Dieren

Waar mensen het moeilijk hebben, lijden olifanten

Het stropen van olifanten is een crisis die heel Afrika betreft, maar de oplossing ervoor vereist een plaatselijke aanpak.Monday, June 3, 2019

Door Jason G. Goldman
Afrikaanse olifanten worden nog steeds gedood vanwege hun slagtanden. Nieuwe gegevens laten zien dat wetshandhaving alleen dit probleem niet kan oplossen: armoedebestrijding speelt ook een belangrijke rol.

Severin Hauenstein had een idee. De bioloog van de Albert-Ludwigs-Universität Freiburg in Duitsland vermoedde dat er een verband bestond tussen de plekken in Tanzania waar olifanten vanwege hun slagtanden werden gedood en de zichtbare aanwezigheid van wetshandhavers.

Hij dacht dat clusters van dode olifanten die ten prooi waren gevallen aan stropers, vaker werden gevonden op plekken die ver verwijderd lagen van posten vanwaaruit parkopzieners tegen de stroperij optraden. Maar toen hij en zijn collega’s onderzoek deden naar de gegevens over het ecosysteem Ruaha-Rungwa, waar ooit talloze olifanten leefden, zagen ze tot hun verrassing dat er geen verband te vinden was.

Toen ze nog eens goed naar de getallen keken, bleek dat het patroon voor de meeste buitenposten overeenkwam met wat ze hadden verwacht. Maar bij andere posten zagen ze het tegenovergestelde: daar werden de karkassen juist dichtbij de stations gevonden. Dat leidde tot een tweede vermoeden: dat de parkopzieners van die posten samenspanden met de stropers.

Het aantal olifanten dat in Ruaha-Rungwa, in het centrum van Zuid-Tanzania, is gedood, is verbijsterend. Volgens schattingen van de autoriteiten is de populatie olifanten daar afgenomen van ruim 34.000 in 2009 tot nog maar 8000 in 2014.

De resultaten brachten Hauenstein en zijn collega’s tot het inzicht dat patronen van stropersactiviteiten niet altijd op een algemeen Afrikaanse schaal geïnterpreteerd kunnen worden, of zelfs op een regionale schaal. In plaats daarvan meenden ze dat de aanwezigheid van stropers op welke plek dan ook op z’n minst deels te maken had met plaatselijke oorzaken.

Samen met collega’s van de University of York in Groot-Brittannië en het VN-milieuprogramma (UNEP) besloot Hauenstein het jaarlijks aantal gevallen van stroperij op 53 locaties in sub-Saharaans Afrika te vergelijken met informatie over het milieu, de economie, de sociale omstandigheden en de politiek ter plaatse. Hun analyse werd afgeslopen dinsdag gepubliceerd in het tijdschrift Nature Communications.

De onderzoekers identificeerden twee variabelen die een grotere invloed hebben op de stroperij op een bepaalde plek dan werd verwacht. De ene variabele was armoede, zoals uitgedrukt in kindersterfte en gebaseerd op gegevens van de VN en van het Centre for International Earth Science Information Network van de Columbia University. De andere variabele was corruptie, zoals gemeten door de ngo Transparency International.

“Wat vooral interessant was, was dat het aantal gevallen van stroperij op een bepaalde plek duidelijker in verband stonden met armoede en corruptie dan met het niveau van de wetshandhaving op die plekken,” zegt Hauenstein. Het aantal gevallen van stroperij werd berekend door experts van het programma ‘Monitoring the Illegal Killing of Elephants’ (MIKE), dat zijn gegevens doorgeeft aan de CITES, de Conventie die toeziet op de internationale handel in bedreigde soorten flora en fauna.

“Wij denken niet dat het mogelijk is het probleem op te lossen door de wetshandhaving steeds verder op te schroeven,” zegt Hauenstein, hoewel hij er meteen bij zegt dat wetshandhaving prioriteit zou moeten blijven. Hij wil “alleen maar zeggen dat er ook aan andere factoren gedacht moet worden.” Kortom, er zijn plekken waar het misschien verstandig zou zijn de inspanningen meer te richten op armoedebestrijding en het aanpakken van de corruptie.

Hoewel deze bevindingen erg voor de hand lijken te liggen, wordt er bij de bestrijding van stroperij vooral gekeken naar wetshandhaving, zegt Hauenstein.

bekijk galerij

Op het Afrikaanse platteland bestaan al talloze projecten om de armoede te bestrijden, maar in sommige gevallen kunnen dat soort projecten de doelstellingen op het gebied van natuurbehoud juist ondermijnen, zegt George Wittemyer, bioloog aan de Colorado State University. Wittemyer is ook lid van de African Elephants Specialist Group van de International Union for Conservation of Nature (IUCN; de organisatie die de conserveringsstatus van wilde soorten vaststelt) en is hoofd wetenschap van de ngo Save the Elephants.

“Als je vlak naast een beschermd wildernisgebied de drinkwater-, onderwijs- en gezondheidsvoorzieningen verbetert, leidt dat onvermijdelijk tot een grotere druk op dat wildernisgebied,” legt hij uit. En als je de landbouw of veeteelt in een gebied verbetert, zou een stuk land dat ooit wildernis was, kunnen worden gebruikt voor andere doeleinden en zou het risico op ernstige en mogelijk fatale confrontaties tussen mensen en wilde dieren kunnen toenemen.

Het opbouwen van een infrastructuur voor toerisme – in de vorm van fotosafari’s en de strikt gereguleerde jacht op groot wild – wordt vaak gezien als een manier om de economie aan te zwengelen en zowel de leefomstandigheden van de bevolking als die van de wilde dieren te verbeteren. Maar Hauenstein weet nog niet zo zeker of de winst uit dit soort activiteiten wel bij dat deel van de bevolking terechtkomt dat het meest geneigd is om te gaan stropen.

Er zijn plekken waar dit model lijkt te werken. In Namibië is in het kader van het 23 jaar oude programma ‘Community-Based Natural Resource Management’ (CBNRM; ‘Gemeenschappelijk beheer van natuurlijke hulpbronnen) het beheer over natuurlijke hulpbronnen, waaronder de wilde flora en fauna, overgedragen aan plaatselijke gemeenschappen en hebben zij het recht gekregen om zelf activiteiten op het gebied van toerisme en de legale jacht te ontwikkelen. Het programma wordt gezien als een aanpak waar wilde dieren en de bevolking wel bij varen.

Experts die onderzoek doen naar olifantenpopulaties en aan CITES rapporteren, hebben ontdekt dat op 53 verschillende locaties het gemiddelde aantal gedode olifanten als gevolg van stroperij is gedaald van een piek van tien procent in 2011 naar minder dan vier procent in 2017. Intussen bericht de IUCN dat het aantal Afrikaanse olifanten weer toeneemt. (Tot de voornaamste dreigingen waarmee olifanten te maken krijgen, behoren nog altijd habitatverlies en -fragmentatie en de daaruit voortvloeiende conflicten tussen mens en olifant.)

Volgens Hauenstein lijken beide trends te weerspiegelen dat het iets beter gaat met savanne-olifanten in het oosten en zuiden van Afrika, maar dat de dreiging van stropers voor de bosolifanten in West- en Centraal-Afrika nog steeds hoog is. En mocht de daling van het aantal gevallen van stroperij te maken hebben met de recente afname van de economische groei in China, zou dat patroon weer snel kunnen omdraaien, zegt hij. “De crisis is niet voorbij.”

De toekomst van de Afrikaanse olifant is onverbrekelijk verbonden met het welzijn van de plattelandsbevolking op dit continent. Zij zijn het die vaak moeten opdraaien voor de kosten die gepaard gaan met het samenleven met grote en gevaarlijke dieren, zonder dat ze veel merken van de voordelen van die samenleving. Misschien ligt de oplossing van de olifantencrisis in een aanpak waarbij het probleem wordt gezien als een kwestie van mensenrechten en sociale rechtvaardigheid, zegt Maxi Louis, directeur van de Namibian Association of CBNRM Support Organizations, in plaats van louter als een kwestie van wildbeheer.

Wildlife Watch is een onderzoeksjournalistiek project van de National Geographic Society en National Geographic Partners, met speciale aandacht voor wildcriminaliteit en de uitbuiting van wilde dieren. Lees meer verhalen op natgeo.nl/wildcriminaliteit

De bekroonde wetenschapsjournalist Jason G. Goldman woont in Los Angeles en schrijft over dieren in het wild, ecologie en natuurbehoud voor National GeographicScientific AmericanBioGraphicThe Journal of Alta Californiaen andere publicaties. Zijn meest recente boek is Wild L.A.: Explore the Amazing Nature In and Around Los Angeles.Volg hem op Twitter en Instagram.

LEES VERDER

Botswana heft verbod op olifantenjacht op

Na vijf jaar is de jacht nu weer toegestaan in Botswana, waar ongeveer een derde van de Afrikaanse savanneolifanten leven.

Verweesde olifanten hebben het zwaar en worden vaak gepest

<em>Uit nieuw onderzoek blijkt dat stropers die olifanten doden ook langdurige schade aanrichten onder de overlevende olifanten.</em>
Wildcriminaliteit

Wildcriminaliteit

Lees meer over stroperij en illegale handel in wilde dieren.
Lees meer