In 1926 stonden mensen in lange rijen voor een ritje op wat toen werd gezien als de nieuwste technologische sensatie van Nederland: de roltrap. Het apparaat trok zo veel bekijks dat de plek al snel een bezienswaardigheid op zich werd. Zo reageerde Nederland op een innovatie die vandaag nauwelijks nog opvalt.
Het idee ontstond al in de negentiende eeuw
Het eerste idee voor een roltrap werd al vastgelegd in de negentiende eeuw. In 1859 vroeg de Amerikaanse uitvinder Nathan Ames er een patent op aan, al werd zijn ontwerp nooit gebouwd: de technologie was op dat moment nog niet ver genoeg ontwikkeld.
Leestip: Wie was de uitvinder van de telefoon? Dat verhaal begint verrassend genoeg niet bij Bell
Pas in 1892 werd een patent van George A. Wheeler voor een bewegende trap met platte treden opgekocht door uitvinder Charles Seeberger. Tot op de dag van vandaag wordt Seeberger gezien als de vader van de moderne roltrap.
In 1899 ontwikkelde hij samen met de Otis Elevator Company een prototype van hout en metaal. Een jaar later won dat ontwerp de hoofdprijs op de Wereldtentoonstelling van Parijs.
De eerste roltrap in Nederland
In maart 1926 was het de beurt aan Nederland. De Bijenkorf aan de Grote Marktstraat in Den Haag kreeg de eerste roltrap van het land. De ‘escalier roulant’, zoals deze werd genoemd, was een enorme sensatie. De roltrap bezorgde het Haagse warenhuis een stroom aan bezoekers.
De Telegraaf meldde dat met de komst van de roltrap ‘het tijdrovende wachten op de lift voor de bezoekers tot het verleden behoort’. Ook De Bijenkorf zelf besteedde aandacht aan de nieuwe aanwinst. In een advertentie in de Haagsche Courant werd benadrukt dat ‘een roltrap (escalier roulant), de eerste in ons land, in staat is 4000 personen per uur te vervoeren’.
Leestip: 6 bijzondere uitvindingen van Nederlandse bodem
In de praktijk kreeg de roltrap al snel een andere betekenis. Het Nieuwsblad van het Noorden sprak van ‘een kermisattractie’, waar mensen zich verdringen om erop te stappen. Veel bezoekers wilden het niet bij één ritje laten. Zo beschrijft de krant hoe een jongen door de bewaking wordt weggestuurd, terwijl hij zich verdedigt met de woorden dat hij ‘pas vier keer naar boven is geweest’.
De roltrap is een echte publiekstrekker
Met het begin van de schoolvakantie trokken jongeren massaal naar het warenhuis in Den Haag. De Arnhemsche Courant beschreef de toestroom van bezoekers als een ‘complete chaos’. Dat kwam volgens de krant vooral door de jeugd, die ‘het warenhuis heeft omgevormd tot een overdekte speelplaats’.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
De verwachting was dat deze ophef rond de roltrap van korte duur zou zijn. Zo trok de Haagse Correspondent de vergelijking met de komst van de pont over het IJ in Amsterdam aan het einde van de negentiende eeuw. Ook toen maakten schoolkinderen er een spel van door eindeloos heen en weer te varen. Na deze periode van nieuwigheid, zo verwachtte de krant, zou de roltrap worden gezien als een normaal onderdeel van de stad.
Leestip: Wie vond de televisie uit? De eerste beeldbuis was het werk van tientallen pioniers
Maar daarvan was voorlopig nog geen sprake. Maandenlang bleef de roltrap een populaire attractie. Enkele dagen voor het sinterklaasfeest stroomde De Bijenkorf in Den Haag zo vol dat toezichthouders werden ingezet om de drukte in goede banen te leiden. Voor de roltrap stond de hele dag door een meterslange rij.
Roltrappen veroveren Nederland
Gaandeweg verschenen roltrappen in steeds meer Nederlandse warenhuizen, metrostations en openbare gebouwen. In 1942 kwamen de roltrappen in de Maastunnel in Rotterdam in gebruik: met 43 meter waren ze toen de langste van Nederland. Dat record hield ruim zeventig jaar stand, tot het in 2018 werd verbroken door de 47 meter lange roltrap in metrostation Vijzelgracht in Amsterdam.
In de loop van de tijd zijn veel van de oorspronkelijke houten onderdelen vervangen door metaal. Dat gebeurde niet alleen omdat metalen roltrappen minder snel slijten, maar ook omdat ze het brandgevaar aanzienlijk verlagen. Zeker na enkele grote branden in metrostations in de tweede helft van de twintigste eeuw werd veiligheid een steeds belangrijker ontwerpcriterium.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!









