Cheetas te koop

Jachtluipaarden vinden via smokkelroutes vanuit Afrika hun weg naar steenrijke kopers. Wie leggen zich toe op deze illegale handel – en wat doet Somaliland om ze een halt toe te roepen?

Een zeven maanden oude cheeta blaast op de achterbank van een SUV naar de uitgestoken hand van zijn bevrijder. De autoriteiten wisten de welp, die later de naam Astur kreeg, te onderscheppen voor hij werd verkocht. Jaarlijks worden tientallen – misschien zelfs honderden – vaak heel jonge jachtluipaarden via Somaliland naar de Golfstaten gesmokkeld, waar ze hun leven in gevangenschap slijten.

Foto van Nichole Sobecki
Gepubliceerd 29 sep. 2021 12:19 CEST

Dit artikel verscheen in de negende editie van National Geographic Magazine 2021

'Hebben jullie deze dieren eerder gezien?'

De openbaar aanklager wijst naar vijf cheetawelpen die in een draagbaar kooitje worden getoond aan twee verdachten in de getraliede cel in de rechtszaal. Het schelle gepiep van de jongen weerkaatst tegen de betonnen wanden en vloer. Een van de twee mannen, Cabdiraxmaan Yusuf Mahdi (beter bekend als Cabdi Xayawaan) werpt een vluchtige blik op de dieren. ‘Ik heb ze nooit eerder gezien,’ zegt hij met een wegwerpgebaar. De tweede verdachte, Maxamed Cali Guuleed, zwijgt even en zegt dan: ‘Ze lijken wat kleiner, maar ik denk dat dit de welpen uit mijn huis zijn.’ De mannen staan terecht in Hargeisa, de hoofdstad van Somaliland, een zelfverklaarde autonome republiek in de Hoorn van Afrika. Ze worden beschuldigd van het roven van cheetawelpen uit het wild, en het gezag treedt streng op tegen de benden die Somaliland tot het middelpunt hebben gemaakt van de smokkel in deze iconische, steeds zeldzamere kat.

De zaak kwam aan het rollen in oktober 2020, toen de politie na een tip in actie kwam en tien welpen ontdekte in de woning van Guuleed. Hij en Cabdi Xayawaan werden gearresteerd. Het was de zesde keer in vier maanden dat er in Somaliland cheeta’s werden onderschept.

Vijf geredde welpen zitten bij elkaar in een tentje met een heater ernaast. Ze zijn nog maar zes weken oud en moeten om de paar uur worden gevoed. CCF-dierenartsen nemen de zorg voor deze welpjes om beurten op zich en slapen dan zelfs bij de dieren. De stichting vangt alle in Somaliland geconfisqueerde cheeta’s op – halverwege 2021 waren het er al bijna zestig.

Foto van Nichole Sobecki

Guuleed richt zich door de tralies heen tot de rechter. Hij heeft de welpen verzorgd, bekent hij, als vriendendienst voor Cabdi Xayawaan, die hij nog maar kort kende. Toen Cabdi Xayawaan aan Guuleed vroeg of hij tijdelijk wat spullen in zijn huis mocht stallen, stemde Guuleed daarmee in. Die ‘spullen’ bleken jonge cheeta’s te zijn. Cabdi Xayawaan stopte voor Guuleeds huis met op de achterbank van zijn SUV een paar welpen in geweven zakken. Guuleed zegt dat hij een paar honderd dollar kreeg om geitenvlees en melk voor de dieren te kopen. Hij wist naar eigen zeggen niet dat het houden van welpen verboden is. ‘Ik liet hem binnen; het was een vriend van me,’ zegt Guuleed. ‘Cabdi Xayawaan heeft mij hierin meegesleept. Ik heb achttien kinderen en vier vrouwen.’ Hij smeekt om een tweede kans.

Cabdi Xayawaan – ‘Cabdi Dier’ – zit achter Guuleed in de beklaagdenbank en reageert niet. Hij is al drie keer veroordeeld wegens cheetagerelateerde misdrijven en staat in Somaliland bekend als dé smokkelaar van katachtigen. Hij staat op en belicht, kalm en onverschillig, zijn kant van de zaak. Ik heb in de gevangenis gezeten voor het smokkelen van cheeta’s, erkent hij, maar ik hou me daar niet meer mee bezig. De welpen waren van Guuleed. ‘Er is geen bewijs dat ik hierbij betrokken ben.’ De rechter is niet onder de indruk.

