Geopolitieke breuklijnen lopen opvallend vaak langs olievelden, pijpleidingen en zeestraten. Geregeld vallen landen elkaar binnen om toegang te krijgen tot fossiele brandstoffen. Supermachten steunen regimes om leveringszekerheid te garanderen. En soms wordt de brandstof ingezet als strategisch wapen door de kraan dicht te draaien, tankers tegen te houden of vitale zeeroutes te blokkeren.
Het recentste voorbeeld is de blokkade van de Straat van Hormuz. Elk schip dat deze zeestraat probeert te passeren zal in brand worden gestoken, liet de Iraanse Revolutionaire Garde in een verklaring weten. Dat kan gigantische gevolgen hebben voor de wereldhandel: ongeveer een vijfde van alle wereldwijd verhandelde olie en een aanzienlijk deel van het vloeibare aardgas (LNG) moet hierlangs en er is geen alternatieve route voorhanden.
Machtswissel en oliebelangen in Venezuela
Aan de andere kant van de wereld begon het jaar ook al met een internationaal conflict waarin olie een hoofdrol speelde. Tijdens een aanval van het Amerikaanse leger werd de Venezolaanse president Maduro gevangengenomen.
De Amerikaanse president Trump gaf toen te verstaan dat hij het Latijns-Amerikaanse land ging ‘runnen’ om een ‘veilige, correcte en verstandige’ regeringswisseling tot stand te brengen.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
De Amerikanen beschuldigen Maduro’s regime van het leiden van een kartel dat drugs naar de Verenigde Staten smokkelt, maar algauw werd duidelijk dat het president Trump ook om de olie van het land te doen was. Venezuela heeft namelijk de grootste bewezen reserves ter wereld.
Trump deelde zijn plannen om Amerikaanse oliemaatschappijen het land (weer) binnen te brengen, miljarden te laten investeren in de infrastructuur en de productie flink op te voeren.
Een terugkerend patroon in de moderne geschiedenis
Het zijn slechts twee recente voorbeelden van situaties waarbij olie letterlijk en figuurlijk de brandstof leverde voor een internationaal conflict. Wie de oorlogen van de afgelopen eeuw nader bestudeert, ziet een terugkerend patroon: waar de olie rijkelijk vloeit, volgt vaak een machtsstrijd. We behandelen enkele andere voorbeelden uit het verleden.
1. Pearl Harbor (1941): olie-embargo als katalysator
In 1941 legden de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Nederland een olie-embargo op aan Japan vanwege de Japanse expansie in Azië. Het Aziatische land had zelf nauwelijks oliebronnen, dus zou de oorlogsmachine binnen enkele maanden stilvallen.
De verrassingsaanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor op 7 december 1941 was mede bedoeld om de Amerikaanse vloot uit te schakelen, zodat Japan olievelden in Nederlands-Indië kon veroveren en veiligstellen.
2. De Suezcrisis (1956): controle over een energieroute
In 1956 brak een internationaal conflict uit over het bezit van het Suezkanaal. Er ontstond een oorlog tussen Egypte aan de ene zijde; en Israël, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk aan de andere zijde.
Het Suezkanaal was cruciaal voor de Europese olievoorziening vanuit het Midden-Oosten. Toen Egypte het kanaal nationaliseerde, vreesden Groot-Brittannië en Frankrijk controleverlies. Israël viel de Sinaï binnen; en Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk grepen militair in.
3. De Oliecrisis van 1973: energie als drukmiddel
Tijdens de Jom Kipoeroorlog in 1973 woedde een militair conflict tussen Israël en een coalitie gevormd door Egypte en Syrië. Ook Marokko, Irak, Algerije, Koeweit en Saoedi-Arabië namen via expeditiemachten aan de strijd deel.
Vanwege de steun van de Verenigde Staten aan Israël, draaiden Arabische olieproducerende landen de kraan dicht voor westerse staten. De Verenigde Staten, Nederland en een aantal andere West-Europese landen waren de voornaamste doelwitten, wat daar leidde tot een economische recessie en autoloze zondagen als reactie op de stijgende prijzen en brandstofschaarste.
4. Iran-Irakoorlog (1980–1988): olie als doelwit én financiering
Van 1980 tot 1988 woedde een militair conflict tussen Iran en Irak. Hier was olie zowel doelwit als financieringsbron van de oorlog. Tijdens de relatieve chaos volgend op de Iraanse Revolutie van 1979, viel het leger van Saddam Hoessein op 22 september 1980 de olierijke provincie Khuzestan binnen. Er ontstonden conflicten rondom de grensrivier Sjatt al-Arab, een waterweg die essentieel is voor olievervoer, en beide landen bombardeerden elkaars olie-installaties.
5. Golfoorlog (1990-1991): strijd om olievelden
De Golfoorlog van 1990-1991 was een conflict waarbij Irak buurland Koeweit binnentrok en bezette. Irak beschuldigde Koeweit dat het de grens tussen de twee staten geschonden had door militaire installaties te bouwen en oliebronnen aan de Iraakse zijde van de grens aan te spreken, door schuin naar beneden te boren – ‘slant drilling’.
Koeweit leek een aantrekkelijk doelwit omdat het militair zwak was en een belangrijk deel van de wereldolievoorraad beheerste. Dat bleek een vergissing: Iraakse troepen werden door een internationale coalitie, geleid door de Verenigde Staten en met een mandaat van de Verenigde Naties, tijdens een korte oorlog verdreven.
6. Irakoorlog (2003-2011): controverse over motieven
De Irakoorlog van 2003, vaak ook aangeduid als de Derde Golfoorlog, was een door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk ingezette oorlog tegen Irak, waarbij ook andere landen troepen leverden. Het doel was naar eigen zeggen het ten val brengen van het regime van Saddam Hoessein, dat de bevolking zou onderdrukken, het internationale terrorisme zou ondersteunen en massavernietigingswapens zou hebben ontwikkeld, bezitten en hebben ingezet.
Toch zijn dergelijke wapens tot op heden nooit gevonden. Daarom is er veel controverse rondom de motieven van deze oorlog. Critici wijzen op strategische controle over een van ’s werelds grootste oliereserves. In de nasleep speelden internationale oliebedrijven een grote rol bij herontwikkeling van Iraakse velden.
Wat zijn de doelwitten van de toekomst?
Wat duidelijk wordt uit deze historische voorbeelden, is dat olie veel meer is dan een brandstof. Het bezit en gebruik ervan draait om macht, invloed en afhankelijkheid. Zolang samenlevingen, economieën en legers afhankelijk blijven van fossiele brandstoffen, zullen olievelden, pijpleidingen en zeestraten strategische knooppunten blijven.
De vraag is niet óf energie een rol zal spelen in toekomstige conflicten, maar wélke energiebron centraal zal staan. Worden zonneparken, windturbines en waterkrachtcentrales ooit de nieuwe strategische doelwitten?
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!




