Op zo’n 1600 kilometer ten noorden van Antarctica ligt een vrijwel verlaten nederzetting tussen gletsjers en besneeuwde bergen. In Grytviken roesten oude walvisschepen langs de kust en herinneren vervallen gebouwen aan een tijd waarin hier honderden mensen werkten. Nu heeft de voormalige haven geen permanente inwoners meer. Waarom bouwden mensen juist op deze barre uithoek een complete nederzetting – en waarom werd die na ruim zestig jaar weer verlaten?

Een verlaten haven vol roestende walvisschepen

Wie Grytviken bezoekt, krijgt al snel het gevoel dat de tijd hier heeft stilgestaan. Op een kale grasvlakte, omringd door besneeuwde bergen en gletsjers, staan enkele verweerde houten gebouwen. Daartussen liggen verroeste olievaten, restanten van slachterijen en de fundamenten van verdwenen loodsen.

Langs het strand roesten de wrakken van oude walvisschepen weg: de Dias, Albatros en Louise. Ze vormen stille getuigen van een industrie die het eiland ooit tot leven bracht.

Maar gedurende de hoogtijdagen, aan het begin van de twintigste eeuw, was Grytviken allesbehalve stil. In die periode verbleven er honderden mensen, voornamelijk mannen die in de walvisindustrie werkten. Er waren barakken, winkels, een bakkerij, een ziekenhuis, een bioscoop en zelfs een skipiste. Vandaag herinneren slechts enkele barakken, de kerk en het museum aan dat bedrijvige verleden.

Waarom walvisvaarders juist hier een nederzetting bouwden

Het verhaal van Grytviken begint in 1902, wanneer de Noorse kapitein Carl Anton Larsen Zuid-Georgië bezoekt. Hij ziet potentie in de walvisrijke wateren rond het eiland. Twee jaar later keert hij terug en sticht hij het walvisstation Grytviken.

De naam verwijst naar oude kookpotten voor walvisolie die hier werden aangetroffen. De Zweedse archeoloog Johan Gunnar Andersson gaf de baai in 1902 de naam Grytviken, letterlijk ‘potbaai’.

een walviskarkas op het vilplatform in grytviken, met links de vleesmeelfabriek
Scott Polar Research Institute, University of Cambridge//Getty Images
Een walviskarkas op het vilplatform in Grytviken. Links in beeld staat de vleesmeelfabriek, waar gedroogd vlees tot meel werd vermalen. Foto uit 1914-1917, gemaakt tijdens de Trans-Antarctische Expeditie, geleid door Ernest Shackleton.
verroeste walvisolie installaties en opslagtanks in grytviken
Wolfgang Kaehler//Getty Images
Verroeste walvisolie-installaties en opslagtanks in Grytviken. Bij hun vertrek in de jaren zestig hebben de walvisvaarders al hun materiaal laten staan.

De walvisvaart bloeit. In de decennia die volgen worden rond Zuid-Georgië honderdduizenden walvissen gevangen. In Grytviken worden de dieren aan land gebracht. Baleinen, vlees en vooral het vet worden verwerkt tot uiteenlopende producten, waarbij de industrie in de loop van de tijd steeds meer delen van het dier ging benutten. Transportschepen voeren de geproduceerde walvisolie vervolgens af naar internationale markten.

Hoe de walvisvaart Grytviken uiteindelijk leeg achterliet

In de jaren zestig loopt de walvisindustrie op Zuid-Georgië ten einde. Door de sterk afgenomen walvispopulaties en dalende winstgevendheid sluiten de stations een voor een; Grytviken beëindigt zijn activiteiten in 1964.

Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg National Geographic toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!

Na de sluiting verdwijnt de permanente bedrijvigheid uit Grytviken, al blijven in de omgeving Britse wetenschappers en andere medewerkers actief. Tijdens de Falklandoorlog van 1982 speelt het eiland kort een militaire rol, wanneer Argentijnse troepen Zuid-Georgië bezetten. Na de oorlog keert de stilte op Grytviken grotendeels terug, terwijl in de omgeving wetenschappers en andere medewerkers actief blijven.

Een verlaten haven en een beroemd graf

Vandaag de dag is Grytviken een spookstad. In de lange, donkere winters is er vrijwel niemand. In de zomer verblijven er slechts een paar medewerkers die het walvisvaartmuseum openhouden voor een bijzonder publiek: cruiseschepen vol reizigers op weg naar Antarctica. Jaarlijks bezoeken duizenden cruisereizigers Grytviken tijdens reizen door de Zuid-Atlantische en Antarctische regio.

het graf van de britse ontdekkingsreiziger ernest shackleton op grytviken, zuid georgie
Wolfgang Kaehler//Getty Images
Het graf van de Britse ontdekkingsreiziger Ernest Shackleton in Grytviken.
de ruïnes van grytviken worden het grootste deel van het jaar door pinguïns, zeehonden en pelsrobben bewoond.
Wolfgang Kaehler//Getty Images
De ruïnes van Grytviken worden het grootste deel van het jaar bewoond door pinguïns, zeehonden en pelsrobben.  

Na hun bezoek wandelen veel toeristen naar de kleine begraafplaats van Grytviken. Daar ligt Sir Ernest Shackleton begraven, de Brits-Ierse ontdekkingsreiziger die in 1922 overleed tijdens een expeditie. Zijn graf, omringd door de graven van walvisvaarders en zeelieden, maakt Grytviken tot meer dan een verlaten haven: het is een plek waar de geschiedenis van ontdekkingsdrang, exploitatie en isolatie samenkomt.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Jurre van Breugel
Jurre van Breugel
Digital Editor

Jurre is als Digital Editor actief voor alle digitale kanalen van National Geographic. Door zijn brede interesse en journalistieke achtergrond is hij van alle markten thuis, al gaat zijn hart toch wat sneller kloppen van verhalen over reizen, geschiedenis en natuur. In zijn vrije tijd gaat hij graag met de backpack op stap óf ontdekt hij, thuis aan de keukentafel, kerkers en kastelen in Dungeons & Dragons.