Met een slaapmasker van een vliegmaatschappij en een tissue in zijn oor om de verdoving te rekken, ondergaat Astur de gezondheidscheck bij zijn intake in een opvanglocatie van het Cheetah Conservation Fund (CCF) in Hargeisa. Welpen die worden gered uit handen van smokkelaars blijken vaak ziek te zijn; de lange reis is zwaar en ze krijgen niet de juiste voeding. Veel welpen overleven de reis dan ook niet.

Foto van Nichole Sobecki

Er leven volgens recente schattingen nog maar zo’n zevenduizend volwassen cheeta’s in het wild. Internationale handel in cheeta’s is sinds 1975 verboden, maar desondanks zijn er tussen 2010 en 2019 wereldwijd meer dan 3600 levende cheeta’s te koop aangeboden of verkocht. Slechts tien procent hiervan wordt door de autoriteiten onderschept, zegt onderzoeker Patricia Tricorache, die zich bij de Colorado State University al vijftien jaar bezighoudt met deze vorm van handel. In Somaliland is het roven van cheeta’s uit het wild al sinds 1969 verboden.

Door inkrimping van zijn leefgebied, wraak door herders die vee verliezen aan roofdieren en de illegale handel in welpen staat de cheetapopulatie onder druk. Smokkelaars volgen de moeder naar het hol of nemen de vaak nog zogende jongen mee terwijl hun moeder op jacht is. Te voet, per kameel, per auto en boot worden ze door de Hoorn van Afrika en over de Golf van Aden naar Jemen gebracht – een reis van minstens 350 kilometer, die weken kan duren. De welpen die het overleven worden als huisdier verkocht in Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Koeweit en andere Golfstaten. Somaliland geldt als het centrum van de cheetahandel dankzij de makkelijke toegang tot dieren in buurlanden Ethiopië en Kenia, een kustlijn van 750 kilometer en de nabijheid van Jemen. Al duizenden jaren steekt handelswaar (legaal en illegaal) de Golf van Aden over. Nu voeren smokkelaars cheetawelpen, edelstenen, mensen en meer de Hoorn van Afrika uit, en komen wapens, explosieven en munitie het gebied in. 

Bij de ingang van een drukbezocht restaurant in Hargeisa, de hoofdstad van Somaliland, zit een cheeta te kijk naast een vuilnisbak en een roestig verfblik. Somaliland, dat door de meeste landen niet als onafhankelijke staat wordt erkend, probeert de illegale handel in wilde dieren tegen te gaan. Veel inwoners kunnen nauwelijks rondkomen; voor hen heeft de bescherming van wilde dieren geen prioriteit.

Foto van Nichole Sobecki

De aanklager, Cabdiraxmaan Maxamed Maxamud, springt overeind en houdt Cabdi Xayawaans telefoon op, die hem bij zijn arrestatie is afgenomen. Hij speelt de audioberichten af die de beklaagde op dit toestel opnam en aan zijn contacten stuurde. Op een opname van drie maanden geleden is de stem van Cabdi Xayawaan te horen. Hij geeft een zakenpartner in Ethiopië opdracht hem nieuwe cheetawelpen te bezorgen. In een ander fragment spreekt hij met een contact in Jemen over een geldstorting. De aanklager laat opgeslagen foto’s en filmpjes van cheetawelpen zien – sommige uit de nabije omgeving, andere uit Ethiopië – en foto’s van wapens die Cabdi Xayawaan uit Jemen wil hebben.

Vroegere contacten blijven me foto’s sturen en vragen mij om afnemers van cheeta’s te vinden, zegt Cabdi Xayawaan. Hij begint aan een lang betoog. Hij geeft toe dat hij die foto’s soms doorstuurt naar Jemen – maar niet om een deal tot stand te brengen, zegt hij met klem. De Jemeniet, zo legt Cabdi Xayawaan uit, is hem nog 67.500 euro aan brandstofkosten schuldig, maar zit te krap bij kas om dit bedrag op te hoesten. Als de Jemeniet de hand kon leggen op een paar welpen, dan zou hij met de verkoop genoeg verdienen om hem te kunnen betalen, vertelt Cabdi Xayawaan uit. ‘Telkens wanneer ik vraag om mijn 67.500 euro, dan vraagt [hij] om meer foto’s. [Hij] heeft al voldoende afnemers, dus als hij meer welpen kan verkopen, dan heeft hij het bedrag zo bij elkaar.’

De aanklager noemt Cabdi Xayawaan een ‘verstokte crimineel’ en zegt tegen de rechter: ‘Hij is een misdadiger die zijn geld verdient met de illegale handel in wilde dieren.’

