Vanaf half augustus gaat de bevolking van het IJslandse eiland Vestmannaeyjar op grote schaal op zoek naar jonge papegaaiduikerkuikens (Fratercula arctica). Het vlees van deze kwetsbare diersoort wordt in IJsland al eeuwenlang gegeten, maar gelukkig blijft dat lot de kuikens op Vestmannaeyjar bespaard: in plaats daarvan worden ze van een klif afgegooid. Journalist Marti Trgovich bezocht het eiland en verdiepte zich in de lokale traditie ‘Pysjueftirlitio’, de patrouilles die papegaaiduikerkuikens opsporen en veilig terugbrengen naar zee.
Een reddingsactie in de toren
Het is 01.15 uur ’s nachts in Vestmannaeyjabær en Hafdis Björk Óskarsd, een 23-jarige kunststudente in sportkleding met een blonde paardenstaart, klimt in een smalle toren die minstens acht keer zo hoog is als zijzelf.
Bovenop staat een licht dat de boten in de haven de weg wijst, maar Óskarsd hoopt dat ze daar ook een vogel zal vinden – een babypapegaaiduiker, om precies te zijn, die ze zojuist als een kleine witte komeet door de lucht zag schieten, wegvliegend uit het hol in de rotswand waar het onlangs werd geboren. Ze is bang dat de babypapegaaiduiker vastzit in een hoekje of spleetje van de traliewerkconstructie van de toren.
Óskarsd klimt met lege handen naar beneden, maar ze hoopt dat iemand anders het vogeltje zal vinden. ‘Op een gewone dag doe ik dit soort dingen nooit,’ zegt ze. ‘Als iemand tegen me zou zeggen: ‘Hé, klim eens die toren op,’ dan zou ik zeggen: ‘Nee, absoluut niet, dat ga ik niet doen.’ Maar als ik op zoek ben naar een papegaaiduikerkuiken, dan klim ik wel naar boven.’
Een jaarlijkse traditie op de Westman-eilanden
Ze is niet de enige inwoner die in de augustusnacht op zoek is naar papegaaiduikerbaby’s – ook wel pufflings genoemd. Het stadje Vestmannaeyjabær op de Westman-eilanden ligt toevallig midden in de grootste papegaaiduikerkolonie ter wereld: ongeveer 1,6 miljoen papegaaiduikers delen de eilanden met zo’n 4.300 mensen, die slechts op één ervan wonen.
En elke zomer, al zolang als iemand zich kan herinneren, zoeken honderden eilandbewoners naar verdwaalde puffins, nemen ze mee naar huis en gooien ze ’s ochtends van een klif af. De ouders van de papegaaiduikerkleintjes hebben de eilanden op dat moment al verlaten en als een kleintje de verkeerde kant opgaat, is het onwaarschijnlijk dat het zonder hulp de weg terug naar zee vindt.
De papegaaiduiker wordt bedreigd
Ondanks hun grote aantallen op het eiland is de Atlantische papegaaiduiker bedreigd. De soort staat op de lijst van kwetsbare soorten van de IUCN en met name de IJslandse populatie wordt als ernstig bedreigd beschouwd.
‘IJsland heeft de afgelopen dertig jaar de helft van zijn populatie verloren en dat is een alarmerend signaal,’ zegt Erpur Snær Hansen – een wetenschapper en papegaaiduikerexpert die in het centrum van Vestmannaeyjabær woont en het South Iceland Nature Research Centre leidt. Veertig procent van de wereldwijde populatie Atlantische papegaaiduikers leeft in IJsland, zegt Hansen, dus als hun aantallen afnemen, vormt dat een enorme bedreiging voor de soort als geheel. ‘Als het zo doorgaat zullen ze verdwijnen.’
Veel inwoners, zoals Óskarsd, die de toren beklom, voelen een verantwoordelijkheid voor de lokale fauna en gaan ver om de kuikens te redden. Bebloede handen, gebroken tenen, gewaagde heldendaden – vrijwel iedereen in het dorp heeft wel een verhaal te vertellen over een reddingspoging.
‘Je krijgt krassen en kunt gewond raken. Je kunt je enkel verstuiken als je achter een papegaaiduikerkuiken aanrent; er zijn zoveel risico’s. Je denkt misschien: ‘Ach, je vangt toch maar een vogel.’ Maar het is zoveel meer dan dat,’ zegt Óskarsd. ‘Je moet onder vrachtwagens kruipen. Je moet onder auto’s kruipen. Je moet op daken klimmen. Sommige mensen springen in de haven om ze te redden.’
