De laatste hoenders van de heide

Alleen op de Sallandse Heuvelrug leven in ons land nog korhoenders. Natuurbeheerders doen hun best de vogels, en hun leefgebied, te redden.woensdag 13 november 2019

Dit artikel verscheen in de november 2019 editie van National Geographic Magazine.

Het is pikdonker. In het schijnsel van mijn hoofdlamp zie ik dat ecoloog Kathelijne Maes zich omdraait en mij wat meewarig aankijkt. Ze doet behendig een paar passen terug en steekt mij een helpende hand toe. Dankbaar voor de lieslaarzen die ik aanheb – en voor haar hulp –, worstel ik mijn been uit het ijskoude, zuigende veen. Gelukkig is het niet ver meer naar onze schuilhut. We zijn die ochtend om drie uur van­uit ons basiskamp vertrokken naar deze afge­legen plek in de Zweedse natuur om getuige te zijn van een bijzondere gebeurtenis: de balts van het korhoen. En om er een aantal te vangen. 

Half april, een paar weken voor de vang­ expeditie naar Zweden, loop ik met Corné Bale­ mans, projectbeheerder bij Staatsbosbeheer, over de Sallandse Heuvelrug in Overijssel. De winter is al even achter de rug en hoewel de nachten hier soms nog wat vorst brengen, zijn de eerste groene berkenblaadjes al te zien. 

De hoge stuwwal waarop we wandelen ont­stond zo’n 150.000 jaar geleden tijdens het Saalien, de voorlaatste ijstijd. Aan de randen van de enorme gletsjers die vanuit het koude noorden over Europa kropen, werden zand, grind en klei opgestuwd die in warmere tijden door rivieren waren afgezet. Dat levert een landschap op met voor Nederlandse begrippen ongekend weidse uitzichten over heide, bos en, ergens in de verte, het boerenland. 

In 2004 werd een groot deel van de Sallandse Heuvelrug aangewezen als nationaal park. Het gebied van 35 vierkante kilometer bevat het grootste aaneengesloten droge heidegebied van West­-Europa. ‘Dat maakt het heel waar­devol,’ zegt Balemans. ‘Niet alleen vanwege de bijzondere vegetatie, maar ook vanwege de fauna.’ Enthousiast vertelt hij over de heide die in de zomer als een paars tapijt de heuvels bedekt. Het gaat over planten als salomons­zegel en dalkruid, over vossenbes en jenever­besstruwelen. En over de fauna: vlinders als de heidespanner en de zilveren maan, de ree, de levendbarende hagedis, de hazelworm en de 75 vogelsoorten die er voorkomen, waaronder de roodborsttapuit, de nachtzwaluw – en het kor­hoen. Dat komt in Nederland alleen híer voor. 

Dan verandert hij van toon: ‘Maar luister nu eens, wat hoor je?’ 

‘Niets,’ zeg ik. Het is stil op de heide. 

‘We zouden nu volop vogels moeten horen,’ zegt Balemans. ‘Wulpen bijvoorbeeld, maar ook het gezoem van insecten. Het gaat hier niet best met de natuur,’ verzucht hij. 

De bijzondere balts van het korhoen
In de Zweedse natuur (Ängra) zijn we getuige van een bijzondere gebeurtenis: de balts van twee korhanen.

Niet alleen de afwezigheid van sommige soorten, ook wetenschappelijke metingen geven hem gelijk. De grond is sterk verzuurd. De pH­-waarde komt niet boven de 3, terwijl deze 4,5 tot 5 zou moeten zijn. Het zure milieu veroorzaakt een grote uitspoeling van in de bodem aanwezige voedingsstoffen. Dat gaat in de laatste honderd jaar om zo’n dertig ton mineralen per hectare, een proces dat nu hon­derden malen sneller verloopt dan in voor­ gaande eeuwen, toen er nog geen sprake was van intensieve landbouw, industrie en gemoto­riseerd verkeer. De verzuring gaat gepaard met een verlies aan calcium, kalium en magnesium, terwijl voor planten en insecten giftige minera­len als aluminium juist vrijkomen. De toename van stikstof in het milieu, onder meer door ammoniakuitstoot van de landbouw, verergert de problemen doordat de balans in meststoffen verstoord raakt. 

De heideplanten zelf kunnen wel een stoot­je hebben, het zijn vooral andere, minder in het oog springende planten en schimmels die het loodje leggen. ‘En dan is er de schrijnende afname van de insectenstand,’ zegt Balemans. ‘Terwijl de weinige insecten die er nog zijn, een zeer lage voedingswaarde hebben.’ Die povere kwantiteit en kwaliteit van de insecten blijkt de directe oorzaak van de terugloop van meerdere vogelsoorten, met het korhoen voorop. 

