Geschiedenis en Cultuur

Op bezoek bij hertogin Maria van Gelre

Het rond 1415 prachtig geïllustreerde gebedenboek van Maria van Gelre is na ruim zeshonderd jaar toegankelijk gemaakt. Digitaal én in een museum.dinsdag 27 november 2018

Door Door Servaas Neijens
Maria’s gebedenboek is geschreven in het Nederduits, hoewel zij van huis uit Franstalig was. Op de tentoonstelling in Nijmegen worden veertig gerestaureerde pagina’s tentoongesteld.

‘Dit boek werd geschreven voor Maria, hertogin van Gelre en van Gulik en gravin van Zutphen. Vrouw van de edele hertog Reynalt.’ Zo liet Maria van Gelre zich vastleggen als eigenaresse van het getijdenboek dat zij liet maken toen ze tien jaar was getrouwd. De tekst was klaar op 23 februari 1415, een dag voor de 35ste verjaardag van de hertogin.

Het boek werd gekalligrafeerd door de monnik Helmich die Lewe, die leefde in het klooster Mariënborn dat tussen 1392 en 1580 in de buurt van Arnhem stond. Andere monniken uit dit klooster, of uit andere in de omgeving, hebben het boek verlucht met 106 miniaturen, 171 kunstig versierde initialen en 129 andere figuren, zogeheten drôleries, die her en der in de marge en randversieringen opduiken. De miniaturen lijken beïnvloed door het werk van de gebroeders van Lymborch, bekend van het getijdenboek Les Très Riches Heures du duc de Berry. Deze drie broers gelden als grootmeesters van de boekverluchting en kwamen oorspronkelijk uit Nijmegen, een van de hoofdsteden van Gelre.

In een hemelsblauwe jurk staat Maria in de Hortus conclusus. Deze omsloten tuin is een symbool dat veel voortkomt in middeleeuwse kunst. In het oudtestamentische Bijbelboek Hooglied staat het vers ‘Mijn zuster, o bruid! gij zijt een besloten hof, een besloten wel, een verzegelde fontein.’ De besloten hof staat voor kuisheid. Twee engelen vliegen boven Maria. De ene draagt een lint met de tekst ‘O milde Maria’, de andere wijst naar haar boek.

In de Middeleeuwen waren handgeschreven boeken een kostbaar bezit. Het schrijven ervan kon maanden of zelfs jaren duren. Miniaturen en randdecoratie maakten een manuscript nog duurder. Het gebedenboek van Maria van Gelre is erg omvangrijk. Het telt ruim zeshonderd perkamenten vellen, grotendeels tweezijdig beschreven, en bevat gebeden voor 188 heiligen, tientallen méér dan vergelijkbare boeken uit die tijd. In een calendarium voor in het boek is aangegeven op welke dag tot welke heilige moet worden gebeden. Maria’s boek is na haar dood door vererving en schenkingen in diverse handen overgegaan. Begin zeventiende eeuw kwam het in bezit van de koning van Pruisen. Vermoedelijk is het rond die tijd in twee delen gesplitst. Het overgrote deel bevindt zich nu in de Staatsbibliothek zu Berlin, een kleiner deel ligt in Wenen.

In Berlijn lag het kwetsbare boek opgeborgen in een doos – ontoegankelijk voor iedereen. Tot het werd ‘ontdekt’ door de Nijmeegse wetenschapper Johan Oosterman, die het bijzondere belang ervan onderkende. Dankzij een door hem opgezette crowdfundingactie kon het boek worden gerestaureerd – én (digitaal) toegankelijk gemaakt.

In het Nijmeegse Museum Het Valkhof is nog tot 6 januari een tentoonstelling te zien rond Maria van Gelre, haar leven en haar boek. Het hele gebedenboek van Maria van Gelre kun je bekijken op bijzonderecollecties.ubn.ru.nl.

Dit artikel verscheen in de december 2018 editie van National Geographic Magazine.

Lees ook: Da Vinci komt naar Nederland

Lees ook: Exclusieve tentoonstelling over Egyptische godenrijk