In november werden Guuleed en Cabdi Xayawaan schuldig bevonden. Guuleed had geen strafblad en kreeg een jaar gevangenisstraf. Cabdi Xayawaan kreeg vier jaar cel, een ongekend zware straf voor een milieudelict in Somaliland. Het is een mijlpaal in de jurisprudentie van Somaliland, en de autoriteiten hopen dat de straffen andere cheetasmokkelaars zullen afschrikken.

De tien welpen leven nu in een opvang in Hargeisa die wordt geleid door het Cheetah Conservation Fund (CCF). Deze non-profit, met een hoofdkantoor in Namibië, begon een samenwerking met Somaliland in 2011, toen de overheid om hulp vroeg bij de zorg voor in beslag genomen cheeta’s. Inmiddels heeft het CCF drie vestigingen met tegen de zestig cheeta’s en een luipaard. Deze dieren zijn zo jong uit de natuur geplukt dat ze niet meer in het wild kunnen overleven; ze zijn veroordeeld tot een leven in gevangenschap.

Storm, Guhad en Leo (van links naar rechts) liggen op een houten dak in hun verblijf in een opvangcentrum van CCF. De meeste geconfisqueerde cheeta’s zijn als welpen uit het wild geroofd en hebben nooit leren jagen – uitzetten is daarom geen optie. Tot Somaliland ze een natuurlijker leven kan bieden in een reservaat, worden ze opgevangen in verblijven als dit.

Foto van Nichole Sobecki

Het is duidelijk waarom cheeta’s bij kopers zo geliefd zijn. De welpen hebben grote ogen, een wollige vacht en een pluizige hanenkam langs hun ruggengraat. Volwassen cheeta’s zijn rank, snel en statig, minder agressief dan leeuwen of tijgers en ze spinnen als een overmaatse huiskat.

Al eeuwenlang gelden cheeta’s als statussymbool. Op een schildering in het graf van de oud-Egyptische vizier Rechmire bieden buitenlandse bezoekers farao Thoetmosis III geschenken aan, waaronder een cheeta aan een riem. Op een fresco uit de Renaissance in een palazzo in Florence zit een jeugdige Giuliano de’ Medici te paard met een cheeta achter zich. Josephine Baker, variétéartiest uit de hoogtijdagen van de jazz en lid van het Franse verzet, wandelde geregeld langs de Champs-Élysées met haar jachtluipaard Chiquita, die soms ook met haar optrad. 

Tegenwoordig is Instagram dé plek om je met een cheeta aan de wereld te tonen. Meestal gaat het om superrijken in de Golfstaten die ‘hun’ cheeta gebruiken als accessoire. Denk aan foto’s van cheeta’s met Lamborghini’s, bij glinsterende zwembaden en naast mensen in dure kleding. Op Instagram plaatsen veel handelaars foto’s van welpen die te koop zijn, zegt Tricorache. (Snapchat, een app waarop posts na een tijdje verdwijnen, en TikTok, waarop mensen voornamelijk korte filmpjes posten, worden hiervoor nu ook gebruikt, zegt ze.) Instagram reageerde niet op verzoeken om commentaar.

In de Golfstaten worden cheeta’s vaak gefotografeerd met dure auto’s of neergezet als exclusief alternatief voor de huiskat. Het houden van cheeta’s is verboden, en toch posten mensen met tienduizenden volgers dit soort foto’s. Cheeta’s worden geassocieerd met luxe, maar de meeste lijden onder stress en slechte voeding. Om de Instagram-accounts niet te promoten, zijn de gebruikersnamen hier onleesbaar gemaakt.

Linksaf: Hoogst:

Mensen met een cheeta als huisdier ‘zijn tevreden over de foto’s, maar verder is de lol er vaak snel af’, zegt dierenarts Hollis Stewart, die cheeta’s verzorgde in Dubai.

Recht: Bodem:

Sommige socialemedia-kanalen dienen ook als marktplaats. Het bijschrift links luidt: ‘Cheetamannetje te koop, vier maanden oud. Contact via inbox.’ De meeste van deze cheeta’s zijn uit het wild geroofd.