Ooit kwam het hoen op meerdere plaat­sen voor in Nederland. Waarschijnlijk was de grootste verspreiding van de soort rond 1930. Er wordt geschat dat er toen, verdeeld over acht provincies, zo’n 8000 hanen en een veelvoud aan hennen moet hebben geleefd. Sindsdien gaat het bergaf. In 1976 leefden er nog bijna 500 hanen. In 1997 kwam de soort alleen nog op de Sallandse Heuvelrug voor, met niet meer dan 32 exemplaren. Sindsdien schommelt de stand, waarbij een dieptepunt werd bereikt in 2002: slechts negen hanen. Nu zijn het er weer wat meer, maar nog altijd wordt het minimumaan­tal voor een duurzaam levensvatbare populatie van zo’n vijftig vogels, die zich ook nog jaarlijks moeten voortplanten, niet gehaald. 

De zorgen om deze in Nederland ernstig bedreigde soort zijn de reden dat ik eind april met een gezelschap bestaande uit boswach­ters van Staatsbosbeheer, medewerkers van de provincie Overijssel, Landschap Overijssel, een bioloog en enkele vrijwilligers naar Zweden ben afgereisd. Daar komt het korhoen nog in grote aantallen voor en daar wordt de redding gezocht voor de soort in Nederland. 

De avond voorafgaand aan onze nachtelijke tocht door het veenmoeras zijn er vangkooitjes geplaatst op de baltsplek van de korhoenders. Op sommige plekken zijn nog resten ijs aanwe­zig, maar door de vroeg ingevallen dooi is het terrein bijna onbegaanbaar geworden. Eenmaal in onze schuilhut, is het wachten op de komst van de vogels, die zich meestal vlak voor zonsopgang beginnen te roeren. Maes is hier al eerder geweest en ze kan bij elk nachtelijk vogelgeluid vertellen om welke soort het gaat. 

Als er een vaag spoortje licht is te zien, maakt ze me attent op een paar schimmen die over de baltsplek lopen. Korhanen, zelf zwart als de nacht, met een donkerblauwe gloed over hun veren wanneer het licht erop valt. Hun wenk­brauwen zijn echter vuurrood en als ze opge­wonden lopen te pronken, ontvouwt zich een sierlijke pluim van witte staartveren. De lek, zoals de balts heet in het Zweeds, begint met een onwerkelijk, steeds verder aanzwengelend geluid dat zich moeilijk laat omschrijven. Het klinkt een beetje als het gekoer van duiven in een bubbelbad. Als het eenmaal op gang is gekomen, beheerst het de prille ochtend volle­dig. Het wordt alleen doorbroken door scherp sissend geblaas, wanneer de hanen een rivaal proberen te imponeren. Dat doen ze door te dansen met wijduitstaande vleugels en met een opgepompt lichaam dat trilt als de spiermassa van een bodybuilder. De oerkracht van hormo­nen, denk ik bij mezelf.

Na verloop van tijd hebben zich wel vijftien of twintig hanen verzameld. Ze dansen driftig in paren rond elkaar en soms vliegen ze tegen de ander op in een schijngevecht. Echte slachtoffers lijken er niet te vallen. Wel veel gekrenkte ego’s, want er tekent zich een duidelijke hiërar­chie af onder de hanen. Als het lichter wordt, laten zich ook enkele vrouwtjes zien, die uit de naburige bomen komen aanvliegen. Ik ga zo op in het wonderbaarlijke schouwspel dat ik bijna vergeet dat we eigenlijk zijn gekomen om vogels te vangen. Dan kijk ik naar de vangkooitjes en zie dat er enkele zijn dichtgeklapt, de meeste met een vogel erin, andere zijn de dans net ontsprongen. Als ik bijna vier uur lang ademloos heb zitten toekijken, is de balts ten einde gekomen. De boswachters gooien dekens over de dichtgeklapte kooitjes en halen dan voorzichtig de vogels eruit en stoppen ze in een juten zak. De duisternis van dekens en zak houdt de dieren rustig. 

Duisternis is er ook in het kamertje in het basiskamp waar bioloog Paul ten Den de gevangen vogels onderzoekt. Eerst worden ze in de zak gewogen en daarna worden ze aan een algemene inspectie onderworpen om de conditie en leeftijd vast te stellen. Vervolgens worden ze geringd en een aantal korhoenders wordt ook gezenderd. ‘Het zijn allemaal gezonde en sterke dieren,’ zegt Ten Den, ‘kneusjes hadden de strenge winter hier niet overleefd.’ De keuring is dan ook vooral bedoeld om de leeftijd te bepalen. Oude vogels worden weer teruggezet. Hun levensverwach­ting in Nederland is beperkt, de vangers hebben liever jonge dieren. 

