Deze schattige beestjes worden waarschijnlijk illegaal verhandeld

Omdat mierenegels zich in gevangenschap zelden voortplanten, worden in het wild gevangen exemplaren aangeboden als dieren die uit fokprogramma’s afkomstig zouden zijn.woensdag 2 oktober 2019

Door Danielle Beurteaux

De mierenegel is bedekt met stekels en doet denken aan een gewoon rond egeltje, maar dan met een langgerekte snuit. Het jong van een mierenegel kruipt uit een ei dat gedurende tien dagen in de buidel van de moeder is uitgebroed. Het naakte, blinde en amper tweeënhalve centimeter lange jong blijft nog ongeveer twee maanden in de buidel, totdat de moeder last krijgt van zijn stekeltjes en het jong overbrengt naar een beschermend hol dat ze heeft gegraven.

Kortsnuitmierenegels komen voor in Australië en op het eiland Nieuw-Guinea. Ze behoren tot de enige vijf zoogdieren op aarde die eieren leggen, de monotremen– vier soorten mierenegels en het vogelbekdier. Ze gebruiken hun korte maar sterke pootjes, scherpe klauwen, snuit en lange tong om termieten (het liefst) en mieren uit te graven en te verorberen. Het zijn zulke actieve gravertjes dat ze worden beschouwd als ingenieurs van de natuur, die ecosystemen gezond houden door de bodem om te woelen. Kortsnuitmierenegels zijn schattig genoeg om geliefd te zijn bij dierentuinen en bij mensen die ze als huisdieren willen houden. Maar met hun zeer specifieke dieet, graafgedrag en lange potentiële levensverwachting – tot wel zestig jaar – zijn ze niet geschikt als huisdieren.

Het is niet bekend hoeveel kortsnuitmierenegels er in het wild leven. In Australië zijn ze beschermd, waardoor het daar illegaal is om ze te vangen of te verhandelen. In Indonesië zijn ze niet beschermd en geldt een jaarquotum voor het aantal mierenegels dat door commerciële bedrijven gefokt en daarna met een vergunning verhandeld mag worden.

Volgens Arthur Ferguson, supervisor Australische fauna van de Perth Zoo in West-Australië, is de mierenegel “een soort die zich in gevangenschap amper voortplant en die ook heel weinig in dierentuinen wordt gefokt.” (De Perth Zoo behoort tot het handjevol dierentuinen met succesvolle fokprogramma’s voor kortsnuitmierenegels.) Volgens Species360, een ngo in Minnesota, leven er 180 kortsnuitmierenegels in dierentuinen in de 96 landen die de groep in de gaten houdt. Tussen 1902 en 2013 zijn in totaal 119 Amerikaanse dierentuinen erin geslaagd om negentien jongen te fokken. Tegenwoordig leven er 28 kortsnuitmierenegels in elf Amerikaanse dierentuinen, en volgens de Association of Zoos and Aquariums is er in 2008 voor het laatst een jong geboren.

Maar in 2012 verkochten handelaren in Indonesië zo’n veertig kortsnuitmierenegels op de markt voor exotische huisdieren. Al deze egels waren geregistreerd als dieren die in gevangenschap zouden zijn gefokt, aldus Traffic, de ngo die de wereldwijde handel in wilde dieren bijhoudt.

Chris Shepherd, medeoprichter van de Monitor Conservation Society, een ngo in het Canadese British Columbia die zich richt op de illegale handel in zeldzame diersoorten, betwijfelt of Indonesische centra in 2012 in staat zijn geweest om veertig kortsnuitmierenegels in gevangenschap te fokken. En een recent onderzoek zet vaagtekens bij de claim dat in 2016 vijftig van deze jongen in commerciële Indonesische centra zouden zijn geboren.

Volgens Shepherd vangen handelaren de dieren “duidelijk in het wild.” De truc om mierenegels als dieren uit fokprogramma’s voor te doen – ze ‘wit te wassen’ – maakt deel uit van een vernuftige leverantieketen voor illegaal verhandelde dieren. Volgens hem wordt een mierenegel die in het wild is gevangen aan een handelaar gegeven die een vergunning aanvraagt waarin staat dat het dier in gevangenschap is gefokt. Met de juiste papieren wordt de mierenegel dan op de internationale markt voor exotische huisdieren verkocht.

Moeilijke fokprogramma's

In het wild worden vrouwtjes van de kortsnuitmierenegel gedurende het paarseizoen door een stoet van soms wel tien mannetjes achtervolgd, zegt Alexandra Summerell, postdoc-onderzoekster aan het Australian Museum in Sydney en de University of Technology Sydney. “Dat kan zo twee weken doorgaan, totdat ze klaar is om te paren.”