Foto van Nichole Sobecki

In 1991 verklaarde Somaliland, waar toen een burgeroorlog woedde, zich onafhankelijk van zijn zuidelijke buurland. Het is, in tegenstelling tot Somalië, een functionerende, relatief stabiele democratie. Toch zijn er duidelijke verschillen. Het land onderhoudt informele betrekkingen met diverse landen, maar wordt door de internationale gemeenschap niet officieel erkend. Die erkenning is een belangrijk doel van de regering van Somaliland, die nu wordt geleid door president Muuse Biixi Cabdi. Somaliland heeft een gebrekkige infrastructuur, een bnp per hoofd van de bevolking van ver onder de duizend euro per jaar, en is economisch afhankelijk van buitenlandse geldschieters. Perioden van grote droogte volgen elkaar steeds sneller op, en telkens sterft hierbij een deel van de veestapel, waarmee veel inwoners in hun levensonderhoud voorzien.

Ondanks deze problemen pakt Somaliland de illegale handel in cheeta’s voortvarender aan dan de meeste andere landen die te maken hebben met vormen van wildlifecrime.

‘We mogen dan een jong land zijn, een land in opbouw, maar wij staan niet toe dat wilde dieren lijden of worden verhandeld,’ zegt Shukri Haji Ismail Mohamoud, minister van Milieu en Landbouwontwikkeling.

Om de handel in cheeta’s uit te bannen, werkt haar ministerie samen met de kustwacht, het leger, het parlement van Somaliland en de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken. Het is hard werken om de natuur te beschermen, vrede en stabiliteit te waarborgen en internationale erkenning te verkrijgen als een onafhankelijke, door wetten geregeerde staat.

Somaliland probeert een bestendige en goed functionerende overheid tot stand te brengen in een gebied waarin een stelsel van clans eeuwenlang een stempel drukte op de sociale structuur, veiligheid en rechtspraak. Clanoudsten, die nog altijd veel invloed en respect genieten, botsen hierdoor geregeld met ambtenaren die belast zijn met de modernisering van het rechtssysteem en natuurbescherming.

Het komt bij vermoedens van wildsmokkel soms voor dat zaken door clanbemoeienis en corruptie buiten het officiële rechtssysteem worden gehouden, zegt Erica Marsh, kenner van de Hoorn van Afrika. Sinds de natuur en het wild van Somaliland in 2015 bij wet beschermd zijn, is de situatie echter enigszins verbeterd. 

Zonder diplomatieke erkenning kan Somaliland geen beroep doen op internationale (ontwikkelings)hulp. Dit betekent dat wetshandhavers geen auto’s hebben voor het achtervolgen van verdachten, geen boten voor patrouilles langs de kust en geen communicatieapparatuur. Op die manier wordt handhaving door het ministerie van Natuur en Milieu buiten Hargeisa erg lastig. In de afgelegen, dunbevolkte streken waar de illegale handel begint, weet bijna niemand dat wilde dieren bij wet beschermd zijn. Herders die in cheeta’s niets anders zien dan een bedreiging van hun vee, verkopen net zo makkelijk een paar welpen als een stel geiten.

Tijdens een patrouille voor de kust van Lughaye gaat Cilmi Xaamud Axmed (midden), lid van de kustwacht van Somaliland, aan boord bij een vissersboot uit Jemen om de vergunningen te controleren. Het is maar een paar uur varen naar Jemen en er wordt in dit gebied dan ook veel gesmokkeld: mensen, edelstenen, wapens en wilde dieren. Aan de kustwacht de taak om geroofde welpen te onderscheppen voor ze het land uit zijn.

Foto van Nichole Sobecki

Mahdi Faarax Dugsiye is 38. Hij heeft een vrouw, zeven kinderen, veertig geiten en schapen, en een kameel. Tegenwoordig staat hij in zijn woonplaats Bown en omstreken bekend als de cheetabeschermer’. Toch is het maar een paar maanden geleden dat hij er een doodschoot. Op een namiddag zag hij dat een cheeta een van zijn geiten aanviel. Het was juist het dier dat de melk gaf waarmee ze hun jongste zoon voedden. ‘Ik vond het zo erg dat ik zowat begon te huilen. Ik moest dat beest een lesje leren,’ zegt hij. Dugsiye haalde snel zijn wapen, een geweer dat nog van zijn vader was geweest. Toen hij terugkwam, was de cheeta er nog. Hij vuurde één kogel af en raakte haar in de flank. Ze ging er vandoor, maar hij wist dat ze het niet zou overleven

Ik kuste mijn geweer. Dat heb ik goed gedaan,’ zegt Dugsiye, terugdenkend aan die dag. Een Somalische herder meet zijn rijkdom af aan zijn kudde, en het verlies van een geit is een schadepost. Sommige herders gaan in zo’n geval op zoek naar cheetawelpen – ze weten dat er een markt voor is – om met de verkoop hun verlies te compenseren.

