In het Rusland van de zeventiende eeuw kon een volle baard je geld kosten. Letterlijk. Onder tsaar Peter de Grote moesten mannen belasting betalen als zij hun gezichtshaar wilden behouden. Wie weigerde te scheren, moest daarvoor diep in de buidel tasten. Wat bezielde de tsaar om zich met baarden te bemoeien?
Een tsaar op studiereis door Europa
Het idee voor de baardbelasting ontstond na een opmerkelijke reis. Aan het einde van de zeventiende eeuw was Peter de Grote, officieel Peter I, vastbesloten Rusland te moderniseren. Hij wilde zijn rijk omvormen tot een Europese grootmacht, naar het voorbeeld van landen als de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Engeland.
In 1697 vertrok hij met meer dan 250 man op een achttien maanden durende rondreis door Europa, bekend als de Grote Ambassade. Peter reisde onder de schuilnaam Pjotr Michailov. Toch was het lastig om in Europa onder de radar te blijven, aangezien hij naar verluidt meer dan twee meter lang was.
Leestip: Hoe een kapsel in zeventiende-eeuws Nederland een nationale rel veroorzaakte
Peter verbleef onder meer in Zaandam, waar hij meewerkte aan de bouw van een VOC-schip. In Nederland en later in Engeland leerde hij alles over scheepsbouw, handel en moderne oorlogsvoering. Diplomatiek succes bleef uit: Europese mogendheden zagen weinig in een bondgenootschap met Rusland. Maar Peter keerde terug met iets anders: een visie op hervorming.
Modernisering begint bij het uiterlijk
Wat Peter in West-Europa vooral opviel, was het uiterlijk van de elite. Europese mannen droegen modieuze kleding en waren doorgaans gladgeschoren. In Rusland daarentegen gold een lange baard als teken van traditie, mannelijkheid en orthodoxe vroomheid.
Voor Peter werd de baard een symbool van wat hij als achterlijk beschouwde. Modernisering moest zichtbaar zijn, en dat begon bij het gezicht.
De invoering van de baardbelasting
Kort na zijn terugkeer in 1698 liet Peter zien dat hij het meende. Tijdens een hofreceptie zou hij eigenhandig de baarden van aanwezige edelen hebben afgeschoren. Het was een theatrale aankondiging van een breder beleid.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Vanaf 1705 werd de maatregel officieel: mannen die hun baard wilden behouden, moesten jaarlijks belasting betalen. De hoogte van het bedrag verschilde per sociale klasse. Edelen betaalden tot 100 roebel per jaar, een aanzienlijk bedrag in die tijd. Handelaren en stedelingen betaalden minder; boeren werden grotendeels ontzien.
Wie betaalde, kreeg een koperen of zilveren muntje als bewijs. Op sommige munten stond de tekst: ‘De baard is een overbodige last.’
Verzet vanuit de orthodoxe kerk
De maatregel leidde tot weerstand, vooral binnen de Russisch-orthodoxe kerk. In de religieuze traditie gold de baard als een door God gegeven kenmerk. Het afscheren ervan werd door sommigen als godslasterlijk gezien.
Peter deinsde echter niet terug. De belasting bleef van kracht en maakte deel uit van een bredere hervormingsagenda, waaronder het invoeren van westerse kleding en het aanpassen van het kalenderstelsel.
Weinig baarden, weinig opbrengst
Hoewel de baardbelasting symbool stond voor Peters hervormingsdrift, was de maatregel economisch gezien geen groot succes. Veel mannen kozen ervoor zich te scheren om de heffing te vermijden. Bovendien bleek controle lastig in een uitgestrekt rijk als Rusland. Toch bleef de belasting decennialang bestaan. Pas in 1772, onder het bewind van Catharina de Grote, werd zij officieel afgeschaft.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!