Waarom zijn er zorgen over de populatie?
Om te begrijpen waarom papegaaiduikers het moeilijk hebben, moet je hun jaarlijkse migratiepatroon begrijpen. Na de zomer verlaten volwassen papegaaiduikers Vestmannaeyjar – wat in het IJslands ‘Westman-eilanden’ betekent – en brengen ze acht maanden op zee door. Ze trekken eerst naar de Labradorzee tussen Groenland en Canada en migreren vervolgens zuidwaarts naar de Mid-Atlantische Rug, een ‘hotspot’ waar zeevogels zich te goed kunnen doen, aldus Hansen.
Maar aan dat zeebuffet komt langzaam een einde. Zo bleek uit een onderzoek uit 2021 dat de krillpopulatie – het favoriete voedsel van papegaaiduikers – in de Noord-Atlantische Oceaan de afgelopen zestig jaar met vijftig procent is afgenomen als gevolg van een aanhoudende stijging van de zeetemperatuur. Als er niet genoeg voedsel is, sterven velen van hen.
Als de papegaaiduikers in het voorjaar naar de Westman-eilanden terugkeren, legt elk vrouwtje één ei per seizoen in een hol, dat tussen de één en vier meter diep kan zijn. Holen lopen aan het einde meestal schuin af, zodat er geen zonlicht binnen kan komen. Na het uitkomen brengt het jong de eerste zes weken van zijn leven door in totale duisternis. De ouders voeden het jong om beurten met vis, maar verlaten vervolgens de eilanden om hun acht maanden durende reis op zee te hervatten. De papegaaiduikerkuikens staan er dan alleen voor.
Weer een avond zonder papegaaiduikers
De zesendertigjarige Ingvar Örn Bergsson, kapitein van een vissersboot, slentert met de kinderen van zijn vrienden door het industriegebied van de haven. ‘Al sinds ik een klein kind was, reden we de hele nacht door; soms sliep ik in de auto,’ zegt Bergsson. ‘Dit doe je de hele dag, elke dag als het seizoen er is.’
Zijn jeugdige metgezellen, Eric Eduardo (12) en Albert Clark (10), rennen over parkeerterreinen, springen op zeecontainers en klimmen tegen muren op alsof het een parcours is dat ze moeiteloos afleggen. Hoewel ze al echte experts zijn, vinden we ook vandaag geen papegaaiduikers.
De papegaaiduikers verdwalen op Vestmannaeyjar
Als de papegaaiduikers ongeveer zes weken oud zijn, verlaten ze voor het eerst hun hol. Dat doen ze ’s nachts, om zo roofdieren te ontwijken. Maar wanneer ze tevoorschijn komen, raken velen in de war door de infrastructuur en de lichten van het stadje. ‘Als er hier geen stad zou zijn, zouden ze waarschijnlijk gewoon naar de kust lopen en uit zichzelf in zee springen,’ zegt Hansen.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
In plaats daarvan raken ze verdwaald. De papegaaiduikers kunnen vliegen en veel van hen schieten door de nachtelijke hemel, waarbij alleen het wit van hun buik zichtbaar is, om vervolgens in iemands tuin, op een dak of in het industriegebied bij de haven te landen.
Daar verspreiden sommigen zich onder zeecontainers die dezelfde donkere knusheid bieden als hun holen. Anderen duiken in stapels banden of verstoppen zich onder pallets of in plastic containers. Omdat ze de weg kwijt zijn en niet naar de zee kunnen navigeren, zitten ze vast en zullen ze sterven als ze niet worden gered (ze zijn een populaire maaltijd voor huiskatten en meeuwen). En daarom komt de stad elk jaar in actie om hun leven te redden.
De papegaaiduikerkoninginnen redden vogels
Ik ben getuige van mijn eerste redding van een papegaaiduikerkuiken op de avond dat ik op pad ga met de ‘papegaaiduikerkoninginnen’ van het dorp, twee zussen die al sinds hun kleutertijd gefascineerd zijn door papegaaiduikerkuikens. Berglind Siguardsdóttir en Sandra Sif Siguardsdóttir, inmiddels in de dertig en zelf moeder, zijn beroemd op de Westman-eilanden omdat ze elk seizoen honderden papegaaiduikerkuikens vangen.
Als ik ze ontmoet, rijden ze rond in de haven. Ze hebben die avond al een paar kuikens gered. Plotseling stoppen hun auto’s en rennen hun kinderen in volle vaart naar buiten. Een van hen had een papegaaiduiker uit de lucht op een parkeerplaats zien vallen.