Voor Dugsiye was de zaak na zijn wraakactie afgedaan. Toen hij nog klein was, had zijn vader een boerderij met vijfhonderd stuks vee: geiten, schapen en een kudde kamelen. Als een cheeta een van zijn dieren doodde, dan deed hem dat niet zo veel, zegt Dugsiye. Het was er slechts één van een paar honderd. Zo gaat dat nu eenmaal in de natuur, zei zijn vader dan.

De kudde van Dugsiye is vele malen kleiner en de boerderij bestaat niet meer. Perioden van droogte komen vaker voor en de regens zijn onvoorspelbaar geworden. Bij noodweer vallen er soms doden – de tropische cycloon Sagar kostte in 2018 het leven aan ten minste 25 mensen en de helft van het vee in de streek Awdal.

Voor wilde dieren en vee is er steeds minder ruimte, en omdat weidegrond en vegetatie door de droogte schaars zijn geworden, is er geen overvloed aan antilopen en wrattenzwijnen meer. Cheeta’s gaan noodgedwongen op zoek naar andere voedselbronnen. Ze vergrijpen zich soms aan de schapen en geiten van nomaden die, op zoek naar voedsel voor hun vee, het leefgebied van de cheeta’s steeds verder binnendringen. Officieel zijn er al decennialang geen cheeta’s meer in Somaliland, en toch zijn er veel herders die ze zo nu en dan tegenkomen. Dugsiye zegt dat hij eens per maand, soms vaker, cheeta’s ziet aan de rand van Bown.

De dag nadat Dugsiye de cheeta doodde, reed toevallig Cabdinasir Hussein door Bown. Hussein is hoofd Wildbeheer bij het ministerie van Natuur en Milieu. Hij zag de dode cheeta in de berm liggen. Toen een herder hem vertelde wie de schutter was, werd Dugsiye gearresteerd. Sinds die dag weet Dugsiye dat er mensen belast zijn met het beschermen van wilde dieren.

In Somaliland, en vooral buiten de steden, zijn niet veel mensen op de hoogte van de wet Natuurbescherming. Laaggeletterdheid en een nomadische leefwijze bemoeilijken de voorlichting aan herders en nomaden, de mensen die verhoudingsgewijs het vaakst in contact komen met wilde dieren, zegt Cabdilahi Xasan Warsame. Hij is burgemeester van Xariirad, een plaats niet ver van de Ethiopische grens waar mensen geregeld cheetawelpen te koop aanbieden. Met de juiste voorlichting kunnen deze gemeenschappen volgens hem leren met nieuwe ogen naar de cheeta’s te kijken, zodat ze deze dieren voortaan ‘zullen beschermen in plaats van doden’. Voorwaarde is wel dat de clanoudsten bereid zijn hierin een leidende rol te spelen.

Dugsiye kwam er zonder straf vanaf, maar voor hij werd vrijgelaten kreeg hij een preek over de wet en over de cheeta, die bescherming verdient omdat hij behoort tot het natuurlijke erfgoed van Somaliland. ‘Ik heb beloofd nooit meer een cheeta af te schieten,’ zegt hij, en dat hij eenieder die dat wel doet direct zal aangeven. Dit stellige voornemen werd al snel op de proef gesteld. Kort na zijn arrestatie verloor hij weer twee geiten – een zogend en een drachtig exemplaar. Maar, zegt hij, zolang hij zijn kinderen te eten kan geven, zal hij de cheeta beschermen.

Bij zonsopkomst hoedt Lobikito Leparselu de geiten van zijn familie in het noorden van Kenia. Net als in Somaliland vergrijpen cheeta’s zich soms aan vee. ‘Ik raak jaarlijks twintig van de honderd dieren kwijt,’ zegt zijn vader, Leparselu Lemongu. ‘De kudde is mijn kapitaal, maar dat glipt me zo door de vingers.’ De aanvallen doen sommige herders besluiten cheetawelpen aan smokkelaars te verkopen, maar uiteindelijk is de vraag naar exotische huisdieren de motor achter deze praktijken.

Foto van Nichole Sobecki

Armoede kan mensen ertoe brengen cheeta’s te doden of uit het wild te roven, maar smokkelaars worden gedreven door hebzucht. ‘Wie ook maar een greintje gevoel bezit, heeft in deze business niks te zoeken,’ zegt een tussenhandelaar in cheeta’s, een nerveuze qatverkoper met bloeddoorlopen ogen, doelend op Cabdi Xayawaan. Gezeten in de schaduw van een mangoboom, terwijl achter hem bavianen rondscharrelen over de droge rivierbedding, vertelt de tussenhandelaar dat hij een schakel vormt tussen herders, die welpen stelen vlak over de grotendeels onbewaakte grens met Ethiopië, en Cabdi Xayawaan, die ze naar de kust van Somaliland smokkelde.