Pas onlangs hebben Ferguson en onderzoekers van de Perth Zoo uitgevonden wat de beste omstandigheden zijn waaronder kortsnuitmierenegels zich in gevangenschap voortplanten. Ze hielden het gedrag van de diertjes in de aanloop naar het paarseizoen nauwgezet in de gaten en haalden de mannetjes na het paren weg uit het verblijf van de vrouwtjes. Ook bouwden ze holletjes in dozen met een warmtelamp, waarin de vrouwtjes zich tijdens het uitbroeden van de eieren konden terugtrekken. Volgens Ferguson is de aanwezigheid van een broedhol “heel erg belangrijk om het vrouwtje een plek te bieden waar ze haar jong kan verzorgen. Ook het onderhoud van het broedhol is belangrijk voor het succesvol grootbrengen van de jongen.”

Maar zelfs nadat ze het geheim van het fokken van deze diertjes hadden ontcijferd, konden medewerkers van de Perth Zoo tussen 2007 en 2016 niet meer dan twaalf jongen fokken, waarvan er twee stierven. In de vijf Australische instellingen (waaronder de Perth Zoo) die worden erkend door de Zoo and Aquarium Association (een ngo voor dierentuinen en aquariums in Oceanië), zijn sinds 2014 slechts 39 jongen geboren.

In een onderzoek dat werd verricht door onderzoekers van Monitor en Traffic wordt erop gewezen dat er in 2016 volgens Indonesië 33 kortsnuitmierenegels in geregistreerde fokcentra in dat land aanwezig waren, waaronder 15 volwassen exemplaren en 18 mierenegels die tijdens het paarseizoen van het jaar ervóór in gevangenschap waren geboren. Het Indonesische quotum voor het fokken en exporteren van kortsnuitmierenegels werd voor 2016 op vijftig vastgelegd. Als de vijftien volwassen dieren allemaal vrouwtjes zouden zijn, zouden ze waarschijnlijk niet meer dan zeven jongen hebben voortgebracht, legt Jordi Janssen, medeauteur van het onderzoek, uit. En omdat van kortsnuitmierenegels bekend is dat ze pas na een jaar of drie geslachtsrijp worden, zouden de achttien dieren die in 2015 waren gefokt, nooit zoveel nieuwe geboorten in 2016 hebben kunnen produceren. Het meetellen van dieren uit eerdere paarseizoenen is volgens Janssen een van de manieren om de ‘voorraad’ kunstmatig op te schroeven, zodat de centra kunnen beweren dat in het wild gevangen mierenegels afkomstig zijn uit fokprogramma’s.

“De aantallen die de Indonesische centra geven, zijn gewoon absurd,” zegt Summerell, die niet bij het nieuwe onderzoek was betrokken. “Het is absoluut onmogelijk om deze dieren in dat tijdsbestek te fokken, want zelfs Australische onderzoekers die uitgebreid onderzoek naar het probleem hebben gedaan, halen deze aantallen niet.”

Volgens Shepherd hebben hij en anderen opslagloodsen buiten de Indonesische hoofdstad Jakarta bezocht waar de kortsnuitmierenegels naar verluidt gefokt zouden worden. In de gebouwen staan talloze kasten met daarin honderden plastic dozen of kooitjes waarin diverse dieren zitten – van reptielen tot zoogdieren. Naar zijn oordeel zouden dat soort plekken niet als fokcentra hebben kunnen fungeren, omdat ze niet de juiste voorzieningen hebben, zoals voldoende ruimte en goede dierenverblijven. De pakhuizen hebben daarentegen alle kenmerken van doorvoercentra voor dieren die in het wild zijn gevangen en voor de buitenlandse markt voor huisdieren zijn bestemd. “De voorzieningen zijn niet geschikt voor het fokken van mierenegels, een soort die zich in gevangenschap amper voortplant,” zegt Shepherd.

Volgens gegevens van de US Fish and Wildlife over de periode 2009-2017 importeerde de firma S&S Exotic Animals in Houston tussen 2011 en 2013 zestien kortsnuitmierenegels uit Indonesië. In 2013 kocht S&S Exotics, op wiens Twitter-pagina een foto van een kortsnuitmierenegel prijkt, zes exemplaren van de Indonesische exporteur PT Alam Nussantara Jayatama, tegen een gedeclareerde waarde van 15.000 dollar. Dat is de helft van het aantal mierenegels dat in een periode van elf jaar in de Perth Zoo is gefokt.

