Dieren

De poema’s van Patagonië

In Chili betalen schapenboeren de prijs voor bescherming van de poema. Is toerisme een oplossing? vrijdag, 18 januari 2019

Door Elizabeth Royte
Foto's Van Ingo Arndt

Dit artikel verschijnt in de februari 2019 editie van National Geographic Magazine.

De eerste keer dat ik een poema zag, was in Utah, hoog in een den. Het dier was door honden de boom in gedreven en werd uiteindelijk afgeschoten door een ambtenaar van het ministerie van Landbouw. Mijn tweede ontmoeting in Chili was daarentegen net een sprookje.

Even buiten Nationaal Park Torres del Paine in Zuid-Chili kijk ik vanaf een winderige berghelling vanuit de bosjes toe hoe drie jongen op de oevers van een meer rennen en stoeien. Soms komt moeder Sarmiento kijken om te zien of alles goed gaat. De blik in haar groene, zwartomrande ogen is kalm, haar dikke staart blijft laag. Wanneer de vier een schiereilandje bereiken, lijken ze een geheim teken te krijgen: moeder en jongen krullen zich op in een gat in de rotsen en doen waar ze goed in zijn: een kattenslaapje.

Puma concolor komt voor van Alaska tot het zuiden van Chili en heeft daarmee het grootste verspreidingsgebied van alle landzoogdieren op het westelijk halfrond. Wetenschappers denken dat de concentratie poema’s nergens zo hoog is als in en rondom Torres del Paine. Er zijn voldoende prooidieren (guanaco’s en hazen), de poema’s genieten in het park een beschermde status en hebben geen concurrentie te duchten van andere roofdieren, zoals wolven.

Torres del Paine is met zijn meer dan een half miljoen hectare aan granieten bergpieken, grasland, bos en winderige meren de uitgelezen plek voor iedereen die dit bijzondere roofdier in het wild wil zien. Door het weidse landschap en de explosieve groei van het toerisme zijn veel poema’s gewend geraakt aan mensen.

Omdat ik dolgraag meer poema’s wil zien, volg ik samen met mijn gids Jorge Carenas gedurende enkele dagen hun spoor, waarbij we onze oren gespitst houden voor de hoge noodroep van guanaco’s – een teken dat er poema’s op jacht zijn. We zien geen dode prooidieren, maar wanneer we enkele dagen later aanwezig zijn op een bijeenkomst van milieuorganisatie Panthera, wordt me duidelijk wat voor een ravage de groeiende populatie poema’s in dit gebied kan aanrichten. De bijeenkomst, in een hotel in het dorpje Cerro Castillo, wordt bijgewoond door overheidsfunctionarissen, biologen, reisbegeleiders en veehouders.

Arturo Kroeger Vidal, wiens vader eveneens schapenboer was, is eigenaar van een grote estancia (veeboerderij) in het zuidoosten van Torres del Paine. Hij uit zijn bezorgdheid. ‘Eerder deze maand had ik vierhonderd schapen verkocht,’ zegt hij bedaard. ‘Vijf dagen later kon ik de koper er maar 370 meegeven. In één nacht heeft een poema er dertig te pakken gekregen.’ De andere schapenboeren knikken meelevend.

Ruim een eeuw lang hielden mannen als Kroeger te paard, gewapend en met jachthonden de populatie poema’s in het gebied in bedwang. Maar toen de Chileense overheid in de jaren zeventig Nationaal Park Torres del Paine in het leven riep, werd de jacht op poema’s en guanaco’s verboden. Hun aantal nam significant toe, en zowel de guanaco’s als de poema’s gingen buiten het park op zoek naar voedsel.

‘De komst van het nationale park was voor veehouders een ramp. Sommige poema’s staken de grenzen van het park over en vielen onze schapen aan,’ zegt Kroeger. Veehouders schatten dat de poema’s sindsdien zo’n dertigduizend schapen hebben verslonden, waardoor inkomsten uit wol en vlees verloren gingen.

Gidsen en parkwachters schatten het aantal poema’s in het nationaal park op vijftig tot honderd. Buiten het park doden veehouders er naar eigen zeggen zo’n honderd per jaar. ‘We leven van de veehouderij,’ zeg Victor Manuel Sharp tijdens de vergadering. ‘Wat moeten we anders?’