De naam Cabdi Xayawaan is bekend bij ministers, de legertop, burgemeesters, vissers en boeren. ‘Hij is de beruchtste handelaar,’ vertelt kolonel Yuusuf Iimaan Diiriye, commandant van het legeronderdeel dat toezicht houdt in de regio’s Saaxil en Awdal, in het westen van Somaliland.

Cabdi Xayawaan was vaak actief op plekken die hij kende uit zijn jeugd in Saaxil, zeggen mensen daar. Hij weet welke routes nauwelijks worden gecontroleerd, welke stranden het best bewaakt zijn en welke het slechtst, en waar hij mensen kan vinden die tegen betaling op de uitkijk willen staan. De autoriteiten konden hem in 2021 alleen al in Saaxil linken aan meer dan twintig gevallen van cheetasmokkel. En toch liepen, vóór de rechtszaak van afgelopen herfst, slechts drie arrestaties uit op een veroordeling.

‘Hij is een gewiekste zakenman met een breed netwerk,’ zegt een automobilist aan de kust van Saaxil die Cabdi Xayawaan minstens twee keer per maand tegenkomt. Diverse keren, zegt hij, zag hij cheetawelpen – en soms jonge leeuwtjes – in de auto van Cabdi Xayawaan. De automobilist zegt dat Cabdi Xayawaan vaak op pad is met jonge mannen. Een aantal van hen is bewapend, sommigen lijken dronken – een taboe in het islamitische Somaliland, waar alcohol verboden is. ‘Voor hem is niets haram,’ zegt Diiriye – het Arabische woord voor ‘verboden’.

 

Cabdi Xayawaan zette zijn handel ruim tien jaar geleden op. Hij werkte toen samen met een andere smokkelaar, vertelt onderzoeker Timothy Spalla, die zich – met steun van de National Geographic Society – met een team verdiepte in de cheetahandel in de Hoorn van Afrika en het Midden-Oosten. Cabdi Xayawaan legde contact met Arabische kopers en overvleugelde al snel zijn voormalige werkgever.

Een legerofficier die Cabdi Xayawaan ooit arresteerde, omschrijft hem als slim en gereserveerd. Hij gebruikte diverse simkaarten voor zijn mobiele telefoon, had een satelliettelefoon en wisselde regelmatig van auto, zegt Spalla. Hij wist mensen aan zich te binden en bouwde met charme en beloningen – voornamelijk geld – een netwerk op. 

Hoe uitgebreid dit netwerk is, bleek toen de autoriteiten de druk opvoerden in westelijk Somaliland en Cabdi Xayawaan zijn handelsroutes soepel naar het oosten verlegde. Hij smokkelde vooral cheetawelpen, maar zo nu en dan ook een leeuwen- of luipaardwelp. Hij bracht wapens en qat Somaliland binnen, zo verklaarden ooggetuigen, compagnons, ambtenaren en wetshandhavers. Hij bracht de welpen vaak zelf naar het strand om ze aan de smokkelaars te geven die ze per boot naar Jemen zouden brengen, zeggen de chauffeur en anderen die dit met eigen ogen hebben gezien.

Cabdi Xayawaan, die in Hargeisa terechtstaat voor de illegale handel in cheetawelpen, luistert in de rechtszaal vanachter de tralies naar de rechter. Cabdi Xayawaan werd al drie keer eerder veroordeeld en geldt als de grootste cheetasmokkelaar van Somaliland. Hij verklaarde onschuldig te zijn.

Foto van Nichole Sobecki

Het kantoor van de kustwacht in Ceel Shiikh, een plaatsje in het midden van de kuststrook, oogt verlaten. De post, die wel een lik verf kan gebruiken, staat op een groot erf waarop allerlei machinerie is achtergelaten. Het team heeft geen vervoermiddelen om langs de kust te patrouilleren bij veelgebruikte smokkelroutes. Ze hebben geen radio’s of satelliettelefoons, en het netwerk voor mobiele telefonie is zwak, vooral vanaf zee. De paar patrouillevaartuigen die ze hebben, zijn eigenlijk gewoon vissersbootjes.