In Australië zijn sinds 2014 in vijf geaccrediteerde fokprogramma’s slechts 39 jongen van kortsnuitmierenegels geboren. De meest recente geboorte van een jong mierenegeltje in een geaccrediteerde dierentuin in de VS vond plaats in 2008. Maar volgens een organisatie die de internationale handel in wilde dieren bijhoudt, heeft Indonesië in één jaar tijd veertig kortsnuitmierenegels op de markt voor exotische huisdieren verkocht, zogenaamd allemaal dieren die uit fokprogramma’s afkomstig zouden zijn.
Foto van D. Parer and E. Parer-Cook, Minden Pictures

PT Alam Nussantara Jayatama wordt geleid door Danny Gunalen, de bedenker en eigenaar van de dierentuin Faunaland in Jakarta. Van de 16 mierenegels die hij aan S&S Exotics verkocht, werden 11 door de US Fish and Wildlife met de letter ‘F’ aangeduid, wat betekent dat ze uit fokprogramma’s afkomstig zouden zijn. Maar de F-aanduiding voldoet niet aan de striktere definitie voor in gevangenschap geboren dieren die door de Conventie inzake de Internationale Handel in Bedreigde Soorten Flora en Fauna (CITES) wordt gehanteerd. (De CITES ziet toe op de internationale handel in wilde diersoorten.) Pogingen om Gunalen te bereiken en hem vragen te stellen over zijn fokprogramma hadden geen resultaat. Ook S&S Exotic Animals antwoordde niet op meerdere verzoeken om in te gaan op de kortsnuitmierenegels die het bedrijf van PT Alam Nussantara Jayatama had gekocht.

De dienst voor Natuurlijke Hulpbronnen en Ecosysteembehoud van het Indonesische ministerie van Milieu en Bosbouw ziet toe op de toepassing van de quota voor het fokken van mierenegels en het uitgeven van vergunningen. Talloze pogingen om de directeur van de dienst, Wiratno, vragen te stellen over de quota voor kortsnuitmierenegels in 2019 en over de gegevens met betrekking tot het aantal dieren dat in gevangenschap is gefokt, hadden geen resultaat. Ook vragen over quota aan Indra Exploitasia, directrice van Biodiversity Conservation, een andere afdeling van het ministerie van Milieu en Bosbouw die toeziet op de fokprogramma’s, werden niet beantwoord. Pogingen om vast te stellen of en, zo ja, hoe veel kortsnuitmierenegels in Papoea-Nieuw-Guinea worden gefokt en verhandeld, hadden evenmin resultaat.

De smokkel van mierenegels

Het is lastig om in havens en op vliegvelden te bepalen of een kortsnuitmierenegel in het wild is gevangen en dus illegaal wordt in- of uitgevoerd, zo blijkt uit het World Wildlife Crime Report van de VN. De handhaving is gebrekkiger in exportlanden dan in havens of op vliegvelden van importlanden. Beambten testen de dieren op parasieten, die verschillend zijn bij dieren die uit het wild en uit gevangenschap afkomstig zijn, maar die aanwijzing is niet sluitend omdat dieren die in één verblijf worden gehouden, elkaars parasieten kunnen overnemen.

“Beambten hebben geen instrument om te kunnen zeggen of de dieren in het wild zijn gevangen of legaal in gevangenschap zijn gefokt,” zegt Kate Brandis, onderzoekster aan het Centre for Ecosystem Science van de University of New South Wales in Sydney. Om dat probleem op te lossen denkt Brandis dat er een methode nodig is “die in het veld toegepast kan worden, niet-invasief is en relatief snel een antwoord oplevert.”

Zij en haar collega’s werken momenteel aan zo’n methode. Ze hebben een test voor de stekels van mierenegels ontwikkeld, die bestaan uit keratine, hetzelfde materiaal waarvan ook onze vingernagels zijn gemaakt. Na verloop van tijd vallen de stekels op natuurlijke wijze uit of gaan loszitten, zodat ze pijnloos kunnen worden verwijderd. Uit het dieet van een mierenegel, dat in de keratine is te herkennen, kan op betrouwbare wijze worden afgeleid of het dier al dan niet uit het wild afkomstig is. De onderzoekers kunnen de stekels scannen met behulp van röntgenfluorescentie en in de resultaten de handtekening van in het wild levende en in gevangenschap gefokte dieren herkennen. Ze hebben nu subsidie nodig om een prototype van een handzaam apparaatje te ontwikkelen, dat door douanebeambten in de praktijk kan worden getest.

Intussen heeft Alexandra Summerell een laboratoriumtest ontwikkeld waarbij aan de hand van mitochondriaal DNA uit de wortel van een mierenegelstekel kan worden bepaald of het dier uit bijvoorbeeld Nieuw-Guinea of uit Australië afkomstig is. Ze heeft haar methode op consistentie getest, zodat de resultaten ervan in rechtszaken gebruikt kunnen worden.