Berglinds zoon Jón, 12, rent naar een smal steegje en buigt zich voorover om iets op te rapen. Hij loopt terug naar mij toe met een vogeltje in zijn handen. Het jong lijkt in niets op zijn volwassen tegenhangers uit de tekenfilms. De snavel van het kuiken is slanker en antracietgrijs, zonder de kenmerkende kleuren; ook het gezicht is bedekt met grijzige veren in plaats van spierwit. Jón aait het kuiken zachtjes over de nek om hem te kalmeren.
Minder dan vijf minuten later zien de kinderen weer een wit stipje als een vogelkomeet door de lucht schieten. Ze rennen langs de zeecontainers en komen na enkele minuten terug met weer een geredde papegaaiduiker.
Zodra je een papegaaiduikerkuiken hebt gevangen, mag je je een nacht lang de trotse ‘papegaaiduikermama’ of ‘papegaaiduikerpapa’ noemen. Je neemt het dier mee naar huis, stopt het in een kartonnen doos en laat het met rust – zonder eten of drinken.
Online aanmelden en ringen van de geredde kuikens
De volgende dag registreert de papegaaiduikerpatrouille de geredde vogeltjes online. De stad houdt namelijk precies bij hoeveel vogels er zijn gered. In 2024 waren dat er ruim drieduizend. Sommige goed geïnformeerde bewoners, zoals de papegaaiduikerkoninginnen, brengen de papegaaiduikerkleintjes ook naar onderzoekers zoals Hansen en zijn team om ze te laten ringen met een stalen ring, waarmee de jonge vogels tot in hun volwassenheid kunnen worden gevolgd.
’s Ochtends arriveren de ‘papegaaiduikerkoninginnen’ en hun kinderen bij het huis van Hansen. In de gang staan grote kartonnen dozen vol papegaaiduikers. Op tafel liggen tientallen piepkleine stalen ringen – klein genoeg om om het pootje van een papegaaiduiker te worden geschoven.
Millian Cavalier, een papegaaiduikerdeskundige die met Hansen samenwerkt, plaatst een ringetje om één poot en zet dit voorzichtig met een tang vast. De groep werkt samen om de vogels te wegen in plastic bakjes die je aan één hand laat bungelen. Hansen zegt dat driehonderd gram een goed streefgewicht is, maar als ze minder dan 240 gram wegen, is de kans dat ze het jaar overleven vijf keer zo klein. Gelukkig zijn alle vogels gezond, dus gaan we naar de kliffen, waar ze straks worden losgelaten.
Waarom worden de vogels van een klif gegooid?
Op een paar minuten rijden van het stadscentrum torenen met gras begroeide kliffen uit boven de Noord-Atlantische Oceaan. Hier nemen we afscheid van de kuikens. ‘Ze zijn eigenlijk net menselijke tieners,’ zegt Hansen. ‘Ze zwerven gewoon onverantwoordelijk door de omgeving en verkennen in feite hun toekomstige broedplaats.’
Maar waarom worden ze vanaf de kliffen in zee gegooid en niet op zeeniveau? ‘Er is geen strikt wetenschappelijke reden voor, zo wordt mij verteld, hoewel de wind hen wel helpt bij het vliegen – vooral als ze ertegenin vliegen,’ legt Hansen me uit.
Sommige families laten ze ook los op een klein strandje in de buurt – veiliger voor de allerkleinste jongen – en dat werkt ook. De haven van de stad is absoluut uit den boze, aangezien enkele jaren geleden een olieramp veel verdwaalde vogels met olie bedekte. De meeste verdronken, omdat ze niet konden vliegen.
Vervolgens gooien de kinderen vier vogels tegelijk van de klif. Ik vraag aan Íris, de dochter van Sandra, of ze later net als haar moeder een ‘papegaaiduikerkoningin’ zal worden. ‘Misschien,’ zegt ze met een grijns. Maar ik kan niet anders dan denken dat het al in de sterren staat geschreven.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Jurre is als Digital Editor actief voor alle digitale kanalen van National Geographic. Door zijn brede interesse en journalistieke achtergrond is hij van alle markten thuis, al gaat zijn hart toch wat sneller kloppen van verhalen over reizen, geschiedenis en natuur. In zijn vrije tijd gaat hij graag met de backpack op stap óf ontdekt hij, thuis aan de keukentafel, kerkers en kastelen in Dungeons & Dragons.



















