Dieren

Het voordeel van een kwallenplaag? Veel dieren leven ervan

Uit nieuw onderzoek komt naar voren dat een verrassende variëteit aan zeedieren zich voedt met kwallen en dat groeiende populaties kwallen misschien niet zo rampzalig zijn. dinsdag, 22 januari 2019

Door Joshua Rapp Learn

Glibberige klodders met stekende tentakels – het klinkt niet bepaald als een overheerlijk gerecht, maar uit nieuw onderzoek naar zeedieren blijkt dat veel soorten zich geregeld te goed doen aan zeekwallen. Sommige zijn zelfs geheel afhankelijk van de calorieën die ze bevatten.

Gezien hun lage voedingswaarde werden kwallen tot nu toe beschouwd als het doodlopende uiteinde van de voedselketen. Bovendien werd in onderzoek de alarmklok geluid over de explosieve toename van kwallenpopulaties als gevolg van de klimaatverandering, de overbevissing, het in zee spoelen van voedingsstoffen uit de landbouw en de verandering van habitats.

“Ik denk dat er een zeer negatief beeld van kwallen is ontstaan, alsof men wilde zeggen: ‘Pas op! Ze komen ons verslinden,’” zegt Jonathan Houghton, bioloog aan de Queen’s University in Noord-Ierland.

Maar uit een overzicht dat onlangs in het tijdschrift Trends in Ecology and Evolution is gepubliceerd en waarvan Houghton een van de auteurs is, worden meerdere onderzoeken gecombineerd om aan te tonen dat kwallen een belangrijkere rol in de mariene voedselketen spelen dan voorheen werd gedacht. En dat belang kan zelfs nog groter blijken te zijn, nu andere voedselbronnen, waaronder sommige vissoorten en krill, in bepaalde gebieden afnemen.

“Dit is een beetje het post-apocalyptische beeld van de kwal,” zegt Houghton.

Trek in kwal

Om hun gegevens te vergaren analyseerden Houghton en zijn medeauteurs de beelden van camera’s die op zeedieren als pinguïns en zeeschildpadden waren bevestigd, naast genetische studies over maaginhouden en analyses van stabiele isotopen in de weefsels van zeewezens. Uit al die gegevens bleek dat het feit dat kwallen heel weinig voedingswaarde hebben méér dan werd goedgemaakt door het feit dat ze zo alomtegenwoordig en gemakkelijk te vangen zijn. In zekere zin vormden ze de snacks van de wereldzeeën.

Houghton wist dat sommige zeedieren voor hun voeding afhankelijk zijn van kwallen. Zo voedt de door hem bestudeerde lederschildpad zich vrijwel uitsluitend met grotere en kleinere kwallen. En deze zeeschildpadden stellen hun migratie door de wereldzeeën waarschijnlijk af op de seizoensgebonden explosieve groei van kwallenpopulaties.

Maar uit een toenemend aantal studies komt nu naar voren dat ook grote aantallen andere zeedieren, waaronder pinguïns, albatrossen en tonijn, zich met de glibberige wezens voedt.

“Het eten van kwallen komt in de voedselketen veel en veel wijdverbreider voor dan ook maar iemand zich had kunnen voorstellen,” zegt Houghton. “We hebben het over krabben, diepzeemicroben, eenden...”

Kwallenbuffet

Kwallen zijn er in alle soorten en maten. Zo is het Portugees oorlogsschip niet eens één wezen maar veeleer een samenklontering van meerdere organismen die een symbiotische relatie met elkaar hebben. Andere kwallen zijn minuscuul en vormen niet meer dan tussendoortjes voor kleinere zeedieren.

Hoewel sommige kwallen op de larven en kuit van vissen jagen, is het omgekeerde volgens Houghton ook het geval. Volgroeide vissen zwemmen soms onder grote kwallensoorten als de kompaskwal, die de vissen niet alleen een zekere bescherming maar ook een voedzaam maal van bijna uitsluitend proteïnen biedt, in de vorm van stevige gonaden of geslachtsklieren. Bij kompaskwallen ontwikkelen zich soms een groot aantal gonaden, die dan door hongerige vissen weggeplukt kunnen worden.

“Het is een beetje als het opeten van je eigen huis,” zegt Houghton. Volgens hem blijven soms hele kolonies vissen rond deze kwallen rondhangen.

“Afgezien van de duidelijk herkenbare, doorschijnende klok waaraan iedereen een kwal herkent, is er een enorm aanbod van ander kwallenvlees,” zegt Houghton.

Ook Richard Brodeur, visserijbioloog van de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA), meent dat kwallen een veel belangrijkere rol in mariene voedselketens spelen dan over het algemeen wordt aangenomen. Hij denkt dat dit mede komt doordat kwallen gemakkelijk te verteren zijn en geen lichaamsdelen hebben die in de maaginhoud van zeedieren zijn terug te vinden.

Brodeur werkt momenteel aan een onderzoek naar cijfers over vispopulaties in de Stille Oceaan, van de Beringzee tot de kust van Californië. Zijn team ontdekte dat zelfs commercieel belangrijke vissoorten als chumzalm, zandvis en enkele schorpioenvisachtigen zich met kwallen voeden. Bovendien stappen dieren als haring, ansjovis en zelfs zeevogels en sommige zeezoogdieren volgens hem op een nooddieet van kwallen over als hun favoriete prooi tijdelijk niet beschikbaar is.

Veranderende wereldzeeën, veranderende diëten

“Het kan heel goed zijn dat de beschikbaarheid van meer kwallen een goede zaak is voor zeeschildpadden en andere dieren die glibberig plankton eten,” zegt Brodeur. Maar het toevoegen van kwallen aan het dieet is niet zonder risico’s. Zo zijn er lederschildpadden gevonden die op plastic zakken kauwden omdat ze die aanzagen voor kwallen. Geschat wordt dat ruim de helft van de zeeschildpadden plastic heeft ingeslikt. En in een ander onderzoek werd berekend dat slechts veertien ‘porties’ plastic genoeg zijn om een zeeschildpad te doden, wat het herstel van deze voor uitsterving kwetsbare dieren in gevaar kan brengen.

Volgens Houghton gebruiken ook sommige pinguïnsoorten kwallen als alternatieve voedselbron. De vogels jagen normaliter op krill dat onder het pakijs leeft. Maar die ijzige habitat slinkt als gevolg van de opwarming van de wateren rond Antarctica. Hoewel kwallen bij afwezigheid van genoeg krill een ecologische buffer voor de pinguïns kunnen vormen, is een dieet van uitsluitend kwallen volgens Houghton niet geschikt voor alle zeedieren.

“Je hebt een specifiek metabolisme nodig, zoals dat van de trage lederschildpad,” zegt hij. Voor andere soorten zijn kwallen meer als de zoutjes van de wereldzeeën, en die soorten zullen het zeker merken als ze hun traditionele voedselbron geheel moeten vervangen door kwallen.

Het belangrijkst voor Houghton is het inzicht dat we onze wetenschappelijke kennis over deze soorten moeten vergroten. Op die manier zullen we het belang maar ook de beperkingen van kwallen kunnen inzien, in plaats van ze alleen maar te beschouwen als het “glibberige einde der tijden.”

Lees ook: Griezelig, glad, glibberig, glorieus: wat maakt kwallen zo fascinerend?

Lees ook: Hoe kwallen de oceaan overheersen – zonder hersenen

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer