Dieren

Uitgestorven, en nog steeds ‘bedreigd’?

Op de jaarlijkse CITES-conferentie over de handel in wilde dieren wordt gesproken over verdergaande inperkingen van de ivoorhandel.donderdag 22 augustus 2019

Door Dina Fine Maron
De slagtanden van wolharige mammoets die duizenden jaren lang in de permafrost begraven hebben gelegen, worden nu als ‘ijsivoor’ verhandeld. In bewerkte vorm is dit ivoor moeilijk te onderscheiden van het ivoor van moderne olifanten.

Een van de meest verrassende voorstellen die worden besproken op de grote CITES-conferentie in Genève, Zwitserland, betreft de wolharige mammoet – een dier dat ooit op de weidse vlakten van Noord-Amerika, Europa en noordelijk Azië rondzwierf, maar dat ruim vierduizend jaar geleden is uitgestorven.

Het voorstel om een uitgestorven soort toe te voegen aan de officiële lijst van huidige diersoorten die bedreigd worden, is controversieel aangezien het CITES-verdrag is bedoeld om moderne diersoorten te behoeden voor uitsterving als gevolg van de internationale smokkel in dierlijke producten. Het verdrag verbiedt het opnemen van een uitgestorven soort niet met zoveel woorden, maar stelt wel dat dergelijke soorten “normaliter niet voor opname in aanmerking zouden moeten komen.”

De reden voor het voorstel, dat is ingediend door Israël, is om de grootschalige smokkel van mammoetivoor tegen te gaan.

“Aangezien de handel in mammoetivoor vrijwel zonder regelgeving en documentatie plaatsvindt en omdat je mammoetivoor niet eenvoudig kunt onderscheiden van olifantenivoor, bestaat er het reële risico dat olifantenivoor internationaal wordt verhandeld door het bewust als mammoetivoor aan te duiden om zo de vereisten van de CITES te omzeilen,” aldus het voorstel.

Er zijn enkele verschillen te bespeuren tussen ivoor van wolharige mammoets en dat van moderne olifanten, waaronder een onderscheid dat met het blote oog niet is te zien: in mammoetivoor is een ijzerfosfaat genaamd vivianiet aanwezig, dat blauwgroene of bruinige verkleuringen kan veroorzaken. Maar verder zijn beide soorten ivoor grotendeels identiek. Toch zijn hele slagtanden van wolharige mammoets heel goed te herkennen, omdat ze in tegenstelling tot die van moderne olifanten spiraalvormig groeien en doen denken aan een reusachtige kurkentrekker.

Nu de permafrost de laatste jaren steeds verder ontdooit, worden wolharige mammoets die millennia lang in Siberië in de greep van ondergronds ijs gevangen lagen steeds vaker gevonden en is Rusland een belangrijke exporteur van mammoetivoor of ‘ijsivoor’ geworden.

Van 1993 tot 2003 werden alleen al in de VS ruim 22.000 hele slagtanden van wolharige mammoets en 500.000 bewerkte stukken ivoor van de uitgestorven soort ingevoerd, aldus gegevens van het informatiesysteem voor handhaving van de US Fish and Wildlife Service. Intussen wordt in een analyse van de International Union for Conservation of Nature en Traffic, een organisatie die de handel in wilde dieren en dierproducten bijhoudt, gezegd dat “bewijzen uit het vasteland van China, Hongkong, Myanmar en de VS erop wijzen dat sommige verkopers olifantenivoor bewust als mammoetivoor aanduiden, hoewel er geen grootschalig overzicht bestaat om te kunnen beoordelen hoe wijdverbreid deze praktijk is.”

Israël besloot aanvankelijk om zijn ‘mammoetvoorstel’ samen met Kenia (waar in tegenstelling tot Israël bedreigde olifanten leven) in te dienen. Beide landen hebben in het verleden samengewerkt in milieukwesties, en Israël heeft in de loop der jaren Keniaanse parkopzieners opgeleid, zegt Simon Nemtzov, Israëls wetenschappelijk adviseur voor de CITES-conferentie en hoofd internationale zaken van de Israel Nature and Parks Authority (INPA). Maar omdat Kenia in de loop van het proces een deadline miste, is Israël nu de enige sponsor van het voorstel.

“We hadden op de vorige CITES-conferentie, drie jaar geleden, al voorgesteld dat deelnemende landen de handel in mammoetivoor zouden verbieden,” verklaarde Nemtzov tegenover National Geographic, in een interview dat in de maanden voorafgaande aan de conferentie werd afgenomen.

“Maar nu gaan we een stap verder en willen we dat de mammoet wordt opgenomen in de Appendix II van de CITES, wat betekent dat mammoetivoor nog wel mag worden verhandeld, maar alleen onder strikte regelgeving,” aldus Nemtzov. Voordat een exportvergunning zou worden afgegeven, zou “het dan aan het exporterende land zijn om aan te tonen dat het werkelijk om mammoetivoor gaat.” (In het verdrag wordt verder niets gezegd over een verificatieproces.)

Volgens Nemtzov maakt het voorstel kans om te worden aangenomen, omdat het CITES-verdrag voorziet in het opnemen van uitgestorven soorten die als twee druppels water lijken op bestaande soorten die met uitsterving worden bedreigd. Maar hij gaat er ook vanuit dat Rusland als voornaamste exporteur van mammoetivoor dwars gaat liggen.

“Momenteel wordt mammoetivoor niet aan de regelgeving van de CITES onderworpen, dus hebben we geen goede informatie over wat er precies wordt verhandeld en waar het vandaan komt,” zei Nemtzov. “Het idee is om het materiaal te volgen, en dat zal gebeuren als het in een Appendix wordt opgenomen.”

Als het voorstel wordt aangenomen, zullen de 183 deelnemende landen aan het CITES-verdrag de Mammuthus primigenius– die voor het laatst in het vroege Holoceen op aarde rondliep – feitelijk als een bedreigde diersoort beschouwen, met de bijbehorende beperkingen op de handel in de producten ervan.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het Engels op NationalGeographic.com

Lees meer