‘STAAKT!!! STAAKT!!! STAAKT!!!’ leest het pamflet dat op 25 februari 1941 nog voor zonsopkomst in Amsterdam wordt verspreid. Tienduizenden mensen – uiteindelijk ook buiten de hoofdstad – geven gehoor aan de oproep en leggen hun werk neer. Daarmee is de Februaristaking een feit: een enorm en voor heel Europa uniek openlijk protest tegen de Duitse bezetting en de Jodenvervolging.

De opmaat: jaren van Joodse onderdrukking

Al vanaf 1940 voeren de Duitsers in Nederland de ene na de andere maatregel door om Joden en niet-Joden van elkaar te scheiden: eerst worden Joodse ambtenaren massaal ontslagen. Snel volgt verplichte registratie voor alle Joden: een eerste aanzet naar de latere invoering van de Jodenster als verplicht herkenningsteken links op de borst. Ook dwingt de NSB hotels, restaurants en bioscopen bordjes op te hangen met de tekst ‘Voor Joden verboden’.

Maar met deze toenemende onderdrukking groeit ook het verzet: vechtpartijen en provocaties tussen de paramilitaire afdeling van de NSB en de Joodse knokploegen in Amsterdam zijn inmiddels aan de orde van de dag. Zodra SS-leider Heinrich Himmler vanuit Duitsland lucht krijgt van deze gewelddadigheden in de Nederlandse hoofdstad, beveelt hij tot vergeldingsacties.

Directe aanleiding voor de Februaristaking

Dat brengt ons bij de directe aanleiding voor de Februaristaking van 1941: twee grote razzia’s in de Amsterdamse Jodenbuurt op 22 en 23 februari. Op klaarlichte dag worden vierhonderd Joodse mannen opgepakt en naar het Jonas Daniël Meijerplein meegevoerd, waar publieke mishandelingen en vernederingen volgen. De Duitsers deporteren 389 van hen, via doorgangskamp Schoorl naar concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen.

De razzia’s brengen een golf van verontwaardiging teweeg in Amsterdam. De ondergrondse Communistische Partij Nederland (CPN), sinds 1940 verboden door de nazi’s, ziet geen andere optie dan het organiseren van een massale staking. Tijdens een vergadering met vierhonderd Amsterdamse leidinggevende verzetsfunctionarissen krijgt het plan gestalte: een gezamenlijk geformuleerd stakingspamflet moet zo veel mogelijk arbeiders overhalen het werk twee dagen neer te leggen.

het pamflet wordt in de ochtend van 25 februari 1941 in amsterdam verspreid
Verzetsmuseum Amsterdam
Het stakingspamflet zoals verspreid door leden van de CPN in de vroege ochtend van 25 februari 1941.

‘STAAKT!!! STAAKT!!! STAAKT!!!’

En zo geschiedt. In de vroege ochtend van 25 februari trekken CPN-leden van deur tot deur om de pamfletten op te hangen. Gemeentebedrijven pakken de staking als eerste op, en algauw maken stilstaande trams het glashelder voor iedere Amsterdammer: er wordt gestaakt. Metaal- en dokwerkers leggen eveneens het werk neer, op scholen verlaten vele leerlingen het klaslokaal.

Zodoende breidt de actie zich als een olievlek uit over de hoofdstad en daarbuiten, veel sneller en grootschaliger dan de organisatoren hadden voorzien. Zaandam, Haarlem, Velsen, Hilversum, Bussum, Weesp, Muiden, Utrecht: in al deze steden wordt vandaag en soms ook nog de volgende dag gestaakt. In totaal doen tienduizenden mensen mee: het maakt de Februaristaking tot het grootste openlijke protest tegen de Jodenvervolging in heel Europa.

Duitsers slaan Februaristaking genadeloos neer

Het is meteen ook de laatste publiekelijke massale verzetsdaad. Want de Duitsers slaan de Februaristaking zó genadeloos neer, dat verzetsorganisaties hun strijd tegen de bezetter vanaf dan vooral ondergronds voortzetten. Uiteindelijk komen er negen stakers om, raken er 24 zwaargewond en wordt een veelvoud daarvan gevangengenomen.

De deelnemende steden krijgen door de Duitsers torenhoge boetes opgelegd, Amsterdam wel vijftien miljoen gulden. Ook diens burgemeester Willem de Vlugt wordt ontslagen en vervangen door de pro-Duitse Edward Voûte. De bezetter opent actief de jacht op CPN-leden en andere verzetsleiders vanwege het organiseren van de staking. Verschillende van hen worden gefusilleerd, of vermoord in een concentratiekamp.

De Joodse historicus Jacques Presser zal na de oorlog schrijven dat de Februaristaking voor veel Joden ‘een van de machtigste ervaringen van hun leven’ was geweest, omdat de Nederlanders zich op zo’n ongekende schaal solidair toonden met hen.

Hoe wordt de Februaristaking herdacht?

Sinds 1946 wordt de Februaristaking nog ieder jaar herdacht. Dat gebeurt op 25 februari in het hart van de voormalige Amsterdamse Jodenbuurt, op het Jonas Daniël Meijerplein – inderdaad, de plek waar de Duitsers voorafgaand aan de Februaristaking honderden Joodse mannen verzamelden en folterden.

Het monument De Dokwerker siert er nu het plein: het bronzen beeld stelt een staker voor en staat symbool voor het verzet van de kleine man tegen de grote macht. Ook buiten Amsterdam, in Zaandam en in Hilversum, wordt op 26 februari de Februaristaking jaarlijks herdacht.

monument voor de februaristaking 1941 op het jonas danielplein te amsterdam
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Het monument De Dokwerker, gemaakt door beeldhouwer Mari Andriessen, siert sinds 1951 het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam en vormt het decor voor de jaarlijkse herdenking van de Februaristaking.