Fotografie

Joel Sartore vereeuwigt dieren voor zijn ‘Photo Ark’

Op zijn intens persoonlijke missie voor National Geographic legt de fotograaf zoveel mogelijk dieren vast als hij kan – voor het te laat is.dinsdag 16 oktober 2018

Door Rachel Hartigan Shea

Koop hier het fotoboek 

Jarenlang werkte National Geographic-fotograaf Joel Sartore ver van huis, bijvoorbeeld om het verbazingwekkende dierenleven in het Parque Nacional Madidi in Bolivia vast te leggen, de drie hoogste bergen van Groot-Brittannië te beklimmen of de grizzlyberen van Alaska van dichtbij te fotograferen. Zijn vrouw Kathy bleef achter in Lincoln, Nebraska, om voor de kinderen te zorgen. “Hij was nooit het type dat luiers verschoonde en als huisman thuisbleef,” zegt ze.

Maar in 2005, een dag vóór Thanksgiving, werd bij Kathy borstkanker geconstateerd, wat haar veroordeelde tot zeven jaren van chemotherapie, zes weken van bestralingen en twee operaties. Met drie kinderen van twaalf, negen en twee jaar oud kon Joel Sartore niet langer reizen om verhalen te documenteren, zijn levenswerk. Over die periode zegt Sartore nu dat hij “een jaar thuis zat om na te denken.” Hij dacht aan de ornitholoog John James Audubon. “Audubon schilderde meerdere vogels die nu zijn uitgestorven,” zegt Sartore, die thuis prenten van Audubons Carolina-parkiet en grote ivoorsnavelspecht heeft hangen. “Hij voorzag eind negentiende eeuw al het verdwijnen van sommige soorten.” Sartore dacht ook aan George Catlin, die de inheems-Amerikaanse stammen van Noord-Amerika schilderde, “wetende dat hun manier van leven compleet zou veranderen” door de westwaartse opmars van de Amerikaanse kolonisten. Hij dacht aan Edward Curtis, die bedreigde inheemse culturen “met de eerste film- en geluidstechnieken fotografeerde en opnam.”

De naakte molrat was de eerste soort die voor de Photo Ark werd gefotografeerd. Het dier leeft in ondergrondse koloniën in droge streken van Oost-Afrika.

“En toen dacht ik aan mezelf,” zegt hij. “Ik had bijna twintig jaar als wildfotograaf gewerkt en had uiteindelijk niet zoveel bereikt als het erom ging mensen voor de natuur te interesseren.”

De woestijnvos of fennek is de kleinste vossensoort ter wereld en heeft reusachtige oren om zijn lichaam tijdens het doorzoeken van zijn habitat, de zandduinen van de Sahara, af te koelen. Door hun schattige voorkomen zijn de vosjes geliefd bij handelaren in exotische huisdieren.

Hij had foto’s gemaakt die in één oogopslag lieten zien waarom bepaalde soorten het zwaar hadden: bijvoorbeeld een Alabama-strandmuis (Peromyscus polionotus) met op de achtergrond het type projectontwikkeling langs de kust dat de habitat van dit knaagdiertje wegvaagde. Maar hij vroeg zich af of hij niet een eenvoudigere en effectievere manier kon vinden. In echte portretten kon hij de vorm, het uiterlijk en in veel gevallen de doordringende blik van de dieren vastleggen. Zouden deze portretten kunnen helpen om de aandacht van het publiek te trekken?

Op een zomerdag in 2006 belde Sartore zijn vriend John Chapo, directeur van de Children’s Zoo in Lincoln, Nebraska, en vroeg hem of hij portretten van enkele dieren uit de dierentuin kon maken. Ondanks de ziekte van Kathy kon hij op een enige afstand van huis werken, en de dierentuin lag maar anderhalve kilometer verderop. Chapo zei Sartore dat hij kon langskomen. “Ik wou hem vooral een plezier doen,” zegt Chapo.

Toen hij bij de dierentuin aankwam, vroeg Sartore de directeur en curator Randy Scheer om twee dingen: een witte achtergrond en een dier dat stil zou blijven zitten. “Wat denk je van een naakte molrat?” vroeg Scheer. Hij plaatste het haarloze knaagdier met zijn prominente voortanden op een snijplank uit de keuken van de dierentuin en Sartore begon foto’s te nemen.

Het klinkt misschien vreemd dat dit nederige wezen Sartore tot zijn levenswerk zou inspireren: het fotograferen van dieren die overal ter wereld in gevangenschap worden gehouden, zodat hij bij een breed publiek interesse kon wekken voor het voortbestaan van deze soorten. Maar het past heel goed bij Sartore’s levensvisie dat hij met behulp van een knaagdiertje een wereldomspannende campagne kon opzetten. “Het meest fascinerende is het werken met dit soort kleine kruipers,” zegt hij, “want niemand zal er ooit veel aandacht aan besteden.”

