Dieren

Deze slimme vogels kunnen werken voor voedsel

Op een themapark in Engeland fungeren getrainde roeken als opruimers, terwijl elders een kraai de bezoekers begroet.Monday, September 3, 2018

Door Liz Langley

Sommige vogels zijn zó slim en ijverig dat ze allerlei werkjes kunnen doen en de rommel opruimen die mensen achterlaten.

Het geschiedenispark Puy du Fou in het Franse Les Epesses heeft zes roeken getraind om het afval in het park op te pikken en in een container te gooien. De container beloont de vogels vervolgens automatisch met wat lekkers.

Op de blog van het themapark wordt verteld hoe Christophe Gaborit, al sinds 1993 hoofdvalkenier van het park, de roeken eigenhandig heeft geleerd om het afval op te pikken. Eerst trainde hij twee roeken met behulp van een doos, waarbij de vogels het afval in een gleuf konden laten vallen en dan een lade konden openen waarin het beloofde voedsel lag. Zo leerden de vogels afval met iets lekkers te associëren.

Inmiddels hebben zes vogels geleerd om dat verband te leggen, en ze ruimen alle rommel in het park op, ook al is het terrein al tamelijk schoon. Het gaat er dan ook niet zozeer om dat de vogels als schoonmakers fungeren, maar meer dat ze de bezoekers voorhouden om geen afval achter te laten.

Het inruilen van afval tegen voedsel is geen moeilijke opgave voor deze slimme verwanten van de kraai, die in heel Europa en Azië voorkomen.

“Vogels hebben tijdens hun evolutie een niveau van kennisverwerving ontwikkeld dat we nog maar pas beginnen te begrijpen,” zegt Don Moore, directeur van de Oregon Zoo.

Dus vragen we ons van ‘Gekke dierenvraag van de Week’ af: welke andere menselijke vaardigheden hebben kraaien en hun directe verwanten nog meer in huis?

Slimme kraaiachtigen

Kraaiachtigen (kraaien, raven, roeken, kauwen en andere vogelsoorten) zijn bijzonder intelligent, legt Moore uit. Ze zijn zeer goed in het aanpassen en gebruiken van instrumenten en ze kunnen vooruit plannen en puzzels oplossen.

Dus waarom zeggen we dat iemand die niet zo slim is, een ‘uilskuiken’ is? Die belediging stamt uit een tijd waarin de intelligentie van vogels nog niet goed was onderzocht. “Je zou beter kunnen zeggen dat domme mensen een brein als dat van een spitsmuis hebben, want dat diertje heeft in verhouding tot zijn lichaamsomvang heel kleine hersenen,” zegt Robert Mulvihill, ornitholoog van de National Aviary in Pittsburgh.

Maar papegaaien en sommige kraaiachtigen hebben in vergelijking tot hun lichaamsomvang juist grote hersenen. Daarnaast hebben ze naar verhouding ook “een zeer dicht vertakt netwerk van neuronen” en een hersenregio die het ‘caudolaterale nidopallium’ of ‘NCL’ wordt genoemd, een gebied met een functie die is te vergelijken met de prefrontale cortex van de mens, het deel van ons brein waar problemen worden opgelost.

“Deze vogels hebben hun hersenen anders ingericht en daarmee bereiken ze hogere niveaus van kennisverwerving en functioneren dan dieren met kleinere hersenen,” zegt Mulvihill. Hun hersenen zijn daardoor ook lichter van gewicht, een aanpassing die de vogels net als hun holle botten helpt om beter te kunnen vliegen.

In het verleden werd de intelligentie van primaten altijd benadrukt, legt Mulvihill uit, terwijl de gave van kraaiachtigen om te “analyseren, zich dingen te herinneren en directe behoeftebevrediging uit te stellen” over het hoofd werd gezien.

De roeken die als manusjes-van-alles werken, vertonen “gewoon een ander gedrag om voedsel te verzamelen, iets wat veel dieren de hele tijd doen,” zegt Mulvihill. Hij vergelijkt het met een specht die eerst een gat in een dode boom moet bikken om er een smakelijk insect uit te trekken.

Maar anders dan betaalde werknemers kunnen de roeken het werk gewoon neerleggen als ze vol zijn, zegt hij.

‘Alles goed, liefje?’

Een andere verrassende vogel – zij het niet in de hoedanigheid van ‘medewerker’ – is een schildraaf die werd gefilmd door een stel dat een bezoekje bracht aan Knaresborough Castle in Yorkshire: de raaf praatte met een plaatselijk accent.

De vogel zei “Alles goed, liefje?” en antwoordde vervolgens zelf: “Alles goed.”

Veel vogels zijn goede imitators, zegt Moore. Bijvoorbeeld gaaien, die haviken nadoen om andere vogels te verjagen, zodat ze al het aanwezige voedsel voor zichzelf hebben. En spreeuwen kunnen de menselijke stem nabootsen.

Papegaaien, kolibries en zangvogels beschikken allemaal over ‘vocaal leervermogen’, wat betekent dat ze klanken kunnen waarnemen, variëren en nabootsen. Een speciaal deel van hun hersenen is verantwoordelijk voor dat proces. Bij papegaaien heeft dat hersengedeelte nog een extra laag, zo bleek in 2015 uit onderzoek, waardoor ze zo uitzonderlijk goed klanken en stemmen kunnen nabootsen.

Ondanks al hun intelligentie zijn kraaien vocaal minder goed. Kraaien en papegaaien behoren tot heel verschillende afstammingslijnen, zegt Mulvihill, vandaar dat “er verschillen bestaan tussen hun vermogens om vernieuwende klanken te produceren.”

Voordat Mulvihill bij de National Aviary kwam werken, woonde een kraai met de naam Mickey in het instituut. Het voormalige huisdier had blijkbaar een paar zinnetjes geleerd, waaronder “Hallo, Joe!” en “Ka! Ka! Ka!” – niet het kraaiengeluid maar letterlijk het woord ‘Ka’.

Geen andere kraaiachtige in het vogelverblijf heeft (door training of zelfstandig) geleerd om menselijke stemmen na te doen.

Vermoedelijk heeft Mickey zijn menselijke zinnetjes als kuiken geleerd. Sommige vogels leren als kuiken hun eigen zanggeluid “binnen een heel kort tijdsbestek”, zegt Mulvihill, waarna ze dat ‘nummer’ later in hun leven nauwelijks meer aanpassen.

Jammer eigenlijk. Zou het niet geweldig zijn als je een kraai kon leren om “Hé, je hebt een plekje overgeslagen!” te laten zeggen en hem dan in een themapark te laten werken?

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees ook: ‘Raven koesteren wrok tegen oplichters

Lees meer