Geloof het of niet, maar het eerste Nederlandse goud op de Winterspelen ging naar een kunstschaatser. In 1964 veroverde Sjoukje Dijkstra in Innsbruck de olympische titel met een indrukwekkende kür. Decennialang bleef zij de enige Nederlandse olympisch kampioen in het kunstrijden. Nu schrijven Michel Tsiba en Daria Danilova opnieuw geschiedenis: voor het eerst plaatst Nederland een paar voor de Spelen. Hoe ontwikkelde het kunstrijden zich sinds de eerste Winterspelen van 1924? En hoe veroverden vrouwen hun plek op het ijs?

Toen kunstrijden nog een mannensport was

Aan het eind van de achttiende eeuw was kunstrijden in Engeland een mannensport. Welgestelde Britse heren gleden elegant over het ijs en toonden hun sierlijkheid, eigenschappen die hoorden bij een gentleman. Toen de Victoriaanse tijd (1837-1901) aanbrak, begon de kijk op mannelijkheid te veranderen, en daarmee de Britse schaatsstijl. Voortaan hielden de heren hun bovenlichaam recht en stijf.

meneer martin tijdens de winterspelen van 1924
Fotograaf Onbekend / N.V. Fotocentrale Frankl & Velleman / Spaarnestad Photo (05887)
In Engeland was zwieren voor mannelijke kunstschaatsers lange tijd de norm, totdat het halverwege de negentiende eeuw te vrouwelijk gevonden werd. In de rest van Europa schaatsten de mannen wel nog sierlijk. Op de foto zie je meneer Martin uit Duitsland tijdens de Winterspelen van 1924.

Op het Europese vasteland bleef de sierlijke schaatsstijl onverminderd populair, iets dat door de Britse mannen als vrouwelijk werd gezien. Toen in 1892 de International Skating Union (ISU) werd opgericht, werd juist die expressieve stijl internationaal gewaardeerd. Wie wilde winnen, moest meebewegen met de nieuwe norm, ook de Britten.

De eerste vrouw op het ijs

In 1902 vond het wereldkampioenschap kunstschaatsen plaats in Londen. In de reglementen stond niet dat vrouwen waren uitgesloten van deelname, maar niemand ging ervan uit dat er een vrouw op het ijs zou verschijnen.

madge syers
ullstein bild Dtl.//Getty Images
De Britse Madge Syers was de allereerste vrouw die het waagde om mee te doen aan een schaatscompetitie die gedomineerd werd door mannen. Ze werd geroemd om haar techniek en versloeg zelfs haar eigen man – ook een kunstschaatser – tijdens de nationale competities.

Toch schaatste Madge Syers (1881-1917) de baan op. Ze won zilver. Een jaar later paste de ISU de regels aan: vrouwen mochten niet langer deelnemen aan de mannencompetitie. Een van de argumenten was dat lange jurken het voetenwerk verhulden, schrijft Ellyn Kestnbaum in haar boek Culture on Ice. Syers verkortte haar rok tot halverwege de kuit, een praktisch én symbolisch gebaar.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

In 1905 introduceerde de ISU een aparte vrouwencompetitie, en in 1908 werd kunstrijden voor het eerst een olympisch onderdeel tijdens de Spelen. Syers ging er met de gouden medaille vandoor. De Winterspelen bestonden nog niet – pas in 1924 kwam er een editie met uitsluitend wintersporten. Syers zou dat niet meer meemaken, zij overleed op 35-jarige leeftijd aan hartfalen.

De eerste Winterspelen: vrouwen op het ijs

Aan de eerste Winterspelen van 1924 deden dertien vrouwen mee, allemaal kunstschaatsers. Tot aan 1936 was kunstrijden zelfs de enige olympische sport waaraan vrouwen mee mochten doen. De Oostenrijkse Herma Planck-Szabo ging er met de winst vandoor. De Noorse Sonja Henie werd laatste, ze was elf jaar oud.

kunstrijden tijdens winterspelen van 1924
Topical Press Agency//Getty Images
De elfjarige Sonja Henie vertoont haar schaatskunsten voor de jury tijdens de Winterspelen in 1924. Hoewel ze hier laatste werd, zou ze zich ontwikkelen tot een ware schaatssensatie. Op de Winterspelen van 1928, 1932 en 1936 won ze goud. 
herma planck szabo tijdens de winterspelen 1924.
Fotograaf Onbekend / Agence Rol / Spaarnestad Photo (05887)
De Oostenrijkse Herma Planck-Szabo won de allereerste gouden medaille voor het kunstrijden op de Olympische spelen van 1924. 

Er deden ook al paren mee aan die allereerste Winterspelen in Chamonix. Oostenrijk pakte op dat onderdeel wederom het goud. Helene Engelmann en Alfred Berger versloegen het Finse en Franse paar, dat respectievelijk tweede en derde werd. Het Belgische paar, Georgette Herbos en Georges Wagemans, visten met hun vijfde plaats net naast het net.

het belgische paar tijdens de winterspelen van 1924.
Fotograaf Onbekend / Agence Rol / Spaarnestad Photo (05887)
Aan de glimlach van het Belgische paar kan het in ieder geval niet gelegen hebben.

Het gouden moment van Sjoukje Dijkstra

Voor Nederlandse successen bij het kunstrijden moeten we heel wat jaren doorspoelen. Sjoukje Dijkstra (1942-2024) deed op slechts veertienjarige leeftijd voor het eerst mee aan de Winterspelen, die van 1956 in Cortina d’Ampezzo. Ze greep naast de medailles, maar werd vanaf 1960 wel vijfmaal Europees kampioen en driemaal wereldkampioen.

Haar olympische revanche kwam in 1960. Ze won zilver. Maar het mooiste moest nog komen. Tijdens de Winterspelen van 1964 in Innsbruck ging ze er als eerste Nederlander ooit met een olympische gouden medaille vandoor. Het leverde haar de benoeming tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau op.

sjoukje dijkstra wint olympisch goud in 1964
picture alliance//Getty Images
Sjoukje Dijkstra (in het midden) won het eerste en enige olympische goud voor Nederland op het onderdeel kunstrijden.

Wat kunstschaatsen betreft heeft Nederland sindsdien niet meer veel succes gehad op de Spelen. Diane de Leeuw won in 1976 een zilveren medaille, en was ook gelijk de laatste op het kunstschaatspodium. Een kunstduo heeft zich überhaupt nog nooit geplaatst, tot nu. Michel Tsiba en Daria Danilova zullen op 15 en 16 februari alles uit de kast moeten halen voor een medaille, maar geschiedenis schrijven ze met hun deelname hoe dan ook.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!