Geschiedenis en Cultuur

Deze eeuwenoude kerken zijn gebouwd zonder spijkers en staan nog steeds

Van de zeventig kerken die met deze techniek zijn gebouwd, staan er nog zestien fier overeind. donderdag, 9 november 2017

Door Adrienne Jordan

Voor de kust van Chili rijst de Chiloé-archipel op uit de Grote Oceaan. De regio wordt gekenmerkt door zijn golvende heuvellandschap en aanzienlijke wolproductie. Daarnaast werd hier de basis gelegd voor de Chileense zalmindustrie.

Met de komst van de jezuïtische missionarissen in de zeventiende eeuw ontstond ook een unieke bouwstijl voor kerken. Daarin werden bouwtechnieken uit Spanje gecombineerd met de manier waarop timmerlieden in Chiloé al sinds mensenheugenis boten bouwden. Zo ontstonden kerkgebouwen zonder spijkers.

In plaats van met ijzeren spijkers, worden de gebouwen bijeengehouden met versterkte houten verbindingen. Daarin zijn de technieken voor de bouw van boten terug te zien. De kerken werden gemaakt met lariks- en cipressenhout van bomen op de eilanden, in tegenstelling tot de klassieke Spaanse koloniale gebouwen, waarin barok- en renaissancearchitectuur werd toegepast en waarvoor materialen uit Spanje werden geïmporteerd. Deze bouwtechniek met alleen hout zou voor isolatie hebben gezorgd tegen de kou in het zuiden van Chili.

Van de zeventig kerken die met behulp van deze techniek werden gebouwd, overleefden er zestien de branden en natuurrampen die in de loop van de eeuwen plaatsvonden, waaronder de aardbeving en overstromingen van 1960. De kerken waren erop gebouwd om opgewassen te zijn tegen dergelijke rampen. De jezuïeten, die het christendom op Chiloé verspreidden, verplaatsten zich per boot door het gebied. De kerken werden op hooggelegen locaties gebouwd, zodat ze als bakens konden fungeren voor de navigatie. Hun hoge ligging en op het zuiden gerichte ingang beschermden de kerken tegen regen en overstromingen.

De overgebleven kerken, in Achao, Quinchao, Castro, Rilán, Nercón, Aldachildo, Ichuac, Detif, Vilupulli, Chonchi, Tenaún, Colo, San Juan, Dalcahue, Chellín en Caguach, werden in 2000 uitgeroepen tot UNESCO-werelderfgoed. Ze staan bekend om hun kleurige façades, zoals die van de felgele kerk in Castro en het heldere blauw van de kerk in Chonchi.

Het voortbestaan van de kerken is te danken aan een groep toegewijde plaatselijke vrijwilligers. Zo is Bernardita de Lourdes Oyarzun Vera een van de vrijwilligers bij de kerk van Achao, de oudst overgebleven kerk die rond 1740 werd gebouwd. Vera is een van de vrouwen die de veiligheid en dagelijkse toegang regelt in de kerken van Chiloé. Ze meldt problemen met de constructie of zwakke plekken in de balken of fundering aan de Chilean School of Architecture in Wood.

“Ik besloot om vrijwilliger te worden omdat ik me in wilde zetten voor mijn land en mijn cultuur,” vertelt Vera. “Zo gaat dat in Chiloé, iedereen kan vrijwilliger worden, als je het maar echt wilt en er plezier in hebt.”

Marta Edilia Aquintui Aquintui, een andere vrijwilligster, woont al 34 jaar naast de kerk van Colo die te herkennen is aan zijn toren van twee opeengestapelde achthoeken en een veranda met drie bogen. "Voordat ik officieel vrijwilliger werd, was er geen sleutel voor de kerk. Mijn man en ik waren de enigen die in de gaten hielden wie er naar binnen ging,” vertelt ze. “Ik vind het fijn om toezicht te houden op de kerk, omdat die ons erfgoed is en ons verbindt met andere gelovigen.”