De kustwacht en lokale leiders rond Ceel Shiikh zeggen al jaren te weten dat Cabdi Xayawaan cheeta’s smokkelt vanaf de stranden in de omgeving. Hij heeft een groot netwerk, zegt lokale bestuurder Maxamed Jamac Colaad, maar dat geldt ook voor degenen die een einde willen maken aan de smokkelpraktijken. ‘De nomaden zijn onze ogen en oren,’ zegt hij. ‘Dankzij hen hebben wij nu beter zicht op wat er speelt.’ Op een dag, vier jaar geleden, was de situatie als volgt: Cabdi Xayawaan was op weg naar Ceel Shiikh met cheetawelpen die hij die avond zou overhandigen aan smokkelaars op een boot.

Bij gebrek aan vervoer ging de kustwacht te voet op pad. Via informanten wist het team welke route hij zou nemen. Ze verstopten zich in de struiken langs de weg en wachtten hem op. Toen Cabdi Xayawaans auto hotsend en dwars door de doornstruiken aan kwam rijden, zo vertelt de plaatsvervangend commandant van de kustwacht, trokken de agenten hun vuurwapens, sprongen uit de bosjes tevoorschijn en blokkeerden het pad. Ze doorzochten de auto en vonden zes welpen. Cabdi Xayawaan verklaarde onschuldig te zijn, maar werd gearresteerd. De aanklacht werd later ingetrokken, waarom is niet duidelijk.

Niet alle kustplaatsen in Somaliland zijn materieel zo slecht toegerust als Ceel Shiikh. In Berbera, waar het bedrijf DP World uit de VAE momenteel een commerciële haven aanlegt, is de smokkel van cheeta’s dankzij de kustwacht sterk afgenomen. Dat zegt tenminste kolonel Haaruun Saciid Cali, hoofd van de kustwacht in Berbera, de grootste post van Somaliland. Zijn troepen gaan op patrouille in een twintig meter lang marineschip, voor de veiligheid geflankeerd door twee kleinere bootjes.

‘Onze kustlijn is lang en lastig te bewaken,’ zegt Axmad Maxamad Xaaji Du’ale, gouverneur van Saaxil, en er zijn onvoldoende checkpoints op de wegen naar de kust om illegale handel tegen te gaan. In Berbera is het toezicht dankzij de kustwacht en netwerken van informanten van de politie sterk verbeterd. Smokkelaars worden nu gedwongen uit te wijken naar andere exitroutes. De haven is van groot belang voor de economie van Somaliland en voor het binnenhalen van toekomstige buitenlandse investeerders. ‘We nemen de beveiliging dus heel, heel serieus,’ zegt Du’ale. ‘We hebben één doel voor ogen: officiële erkenning van ons land.’

De overheid zet ook een legereenheid in om een einde te maken aan het smokkelen. Het 18de bataljon, een verwijzing naar de onafhankelijkheidsdag van Somaliland op 18 mei 1991, is gestationeerd in de kustplaats Lughaye. Ook vanuit hier heeft Cabdi Xayawaan cheetawelpen Somaliland uit gesmokkeld. De eenheid richt zich op het tegengaan van de handel in mensen en wilde dieren, maar hoofdzakelijk van wapens. Een visser die al dertig jaar actief is in de kustwateren vertelt waarmee hij smokkelaars in de weer heeft gezien: mensen, edelstenen, brandstof, cheeta’s, luipaarden, leeuwen en antilopen. Hij vertelt dat hij rond 2005 voor het eerst iets merkte van cheetasmokkel in Lughaye, dat een veelgebruikte uitvalsbasis werd. Deze illegale handel piekte in 2013, toen er minstens eens per maand, en soms zelfs wekelijks cheetawelpen het land uit gingen. De handel nam tijdelijk af, vertelt hij, toen er in 2014 oorlog uitbrak in Jemen, de Saoedi’s de Jemenitische kustlijn blokkeerden en Somaliland de controles opvoerde.

De visser leerde Cabdi Xayawaan kennen toen deze op een dag in 2014 autopech kreeg. Sindsdien kwamen de twee elkaar geregeld tegen. ‘Hij was een van de eerste smokkelaars die ik ontmoette,’ zegt de visser. ‘Het is een vriendelijke man die heel vrijgevig kon zijn.’ De dag dat Cabdi Xayawaan autopech kreeg en niet verder kon, praatten de twee over hun werk. ‘Jouw inkomen komt uit zee, dat van mij van de welpen,’ zou Cabdi Xayawaan volgens de visser hebben gezegd. ‘Dus hou je er verder buiten.’ Hierop had Cabdi Xayawaan hem een geldbedrag toegestopt.

