Op 6 februari 1945 meldt Het Parool dat het Amerikaanse leger de Siegfriedlinie heeft doorbroken en de Urft-stuwdam heeft bereikt. Het nabijgelegen dorp Wollseifen is bezet. Voor de geallieerden is het een strategische doorbraak in de laatste fase van de oorlog, voor de inwoners van het kleine plattelandsdorp in de Eifel een regelrechte ramp. Maar wat zij dan nog niet weten, is dat het ergste nog moet komen.
Eeuwenlang een onopvallend boerendorp
Rond de twaalfde eeuw strijken de eerste mensen neer in wat nu het Duitse spookdorp Wollseifen is, tegenwoordig gelegen in het Nationaal Park Eifel. De inwoners ploegen, hooien en laten hun vee opgroeien in de velden. De kinderen gaan naar school en vanaf 1635 is er een gloednieuwe stenen kapel.
Het dorp kabbelt eeuwenlang voort, betrekkelijk geïsoleerd in het glooiende landschap. Die rust verandert wanneer het naziregime in 1934 besluit in het nabijgelegen Vogelsang een opleidingscomplex te bouwen: de Ordensburg Vogelsang. Hier krijgen jonge SS’ers ideologische training en militaire scholing.
Leestip: Hoe Oradour-sur-Glane in de Tweede Wereldoorlog het decor werd van een bloedbad
Voor Wollseifen betekent de bouw werkgelegenheid. Het imposante complex is vanuit het dorp zichtbaar aan de overkant van de vallei. Niemand kan vermoeden welke gevolgen deze nabijheid later zal hebben.
Oorlog bereikt de Eifel
Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, worden ook de mannen uit Wollseifen naar het front gestuurd. Het dorp zelf lijkt de oorlog lange tijd relatief ongeschonden door te komen, tot de winter van 1944-1945 aanbreekt.
Tijdens het Ardennenoffensief en de daaropvolgende geallieerde opmars wordt de Eifel zwaar gebombardeerd. Ook Wollseifen wordt geraakt. Op 4 februari 1945 nemen Amerikaanse troepen het gebied in. Huizen zijn verwoest, voertuigen uitgebrand, straten veranderd in ravages. Tientallen inwoners overleven de bombardementen niet.
Terugkeer en een nieuwe dreiging
Na de oorlog keren de ongeveer vijfhonderd overlevenden terug. Ze proberen de draad weer op te pakken: huizen worden hersteld, akkers ingezaaid en het dagelijkse leven wordt voorzichtig hervat.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Maar in de zomer van 1946 valt een nieuw bevel op de deurmat: een Besetzungsbefehl van het Britse leger. De voormalige Ordensburg Vogelsang wordt militair terrein, en Wollseifen zal voortaan deel uitmaken van een oefengebied. Binnen drie weken moeten alle inwoners huis en haard hebben verlaten.
In de dagen na het nieuws is het doodstil in het dorp, maar daarna slaat de paniek toe. Waar moet iedereen heen? De aardappels staan nog op het veld en ook andere gewassen moeten nog worden geoogst. Op 1 september 1946 verlaten 120 families gedwongen hun huis en rollen de eerste Britse tanks het dorp binnen.
Wollseifen wordt Belgisch oefenterrein
In 1950 dragen de Britten het terrein over aan België. Wollseifen verandert in een militair oefendorp. Belgische soldaten trainen er in straatgevechten en huisaanvallen, wat het onmogelijk maakt om er te wonen. In 1955 komt het gebied onder NAVO-beheer. De voormalige inwoners mogen slechts één keer per jaar terugkeren om hun doden te herdenken.
Het Limburgsch Dagblad schrijft op 16 februari 1955: ‘Een keer per jaar mogen de verjaagde bewoners naar hun dorp terugkeren. Om te bidden op de graven van hun overledenen. Dat klinkt hard. Het is misschien hard, maar het is niet dwaas. Militairen moeten tenslotte ergens kunnen schieten.’
Leestip: Van nazi-hoofdkwartier tot Sovjetbasis: het bijzondere verleden van spookstad Wünsdorf
De krant beschrijft ook hoe scherpschutters achter de verwoeste kruizen en dichtbegroeide grafheuvels sluipen. ‘Een bejaarde moeder treffen wij tussen de ruïnes; zij kon de drang naar haar geboortedorp niet weerstaan. Met haar handen tot gebed gevouwen staat zij voor de schamele muurresten van een huis, dat eens haar woning was, en waarvan zij haar zoon naar het front zag vertrekken.’
Zestig jaar later: een dorp zonder inwoners
Pas eind 2005 trekken de Belgische troepen zich terug. In 2006 wordt het gebied onderdeel van het Nationaal Park Eifel en daarmee weer toegankelijk voor publiek. Na zestig jaar mogen voormalige bewoners voor het eerst vrij rondlopen in hun eigen dorp.
Wat rest, is echter nog nauwelijks herkenbaar. Alleen de kerk en de school zijn nog deels ongemoeid. De grijze ‘huizen’ die in het dorp staan, zijn door het leger neergezet als oefenstructuren. De kerk wordt in 2008 door oud-inwoners hersteld, later volgt het dak van de school.
Wie het Duitse spookdorp wil bezoeken, zal moeten wandelen. Ordensburg Vogelsang, dat nu dienstdoet als museum, is bereikbaar met de auto. Vanaf daar wandel je in zo’n 3,5 kilometer naar Wollseifen. Langs de route staan tegenwoordig gedenkplaten met foto’s van het vroegere Wollseifen, die een goede indruk geven van hoe het leven er was voordat de oorlog het voorgoed veranderde.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!





