het Chinese ivoorverbod het afslachten van Afrikaanse olifanten door stropers zal tegengaan, want er spelen veel meer factoren een rol,” schreef Yufang. “Maar bekend is dat de prijzen van ivoor in China aanzienlijk zijn gedaald en dat de markt nu al krimpt.”

De doorslaggevende factor om het verbod tot een succes te maken is volgens experts de handhaving ervan en de voorlichting erover. “In China wordt handhaving nog vaak gehinderd door slechte samenwerking tussen diverse overheidsdiensten, onduidelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden, en een gebrek aan vakkundig personeel ter plekke,” aldus Yufang.

Hoewel onder de Chinese bevolking de bewustwording over kwesties van natuurbehoud en de handel in wilde dieren groeit, is de aantrekkingskracht van ivoorproducten als ultiem statussymbool in China een hardnekkig probleem. Zoals National Geographic eerder dit jaar berichtte:

Het Chinese woord voor ivoor – ‘xiangya’ – betekent ‘olifantstand’, waardoor veel Chinezen onterecht denken dat het ivoor zonder veel schade aan de olifanten kan worden onttrokken. Uit een enquête van de non-profitorganisatie International Fund for Animal Welfare bleek in 2007 dat zeventig procent van de Chinese ondervraagden zich niet realiseerden dat olifanten om hun ivoor werden gedood.

Het Chinese staatsbosbeheer, de dienst die gaat over de handhaving van het nieuwe verbod, is met een campagne begonnen om ervoor te zorgen dat de Chinese burger zich bewust wordt van het verbod. De organisaties Natural Resources Defense Council, Wildaid, de China Wildlife Conservation Association en de in China gevestigde milieugroep SEE Foundation zullen via traditionele en sociale media affiches, video’s en artikelen verspreiden waarin het publiek wordt voorgehouden de bedreigde olifanten te redden door het verbod te respecteren en ‘“nee” tegen ivoor’ te zeggen.

Afgezien van de dreiging van de stroperij is het “bevorderen van een gezonde vorm van samenleving tussen de plaatselijke bevolking en de Afrikaanse olifant” de grootste uitdaging, aldus bioloog Gao Yufang.

Afgelopen maart werden in een eerste fase talloze ivoorwerkplaatsen en -handelshuizen gesloten. Maar uit een recente enquête door het World Wildlife Fund (WWF) en de toezichthouder op de handel in wilde dieren, TRAFFIC, bleek dat slechts negentien procent van de ondervraagde Chinezen van het verbod had gehoord. Wanneer ze eenmaal op de hoogte waren gebracht, bleek 86 procent van de ondervraagden ervóór te zijn.

“Door zijn eigen ivoormarkt stil te leggen, laat China zien dat het de stropersplaag die de Afrikaanse olifanten decimeert, serieus wil aanpakken,” zei Ginette Hemley, vicepresident van het WWF en lid van de raad van bestuur van TRAFFIC, in een persverklaring. “Het is van cruciaal belang dat maatregelen voor het afdwingen van het verbod op de handel nu vergezeld gaan van inspanningen om het gedrag van de consument te veranderen, zodat de vraag naar ivoor afneemt.”

Lees meer verhalen over wildcriminaliteit en -uitbuiting op Wildlife Watch van National Geographic. Stuur tips, commentaren en verhaalideeën naar ngwildlife@natgeo.com.

Lees meer