De rechter (links) werpt een blik op vijf van de tien geconfisqueerde cheeta’s die als bewijs worden opgevoerd in de zaak tegen Cabdi Xayawaan. De rechtszaak, die volgens velen een keerpunt is, leidde tot een celstraf van vier jaar voor Cabdi Xayawaan.

Foto van Nichole Sobecki

Het is koel in de rechtszaal in Hargeisa, waar de openbaar aanklager steeds weer verwijst naar het bewijs op Cabdi Xayawaans mobiele telefoon. Hij richt zich voornamelijk op de berichten die hij uitwisselde met een Jemeniet. Op een dag, zo blijkt uit bankafschriften waarnaar de aanklager verwijst, maakte deze bijna 3400 euro over aan Cabdi Xayawaan. Kort daarop ontving hij foto’s en filmpjes van cheetawelpen. Niemand weet waar deze welpen nu zijn – behoorden ze tot de circa tien dieren die Guuleed thuis opving en die later in beslag werden genomen? Zijn ze per boot naar Jemen overgebracht en leven ze nu in een privédierentuin bij een villa, of zijn ze inmiddels overleden? De meeste gesmokkelde welpen krijgen geen moedermelk, maar alleen geitenmelk en vlees. Het is bekend dat veel van de jonge cheeta’s onderweg bezwijken aan verkeerde voeding en ziekten.

Hoe de smokkelroutes van Jemen naar de Golfstaten precies lopen, is niet bekend; vermoedelijk reizen veel welpen per auto van Jemen naar Saoedi-Arabië, zegt Tricorache. Van daaruit gaan ze naar kopers in dat land, Koeweit of de VAE. In deze landen is de wetgeving met betrekking tot het houden van wilde dieren door particulieren niet eenduidig. In de VAE is het houden van ‘gevaarlijke’ dieren zoals cheeta’s sinds 2016 verboden. Sommige inwoners stonden hun grote katten af, maar wat speurwerk op Instagram wijst uit dat veel Emirati vijf jaar later nog steeds roofdieren houden. Sommigen maken gebruik van een maas in de wet die een uitzondering maakt voor onderzoekscentra, wildparken en dierentuinen – waaronder de privédierentuinen zoals sommige van de allerrijksten die hebben. De minister van Milieu van de VAE stelt dat er strenge eisen gelden voor privédierentuinen. Zij zouden samenwerken met lokale overheidsdiensten en ‘in actie komen bij vermoedens van illegale praktijken’. Hierop staat een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en een maximale boete van 115.000 euro.

Veel eigenaren van cheeta’s in Koeweit wilden uit vrees voor vervolging niet met National Geographic praten, terwijl ze wel foto’s van hun eigen cheeta’s delen met hun duizenden volgers op Instagram. Bij het zien van dit soort foto’s kan het lijken of cheeta’s tam zijn, maar dat is een misvatting. Huisdieren – zoals katten, honden, schapen en paarden – zijn het resultaat van vele generaties selectieve fok, en deze dieren dienen als gezelschap, als lastdier of als voedsel. Cheeta’s planten zich in gevangenschap niet goed voort, zegt bioloog Adrienne Crosier, hoofd van het fokprogramma voor cheeta’s van het Smithsonian Conservation Biology Institute in Virginia. Door een onregelmatige vruchtbaarheidscyclus en de kwetsbaarheid van cheetawelpen lijkt het eerder op kunst dan op wetenschap, zegt ze. Ze voegt eraan toe dat de meeste als huisdier gehouden cheeta’s ‘uit het wild afkomstig zijn’.

Foto van een cheeta gedeeld op Instagram.

Foto van Nichole Sobecki

Cabi Xayawaan zit nu vast, maar hoelang nog? Afgelopen voorjaar, maanden na het verstrijken van de wettelijke termijn voor protest tegen een veroordeling, werd zijn zaak heropend. Guuleed, die een boete kreeg en nog maar een deel van zijn jaar gevangenisstraf had uitgezeten, overleed in dezelfde periode kort na zijn vrijlating in zijn eigen huis, zo meldt het ministerie van Natuur en Milieu. Wordt Cabdi Xayawaan vrijgesproken, dan eindigt een van de grootste overwinningen op de illegale handel in cheetawelpen in Somaliland zoals zo veel zaken tegen illegale dierenhandel: onopgemerkt en straffeloos. Per juni 2021 zijn dit jaar in totaal ten minste 150 cheeta’s te koop aangeboden.

Dit artikel verscheen in de negende editie van National Geographic Magazine 2021

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.