Geschat wordt dat op onze planeet tussen de twee en acht miljoen diersoorten rondlopen, -zwemmen, -kruipen en -vliegen. Vele daarvan (de voorspellingen lopen uiteen van 1600 tot drie miljoen soorten) zouden tegen het einde van de eeuw uitgestorven kunnen zijn, als gevolg van habitatverlies, klimaatverandering en de smokkel in wilde dieren. “De mensen denken dat diersoorten in de tijd van hun kleinkinderen zullen uitsterven,” zegt Jenny Gray, directeur van Zoos Victoria in Australië, “maar we raken ze op dit moment al kwijt. En die dieren zijn dan voorgoed verdwenen.”

bekijk galerij

Dierentuinen zijn vaak een laatste strohalm voor soorten die op het randje van uitsterven balanceren, maar deze instellingen herbergen slechts een fractie van alle soorten op aarde. Toch schat Sartore dat hij nog 25 jaar nodig heeft om de meeste soorten in gevangenschap te fotograferen.

Sinds 2006 heeft hij voor zijn project en levenswerk, de Photo Ark, ruim achtduizend soorten gefotografeerd. Hij heeft piepkleine wezens als de gouden gifkikker en de vliegensoort Rhaphiomidas terminatus terminatus, en grote dieren als de ijsbeer en de boskariboe vastgelegd. Hij heeft zeedieren als de vossenkopvis en de Hawaïaanse dwerginktvis, en vogels als de Edward-fazant en de Montserrat-roepiaal gefotografeerd. En nog veel en veel meer. Volgens Sartore zal hij tot aan zijn dood aan het project blijven werken – of totdat zijn knieën het opgeven. (Lees ook: ‘Boself’ is dier nummer 7.000 in National Geographic's Photo Ark)

Sandra Sneckenberger, biologe van de US Fish and Wildlife Service (FWS), heeft zelf ervaren hoe Sartore’s foto’s andere mensen kunnen ontroeren. Een paar jaar geleden was de populatie Floridaanse sprinkhaangorsen – een vogel die door Sneckenberger als “drabbruin” wordt omschreven – afgenomen tot 150 paartjes op slechts twee locaties. Nadat Sartore’s portret een breder publiek bewust had gemaakt van de dreigende ondergang van het vogeltje, steeg de federale subsidie waarmee de FWS het uitsterven van het vogeltje kon tegengaan, van twintigduizend tot ruim één miljoen dollar.

bekijk galerij
Dit witte neushoornvrouwtje met de naam Nabiré was een van de laatste van haar ondersoort. Ze overleed in 2015, een week nadat deze foto was genomen. In maart 2018 overleed Sudan, de allerlaatste noordelijke witte neushoorn op aarde.

Met zijn portretten heeft Sartore mogelijk diersoorten gered, maar zijn foto’s tonen ook soorten die inmiddels zijn uitgestorven. In 2015 fotografeerde hij in de dierentuin van Dvůr Králové in de Tsjechische Republiek een noordelijke witte neushoorn, een van de vijf exemplaren in de wereld die op dat moment nog leefden. Aan het einde van de fotosessie ging het 31-jarige vrouwtje liggen om wat te gaan slapen. Een week later overleed ze aan een gescheurde cyste. In maart 2018 stierf ook Sudan, ’s werelds laatste noordelijke witte neushoorn. “Vind ik het verdwijnen van de neushoorn een trieste zaak?” zegt Sartore. “Het is niet triest. Het is onvoorstelbaar.”

De meeste dieren in de Photo Ark (die mede wordt gefinancierd door de National Geographic Society) zijn nooit eerder zo nauwgezet op de gevoelige plaat gezet – met zo’n gedetailleerd beeld van al hun uiterlijke kenmerken, hun vacht en hun veren. Als ze zouden uitsterven, dan zullen we ze aan de hand van deze foto’s herinneren. Het doel van Sartore is “niet om louter een reusachtige overlijdensadvertentie op te bouwen van alles wat we hebben verkwanseld,” zegt hij. “Het doel is om deze dieren te kunnen zien zoals ze er bij leven en welzijn uitzagen.”

Miljoenen mensen hebben inmiddels de dieren gezien die door Sartore zijn geportretteerd. Ze hebben mensen op Instagram in de ogen gekeken, en ook in dit tijdschrift, in documentaires en vanaf grote projecties op belangrijke gebouwen in de hele wereld: het Empire State Building, het hoofdkwartier van de Verenigde Naties, de Sint-Pieterskerk in het Vaticaan en elders.

Je kunt dieren op zoveel verschillende manieren fotograferen als dat er dieren zijn, maar Sartore werkt vanuit enkele basisprincipes: alle portretten worden tegen een witte of zwarte achtergrond gemaakt. “Alle dieren krijgen een gelijkwaardig uitgangspunt,” zegt hij. “Een ijsbeer is niet belangrijker dan een muis, en een tijger en een tijgermug zijn precies evenveel waard.”

Grote dieren worden gefotografeerd in hun eigen verblijven, waar Sartore een groot zwart doek als achtergrond ophangt of een muur zwart of wit schildert. In de dierentuin van Houston drapeerde hij een van de muren van het giraffeverblijf met een zwart doek van vijfenhalve meter. De giraffe merkte het niet eens, zegt Peter Riger, vicepresident voor natuurbehoud van de dierentuin. “Hij wist niet beter dan dat hij daar voor de lunch kwam.”