Een optie is dat de boeren overstappen van schapen op koeien, die voor poema’s te groot zijn om aan te vallen. Maar het houden van schapen is traditie in Patagonië, en niet iedereen heeft genoeg grasland voor rundvee. Je kunt je schapen ook met honden bewaken, zegt veehouder en hondenfokker Jose Antonio Kusanovic. Maar volgens veehouders is het veel goedkoper om een leonero, een ‘leeuwenjager’ in te huren.

Charles Munn, een Amerikaan met enkele ecotoerismebedrijven in Zuid-Amerika, gaat staan om iets te zeggen. ‘In de Pantanal, in Brazilië, stond ik aan de wieg van het jaguartoerisme. Aan poema’s is veel geld te verdienen.’

Er klinkt gemor onder de veehouders. Ze begrijpen ook wel dat ze geen geld kunnen verdienen aan het poematoerisme als ze tegelijk dieren blijven afschieten. (Van de Chileense overheid mogen veehouders een poema afschieten als ze bewijs hebben dat hun schaap door een poema is gedood, maar de meeste veehouders proberen niet eens een vergunning te krijgen.)

‘U vindt dat we de poema’s moeten bijvoeren, zodat u meer poema’s heeft voor de toeristen,’ merkt een andere veehouder fijntjes op. ‘Ik ben te oud om nog aan toeristen te beginnen.’

Munn richt zich tot de broers Tomislav en Juan Goic, achter in de zaal. Van hun 5500 schapen, die ze weidden langs de oostgrens van het park, zijn er nog maar honderd over. Zo’n achthonderd toeristen per jaar betalen de broers Goic veel geld om met gids en spoorzoeker te voet of per terreinwagen naar poema’s te speuren op hun 62 vierkante kilometer grote terrein.

Op de schapenboerderij van de broers Goic zijn de gasten nagenoeg zeker van een glimp van Sarmiento en haar jongen, Arlo en Hermanita, die zich vaak laten zien bij het hek dat de boerderij scheidt van het nationaal park. Toen de broers Goic in 2015 net waren begonnen met poemasafari’s op hun land, stelde het nationaal park een aantal regels in. Toeristen en gidsen moesten voortaan op de paden blijven en hadden dus minder kans een poema te zien. Maar onder druk van klanten achtervolgden zelfstandig opererende gidsen de dieren ’s nachts met lampen en kwamen ze veel te dichtbij. Het is maar één keer gebeurd dat een ontmoeting met een poema in Torres del Paine een dodelijke afloop had – en dat wil Chili’s best bezochte natuurpark graag zo houden.

Het park blijft terughoudend met toerisme tot het exacte aantal poema’s, hun territorium, eetgewoonten en sociaal gedrag in kaart zijn gebracht. De informatie die zulk onderzoek oplevert, zal worden gebruikt voor toekomstig natuurbeleid en moet het poematoerisme hopelijk voor mens én dier veiliger maken. Ook zou toeristenbelasting kunnen worden gebruikt om veehouders wier schapen door poema’s zijn geroofd, te compenseren. Het is de bedoeling dat de poema een sleutelsoort wordt die prooidierpopulaties op peil houdt; een dier dat even belangrijk is voor de economie als voor de ecologische samenhang in het gebied.

De poema’s eten hier waarschijnlijk vaker een guanaco dan een schaap. Dat maakt echter weinig indruk op veehouders als Jorge Portales, die de aanwezigen vertelt hoe hij in een winter zeshonderd schapen kwijtraakte aan poema’s, een kwart van zijn kudde. Hij stapte over op rundvee en nam opnieuw schapen, deze keer in combinatie met schaapshonden. De poema’s bleven echter komen. ‘Dat is de prijs die je betaalt als je in de buurt van Torres del Paine woont,’ verzucht hij. ‘Inmiddels hebben we helemaal geen schapen meer.’ Zijn estancia is nu op gasten gericht; hij biedt paardentochten door de natuur en barbecues met lamsvlees aan.

Poematoerisme, zegt hij, is de toekomst.

De andere veehouders weerhouden zich van commentaar. Deze onafhankelijke, trotse mannen geven zo snel niet op.

Elizabeth Royte schreef in juni 2018 over de gezondheidsrisico’s van microplastics in zee. Dit is de eerste reportage van natuurfotograaf Ingo Arndt voor National Geographic.

Dit artikel verschijnt in de februari 2019 editie van National Geographic Magazine.

Lees meer