“Als een dierentuin wil weten of een mierenegel legaal is of niet, kunnen ze mij een stekel opsturen en dan kan ik bekijken waar die stekel in mijn gegevens past. Als hij in de gegevens over mierenegels uit Nieuw-Guinea valt, kunnen we verder kijken waar het dier precies vandaan komt.” De kans is groot dat een kortsnuitmierenegel die oorspronkelijk uit Nieuw-Guinea komt, illegaal is verhandeld. Daarentegen is bij een mierenegel uit Australië de kans groter dat het dier tussen diverse instellingen is verhandeld of in het wild gewond is geraakt en in een opvangcentrum terecht is gekomen.

Volgens Summerell komt uit haar onderzoek naar voren dat de test ook kan vertellen uit welke specifieke regio een mierenegel afkomstig is.

In een volgende stap zullen de gegevens over de herkomst van kortsnuitmierenegels gebruikt kunnen worden om onderlinge verwantschappen tussen de dieren vast te stellen en om te bepalen of dieren uit één en hetzelfde fokcentrum afkomstig zijn. Summerell wil de test uitbreiden om ook de herkomst van de ernstig met uitsterving bedreigde gewone vachtegelte kunnen vaststellen. Een van deze mierenegels werd onlangs bij een inbeslagname van wilde dierenop de Filipijnen ontdekt.

Slechte handhaving

Maar geen enkele test, hoe accuraat en handig in het gebruik ook, zal zonder een strikte handhaving van de regels efficiënt zijn.

Als exporterende landen zulke lakse vergunningenstelsels hebben en zo slecht toezien op de regels, zal de illegale smokkel van in het wild gevangen kortsnuitmierenegels volgens Chris Shepherd van Monitor gewoon doorgaan. Ook importlanden moeten volgens hem veel strenger handhaven. Wildexporteurs kennen de wet, maar door de hele leverantieketen geen maken ze gebruik van gedoogbeleid en corruptie, zegt hij.

Wanneer exotische wilde dieren worden geïmporteerd die onterecht zijn aangeduid als exemplaren uit fokprogramma’s, dan is het aan het de autoriteiten van het importland om aan te tonen dat er fraude is gepleegd, en dat is volgens Shepherd praktisch onmogelijk. Er is gebrek aan geld, training en personeel, en aan apparaten zoals die door Brandis worden ontwikkeld. Volgens een rapport van de milieugroep Defenders of Wildlife zijn er bijvoorbeeld in de havens en op de vliegvelden van de VS slechts 122 wildinspecteurs voorhanden – veel te weinig om alle importen te kunnen controleren. 

“Importlanden zouden de zaak steviger moeten gaan aanpakken,” zegt Shepherd. “Tenzij je kunt bewijzen dat de dieren uit een legitiem fokprogramma afkomstig zijn, waarbij dieren legaal worden gefokt voor een volgende generatie, zouden we die import niet moeten toestaan. Dat zou het meest verantwoorde zijn om te doen.”

Bovendien zouden importeurs en kopers van kortsnuitmierenegels zich volgens Shepherd beter moeten informeren over het ‘witwassen’ en illegaal vangen van wilde dieren voordat ze tot aankoop overgaan. Kortsnuitmierenegels mogen dan momenteel niet met uitsterving worden bedreigd, maar dat zou kunnen veranderen als grote aantallen van deze egels uit de wilde natuur worden weggekaapt. “Waar trekken we de grens? Kun je alles maar als huisdier kopen? Maakt het niet uit of het dier op het punt staat om uit te sterven, zolang jij maar kunt betalen?” Dat is dé manier om ervoor te zorgen dat wilde dieren ernstig met uitsterving worden bedreigd of zelfs helemaal uitsterven.

Journaliste Danielle Beurteaux woont in Montreal. Volg haar op Twitter.

Wildlife Watch is een onderzoeksjournalistiek project van de National Geographic Society en National Geographic Partners, met speciale aandacht voor wildcriminaliteit en de uitbuiting van wilde dieren. Lees meer op natgeo.nl/wildcriminaliteit.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

lees verder

Video
9:42

Nigerianen strijden voor de bescherming van 's werelds meest verhandelde zoogdier

Pangolins of schubdieren zijn vermoedelijk de meest verhandelde zoogdieren ter wereld. Nu de vier Aziatische soorten schubdieren sterk in aantal zijn afgenomen, wenden stropers zich steeds vaker tot de Afrikaanse soort om aan de vraag te voldoen. In deze korte film maak je kennis met de dappere Nigerianen die hun best doen om dit zachtaardige en kwetsbare dier te beschermen.
Wildcriminaliteit

Wildcriminaliteit

Lees meer over stroperij en illegale handel in wilde dieren.

Forensische vingerafdrukken helpen bedreigde schubdieren

Onderzoekers hebben een eenvoudige en gemakkelijk te gebruiken methode ontwikkeld voor het nemen van vingerafdrukken op de schubben van gordeldieren.
Lees meer