 

Kleine dieren worden in een zachte doos geplaatst waarin aan één kant de lens van Sartore’s camera door een gat naar binnen steekt. “Sommige diertjes vallen in slaap of eten wat,” zegt hij. “Maar veel dieren vinden het helemaal niet leuk.” Hij houdt de sessies zo kort mogelijk, tot hooguit een paar minuten.

Sartore hanteert de dieren niet zelf; dat laat hij over aan de opzichters van de dierentuin. Als een dier op enig moment “tekenen van stress vertoont, is de sessie voorbij,” zegt hij. “De veiligheid en het welbevinden van de dieren komen op de eerste plaats.” Geen van de dieren is tijdens een sessie gewond geraakt.

De Indische tapir op de foto was nog maar zes dagen oud toen het op de gevoelige plaat werd vastgelegd. De vacht van een jonge tapir is gestippeld, zodat de kalfjes in het gevlekte licht op de ondergrond van tropische wouden niet opvallen.
Sneeuwuilen leven in het hoge noorden van Noord-Amerika, Europa en Azië, maar dit exemplaar belandde in Nebraska en was uitgehongerd toen het werd gered door de organisatie Raptor Recovery.

Sartore was minder fortuinlijk. “Een kraanvogel probeerde me de ogen uit te pikken,” vertelt hij. “Dat was angstaanjagend.” Een mandril, een uit de kluiten gewassen primaat, stompte hem in het gezicht. Een langkuifneushoornvogel – “de meest ongure en criminele vogel die ik moest fotograferen” – pikte hem tot bloedens toe met zijn harde snavel. “Maar ik vraag er toch ook om, niet?” zegt hij. (Lees ook hoe één blik omhoog in een grot vol vleermuizen voor hem het einde had kunnen betekenen)

In gedempt licht zitten Joel en Kathy Sartore naast elkaar aan de keukentafel in hun huis in Lincoln. Zijn arm ligt over haar schouders. De avond ervóór was hij teruggekeerd uit Madagaskar (hij kon in 2007 weer gaan reizen) en wilde dat zij hem hielp bij het selecteren van de foto’s van maki’s en decoratieve eenden die hij op Instagram wilde plaatsen. “Wat mensen aantrekt, is het menselijke aspect,” zegt Kathy, die vaak als zijn fotoredactrice optreedt.

Sartore groeide niet ver van Lincoln op, in Ralston, Nebraska. Zijn ouders waren echte natuurliefhebbers. Zijn vader nam hem in het voorjaar mee om paddenstoelen te plukken, in de zomer om te vissen en in de herfst om te jagen. Toen Joel tien jaar was, kreeg hij van zijn moeder, die afgelopen zomer overleed, een boek van Time-Life over vogels – een cadeau dat mogelijk zijn leven heeft veranderd. Achterin het boek, in een hoofdstuk over uitstervende soorten, stond een foto van Martha, de allerlaatste trekduif in de wereld. Hij herinnert zich hoe hij die pagina telkens weer opsloeg: “Ik was verbluft dat ze van miljarden tot één exemplaar konden worden teruggebracht.”

Joel en Kathy leerden elkaar kennen als studenten van de University of Nebraska, in een kroeg genaamd de Zoo Bar. “Onze afspraakjes bestonden uit visuitstapjes en op kikkers jagen, met een speer,” herinnert Kathy zich. De kikkers werden gevangen om hun smakelijke poten, en Sartore haast zich om deze jacht te verdedigen: “Het waren reuzenpadden, een invasieve soort hier in Lincoln.”

Kathy’s kanker keerde in 2012 terug, waarna beide borsten bij haar werden afgezet. In datzelfde jaar werd bij hun toen achttienjarige zoon Cole een kwaadaardig lymfoom ontdekt. Kathy en Cole zijn beiden hersteld, maar de ziekten hebben hun sporen achtergelaten. “We maken ons niet meer zo druk over dingen,” zegt Sartore.

Ook de Photo Ark heeft hem veranderd. “Het heeft me zeer bewust gemaakt van mijn eigen sterfelijkheid,” zegt hij. “Ik zie nu hoelang het duurt.” Als hij het werk niet kan afmaken (hij moet nog duizenden soorten fotograferen), zal Cole het van hem overnemen. “Ik wil dat de foto’s hun werk doen,” zegt Sartore, “ook lang nadat ik dood ben.”

De Photo Ark is een gezamenlijk project van de National Geographic Society en Joel Sartore. Dit artikel verscheen oorspronkelijk in april 2016 in het Engels op NationalGeographic.com en is in oktober 2018 geactualiseerd.

Lees alles over de Photo Ark en koop hier het fotoboek

Lees ook: ‘Boself’ is dier nummer 7.000 in National Geographic’s Photo Ark

Lees ook: Deze vogelsoorten zijn dit decennium uitgestorven

Het grijpstaartstekelvarken leeft grotendeels 's nachts en brengt zo’n 85 procent van zijn leven in de bomen door. Tijdens het maken van deze foto was het dier rustig maar alert.