De meeste mensen komen niet voor hun plezier in een mortuarium, maar in het negentiende-eeuwse Parijs was dat wel anders. Daar behoorde een bezoek aan La Morgue de Paris voor veel inwoners en toeristen juist tot de dagelijkse gang van zaken. In dit openbare mortuarium lagen onbekende doden uitgestald achter het glas. Hoe kon de dood in Parijs uitgroeien tot een publiek spektakel?
De populairste attractie van Parijs
Het publieke mortuarium was onmiskenbaar een daverend succes. Dagelijks stonden er rijen voor de glazen platen, waarachter de doden in verschillende staten van ontbinding lagen. De meesten lagen naakt, met enkel een leren lendendoek om de genitaliën te bedekken.
Dat macabere beeld weerhield mensen er echter niet van om een kijkje te nemen als ze in de buurt waren. Zelfs families met kinderen waren onder de bezoekers. ‘La Morgue was een waar spektakel voor iedereen, eigenlijk als een gratis volksvoorstelling,’ zegt Vanessa Schwartz, kunsthistoricus en directeur van het Visual Studies Research Institute aan de University of Southern California (VS).
Onbekende lichamen kregen een publiek
Maar het Parijse stadsmortuarium begon niet als een plek voor publiek vermaak. In eerste instantie was het mortuarium bedoeld als oplossing voor een groeiend probleem in Parijs: wat te doen met de anonieme doden?
Toen de bevolking aan het begin van de negentiende eeuw explosief toenam, stapelden de problemen van een overvolle stad zich op. Met meer dan een half miljoen inwoners nam ook het aantal mensen toe dat in eenzaamheid stierf. Lichamen die in de Seine dreven of in een steegje werden gevonden, konden steeds moeilijker worden geïdentificeerd.
Om dit aan te pakken opende de stad in 1804 haar eerste mortuarium. Het was een eenvoudige ruimte vlakbij het politiebureau, bedoeld zodat het publiek de onbekende doden kon herkennen.
Een mortuarium in het nieuwe Parijs
Tegelijkertijd ontwikkelde Parijs zich tot een moderne metropool, grotendeels onder leiding van stadsvernieuwer Georges-Eugène Haussmann. Met brede boulevards, indrukwekkende gevels en nieuwe monumenten straalde de stad de macht van de staat uit.
In 1864 verhuisde het mortuarium naar een nieuwe locatie, achter de Notre Dame. Ook dit gebouw werd volledig volgens de logica van de negentiende-eeuwse stadsvernieuwing ontworpen: ordelijk, toegankelijk en gericht op zichtbaarheid.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
Geheel in Haussmann-stijl kreeg La Morgue daarom een dure glazen gevel. De lichamen lagen op schuin geplaatste stenen, duidelijk zichtbaar voor bezoekers en toevallige voorbijgangers. Met een constant straaltje water werd het ontbindingsproces vertraagd. Zo veranderde deze gemeentelijke voorziening langzaam in een macabere etalage.
Van identificatie naar sensatie
Maar langzaam sloeg de publieke stemming om. Parijzenaren kwamen niet langer alleen spontaan kijken om te controleren of ze iemand achter het glas herkenden; ze werden vaste bezoekers.
De pers speelde hierbij een grote rol. Geïllustreerde kranten besteedden veel aandacht aan mysterieuze verhalen rond de doden. Bezoekers kwamen niet alleen om te kijken, maar keerden terug om te volgen hoe de verhalen afliepen.
Sommige lichamen trokken extra veel aandacht. Vooral jonge vrouwen die onder onduidelijke of verdachte omstandigheden waren gevonden, waren bijzonder populair onder het publiek. ‘Vrouwen hoorden thuis in de privésfeer,’ zegt Schwartz. ‘Hun aanwezigheid in het mortuarium liet zien dat de samenleving aan het veranderen was.’
Zelfs beroemde schrijvers konden de aantrekkingskracht van La Morgue niet weerstaan. Charles Dickens bezocht het meerdere keren, zelfs op kerstdag. Émile Zola verwerkte het mortuarium in zijn novelle Thérèse Raquin om de menselijke fascinatie voor spektakel te benadrukken.
Toen de dood uit het straatbeeld verdween
Het openbare mortuarium van Parijs sloot in 1907 zijn deuren. De publieke opinie was opnieuw verschoven: de dood hoorde niet langer thuis op straat, maar achter gesloten deuren.
Toch verdween de drang naar spektakel niet. In datzelfde jaar verrezen de eerste vaste bioscopen in Parijs. ‘Dat lijkt me geen toeval,’ zegt Schwartz. ‘Het verlangen naar realistisch entertainment vond gewoon een nieuw medium – dit keer met speelfilms.’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Jim is editor voor National Geographic. Hij studeerde sociale geografie, en specialiseerde zich in duurzaamheid en groene steden. Schrijven is zijn passie; hij ziet in elk verhaal – hoe klein ook – een kans om de wereld beter te begrijpen. In zijn vrije tijd bezoekt hij graag concerten en filmhuizen, of gaat hij hardlopen.