Al sinds vier jaar worden er in Zweden kor­hoenders gevangen om de populatie op de Sallandse Heuvelrug te versterken. Dit jaar zijn het 25 exemplaren, iets meer hennen dan hanen. Na een korte veeartsenijkundige keuring gaan de vogels op weg naar Nederland om te worden uitgezet op de Sallandse Heuvelrug. Ze worden ondergebracht in speciale transportkistjes die zijn voorzien van alles wat een korhoen zich kan wensen: zacht veenmos, een handvol bes­sen en een halve appel. ‘De volwassen vogels zijn geen kritische eters,’ aldus Ten Den. ‘In de winter, als alles door de sneeuw is bedekt, kun­nen ze zelfs leven op dennennaalden, die kun­nen ze prima verteren.’ 

Voor korhoenkuikens is de situatie anders. Die zijn, zeker in de eerst weken van hun leven, afhankelijk van een heel specifiek dieet: lekker sappige rupsen. En juist daar wringt de schoen op de Sallandse heide. 

‘Uiteindelijk redden we het niet met alleen het bijplaatsen van vogels,’ zegt Balemans. ‘Daarmee willen we vooral tijd winnen, want als de soort echt uitsterft, zal deze niet meer terugkeren. We moeten nu eerst en vooral ons best doen de basis weer op orde te krijgen.’ En die basis is de bodem. 

Een beheerplan, waarin Staatsbosbeheer, de provincie Overijssel en Natuurmonumenten samenwerken, moet uiteindelijk leiden tot een gebied waar de natuur weer op eigen benen kan staan en de biodiversiteit toeneemt. Daar­bij wordt onder meer gewerkt aan het bestrijden van de verdroging en de versnippering van het heidegebied. Zo wordt er 150 hectare bos gekapt om op de vrijgekomen plek heide te laten groeien. ‘Dat stuit weleens op weerstand,’ aldus Balemans. ‘In relatie met relatief nieuwe klimaatdoelen lijkt het geen goede actie om bomen te kappen. Maar aan de andere kant is het juist wel bevorderlijk voor de biodiversiteit.’ 

Om de zuurgraad van de bodem te verbe­teren, wordt er onderzoek gedaan naar het strooien van steenmeel. In tegenstelling tot de vroeger veelgebruikte kalkkorrels, bevat steenmeel verschillende mineralen die voor een beter bodemklimaat kunnen zorgen. Maar omdat er per hectare heide wel dertig ton steen­poeder nodig is, blijft het voorlopig beperkt tot een proefgebied van zo’n honderd hectare.

Wanneer ik eind augustus terugga naar de Sallandse Heuvelrug, staat de heide volop in bloei, tot grote vreugde van Balemans en Ten Den. Na de eerste zomermaanden zag het er somber uit, vertellen beide mannen. De heide was dor en bruin en ze twijfelden of ze dit jaar nog wel paars zou kleuren. Een week met flinke regenval had echter voor de ommekeer gezorgd. Toch heeft het droge weer van 2018 en ook dit jaar zijn tol geëist. ‘De heidespanner is bijna helemaal verdwenen,’ vertelt Ten Den. En juist de rups van deze vlinder is van essentieel belang voor de kuikens van het korhoen. 

Een gevoel van ongerustheid bekruipt me. ‘Hoe is het dan met de vogels uit Zweden?’ vraag ik. Daarmee blijkt het redelijk te gaan, op enkele predatieslachtoffers na. Maar de kui­kens van dit jaar zijn allemaal gestorven, door voedseltekort. ‘Ze worden niet gevoerd, zoals kuikens van bijvoorbeeld merels of koolmezen, maar moeten zelf hun kostje bij elkaar scharre­len,’ aldus Balemans. ‘En als er dan niets is...’ 

We praten nog wat na over de vangst in Zwe­den, de voedselsituatie en mogelijke oplossingen. ‘Kun je de kuikens de eerste weken niet bijvoeren?’, opper ik. Dat blijkt onmogelijk, omdat moeder korhoen met haar kuikens de hele dag blijft rondscharrelen op zoek naar voedsel. Toch blijft er hoop. In de Rhön in Duitsland worden in een vergelijkbaar project ook korhoenders bijgeplaatst en daar komen de jongen wel groot. 

Uiteindelijk zal de oplossing echter moeten komen van een gezonde natuur, waar de vogels zichzélf kunnen redden. 

Lees verder

Dit is waarschijnlijk de meest luidruchtige vogel op aarde

Het gekrijs waarmee witte-klokvogelmannetjes vrouwtjes lokken, evenaart volgens een recente studie het geluid van een rockconcert.

Deze schuwe paradijsvogel schittert in paartijd

De zwartkapsaterhoen is zeldzaam, schuw en moeilijk te vangen. Hoe opvallend ze ook zijn, je ziet ze bijna nooit. In India, waar er nog zo’n 3300 in het wild leven, wordt hij jujurana genoemd: koning der vogels. 

Waarom deze kip zelfs van binnen zwart is

In de wereld zijn er vier soorten kippen die van buiten én binnen helemaal zwart zijn, en allemaal hebben ze dezelfde genetische mutatie. Een wetenschapper legt uit hoe dit ontstaan is.
Lees meer